Luipaard

TVS_1511

Deze Luipaard woont in het Safaripark Beekse Bergen samen met een vrouwtje of mannetje.

De twee namen zijn voornamelijk geografisch gebonden: “luipaard” wordt in de regel gebruikt voor dieren uit Afrika, “panter” voor Aziatische dieren. Dit is echter geen strikte regel en regelmatig worden de namen door elkaar gebruikt.

Beschrijving
De luipaard is een grote, gespierde katachtige met korte, krachtige poten en een lange staart. De kop is breed en een beetje rond van vorm met kleine, ronde oren. De snuit is middelgroot, met krachtige kaken en lange snorharen.

De vacht van een luipaard is bedekt met veel zwarte vlekken. Op het lichaam en de bovenste helft van de poten zijn deze vaak gegroepeerd met bruine vlekken in rozetten. Ook zijn er geheel zwarte, niet gegroepeerde vlekken, voornamelijk op de buik, kop en de onderpoten, maar ook op het lichaam. Ook de staart is gevlekt, van het begin tot het midden, maar aan het einde meer geringd. De grondkleur van de meeste dieren is zandgeel of lichtbruin, maar de kleur kan zeer variëren, van bijna wit tot geheel zwart bij de bekende zwarte panters , die vooral in Indonesië en in de Afrikaanse hooglanden leven. De buik, keel en kin zijn wittig. De kleur en vachtlengte hangen af van de plaats waar ze leven, maar toch kunnen zwarte en gele luipaardjongen van dezelfde moeder zijn. De vachttekening biedt het dier camouflage, zodat het gemakkelijk onopgemerkt kan blijven. De oren zijn zwart aan de achterzijde met een opvallende witte tekening in het midden.

Mannelijke luipaarden kunnen een kop-romplengte van 130 tot 190 centimeter meter lang bereiken. De staart is nog 60 tot 110 centimeter lang. Luipaarden worden 28 kilo tot 90 kilogram zwaar. De schouderhoogte van een luipaard is ongeveer 50 cm tot 60 cm. Vrouwtjes zijn kleiner dan mannetjes. Vrouwtjes hebben een kop-romplengte van 104 tot 140 centimeter en een lichaamsgewicht van 28 tot 60 kilogram (gemiddeld 50 kilogram), mannetjes een kop-romplengte van 130 tot 190 centimeter en een gewicht van 35 tot 90 kilogram (gemiddeld 60 kilogram).

TVS_1502

Zintuigen
De ogen van katachtigen werken goed overdag maar ook indien er weinig licht aanwezig is. Hierdoor kunnen ze ook ‘s nachts jagen. De pupillen zijn ellipsvormig.

Het reukvermogen van een luipaard is heel goed, zelfs beter dan bij de tijger.

Het gehoor is heel sterk: een luipaard kan heel hoge frequenties horen tot 100 kHz, ook als ze heel zacht zijn. De snorharen van een luipaard spelen ook een belangrijke rol. Ze veranderen van stand, afhankelijk van dingen die hij doet. Als hij loopt, staan ze zijdelings uitgespreid, bij het snuffelen staan ze langs de kop naar achteren en bij het aanvallen van een prooi staan ze naar voren gericht, waardoor hij op de goede plek kan toebijten.

Voedsel
De luipaard is ‘s nachts of in de schemering actief. Hij jaagt meestal ‘s avonds of ‘s nachts. Hij jaagt zelden overdag, omdat hij dan te veel opvalt. Overdag rust het dier meestal tussen struikgewas of in een boom.

De luipaard jaagt voornamelijk op middelgrote zoogdieren als antilopen, herten, knobbelzwijnen en andere varkens, geiten en bavianen, en op kleinere dieren zoals hazen, apen, klipdassen, knaagdieren (waaronder stekelvarkens), vogels, slangen, vissen en insecten, evenals struisvogels, jakhalzen en honden. Sommige luipaarden specialiseren zich in een bepaalde diersoort.

Als de luipaard een prooi denkt te hebben gevonden, bespringt hij de prooi als die op zijn schuilplaats zit. Hij besluipt eerst behendig en rustig de prooi; soms ligt het dier doodstil in een hinderlaag klaar om te springen, bijvoorbeeld in een boom. Afrikaanse luipaarden nemen hun prooi mee een boom in, waar ze die opeten. In een boom zijn ze meestal veilig voor andere roofdieren, als leeuwen en gevlekte hyena’s, die zijn prooi kunnen stelen.

TVS_1513

Leefwijze
Een goed verstopte luipaard in een natuurpark in Namibië.
De luipaard is geen groepsdier, maar leeft solitair. Er zou te weinig voedsel zijn als luipaarden het zouden moeten delen. Ze zoeken elkaar enkel op in de paartijd. De luipaard heeft een vast territorium, dat hij tegen soortgenoten verdedigt. Dit wordt gemarkeerd met urine of uitwerpselen, net als bij veel andere diersoorten. Ook worden krabsporen op bomen achtergelaten. Mannetjes hebben vaak grotere territoria dan vrouwtjes. Territoria overlappen regelmatig met de territoria van dieren van een ander geslacht, dieren van hetzelfde geslacht mijden elkaar. Als er plaatsen zijn waar veel prooien zijn, zijn de territoria kleiner; de territoria zijn groter met minder wild.

Voortplanting
Als het vrouwtje paringsbereid is, heeft haar urine een speciale geur die mannetjesluipaarden aantrekkelijk vinden. Na de paring bemoeien de mannetjes zich verder niet met het vrouwtje of de jongen. De draagtijd is 90 tot 112 dagen. De jongen komen ter wereld op een goed verborgen schuilplaats, zoals een grot, dicht struikgewas of een ondergronds hol, waar ze de eerste zes weken verborgen blijven. De jongen wegen bij de geboorte 430 gram tot 530 gram en zijn dan nog hulpeloos en klein. De ogen gaan na een week open. Het nest kan uit maximaal zes jongen bestaan, maar meestal overleven er maar twee. De jongen worden drie maanden lang gezoogd en blijven ongeveer anderhalf tot twee jaar bij hun moeder. Daarna zijn ze geslachtsrijp en zelfstandig. Pas na drie of vier jaar zijn ze helemaal volgroeid. De luipaard kan tot twintig jaar oud worden.

Bron: Wikipedia  Foto’s: T.V.S. Fotografie

Mantelbavianen

baviaantje
Een schattige jong mantelbaviaantje zat alleen te eten in dierenpark Emmen, vader en moeder hielde het jonkie wel in de gaten.

De mantelbaviaan (Papio hamadryas) is een aap uit het geslacht der bavianen (Papio). De mantelbaviaan werd door de Oude Egyptenaren als een heilig dier beschouwd.

Mannetjes worden 70 tot 95 centimeter lang, met een schouderhoogte van 50 tot 65 centimeter en een lichaamsgewicht van 15 tot 20 kilogram. Vrouwtjes worden 50 tot 65 centimeter lang, met een schouderhoogte van 40 tot 50 centimeter en een lichaamsgewicht van 10 tot 15 kilogram. De staart wordt tussen de 38,2 en de 61 centimeter lang.

De mantelbaviaan kent seksueel dimorfisme: de mannetjes zien er geheel anders uit dan de vrouwtjes. Vrouwtjes en mannetjes die niet seksueel actief zijn hebben een grijzige bruine vacht, met een kaal, roze gezicht en achterzijde. Volwassen, seksueel actieve mannetjes zijn daarentegen veel groter en hebben een lange, zilvergrijze vacht, die lichter is op de wangen, de staartpunt en rond het zitvlak. De handen en voeten zijn donkerder gekleurd. Op de nek en de schouders heeft het mannetje lange manen.

_TVS1054

Leefwijze
De mantelbaviaan is een opportunistische omnivoor. Hij leeft van grassen, knoppen, vruchten, wortels, scheuten en ongewervelden. Voor voedsel kunnen de dieren wel 13 kilometer reizen. Ze zijn overdag actief; aan het eind van de middag verzamelen de bavianen zich op steile rotswanden, waar de dieren gezamenlijk slapen. Hier zijn ze relatief veilig voor luipaarden, hun grootste vijand.

Voortplanting en sociaal gedrag
Voortplanten gebeurt het gehele jaar door, alhoewel er in Ethiopië geboortepieken zijn in mei en juni en in november en december. Na een draagtijd van 170 tot 173 dagen wordt meestal één jong geboren. De zoogtijd duurt gemiddeld 239 dagen. Mannetjes verlaten na 2 jaar de geboortegroep, vrouwtjes na 3,5 jaar. Mannetjes blijven vaak hun hele leven in dezelfde clan (zie hieronder). Zij zijn na 7 jaar geslachtsrijp, vrouwtjes na 5 jaar. Mantelbavianen worden tussen de 20 tot 30 jaar oud.

Hamadryas Baboon
Mantelbavianen leven in harems, bestaande uit één mannetje met 1 tot 10 vrouwtjes (gemiddeld 2) en hun jongen. Bijzonder aan de mantelbaviaan is dat verwante mannetjes (meestal broers) met hun harems naast elkaar leven en samenwerken in een zogenaamde clan. De broers helpen elkaar om vreemde mannetjes weg te jagen. De vrouwtjes worden zo goed bewaakt, dat het zelden een ander mannetje lukt om een vrouwtje weg te kapen. Mantelbavianen veroveren een harem door onvolwassen vrouwtjes (die niet worden bewaakt door de haremleiders en zijn broers) weg te lokken of te ontvoeren, of door oudere haremleiders aan te vallen en enkele of alle vrouwtjes over te nemen.

De clans voegen zich samen met andere clans in een band, waarin de dieren naar de voedselgronden trekken en samen slapen op een gedeelte van een rots. Ook haremloze mannetjes maken deel uit van deze bands. Een groep bands vormt samen weer een “troep”. Een troep kan bestaan uit enkele honderden dieren. Dit zijn alle dieren die op een bepaalde rotswand slapen. ‘s Ochtends valt de troep uiteen in de verscheidene bands.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]
Mantelbavianen komen voor in de steppen, halfwoestijnen, rotswanden en bergen langs de Rode Zee: ze worden aangetroffen in Somalië, Ethiopië, Eritrea, Djibouti en Soedan, en in het zuidwesten van het Arabisch Schiereiland, in Jemen en Saoedi-Arabië. De Arabische populaties zijn mogelijk ingevoerd. In Ethiopië komen kruisingen voor tussen mantelbavianen en groene bavianen, langs de grens van hun verspreidingsgebieden. Ook deelt de mantelbaviaan een gedeelte van zijn leefgebied met de gelada.

Vroeger kwam de aap waarschijnlijk ook in Egypte voor. Hier werd hij vereerd als een heilig dier, en geassocieerd met de god Thoth. In Ethiopië wordt de vacht van het mannetje verwerkt in ceremoniële kleding.

Bron: Wikipedia  Foto’s:  T.V.S. Fotografie

 

Sri Lankaanse panter

_TVS0979

Een Sri Lankaanse panter heeft prachtige groene ogen, deze Panter Ayohee woont in het Dierenpark Emmen.

Het jonge pantervrouwtje Jaffna is in het kader van het fokprogramma voor Sri Lankaanse panters in 2012 verhuisd naar Burgers’ Dierenpark in Arnhem.
Dat betekende dat haar vader Ayohee, die al geruime tijd in een afgescheiden deel van het tijgerverblijf ondergebracht was, weer terug kon naar het panter verblijf.

_TVS0989

De verzorgers hebben de panter een poos met succes getraind om een transportkist in te lopen. Toen het moment van verhuizen daar was, liep Ayohee zonder mankeren de kist in, die onmiddellijk achter zijn rug gesloten werd. Een kwartier later kon de kist in het binnenverblijf van de panters al weer geopend worden en liep de grote kat vlot zijn nachtverblijf in. Hij is inmiddels helemaal gewend aan de nieuwe situatie, want zodra de verzorger de schuif naar het buitenverblijf open zet, stormt hij direct enthousiast naar buiten.

Bron: www.dierenparkemmen.nl    Foto’s T.V.S.natuurfotografie

Jonge ooievaars

_TVS6564 Ooievaars paar met 2 jonge

Ooievaars met jonkies, er zijn veel jonge Ooievaars geboren In het Safaripark Beekse Bergen, op verschillende plekken kun je ze bewonderen.

Met weinig vogels heeft de mens zo’n sterke band als met de ooievaar. Het is dan ook de enige grote en opvallende vogelsoort die al sinds mensenheugenis dorp, stad en veld met zijn aanwezigheid opfleurt, en bij voorkeur menselijke bouwsels als broedplaats verkiest. Volksverhalen over de ooievaar als brenger van geluk en nieuw leven maken duidelijk, dat het een graag geziene gast is. De oorspronkelijk in Nederland broedende ooievaars waren trekvogels, die van maart tot in september in ons land verbleven. Ze leefden vooral van muizen, regenwormen en grote insekten.

_TVS6730.1

En dit ooievaars paar heeft 3 jonge

De ooievaars uit het westen des lands overwinterden in de savanne van West-Afrika, die uit de noordelijke landsdelen vooral in Oostelijk Afrika, van Kenya tot in Zuid-Afrika. Midden jaren ’70 was de ooievaar zo goed als verdwenen uit Nederland. Voor Vogelbescherming Nederland was deze enorme afname de reden in 1969 een reddingsprogramma te starten, en met succes. In 2000 broedden er 396 paren in ons land en in 2007 waren er 600 paren. Vanuit de speciale ‘ooievaars-buitenstations’ weten ooievaars zich weer te redden en worden steeds minder afhankelijk van de buitenstations. De toekomst voor de ooievaar lijkt daarmee, althans voorlopig, veilig gesteld.

Het voedsel, dat bestaat uit kikkers, muizen, mollen en insecten, wordt vooral gezocht in weilanden en hooilanden. Hoe gevariëerder deze weilanden, hoe meer prooidieren er te vinden zijn, en dus hoe geschikter het gebied is voor de ooievaar. Oorspronkelijk broeden ooievaars in bomen in natte gebieden, maar deze broedplaatsen hebben ze al zeer lang geleden verruild voor menselijke bebouwing en broedgelegenheid op palen.

Bron: Vogelbescherming   Foto’s: T.V.S.Fotografie

 

Moeder met vier jonge Cheetah

_TVS2104 Zondag was de Moeder Cheetah met haar vier jonge buiten, ze lagen alle vier op de moeder je kon ze niet goed zien van wegen hun schutkleur.

Tijdens de jacht rent een jachtluipaard ongeveer 65 km per uur, maar hij kan nóg harder lopen. Zelfs meer dan honderd km per uur. Hij nadert een prooi tot op dertig tot vijftig meter afstand. Dan achtervolgt hij zijn prooi met een korte sprint. Als hij z’n prooi na driehonderd meter lopen nog niet te pakken heeft, stopt hij ermee. Als hij wel zijn prooi heeft te pakken, is hij nog niet verzekerd van een rustige maaltijd. Andere roofdieren, zoals leeuwen en hyena’s, pikken een deel van de buit in. Daarom schrokt hij het vlees zo snel mogelijk op.

_TVS2109

Verschillende groepen
Een vrouwtje leeft een paar jaar samen met haar jongen. Als de jongen hun moeder verlaten, trekken de jongen nog een tijdje samen op. Oude vrouwtjes of vrouwtjes zonder jongen leven vaak alleen. Mannetjes leven alleen, met z’n tweeën of drieën. Samenlevende mannen zijn vaak broers.

_TVS2092

Leefgebied: Afrikaanse savanne, ten zuiden van de Sahara
Voeding: gazellen, impala’s, hazen, gnoekalveren en vogels
Leeftijd: Wordt zo’n 10 jaar oud, in gevangenschap tot 15 jaar
Gewicht: 40 tot 65 kilo Nakomelingen • 3 – 5 (soms zelfs 8)
Draagtijd: 90 tot 95 dagen

Bron: Safaripark Beekse Bergen
Foto’s: T.V.S.Fotografie