Keep vrouw-man

_TVS3016 Keep vrouw-man,  0p de Keep heb ik lang moeten wachten,

Keep vrouw-man, het vrouwtje bleef even op de muur zitten, en het mannetje Keep ging op de tafel zitten. ze zijn erg schuw daarom moet je heel vlug zijn met fotograferen.

_TVS3440Het mannetje

Veldkenmerken. 15 cm. Lijkt qua vorm en formaat op Vink. Mannetje Keep in zomerkleed met zwarte kop en mantel, oranje keel, borst, schouders en kleine dekveren, zwarte slagpennen en staart en witte buik en stuit. Vleugels met smalle oranje-witte vleugelstrepen. Vrouwtje Keep met bruine kop, bruin en zwart gevlekte mantel en grijzevlek op kopzijden. Mannetje ’s Keep winters als vrouwtje Keep. Snavel ’s zomers zwart, ’s winters geel. ’s Winters in troepen met Vink en gorzen en soms met leeuweriken. Schuifelende gang als Vink.

_TVS3012Voorkomen. Algemene broedvogel in Scandinavië. ’s Winters algemeen in het gehele gebied.

Habitat. Broedt in wilgen-, berken- en naaldbossen. ’s Winters in berken- en andere bossen, maar ook in opener gebieden, parken etc.

_TVS3438Het mannetje

Voedsel. In broedtijd ongewervelde dieren en zaden, ’s winters zaden, bessen en andere vruchten. Foto’s T.V.S  Bron: www.soortenbank.nl

 

Mussen zijn aan het nestelen

_TVS3423Het Mannetje

De Mussen zijn aan het nestelen het vrouwtje en het mannetje zijn druk in de weer met nestmateriaal, dit jaar gaan ze in een nestkastje waar de koolmezen 6 jaar in hebben gebroed, dat is de enige optie voor de mussen omdat in onze omgeving alleen maar platte daken zijn.

_TVS3422Het Mannetje

Zelfs mensen die niets met vogels hebben, geven toe geschrokken te zijn van het nieuws dat de huismus hard achteruit gaat in Nederland. Huismussen horen zo bij het straatbeeld dat het zonder hen opeens opvallend steriel is. Nu is het niet zo dat de huismus opeens een bijzondere vogelsoort is geworden. Nog altijd kunnen huismussen op veel plaatsen worden aangetroffen. Hoewel huismussen typische zaadeters zijn, worden de jongen gevoerd met allerlei insecten, welke de noodzakelijke eiwitten voor de groei van de jongen leveren.
_TVS3388Het vrouwtje

Leefomgeving en voedsel
Biotoop Akkers, cultuurlandschappen, park en tuin, weilanden (uitgestrekt) Voedsel- en broedbiotoop Huismussen zoeken hun voedsel, dat voornamelijk uit bessen en zaden bestaat, op de grond. Daarbij hippen ze op een karakteristieke manier, als een stuiterende pingpongbal, in het rond. Huismussen stellen prijs op een rommelige menselijke omgeving, met struikgewas, schuren, weilanden met vee, gemorst graan en zo verder. Het nest wordt gemaakt in holten van bomen, in nestkasten, onder dakpannen en in gaten en kieren van gebouwen. Het slordige nest bestaat uit takjes, stro, veertjes en hondenharen. Voedsel Zaden, bloemknoppen, knoppen, brood, bessen, pinda’s vetbollen en insecten

_TVS3392-copyHet vrouwtje

Broeden
Broedperiode Eind maart – augustus Koloniebroeder Broedt in los kolonie verband Aantal legsels2 tot 3 legsels Aantal eieren4 – 6 eieren Foto’s T.V.S  Bron: vogelbescherming Nederland

Kleine Vos

_TVS3325Kleine Vos, Vandaag op 1 april 2013 begint weer de vlindertelling voor de vlinderstichtring en ondanks de koude wind toch mijn eerst dagvlinder de Kleine Vos tegengekomen op de hei bij ons in de buurt.

Spanwijdte vleugels 40-50 mm, januari – december

Kenmerken
Bovenkant vleugels oranjebruine grondkleur en een zwartwitte bloktekening aan de vleugelrand (400 1a g). Vleugelzoom met blauwe, halfmondvormige tekeningen. Onderkant met donker veld aan de basis en een lichtere rand (400 1c g).

Voorkomen
Algemeen in velerlei biotopen, ook in stedelijke gebieden.

_TVS3324Levenswijze
De kleine vos overwintert net als de dagpauwoog op allerlei beschutte plaatsen. Bij de eerste warme dagen wordt hij al in februari actief en is dan al te vinden op bloeiend groot hoefblad. In mei worden de overwinterde vlinders nog steeds aangetroffen. Vanaf begin april worden de eieren in grote groepen op de grote brandnetel afgezet (400 1c g). De rupsen leven eerst gezamenlijk met 100-300 exemplaren in een spinsel. De volgroeide, solitair levende rups is duidelijk van die van de dagpauwoog te onderscheiden door de gele lengtestreep op de rug (400 1b g). Onder gunstige omstandigheden vliegt de volgende generatie vlinders al in begin juni. De kleine vos kan maximaal 800-1000 eieren produceren en 3 generaties per jaar voortbrengen. Foto’s T.V.S bron: www.soortenbank.nl

 

 

Sperwer vrouw

_TVS3085De Sperwer vrouw kwam een bezoekje brengen voor een lekker hapje maar helaas de vogeltjes lieten zich niet zien, ze heeft wel 15 minuten zitten wachten op de stenen muur.

_TVS3065

Veldkenmerken. 28-38 cm, spanwijdte 60-75 cm. Verschilt van andere kleine roofvogels door combinatie van brede, afgeronde vleugels en lange staart met vierkant uiteinde. Adult met gebandeerde, niet gestreepte, onderdelen en lange, gele poten. Vrouwtje aanzienlijk groter dan mannetje. Mannetje met donker leigrijze bovendelen, roodbruine wangen, soms een wittige plek op achterhoofd, fijn roodbruin gebandeerde onderdelen en grijze staart met 4-5 dwarsbanden. Vrouwtje met donker bruingrijze bovendelen, witachtige wenkbrauwstreep, bruin gebandeerde onderdelen. Juveniel bruin met bruin gestreepte onderdelen. Jaagt door snel over heggen of langs bosranden te vliegen, kleine vogels bij verrassing grijpend; achtervolgt prooi ook in open terrein.

_TVS3087Geluid. Algemeenste roep in broedtijd is een snel ’kek-kek-kek’.

Voorkomen. Vrij algemene zomergast en standvogel.

Habitat. Beboste gebieden; broedt in naaldbomen of in gemengd bos.

Voedsel. Grijpt prooi bij verrassing gedurende lage vlucht langs heggen, bosranden of struikgewas. Plukt prooi op lage plukplaats of op een hoge tak. Vangt vrijwel uitsluitend vogels, met name zangvogels. Bron: soortenbank.nl

Boomkruiper

_TVS2930Al tijdje bezig om de Boomkruiper te fotograferen, meestal zijn ze te snel om op de foto te zetten, of ze zitten te ver weg. vanmorgen keek ik uit de slaapkamerraam en ik zag ze weer kruipen langs de boom

_TVS2899

Veldkenmerken. 12,5 cm. Kleine rossige vogel, die als een muis langs boomstammen omhoog klimt. Heeft lange gebogen snavel, bruine bovendelen met gele of grijswitte streepjes en vlekjes, witte wenkbrauwstreep, rossige stuit, witte onderdelen, kastanjebruine flanken en bruine puntige staart. Klimt in bomen als een kleine specht, nooit naar beneden als Boomklever. Zeer moeilijk te onderscheiden van Taigaboomkruiper, maar bruine flanken zijn makkelijkste onderscheidende kenmerk. Geluid anders. Heeft verder smallere, minder contrasterende wenkbrauwstreep, kortere achternagel, en iets langere, sterker gebogen snavel. Nestelt in holen, achter losse schors, in schorsspleten, holtes in muren, nestkasten, etc. Verschuilt zich aan achterzijde van boomstam bij verstoring. Alleen of in paren in broedseizoen, in de winter vaak in rondzwervende mezengroepen.

boomkruiperGeluid.
Diverse zachte meesachtige roepjes. Karakteristieke roep verschilt van Kortsnavelboomkruiper, een luid herhaald ’tie tie tie’. Zang oplopend ’tie tru-ie trie trie’.

Voorkomen.
Algemene standvogel, hoewel enige trek in vroege herfst plaatsvindt. Zwerft ’s winters rond.

Habitat.
Alleen bij hoge bomen, vooral in oud loofbos, parken, boomgaarden. Op veel plaatsen ook in oud naaldbos.

Voedsel.
Ongewervelden, die op takken en stammen worden gezocht. Kruipt van beneden omhoog langs een stam, vliegt dan naar de volgende boom en begint opnieuw. Vangt af en toe vliegende insecten. Bron: Soortenbanken.nl

Deze huismus heeft de lente in zijn bol

_TVS2810Deze huismus heeft in de lente in zijn bol in de sneeuw is hij nestmateriaal aan het zoeken, dat brengt hij naar de nestkastje van de Koolmeesjes, de koolmeesjes hebben daar al 7 jaar in gebroed en u heeft hij het gekaapt. Omdat er in onze wijk alleen platte daken zijn moet ze wel in nestkast gaan broeden

_TVS2819De huismus is één van de meest voorkomende vogels van Nederland. Het geluid is een typisch tsjilpen, waardoor de aanwezigheid van een groep huismussen snel duidelijk wordt. Het mannetje is duidelijk van het vrouwtje te onderscheiden door het donkerbruine verenkleed en de grijze kruin. De grijze kruin onderscheidt het mannetje ook van de ringmus, die bovendien een zwarte vlek op de wangen en een witte halsband heeft.

_TVS2826Huismussen hebben zich aan de mens aangepast en broeden vrijwel overal waar mensen wonen. De vogels broeden in kleine groepen en bouwen onder andere nesten in gaten van muren, onder dakpannen en in nestkasten. Doordat moderne huizen vaak geen nestgelegenheid meer bieden, is de populatie huismussen in Nederland de laatste decennia meer dan gehalveerd. Dit is de belangrijkste reden dat de vogel in 2004 op de rode lijst is geplaatst. Bron Vogelvisie.nl

_TVS2877

Grote bonte specht man en vrouw

_TVS2029

 

Man, herkenbaar aan de rode vlek achter op zijn kop

De Grote bonte spechten man en vrouw komen een paar keer per week op bezoek, de bovenste foto is het mannetje, en het vrouwtje zat te wachten op het stammetje van de olijfboompje.

_TVS2608Vrouwtje

De grote bonte specht is aangepast op een leven in de bomen. De tenen zijn zo geplaatst dat de vogel gemakkelijk verticaal kan klimmen. De staart is stevig en wordt tijdens het klimmen als ondersteuning gebruikt. De stevige, scherpe snavel van de grote bonte specht wordt door de vogel onder andere gebruikt om een nestholte uit te hakken, om voedsel te zoeken en om contact te maken met soortgenoten. Het voedsel wordt voornamelijk gevonden op stammen en takken van bomen, waarbij de snavel gebruikt wordt om insecten en kleine diertjes uit het hout te lokken.

De grote bonte specht lijkt sterk op twee andere in Nederland voorkomende spechten: de middelste bonte specht en de kleine bonte specht. De grote bonte specht komt het meeste voor en onderscheidt zich behalve door het formaat ook door het ontbreken van een geheel rode kruin bij het mannetje.

Ooievaars in de blauwe lucht

_TVS2341 Afgelopen dinsdag was het een mooie lente dag met een mooie strakke blauwe lucht, boven de Neushoorns zweefde de Ooievaars in die blauwe lucht. prachtig te zien.

In Afrika leven grote groepen ooievaars. Het opvallende aan deze vogelsoort is dat men in Afrika nooit nesten ziet met jonge ooievaars. Daar is een logische reden voor. Afrika wordt namelijk in feite in Nederland geboren.

_TVS2346De dieren trekken namelijk speciaal naar Europa, waaronder ook veel naar Safaripark Beekse Bergen, om daar te broeden in grote nesten. Dit jaar zijn er al tien ooievaars uit het ei gekropen. In het najaar vliegen de ooievaars weer terug naar Afrika. Eerstejaars jongen gaan allemaal op trek en blijven in hun overwintering gebied tot ze geslachtsrijp zijn. Afrika wordt dus eigenlijk in Nederland geboren.
_TVS2345Op kraamvisite
De bezoekers van het safaripark kunnen dagelijks in mei op kraamvisite bij de ooievaars. De ooievaars hebben door het hele park heen nesten gebouwd voor hun kroost. Het best bezochte nest is gebouwd op 5 meter hoogte, pal boven de ingang van het park. Het nest heeft een diameter van 1,5 meter.

_TVS2344Vliegoefeningen
In de maand mei is een bezoek aan het nest bij de ingang extra interessant. Een van de jongen doet dan dagelijks een vliegoefeningen onder toeziend oog van een volwassen ooievaar. Bron: Safaripark Beekse Bergen

Okapi in Safaripark Beekse Bergen

_TVS2468Gisteren 5 maart 2013 was een mooie lente dag om weer eens een bezoekje te brengen aan het Safaripark Beekse Bergen, en de nieuwe aanwinst te gaan bewonderen zijn naam is Zukuma.
Sinds 9 februari 2013 is er een nieuwe zeldzame bewoner in Safaripark Beekse Bergen een Okapi, Een tweede okapi komt hem zo snel mogelijk vergezellen,

_TVS2471.1Er wordt een groep okapi’s gehouden voor gedragsstudies en fok. Ook worden zieke dieren en wezen opgevangen. Door het beschermen van dit grote natuurgebied, met de okapi als mascotte, worden ook de overige dieren en planten in het gebied beschermd.

De okapi (Okapia johnstoni) is de nauwste nog levende verwant van de giraffe. Het dier komt in het wild voor in de regenwouden in het noordoosten van de Democratische Republiek Congo. De okapi werd pas in 1901 formeel voor de wetenschap beschreven door Philip Lutley Sclater.

_TVS2472De lichaamsbouw van de okapi is vergelijkbaar met die van de giraffe, met een lange tong, kleine hoorntjes en grote oren. De okapi is echter kleiner, met een (ook in verhouding) veel kortere, dikke nek.
De okapi heeft een kastanjebruin tot chocoladebruin lichaam, met zwarte en witte strepen en vlekken op de poten en een witte strepentekening op de achterzijde. Deze tekening is voor elk dier uniek, vergelijkbaar met een vingerafdruk. Het gebied rond de mond is zwart, met een witte kaaklijn en wangen en een bruinig voorhoofd.
Met de lange blauwe tong kan de okapi bladeren en knoppen van takken halen. De tong is zo lang, dat de okapi zijn eigen oren kan schoonlikken. Het mannetje heeft korte, met huid bedekte hoorntjes. Mannetjes worden niet zo groot als vrouwtjes, en zijn vaak donkerder gekleurd.
De okapi wordt 190 tot 215 centimeter lang, waarvan de staart 30 tot 42 centimeter lang wordt, en 150 tot 180 centimeter hoog. Volwassen okapi’s wegen tussen de 210 en de 250 kilogram. Vrouwtjes zijn over het algemeen 25 tot 50 kilogram zwaarder dan mannetjes.

_TVS2468.1Verspreiding en leefgebied

De okapi komt voor in het noordoosten van de Democratische Republiek Congo en (vroeger) in Oeganda. Hij is voornamelijk te vinden in met dicht ondergroei begroeid regenwoud langs zijrivieren van de Kongo. Meestal houden ze zich op in de valleien langs de rivieren, boven de 500 meter hoogte. In 2006, bijna vijftig jaar na de laatste observatie in het wild, werd de soort herontdekt in het Virunga Nationaal Park in het oosten van de Democratische Republiek Congo.

Voedsel en gedrag

De okapi leeft voornamelijk van bladeren, twijgen en knoppen, maar ook varens, vruchten en paddenstoelen.
Okapi’s leven solitair, en mannetjes zijn waarschijnlijk territoriaal tegenover andere mannetjes. Ze vechten door met hun nekken tegen elkaar te slaan. Een vrouwtje is meestal een maand lang in oestrus. Als een vrouwtje in oestrus is, wordt ze vergezeld door een mannetje. Dit is de enige periode in het volwassen leven van een okapi dat hij wordt vergezeld door een ander volwassen dier.
Na een draagtijd van 425 tot 491 dagen wordt één kalf geboren, die de eerste maanden verborgen blijft in het struikgewas, en alleen door de moeder wordt bezocht bij het zogen. De zoogtijd duurt zes maanden. Het vrouwtje werpt tussen augustus en oktober.
Vrouwtjes zijn na 1,5 tot 3 jaar geslachtsrijp. De hoorntjes ontwikkelen zich bij mannetjes na één tot vijf jaar. Okapi’s worden 15 tot 20 jaar oud.

_TVS2470Bedreiging

Okapi’s zijn niet bedreigd, maar habitatvernietiging en de handel in bushmeat kunnen een bedreiging worden. Ook burgeroorlogen vormen een mogelijke bedreiging voor het voortbestaan van de soort. De Antwerpse Zoo in België was de eerste dierentuin ter wereld die okapi’s in het bezit had (sinds 1919) en beheert wereldwijd het stamboek van deze diersoort om de instandhouding te verzekeren. Bron Wikipedia

Sijsjes en Pimpelmees

Het is ook mooi om te zien hoe de Sijsjes en de pimpelmees samen gebroederlijk eten. Sinds drie dagen zijn de Sijsjes weer aanwezig opzoek naar voedsel,

_TVS2148
Veldkenmerken. 12 cm. Mannetje makkelijk te herkennen door groen en geel verenkleed, zwarte kop en kin, gele vleugelstreep, stuit en zijden van staartbasis. Vrouwtje zonder zwart op kop, minder geel, meer grijsgroen en wit en meer gestreept op bovendelen, borst en flanken. Staart gevorkt, snavel grijsachtig, vrij lang en puntig. Juveniel nog meer gestreept en met minder geel. Meestal in troepen in bomen, maar ook op de grond. Vaak met andere vinken, vooral Barmsijzen.

Geluid. Roep ’tsie zi’ of ’tsoe ie’. Zang kwetterend en met nasale tonen, zingt vaak in troepen vanuit boomtoppen.

Voorkomen. Vrij algemene standvogel. Zwerft ’s winters over groot deel van het gebied.
_TVS2247Habitat. In broedtijd in gemengde of naaldbossen, ’s winters vooral in berken en elzen.

Voedsel. ’s Zomers insecten en zaden, ’s winters vooral zaden. Hangt bij foerageren op zaden vaak als een mees ondersteboven aan takken. info Bron Soortenbank.nl

 

Witkraag IJsvogel

Afbeelding-164.1Deze foto van de Witkraag IJsvogel heb ik een Dierenpark in Spanje genomen, het is een (Todiramphus chloris).

De witkraagijsvogel (Todiramphus chloris) is een wijdverspreide ijsvogelsoort die voorkomt van Noordoost-Afrika via Zuidoost-China, de Filipijnen, Indonesië tot in Nieuw-Guinea en Australië. Van deze ijsvogel worden door de IOC 50 verschillende ondersoorten onderscheiden.

Afbeelding-164Uiterlijke kenmerken

De witkraagijsvogel is een gemiddeld grote ijsvogel die zo’n 22 tot 29 centimeter lang kan worden en een gewicht van 50 tot 90 gram kan bereiken. De kleuren van de veren variëren per ondersoort. De kleur van de bovendelen varieert van blauw tot groen, terwijl de onderzijde meestal wit of vaalgeel is. Ovallend is verder de witte kraag rond de nek. Sommige ondersoorten hebben een witte of vaalwitte gekleurde streep ter hoogte van de ogen. Andere soorten hebben weer een witte plek tussen de ogen en de snavel. Het bovendeel van de grote snavel is zwart. De onderzijde vaalgeel.
De vrouwtjes zijn gewoonlijk groener van kleur dan de mannetjes. Juveniele exemplaren zijn valer van kleur dan volwassen exemplaren en vertonen schubachtige schakeringen op de nek en borst. Bron: Wikipedia

Passiebloemvlinder

benalmadena-14-april-2011-014Deze foto’s van de Passiebloemvlinder heb ik gemaakt in een vlindertuin vlakbij Benalmadena in Spanje. de vlindertuin was pas geopend bovenin de bergen naast een boeddhistische Tempel.

benalmadena-14-april-2011-028WAAR VOELT HIJ ZICH OP ZIJN BEST?
De passiebloemvlinder leeft in tropische en subtropische gebieden in Zuid- en Midden-Amerika en in het zuiden van de VS. Tegen de avond verzamelen de passiebloemvlinders zich op gemeenschappelijke slaapplaatsen. Grote aantallen hangen dan ondersteboven in bomen bij elkaar. De vlinder die als eerste wakker wordt, vliegt op om de rest te wekken.

benalmadena-14-april-2011-031WAT EET HIJ GRAAG?
Zijn dieet bestaat uit nectar en stuifmeel. De bladeren van de passiebloem dienen als voedsel voor de rups. Daar zitten stoffen in die voor andere dieren dodelijk zijn, maar in het lichaam van de rups worden deze stoffen opgeslagen als lichaamsvet. Het maakt hem zelf giftig en dus oneetbaar. Ook de volwassen vlinder is giftig. Zijn felle kleuren op de vleugels waarschuwen zijn vijanden.

benalmadena-14-april-2011-052GOED KIJKEN
Een vrouwtje dat wil paren, zit met opgeklapte vleugels te wachten. Zodra er een mannetje overvliegt, klapt ze haar vleugels uit, zodat hij kan zien of het vrouwtje van dezelfde soort is. De schubben op haar vleugels reflecteren gepolariseerd licht. Bij elke soort wordt het net even anders weerkaatst; handig voor het mannetje.Bron www.artis.nl

benalmadena-14-april-2011-071

Brandganzen

_DSC6389Deze foto’s heb ik in juni 2012 gemaakt in de het Safaripark Beekse Bergen, een paartje Brandganzen hadden 4 jongen en het andere paartje Brandganzen maar een jong.

Het is een sterke vogelsoort die weinig of geen last ondervindt van vriesweer. Ze zijn een circa 60 cm grote gans. Met geelachtige witte kop, waarvan de achterzijde zwart is, met een zwarte nek en bovenborst. Als deze gans tijdens de winter aan de Nederlandse kust opduikt, worden ze al vlug verraden door het wit van hun wangen dat fel afsteekt op het zwart van de kop en hals.

_DSC6383Voorkomen

Hun verspreidingsgebied is het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan, van de oostkust van Groenland tot Spitsbergen en het zuiden van Nova Zembla. In de zomer broeden de vogels rond de poolcirkel, waar ze door de extreem lange daglengte bijna 24 uur per dag zicht hebben en zo in staat zijn hun eieren en kuikens te beschermen. Belangrijke predatoren, zoals poolvossen, hebben zo aanzienlijk minder kans om de brandganzen te bedreigen. Het wintergebied bevindt zich vooral aan de kusten van Ierland, de westkust van Schotland en de Noordzeekust van Duitsland en Nederland. Tijdens zeer strenge winters dalen ze af tot België en Frankrijk. Over het algemeen volgen deze dieren de zogenaamde vorstlijn en trekken ze met dit vorstgebied mee. Hiermee weten ze een aantal van hun natuurlijke vijanden te ontlopen. De laatste jaren blijven grote groepen brandganzen in Nederland en zijn dus het hele jaar door op Nederlandse graslanden te vinden.

_DSC6381Voedsel

Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit gras, maar ook nuttigen ze diverse mossoorten en ander groen. Ook eten ze naast gras en zeegras ook veel zaden en dit is zeer ongewoon bij ganzen. Het zoeken naar voedsel vindt doorgaans plaats bij daglicht en ze begeven zich bij de dageraad en tegen het vallen van de avond naar veilige gelegen rustplaatsen, bij vollemaanlicht kunnen ze het voedselzoeken de hele nacht voortzetten. Tijdens de poolzomer, wanneer het helemaal niet meer donker wordt, eten ze ook de hele dag door, om zich vet te mesten voor de trek naar het zuiden in de winter. De brandgans eet voornamelijk eiwitrijke jonge scheuten gras, die tamelijk kort worden afgegraasd. Het eiwit wordt verteerd, en het groene gras zelf wordt via de ontlasting weer uitgescheiden.

Nest

De nesten worden minstens een meter van elkaar af gebouwd. Een legsel bestaat uit drie tot zeven eieren van grijsachtig-witte kleur welke gedurende 24 à 25 dagen bebroed wordt.

_DSC6376Opvoeding

Na het uitvliegen der jongen vormen ze groepen van meerdere families.

_DSC6380Gevangenschap

De Brandgans is een veel gehouden sierwatervogel. Zij wordt beschermd door de Flora- en faunawet en mag dus enkel worden gehouden indien ze is gekweekt. In gevangenschap moeten ze kunnen beschikken over zwemwater en een grasveld daar ze in hoofdzaak veel gras eten. Het menu in gevangenschap bestaat verder voornamelijk uit speciaal watervogelvoer. Bron Wikipedia

Keep

_CSC0206Keep, soms komt er wel een ander soort vinkachtige op bezoek samen met de vinken en dan wordt het even puzzelen wat voor soort het is.

Kepen zijn de noordelijke tegenhangers van ‘onze gewone’ vink. In Nederland broeden jaarlijks enkele kepen, maar om meer dan drie tot vijf paren lijkt het niet te gaan. Hoe anders is het in Fenno-Scandinavië, waar de keep een van de meest talrijke broedvogel is. Daar echter ontbreekt de ‘gewone’ vink weer bijna helemaal. In de winter verblijven grote aantallen Scandinavische kepen in Nederland. De zang van de keep is vol van dissonanten en andere onplezierig klinkende tonen, en lijkt wel wat op de zang van de groenling. Vinken en kepen houden zich ’s winters vaak op in gemengde groepen. Ze kunnen gemakkelijk worden waargenomen in beukenbossen, waar ze de afgevallen beukenootjes eten. Ze zijn net zo groot als de vink, maar hebben een witte bovenstaart en veel meer oranje in het verenkleed. Bij het opvliegen is de witte stuit erg opvallend.

_DSC0065Algemeen
Overige namen Brambling , Fringilla montifringilla OrdePasseriformesFamilieVinken (Fringillidae)StatusJaargast. Uiterst schaarse broedvogel; zomergast in zeer klein aantal; doortrekker en wintergast in (zeer) groot aantalEuropese verspreidingKepen broeden vrijwel uitsluitend in Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland. Oostwaards komen ze voor tot aan Moskou, de zuidgrens van het verspreidingsgebied wordt gevormd door Nederland, Denemarken en de Baltische Staten. Langs deze zuidgrens wordt nauwelijks nog gebroed, maar in de winter zijn kepen er talrijk.Naar boven

_DSC0068Leefomgeving en voedsel
Biotoop Bos, park en tuin Voedsel- en broedbiotoopDe broedgebieden van kepen zijn meestal gemengde bosen en de randen van naaldbossen. Het nest wordt in een boom gemaakt, meestal op vrij lage hoogte (tot 9 meter maar meestal veel lager). Het nest is een diepe, goed gevoerde kom van mos, gras, haren en spinnenwebben. In de winter kunnen kepen vooral gevonden worden op akkers langs bosranden, beukenbossen en parken met beukenbomen. De zaden van de beuk vormen een van de belangrijkste voedselbronnen voor deze vinkachtige.VoedselIn de zomer worden insecten en zaden gegeten, ’s winters uitsluitend zaden (o.a. beukennootjes._DSC0069Broeden
BroedperiodeVanaf medio mei in het zuiden, vanaf begin juli in het noordenKoloniebroederNeeAantal legselsEén, soms twee legsels per jaarAantal eieren5 – 7, soms 4 – 8

_DSC0066Vogeltrek
OverwinteringsgebiedHet overwinteringsgebied van kepen strekt zich uit van het zuiden van Fenno-Scandinavië tot aan het Middellandse Zeegebied. Bron: Vogelbescherming.nl