De Kruidenkamer

Een bezoek gebracht aan de Kruidenkamer in Bladel, heerlijke geluncht met een 12 uur plankje is echt een aanrader. Daarna zijn we gaan wandelen in de kruidentuin prachtig aangelegd met velden met wild bloemen, kruiden, en verschillende soorten Lavendels

De Kruidkamer is een uniek theehuis met een prachtige theetuin en eigen kruidentheevelden in de Brabantse Kempen, in het dorpje Bladel.  

Brengt u eens een bezoekje aan onze kruidentheevelden. Vele leuke weetjes over kruiden staan op fleurige borden. U kunt er genieten van de kleurenpracht en de verschillende geuren. De kruidentuin is gratis toegangkelijk tijdens openingsuren.

Binnen is een prachtig zitgedeelte en in onze shop kunt u onze heerlijke losse theeën en unieke theeaccessoires kopen. 

Ook organiseren wij een smaakvolle High Tea. Bij mooi weer zit u in onze mooie theetuin. Reserveren hiervoor is noodzakelijk. 

Vanuit de Kruidkamer is het ook heerlijk wandelen en fietsen. Wij liggen aan een toeristisch fietspad en met ons wandelpad tegen de bossen van landgoed Ten Vorsel aan.

Om lekker te kunnen genieten, heeft u niet zoveel nodig.

Kom gerust even aan. U bent er al bijna……

Openingstijden seizoen 2017

5 mei t/m 1 oktober

In mei/ juni / september: vrijdag t/m zondag   11.00 uur – 17.00 uur

In juli en augustus : elke dag geopend van         11.00 uur – 17.00 uur

Bron: Kruidenkamer Bladel –  Foto’s Tonnie Verheijden

 

Papaver Slaapbol

De Papaver staan weer in bloei 10 jaar geleden zaadjes meegenomen uit de tuin van mijn Zus in Canada.
Tuinpapaver speciaal gekweekt voor zijn fraaie bloemen.

Alhoewel de slaapbol vooral bekend is door zijn narcotische werking is de plant ook erg voedzaam.
De zaden bevatten veel olie. Met een pers is het mogelijk om olie uit de zaden te krijgen, de zaden bevatten 45% aan niet drogende olie.
De olie is goed als olijfolievervanger. De zaadjes zijn ook geschikt om mee te koken met rijst,
deze maken de rijst wat voller en geven de rijst een lekkere nootachtige smaak.
De zaadjes worden vaak over broodjes gestrooid (voor het bakken) en zijn het maanzaad.
De zaadjes bevatten nagenoeg 0% van de narcotische middelen.
De plant is zelfuitzaaiend, als je de zaadjes oogst moet je ze niet allemaal oogsten, laat er een paar zitten en hark de plant eventueel onder. Volgend jaar krijg je dan gegarandeerd nieuwe planten.
De planten kunnen gemakkelijk uit maanzaad worden gezaaid.

Bron: http://www.permacultuurnederland.org Foto’s Tonnie Verheijden

Pinksterbloemen

TVS_6601 In een Wadi langs de weg staat het vol met Pinksterbloemen elk jaar komen er meer bij.

De pinksterbloem, Cardamine pratensis, is een plant uit de kruisbloemen familie. De soort kan tot 50 cm hoog worden. De plant heeft een bladrozet. De stengel is hol en rond. De bladeren zijn samengesteld. De deelblaadjes van het bladrozet zijn kort en breed en vaak bochtig getand. De stengelbladeren zijn smal en lang. De vrucht is een hauw. Deze zijn bij de pinksterbloem smal en maximaal 5,5 cm lang.

De bloemen zijn tweeslachtig, er zijn 6 meeldraden en 1 stamper met een korte stijl. De meeldraden hebben gele helmknoppen en komen voor in 3 paar, waarvan 2 lange van 5 tot 10mm en 1 korte van 3 tot 6mm.

Het vruchtbeginsel bestaat uit 2 gefuseerde vruchtbladen, is bovenstandig en bevat 20 tot 30 zaadknoppen. De bloemen groeien in een tros. De kelk bladen zijn onderaan met elkaar vergroeid, de kroonbladen niet. De kroonbladen zijn maximaal 1,8 cm lang en hebben een lila tot roze kleur met paarse aders, ze zijn zelden wit.

De plant bloeit ondanks haar naam met name in de periode vóór Pinksteren. Eind april is meestal het hoogtepunt. In Friesland wordt het fluitenkruid, dat wel rond Pinksteren bloeit, ook wel eens pinksterbloem of pinksterblom genoemd.
TVS_6634

De plant komt voor in graslanden, bossen en in moeras. In een omgeving die heel nat is, heeft ze zich op een bijzondere manier aan dit milieu aangepast.

De deelblaadjes zijn dan kortgesteeld en beginnen al, terwijl ze nog aan de plant zitten, worteltjes te vormen. Wanneer ze van de plant afvallen, kunnen ze uitgroeien tot nieuwe planten. Het zaad komt in een dergelijk permanent nat milieu slecht tot ontkieming en op deze wijze kan de soort zich toch nog voortplanten.

In Nederland en België is de soort zeer algemeen, ze komt nog steeds overal voor.

Toch is ze sterk achteruitgegaan. Vroeger kleurde ze vele weilanden paars op het hoogtepunt van haar bloei. Tegenwoordig is ze door de intensivering van de landbouw meestal beperkt tot de slootkanten. Ook komt de plant voor in gazons, waar ze door het intensieve maaibeheer niet tot bloei komt.

Wanneer de eerste maaibeurten achterwege blijven, blijkt door de uitbundige bloei van pinksterbloemen hoeveel de soort erin voorkomt. De pinksterbloem wordt ook wel “schuimkruid” genoemd (wat overeenkomt met de Duitse naam “Wiesen-Schaumkraut”), vanwege de voorkeur van het schuimbeestje voor deze plant.

handtekening.5

Tulpen

maart.1  Tulpen

Het weer werkt niet zo goed mee voor de tulpen, vorig jaar stonden ze al mooi in bloei.

De eerste tulpenbollen in West-Europa kwamen in 1562 in Antwerpen aan. Het verhaal doet de ronde dat een koopman deze aantrof tussen een lading Turkse stoffen.Denkende dat het uien waren, proefde hij er enkele. Omdat de smaak tegenviel verwees hij de resterende bollen naar de compost, waar er het jaar nadien tulpen bloeiden.

Tulpen kunnen niet in een warm klimaat worden gekweekt, omdat ze een koude nacht en een koude winter nodig hebben om te kunnen groeien.

Tulpenbollen worden gewoonlijk in oktober en november geplant. De bloeiperiode loopt van april tot in juni.

Speciale type gekweekte tulpen zijn de ‘botanische tulpen’ (ook wel wilde tulpen genoemd), tulpen met een korte steel die ook de jaren na het pootjaar weer uitkomen.

_TVS5017

Het kweken van nieuwe bollen gebeurt door in het najaar (oktober en november) tulpenbollen te planten.

De knoppen tussen de bolrokken van deze bollen groeien uit tot nieuwe bollen waarbij de oude bol gebruikt wordt als voedsel.

De knop die naast het groeipunt zit, de zogenaamde a-knop, groeit uit tot een grote bol die te verkopen is voor bloemproductie of direct aan de consument.

Nederland is beroemd om zijn gecultiveerde tulpen en is een van de belangrijkste exportlanden van tulpen en tulpenbollen.

Traditioneel wordt in de lente in de Keukenhof in Lisse een expositie gemaakt van miljoenen tulpen, die vooral door toeristen goed wordt bezocht.

Daarnaast komen er bussen vol toeristen om naar de tulpenvelden te kijken.

Bron: Wikipedia Foto: TVS.Photography

Grote Kaardebol

_TVS9495
Grote Kaardebol komt voor In Valkenburg bij de Ruïne, dat is de eerste keer dat ik deze plant ben tegengekomen.

De grote kaardebol of wilde kaardebol (Dipsacus fullonum, synoniem: Dipsacus sylvestris), behoort tot de kaardebolfamilie (Dipsacaceae), in de 22e druk van de Heukels, of tot de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae), in de 23e druk van de Heukels. De plant wordt ook wel weverskaarde genoemd.

In Nederland is de grote kaardebol wettelijk beschermd.

De grote kaardebol komt oorspronkelijk uit Noord-Afrika (Maghreb), Voor-Azië en Europa, maar komt tegenwoordig overal in de gematigde streken voor.

De plant is tweejarig en kan 70-150 cm hoog worden. De bladeren zijn twee aan twee tegenoverstaand en de vergrote bladvoet werkt als opvangbakje voor water.

_TVS9492

De lila bloempjes zijn klein en ongesteeld en staan bij elkaar op een hoge ineengedrongen tros (hoofdje). Ze hebben een 5-9 cm lange gemeenschappelijke ‘kelk’ (het omwindsel). Elk bloempje heeft naast een eigen vergroeidbladig omwindseltje ook nog een kelk van stijve haren. Een bloempje heeft vier meeldraden, één stamper en een onderstandig vruchtbeginsel met één zaadknop.

De bloei begint vanuit het midden van de bloeiwijze en bloeit tegelijk naar boven en beneden. Hierdoor zijn twee bloeiende ringen te zien.

De kaardebol produceert veel nectar en trekt daarom veel insecten zoals solitaire bijen en hommels.

_TVS9493

Economisch belang.
De bloemhoofdjes van de kaardebol werd in de Middeleeuwen gebruikt voor het ruwen van gevolde wollenlaken, hiertoe werden een aantal van deze kaardebollen in een kruisvormige houten houder bevestigd. Later zijn er zelfs speciale machines ontwikkeld voor het ruwen van weefsels met behulp van de kaardebol. De bloemhoofdjes werden daartoe op stalenpennen geregen. Een dergelijke machine staat nog opgesteld in het Nederlands Textielmuseum te Tilburg. Als wolkaarde is de weverskaarde nooit gebruikt. De stekels van deze zaadbol zijn daar niet sterk genoeg voor.

De weverskaarde werd vroeger in de Vaucluse (Zuid-Frankrijk) veel verbouwd en geëxporteerd naar onder meer Nederland, Rusland en Japan. Honderden hectaren waren in Zuid-Frankrijk in de 19e en 20e eeuw in productie. In 1862 was dat 2326 ha. Na 1968 was er nog één firma die de weverskaarde kon leveren maar dat bedrijf sloot in 1985.

Bron: wikipedia  foto’s T.V.S. fotografie