Zonnestralen in de Gaas

Vroeg in de ochtend in de gaas mooie zonnestralen op de eerste dag van de herfst.

Wolkenstralen, zonneharpen of jakobsladders, schemeringsstralen of crepusculaire stralen zijn een weersverschijnsel waarbij een invallende lichtbundel van de Zon door een gat in een omgeving met voldoende schaduwpartijen straalt. De schaduw wordt meestal veroorzaakt door bewolking waar een lichtstraal doorheen breekt en via een gat op het aardoppervlak schijnt. Andere jakobsladders kunnen worden gezien bij een bergtop of in een park of vochtig herfstbos waar lichtstralen van de Zon door gaten in het bladerdak komen.

Het licht dat door het gat in wolken of een bladerdak, of langs een bergtop schijnt, moet worden verstrooid om dit effect te krijgen. Stof, sneeuw, regen of luchtmoleculen kunnen het licht verstrooien. Hoe helderder het is, des te verder het zonlicht de weg aflegt en des te beter de lichtstraal te zien is.

bsh

Deze stralen worden veroorzaakt door verschillen in dikte van de wolken of andere objecten. Deze objecten zorgen voor diffractie, wat het effect veroorzaakt. Ze verschijnen vaak als objecten gedeeltelijk de zonnestralen tegenhouden. Wolkenstralen zijn bijna parallel, maar dat lijkt niet zo door het lijnperspectief. Er zijn drie vormen van wolkenstralen:

Lichtstralen die gaten binnendringen in lage bewolking.
Stralenbundels die uit elkaar schijnen door een wolk.
Lichte, roze of rode stralen die onder de horizon schijnen. Deze worden vaak verward met lichtzuilen.
De laatste twee van deze soorten kunnen in sommige gevallen zich uitstrekken over de lucht en verschijnen op het tegenpunt van de zon, wat het bolvormige punt in de lucht is precies tegenover de zon. In dit geval wordt gesproken van anticrepusculaire stralen. Net als wolkenstralen zijn de lichtstralen bijna parallel en komen ze van openingen in het wolkendek.

Wolkenstralen kunnen ook onder water worden bekeken, hierbij wordt meestal de diffractie veroorzaakt door het ijs en de gaten in het ijs.

Bron wikipedia  Foto’s Tonnie Verheijden

Jonge groene Specht

Dit jaar weer groene Spechten geboren in de Gaas. Mooi dat ze hier een standplaats hebben.

De groene specht (Picus viridis) is een vogel die tot de familie spechten (Picidae) behoort. Het is een talrijke en wijdverbreide standvogel in het grootste deel van Europa en komt ook voor in het uiterste westen van Azië. De specht is eenvoudig te herkennen aan zijn groene verenkleed, zijn zwart met rode koptekening en zijn typische, luide roep. De groene specht voedt zich voornamelijk met mieren, die hij voornamelijk op de grond zoekt. In tegenstelling tot veel andere spechtensoorten roffelt de groene specht slechts weinig op bomen.

Het verenkleed van een juveniel is matter en bleker gekleurd dan die van een volwassene. De kop, hals en onderzijde zijn bedekt met donkere onregelmatige vlekken en strepen[4] en de bovenzijde en vleugels hebben witte vlekken. De rode kopkap is vaal en vaak bedekt met grijze vlekken. De donkere koptekening is vaak moeilijk te onderscheiden. Bij vliegvlugge mannetjes kunnen al enkele rode veren in de baardstreep te zien zijn.[5]

De eerste rui begint reeds enkele weken na het uitkomen van de eieren en is na ongeveer vier maanden afgerond. In de late herfst hebben juvenielen al het verenkleed van een volwassen vogel.

bron Wikipedia foto Tonnie Verheijden

Groene specht met een Grote bonte specht.


Groene specht en een Grote bonte Specht,

2 Jonge Spechten samen in een dode berkenboom in de Gaas, een Groene specht en een Bonte Specht.

De groene specht (Picus viridis) is een vogel die tot de familie spechten (Picidae) behoort. Het is een talrijke en wijdverbreide standvogel in het grootste deel van Europa en komt ook voor in het uiterste westen van Azië. De specht is eenvoudig te herkennen aan zijn groene verenkleed, zijn zwart met rode koptekening en zijn typische, luide roep. De groene specht voedt zich voornamelijk met mieren, die hij voornamelijk op de grond zoekt. In tegenstelling tot veel andere spechtensoorten roffelt de groene specht slechts weinig op bomen.

De grote bonte specht (Dendrocopos major) is een vogel die tot de familie spechten (Picidae) behoort. Het is een talrijke en wijdverbreide standvogel in een groot deel van het Palearctisch gebied. Hier broedt hij in bossen en allerlei cultuurlandschappen. De grote bonte specht zoekt zijn voedsel in vrijwel alle vegetatielagen. In de zomer voedt hij zich voornamelijk met insecten en andere ongewervelden, in de winter vooral met plantaardig voedsel, zoals zaden van naaldbomen.

Bron: wikipedia  Foto Tonnie Verheijden

Hooibeestje in de tuin

Een Hooibeestje in de tuin, er zijn er niet meer zoveel als jaren terug.
Het hooibeestje (Coenonympha pamphilus) is een kleine vlinder uit de onder familie van de zandoogjes en erebia’s (Satyrinae) van de familie Nymphalidae. Het is een standvlinder.
De voorvleugellengte bedraagt ongeveer 15 millimeter. De bovenzijde is licht oranjebruin met een, vooral bij de vrouwtjes, opvallende kleine zwarte vlek aan de punt van de voorvleugel. Zittend is vaak alleen de bruingrijze onderkant te zien. De mannetjes bezetten een territorium en maken patrouillevluchten.
Het hooibeestje komt in heel Europa voor; ook in Nederland en België is de soort algemeen. Verder ook in noordelijk Afrika en Azië.

Grasland met een niet te hoge vegetatie, bermen en heidegebieden worden als leefgebied door de vlinder gebruikt, hij is vooral te zien in mozaïekvormige begroeiingen. De vliegtijd is van februari tot en met oktober. Het hooibeestje is een slechte vlieger en daardoor vaak laag boven het maaiveld te zien.

Voortplanting
Er zijn jaarlijks twee generaties van deze vlinder. De eerste generatie is in mei en juni te zien. De eitjes die dan gelegd worden zullen, afhankelijk van de grassoort waarop ze zich bevinden en waarmee ze zich voeden, langzaam of sneller groeien. De snel volgroeide rupsen verpoppen zich nog hetzelfde jaar en vliegt als tweede generatie van eind juli tot ver in oktober. Hun nageslacht overwintert als jonge rups en vliegt in juni en juli van het daarop volgend jaar. De rupsen die langzamer groeien brengen de winter als volgroeide rups door en zijn vanaf de maand mei als vlinder te zien. De verpopping gebeurt aan een stevige grasstengel kort boven de grond.

Bron Wikipedia – foto Tonnie Verheijden

Dophei

De Dophei staat weer in bloei in de Gaas.

De gewone dophei (Erica tetralix) is een vaste plant uit de heidefamilie (Ericaceae). De plant komt voor op voedselarme, vochtige plaatsen, zoals zand-, moeras- en veengrond. De plant groeit zowel op zonnige als op schaduwrijke plaatsen, in duinvalleien en in bossen. De soort komt in Europa voor in de landen langs de Noordzee en de Oostzee. In Nederland komen in Drenthe nog grote heidevelden met gewone dophei voor, zoals in het Nationaal Park Dwingelderveld. Deze heidevelden kunnen alleen in stand gehouden worden door regelmatig plaggen, waardoor de grond schraal blijft. Vroeger staken de boeren hun heideplaggen het liefst op dopheidevelden en gebruikte de plaggen als stro in hun potstallen. Bij een wat rijkere grond treedt vergrassing op. Ook is verbraming een probleem.

De plant is een dwergstruik, die 10-60 cm hoog kan worden. De soort bloeit van juni tot in oktober met roze-rode bloemen.

Bron Wikipedia  Foto Tonnie Verheijden