Luipaard Panter

_TVS4159
De luipaard ook wel Panter genoemd zie over niet vaak overdag, in Safaripark Beekse Bergen verstopt hij zich ook meestal op patsen dat hem niet kunt zien, alleen van daag lag hij heel lui op de boomstam.

De luipaard is een grote, gespierde katachtige met korte, krachtige poten en een lange staart. De kop is breed en een beetje rond van vorm met kleine, ronde oren. De snuit is middelgroot, met krachtige kaken en lange snorharen.

De vacht van een luipaard is bedekt met veel zwarte vlekken. Op het lichaam en de bovenste helft van de poten zijn deze vaak gegroepeerd met bruine vlekken in rozetten. Ook zijn er geheel zwarte, niet gegroepeerde vlekken, voornamelijk op de buik, kop en de onderpoten, maar ook op het lichaam. Ook de staart is gevlekt, van het begin tot het midden, maar aan het einde meer geringd. De grondkleur van de meeste dieren is zandgeel of lichtbruin, maar de kleur kan zeer variëren, van bijna wit tot geheel zwart bij de bekende zwarte panters , die vooral in Indonesië en in de Afrikaanse hooglanden leven. De buik, keel en kin zijn wittig. De kleur en vachtlengte hangen af van de plaats waar ze leven, maar toch kunnen zwarte en gele luipaardjongen van dezelfde moeder zijn. De vachttekening biedt het dier camouflage, zodat het gemakkelijk onopgemerkt kan blijven. De oren zijn zwart aan de achterzijde met een opvallende witte tekening in het midden.

_TVS4166

Mannelijke luipaarden kunnen een kop-romplengte van 130 tot 190 centimeter meter lang bereiken. De staart is nog 60 tot 110 centimeter lang. Luipaarden worden 28 kilo tot 90 kilogram zwaar. De schouderhoogte van een luipaard is ongeveer 50 cm tot 60 cm. Vrouwtjes zijn kleiner dan mannetjes. Vrouwtjes hebben een kop-romplengte van 104 tot 140 centimeter en een lichaamsgewicht van 28 tot 60 kilogram (gemiddeld 50 kilogram), mannetjes een kop-romplengte van 130 tot 190 centimeter en een gewicht van 35 tot 90 kilogram (gemiddeld 60 kilogram).
Zintuigen

De ogen van de mens werken het beste in het daglicht, maar de ogen van katachtigen werken goed bij extreem weinig licht. Hierdoor kunnen ze ook goed ’s nachts jagen. De pupillen zijn ellipsvormig.

Het reukvermogen van een luipaard is heel goed, zelfs beter dan bij de tijger.

Het gehoor is heel sterk: een luipaard kan heel hoge frequenties horen tot 100 kHz, ook als ze heel zacht zijn. De snorharen van een luipaard spelen ook een belangrijke rol. Ze veranderen van stand, afhankelijk van dingen die hij doet. Als hij loopt, staan ze zijdelings uitgespreid, bij het snuffelen staan ze langs de kop naar achteren en bij het aanvallen van een prooi staan ze naar voren gericht, waardoor hij op de goede plek kan toebijten.

_TVS4167

Voedsel

De luipaard is ’s nachts of in de schemering actief. Hij jaagt meestal ’s avonds of ’s nachts. Hij jaagt zelden overdag, omdat hij dan te veel opvalt. Overdag rust het dier meestal tussen struikgewas of in een boom.

De luipaard jaagt voornamelijk op middelgrote zoogdieren als antilopen, herten, knobbelzwijnen en andere varkens, geiten en bavianen, en op kleinere dieren zoals hazen, apen, klipdassen, knaagdieren (waaronder stekelvarkens), vogels, slangen, vissen en insecten, evenals struisvogels, jakhalzen en honden. Sommige luipaarden specialiseren zich in een bepaalde diersoort.

Als de luipaard een prooi denkt te hebben gevonden, bespringt hij de prooi als die op zijn schuilplaats zit. Hij besluipt eerst behendig en rustig de prooi; soms ligt het dier doodstil in een hinderlaag klaar om te springen, bijvoorbeeld in een boom. Afrikaanse luipaarden nemen hun prooi mee een boom in, waar ze die opeten. In een boom zijn ze meestal veilig voor andere roofdieren, als leeuwen en gevlekte hyena’s, die zijn prooi kunnen stelen.

Leefwijze

De luipaard is geen groepsdier, maar leeft solitair. Er zou te weinig voedsel zijn als luipaarden het zouden moeten delen. Ze zoeken elkaar enkel op in de paartijd. De luipaard heeft een vast territorium, dat hij tegen soortgenoten verdedigt. Dit wordt gemarkeerd met urine of uitwerpselen, net als bij veel andere diersoorten. Ook worden krabsporen op bomen achtergelaten. Mannetjes hebben vaak grotere territoria dan vrouwtjes. Territoria overlappen regelmatig met de territoria van dieren van een ander geslacht, dieren van hetzelfde geslacht mijden elkaar. Als er plaatsen zijn waar veel prooien zijn, zijn de territoria kleiner; de territoria zijn groter met minder wild. De luipaard verlaat zijn territorium regelmatig om te jagen.

Voortplanting

Als het vrouwtje paringsbereid is, heeft haar urine een speciale geur die mannetjesluipaarden aantrekkelijk vinden. Na de paring bemoeien de mannetjes zich verder niet met het vrouwtje of de jongen. De draagtijd is 90 tot 112 dagen. De jongen komen ter wereld op een goed verborgen schuilplaats, zoals een grot, dicht struikgewas of een ondergronds hol, waar ze de eerste zes weken verborgen blijven. De jongen wegen bij de geboorte 430 gram tot 530 gram en zijn dan nog hulpeloos en klein. De ogen gaan na een week open. Het nest kan uit maximaal zes jongen bestaan, maar meestal overleven er maar twee. De jongen worden drie maanden lang gezoogd en blijven ongeveer anderhalf tot twee jaar bij hun moeder. Daarna zijn ze geslachtsrijp en zelfstandig. Pas na drie of vier jaar zijn ze helemaal volgroeid. De luipaard kan tot twintig jaar oud worden.

Verspreiding en leefgebied

De leefplaatsen van luipaarden verschillen heel erg, van droge woestijnen tot dichte regenwouden en van koude naaldbossen tot tropische savannes. Er is zelfs op de berg Kilimanjaro, op 5638 meter hoogte, een dode luipaard gevonden. Het dier was doodgevroren. Het belangrijkste criterium voor een goede leefomgeving is de hoeveelheid voedsel. Ook voldoende schuilplaatsen, in de vorm van hoge begroeiing, bomen of rotsen, zijn belangrijk.

Luipaarden leven in Afrika (met uitzondering van de Sahara) en in het zuiden en oosten van Azië, zoals Arabië, Turkije, Iran, de voormalige Sovjet-Unie, Korea, China (o.a. Mantsjoerije), India, Sri Lanka, Maleisië, Java en Bali. De soort kwam tijdens het pleistoceen en holoceen ook voor in Zuid(oost)-Europa, mogelijk tot ongeveer het begin van de westerse jaartelling. Foto’s T.V.S – Bron Wikipedia

Citroenvlinders

_DSC7836

Mannetje

Gisteren Citroenvlinders tegengekomen een vrouwtje en een mannetje.

De citroenvlinder (Gonepteryx rhamni) is een dagvlinder uit de familie Pieridae, de witjes en luzernevlinders. Deze soort behoort tot de laatste groep en is een van de grootste soorten luzernevlinders.

Beschrijving

De spanwijdte is tot 55 millimeter, de mannetjes zijn meer geel, de vrouwtjes meer groen van kleur maar dit is in het veld niet altijd even eenvoudig te zien. Ze vallen zowel in vlucht als bij bezoek aan bloemen goed op. De vrouwtjes zijn ook veel bleker van kleur en worden soms verward met de witjes. Beide vlinders (mannetje-vrouwtje) zijn te herkennen aan een oranje stip op iedere vleugelpunt.

_TVS4409

Vrouwtje

De vlinder is uitstekend gecamoufleerd en het hele lichaam is hierop aangepast. De onregelmatige oranjebruine vlekjes lijken sprekend op de brandgaatjes in bladeren. De vleugeladering is lichter en duidelijk te zien en lijkt op de nerven van een blad. De donkere uiteinden van de adering op de vleugelrand lijkt op de bladrand en zelfs kleine stekeltjes worden nagebootst. De citroenvlinder heeft geen oogvlekken of andere schrikkleuren aan de boven (binnen)zijde van de vleugels, en vouwt deze in rust nooit open, zodat hij perfect lijkt op een blad.

Voorkomen

De citroenvlinder komt voor in grote delen van Noord-Afrika, delen van Azië en in grote delen van Europa, ook in Nederland en België. De vlinder is een zwervende soort die overal kan worden aangetroffen maar vlak voordat er gepaard moet worden zoeken de vlinders de waardplanten op. De enige twee soorten waarvan de rupsen kunnen leven zijn sporkehout en wegedoorn, die in en rond bossen en houtwallen groeien. Rond de paartijd kunnen de vlinders hier massaal worden aangetroffen.

Levenswijze

De citroenvlinder is een van de langstlevende soorten die als imago meer dan een jaar oud kan worden. De vliegtijd is van juli tot en met oktober en van februari tot en met mei. In de tussentijd wordt een winterslaap gehouden in holten in bomen of lage, groene struiken zodat de vlinder moeilijk te vinden en goed gecamoufleerd is. Ook als het imago rond juni uit zijn pop komt wordt al snel een soort zomerslaap gehouden. Hierdoor wordt het grootste deel van het relatief lange leven al rustend doorgebracht.

citroenje039

Mannetje

Ontwikkeling

De rups meet ongeveer vier centimeter, heeft een langgerekt groen lijf met een witte lengtestreep langs de gehele zijkant. De rups neemt de groene kleur van de voedselplant aan. Over het hele lichaam zit een niet dichte, zwarte beharing. De rupsen ontwikkelen zich zeer snel in drie tot vijf weken, ook de pop is groen van kleur en moeilijk te zien. Foto’s T.V.S Bron: wikipedia

Nieuwe Koning en Koningin van Nederland

_TVS4393

Vandaag 30 april 2013 was het een hele bijzondere Koninginnedag, een Troonswisseling, Koningin Beatrix trede af en Prins Willem Alexander is de nieuwe Koning Willem Alexander geworden. Het is 123 jaar geleden dat er in Nederland een Koning regeerden.

_TVS4373

Het Huis Oranje-Nassau komt voort uit het Huis Nassau, een familie uit Duitsland. Stamvader van het Huis Nassau was Walram van Laurenburg (ca. 1146-1198), de eerste graaf van Nassau. Zijn zoon Hendrik de Rijke van Nassau (ca. 1180-ca. 1250) was gehuwd met Machteld van Gelre en kreeg een aantal zonen, waarvan Walram (ca. 1220-ca. 1276) en Otto (vermoedelijk gestorven in 1289) de bezittingen van hun vader erfden en die later verdeelden. Het Huis van Oranje-Nassau stamt historisch gezien af van Otto, de Ottoonse linie van het Huis Nassau.

Het Huis Oranje-Nassau begon in 1544, toen Willem I, graaf van Nassau-Dillenburg (1533-1584), beter bekend als Willem van Oranje of Willem de Zwijger, het Zuid-Franse vorstendom Orange erfde van zijn Bredase neef René van Chalon (officieel René, graaf van Nassau en prins van Chalon-Oranje), de zoon van Willems oom Hendrik III van Nassau-Breda.

Bij het vorstendom hoorde ook de titel Prins van Oranje en de lijfspreuk van Chalon, Je maintiendrai Chalon. Na de dood van koning-stadhouder Willem III in 1702 zou tot 1732 zowel het Huis van Oranje-Nassau als het Huis Hohenzollern aanspraak op de titel maken. Volgens het Traktaat van Partage behielden beide huizen echter het recht op de titel Prins van Oranje. Doordat koning-stadhouder Willem III na zijn dood geen wettige opvolger had, stierf de Bredase tak van Willem van Oranje uit en ging het Huis van Oranje-Nassau verder in de zogenaamde Friese tak, de nazaten van Willems broer Jan VI van Nassau-Dillenburg. Sindsdien stammen de leden van het koningshuis niet meer in de mannelijke lijn van Willem van Oranje af (overigens nog wel via meerdere takken in de vrouwelijke lijn).

Het Huis Nassau

Met het overlijden van koning Willem III in 1890 stierf de Ottoonse linie van het Huis Nassau in mannelijke lijn uit. Het Nederlandse koningschap ging over op de vrouwelijke lijn via Wilhelmina, de dochter van koning Willem III en zijn tweede vrouw, Emma van Waldeck-Pyrmont. Luxemburg ging toen met groothertog Adolf van Luxemburg (1817-1905) over op de Walramse linie, dit omdat in Luxemburg vrouwelijke troonopvolging eind negentiende eeuw wettelijk nog niet mogelijk was (door de zogeheten Salische Wet).

_TVS4378

Prins van Oranje-Nassau

De titel Prins van Oranje-Nassau is door veel afstammelingen van Willem van Oranje gedragen, maar werd soms afgewisseld met Prins van Oranje en Nassau. Toen koningin Wilhelmina van Nederland in 1901 trouwde met Hendrik van Mecklenburg-Schwerin dreigde uit van Oranje-Nassau het element Nassau verloren te gaan. Dit werd voorkomen met een beroep op een verdrag dat de verschillende takken van het Huis Nassau in 1736 sloten.

Volgens de huidige Wet Lidmaatschap Koninklijk Huis dragen de koning, diens vermoedelijke opvolger en de koning die afstand heeft gedaan van het koningschap de titel Prins(es) van Oranje-Nassau. Andere leden van het Koninklijk Huis kunnen deze titel bij Koninklijk Besluit krijgen, althans alleen als persoonlijke, niet-erfelijke titel. Eveneens bij Koninklijk Besluit kan de persoonlijke titel Prins(es) van Oranje-Nassau worden toegekend aan voormalige leden van het Koninklijk Huis. Foto’s zijn van de NOS TV, Bron: Wikipedia

Jonge Huismussen

_TVS4333

Jonge huismussen geboren. Gisteren zagen we dat de mussen al Jonge huismussen aan het voeren waren, er wordt druk op en neer gevlogen door Pa en Ma met insecten, over 2 weken vliegen ze al weer uit, het gaat dus druk worden in de buurt met mussen waar nooit mussen hebben gewoond. ze gebruiken de vogelhuisjes waar de vorige jaren altijd koolmeesje hebben gebroed.

_TVS4353

Een mussenpaar bouwt gezamenlijk een nest, waarin het vrouwtje vier tot zeven eieren legt. Na ongeveer 12 dagen broeden komen de eieren uit. Als de kuikens uit het ei komen, zijn ze nog naakt (zie foto) en wegen niet meer dan 3 gram. Zodra er iemand in de buurt komt, sperren ze de nog relatief grote bek wijd open in de hoop voedsel te krijgen. Gedurende deze eerste dagen worden de kuikens door beide ouders met klein dierlijk voedsel gevoed, maar al snel wordt het dieet gevarieerder en plantaardiger. Na ongeveer twee weken vliegen de jongen uit. Ze blijven hierna nog enige tijd afhankelijk van de zorg van de ouders en worden nog regelmatig gevoed. Foto’s T.V.S bron: Wikipedia

Voorjaarsmestkever Bosmestkever

_TVS3894

De Voorjaarsmestkever ook wel Bosmestkever genoemd zie je geregeld op de heide rond lopen, deze kwam ik een paar dagen geleden tegen, ik wist niet dat ze konden vliegen.

_TVS3910

Voorjaarsmestkever Bosmestkever is de bekendste soort mestkever in Nederland en België, maar komt ook voor in grote delen van Europa en in Azië. Deze kever lijkt sterk op de gewone mestkever (Geotrupes spiniger), maar verschilt ervan door de gladdere dekschilden, deze hebben veel minder en ondiepere groeven op het achterlijf; het borststuk is bij beide soorten glad. Ook is het lichaam iets boller en de voorjaarsmestkever blijft kleiner, ongeveer 20 millimeter in plaats van 25 millimeter. De kleur is zwart, vaak iets metaalkleurig blauw tot violet of groenachtig. De poten zijn stevig en sterk behaard en worden gebruikt om mest te begraven onder de grond, de tasters zijn kort maar opvallend vanwege de sterk geveerde, soms oranje uiteinden.

_TVS3914

Levenswijze

De voorjaarsmestkever leeft op zanderige gronden zoals heidevelden en verstuivingen maar ook wel in bossen en langs bosranden en houdt van drogere mest; een verse vlaai wordt genegeerd. Zowel de kever als de larve leeft van mest van runderen of paarden, hoewel de vraatzuchtige larve veel meer eet. De eitjes worden ondergronds gelegd tussen een ingegraven voorraad mest als voedsel voor de larve. Deze soort graaft geen diepe tunnels zoals de gewone mestkever. De larven overwinteren om in het voorjaar te verpoppen; enkele weken later komt het imago uit de grond. De volwassen kever is van mei tot oktober te zien. Foto’s T.V.S  Bron: Wikipedia

Grote bonte specht

De Grote bonte specht blijft de mooiste vogel in de omgeving, deze keer niet in de tuin maar een vrouwtje in de bossen gefotografeerd.

_TVS4205

Veldkenmerken. 23 cm. Zwartwitte specht, veel kleiner dan Groene Specht. Smal wit voorhoofd, zwarte kap en zwarte baardstreep, die van snavelbasis doorloopt over oorstreek tot in nek. Mannetje heeft rode achterkop. Zwarte rug met grote witte schoudervlekken, vleugels zwart met veel witte vlekken, onderstaart rood, rest van onderdelen wit. Staart zwart met witte zijden. Juveniel heeft rode in plaats van zwarte kopkap (beide seksen). Golvende vlucht.

_TVS4212

Geluid. Roep luid, enkel ’kik’ of ’kiek’, bij verstoring herhaald. Trommelt vaker dan andere spechten op dood hout.

Voorkomen. Algemene standvogel.

Habitat. Loof- en naaldbos, open boslandschap, parken, etc.

Voedsel. Ongewervelden, maar eet ook zaden, met name in winter, en vruchten. Fourageert zelden op de grond.De Grote bonte specht blijft een van de mooiste vogel in onze buurt, deze in niet in onze tuin maar in het bos. foto’s T.V.S bron: soortenbank.nl

 

Torenvalk

_TVS4281

De Torenvalk vliegt elke dag boven de heide en te bidden voor een maaltijdje.

De rug van de torenvalk is roodbruin van kleur en bedekt met een donkere tekening. Het mannetje is van het vrouwtje te onderscheiden door de grijze kop en de grijze staart. Op de staart van het vrouwtje bevinden zich donkere dwarsbanden, maar de staart van beide geslachten is voorzien van een zwarte eindband.

_TVS4279

In de vlucht valt de torenvalk vooral op door de korte, spitse vleugels en de lange rechte staart. Ook hangt de vogel vaak biddend in de lucht, waarbij door een gespreide staart en het klapwieken van de vleugels dezelfde positie aangehouden wordt. Door stil in de lucht te hangen kan de vogel bewegingen op de grond gemakkelijker opsporen, waarna de prooi zoals muizen vanuit een stootduik gevangen wordt.

Het nest wordt vaak gebouwd op de restanten van een oud nest van bijvoorbeeld duiven of andere roofvogels. Tegenwoordig broedt de torenvalk ook op richels van gebouwen in steden. Foto’s T.V.S Bron:vogelvisie.nl

Groene zandloopkever

_TVS4239Deze Groene zandloopkever is een foto waard heel mooi van kleur, ik kwam hem tegen tijdens de vlinderroute.

De groene zandloopkever (Cicindela campestris) is een tot 15 millimeter lange kever uit de familie Loopkevers (Carabidae). Deze kever heeft prachtige kleuren; lichtgroene dekschilden met ver uit elkaar staande kleine witte tot gele vlekjes. De onderzijde, borststuk en poten zijn kopergroen, en over het hele lichaam is een parelmoerachtige glans aanwezig. De poten zijn dichtbehaard, de krachtige kaken zijn geel en de ogen opvallend groot en rond. Men krijgt bij levende exemplaren zelden de kans om de kleuren eens rustig te bekijken; bij koel weer blijft de kever in de schuilplaats, alleen bij zonnig weer komt hij tevoorschijn. Omdat het dan vaak erg warm is, is de groene zandloopkever razendsnel. Er wordt haastig over de grond gerend, en om de zoveel meter wordt een stukje gevlogen om nog sneller te zijn; het zijn erg goede vliegers met een uitstekend zichtvermogen.

_TVS4240Onderscheid
Deze soort lijkt sterk op de strandzandloopkever (Cicindela maritima) en de basterdzandloopkever (Cicindela hybrida), maar deze laatste twee soorten hebben vaak donkerdere kleuren en een wat dwarsgestreept vlekkenpatroon. De groene zandloopkever heeft vaak twee kleine witgele vlekjes aan weerszijden van het achterlijf. Ook houdt de groene zandloopkever van wat meer begroeiing op de bodem, de andere soorten van wat kalere zandvlakten.

Levenswijze
Paring.
De habitat bestaat uit zanderige omgevingen zoals heide, duinen, bosranden en verstuivingen, altijd in open terreinen waar niet veel bomen staan, of ver uit elkaar. Het menu bestaat uit allerlei geleedpotigen, zowel insecten als tweevleugeligen, mieren en zelfs op spinnen wordt gejaagd; de prooi wordt aan stukjes geknipt en opgezogen nadat er verteringsappen aan zijn toegevoegd. De kever is te zien van april tot september. Ook de larve leeft van prooien die vanuit een tunneltje gegrepen worden met de kaken, in het tunneltje wordt ook een keer overwinterd. De eitjes worden rond mei afgezet en de kever leeft een larvestadium van anderhalf jaar. In de herfst van het tweede jaar vindt verpopping plaats en pas het volgende jaar, na de tweede overwintering, verschijnt de nieuwe kever. Foto’s T.V.S Bron: Wikipedia

Amerikaanse Zeearend

_TVS3726De Amerikaanse Zeearend steelt altijd de show bij de Roofvogel show in het Safaripark de Beekse Bergen, de Amerikaanse Zeearend is een van de mooiste Arend soorten.

De Amerikaanse zeearend of witkopzeearend (Haliaeetus leucocephalus) is een roofvogel die in Canada en in de Verenigde Staten broedt. Aan het eind van de twintigste eeuw stond de vogel op het punt van uitsterven, maar de populatie is tegenwoordig tot een stabiel niveau hersteld.

_TVS3738 copyDe vogel heeft in tegenstelling tot de Afrikaanse zeearend een snavel die helemaal geel is. De jonge vogel is geheel bruin.
Volwassen vrouwtjes hebben een spanwijdte van ongeveer 2 meter, tot zelfs 244 cm. De mannetjes zijn ongeveer 25% kleiner dan de vrouwtjes.

Voortplanting
De Amerikaanse zeearend is geslachtsrijp als hij 4 of 5 jaar oud is. Een paar zeearenden produceert één tot drie eieren per jaar, maar slechts zelden vliegen ook drie jonge vogels uit. Daarom wordt het derde jong soms uit het nest verwijderd om elders uitgezet te worden.
De arenden keren als ze oud genoeg zijn vaak terug naar het gebied waar ze zijn opgegroeid. Het zijn socialere vogels dan vele andere roofvogelsoorten. Een volwassen arend zal daarom eerder een plaats uitzoeken voor een nest waar ook andere, onvolwassen, arenden wonen.

_TVS3737 copyLeefwijze
Het menu van de zeearend is gevarieerd. Hij eet vis, kleinere vogels, knaagdieren. Soms steelt hij eten van campings of picknickplaatsen. Wanneer in Alaska de Amerikaanse zalmen de rivieren optrekken om kuit te schieten, verzamelen zich tientallen arenden ter plaatse om deze vis te verschalken.

Verspreiding
Hij komt voor bij Amerikaanse kusten, rivieren en meren en heeft een opvallende witte kop (vandaar de Engelse naam Bald eagle). De vogel is eenmaal in Ierland gesignaleerd.

Nationaal symbool
De Amerikaanse zeearend is Amerika’s nationale vogel en staat afgebeeld op het grootzegel van de Verenigde Staten. Foto’s T.V.S Bron: vogelvisie.nl

 

Groenlingen

_TVS3803Groenlingen zijn al weer een paar dagen weer in de buurt, de Groenlingen zijn nu mooi op kleur en heb alleen het mannetje goed kunnen fotograferen want ze zijn erg schuw.

De bouw van de Groenling is nagenoeg gelijk aan die van de vink, maar door het groene verenkleed van met name met het mannetje is de groenling onmiskenbaar. In de winter bevinden zich nog bruine randjes aan de veren, zodat het groene verenkleed ’s winters minder opvallend is. Gedurende de winter slijten de randjes van de veren, zodat in het voorjaar het zomerkleed weer zichtbaar wordt. De groenling is behalve aan de kleur ook goed te herkennen aan de typerende zang, die regelmatig in een zangvlucht voorgedragen wordt. Door de groengele vleugelranden en de gele staartzijden is de vogel ook in de vlucht goed te herkennen.

_TVS3804In de winter trekt een deel van de populatie weg, maar tegelijk overwinteren vogels uit het noorden in Nederland, zodat het aantal vogels min of meer constant blijft.Foto’s T.V.S. Bron: Vogelvisie.nl

 

Keep vrouw-man

_TVS3016 Keep vrouw-man,  0p de Keep heb ik lang moeten wachten,

Keep vrouw-man, het vrouwtje bleef even op de muur zitten, en het mannetje Keep ging op de tafel zitten. ze zijn erg schuw daarom moet je heel vlug zijn met fotograferen.

_TVS3440Het mannetje

Veldkenmerken. 15 cm. Lijkt qua vorm en formaat op Vink. Mannetje Keep in zomerkleed met zwarte kop en mantel, oranje keel, borst, schouders en kleine dekveren, zwarte slagpennen en staart en witte buik en stuit. Vleugels met smalle oranje-witte vleugelstrepen. Vrouwtje Keep met bruine kop, bruin en zwart gevlekte mantel en grijzevlek op kopzijden. Mannetje ’s Keep winters als vrouwtje Keep. Snavel ’s zomers zwart, ’s winters geel. ’s Winters in troepen met Vink en gorzen en soms met leeuweriken. Schuifelende gang als Vink.

_TVS3012Voorkomen. Algemene broedvogel in Scandinavië. ’s Winters algemeen in het gehele gebied.

Habitat. Broedt in wilgen-, berken- en naaldbossen. ’s Winters in berken- en andere bossen, maar ook in opener gebieden, parken etc.

_TVS3438Het mannetje

Voedsel. In broedtijd ongewervelde dieren en zaden, ’s winters zaden, bessen en andere vruchten. Foto’s T.V.S  Bron: www.soortenbank.nl

 

Mussen zijn aan het nestelen

_TVS3423Het Mannetje

De Mussen zijn aan het nestelen het vrouwtje en het mannetje zijn druk in de weer met nestmateriaal, dit jaar gaan ze in een nestkastje waar de koolmezen 6 jaar in hebben gebroed, dat is de enige optie voor de mussen omdat in onze omgeving alleen maar platte daken zijn.

_TVS3422Het Mannetje

Zelfs mensen die niets met vogels hebben, geven toe geschrokken te zijn van het nieuws dat de huismus hard achteruit gaat in Nederland. Huismussen horen zo bij het straatbeeld dat het zonder hen opeens opvallend steriel is. Nu is het niet zo dat de huismus opeens een bijzondere vogelsoort is geworden. Nog altijd kunnen huismussen op veel plaatsen worden aangetroffen. Hoewel huismussen typische zaadeters zijn, worden de jongen gevoerd met allerlei insecten, welke de noodzakelijke eiwitten voor de groei van de jongen leveren.
_TVS3388Het vrouwtje

Leefomgeving en voedsel
Biotoop Akkers, cultuurlandschappen, park en tuin, weilanden (uitgestrekt) Voedsel- en broedbiotoop Huismussen zoeken hun voedsel, dat voornamelijk uit bessen en zaden bestaat, op de grond. Daarbij hippen ze op een karakteristieke manier, als een stuiterende pingpongbal, in het rond. Huismussen stellen prijs op een rommelige menselijke omgeving, met struikgewas, schuren, weilanden met vee, gemorst graan en zo verder. Het nest wordt gemaakt in holten van bomen, in nestkasten, onder dakpannen en in gaten en kieren van gebouwen. Het slordige nest bestaat uit takjes, stro, veertjes en hondenharen. Voedsel Zaden, bloemknoppen, knoppen, brood, bessen, pinda’s vetbollen en insecten

_TVS3392-copyHet vrouwtje

Broeden
Broedperiode Eind maart – augustus Koloniebroeder Broedt in los kolonie verband Aantal legsels2 tot 3 legsels Aantal eieren4 – 6 eieren Foto’s T.V.S  Bron: vogelbescherming Nederland

Kleine Vos

_TVS3325Kleine Vos, Vandaag op 1 april 2013 begint weer de vlindertelling voor de vlinderstichtring en ondanks de koude wind toch mijn eerst dagvlinder de Kleine Vos tegengekomen op de hei bij ons in de buurt.

Spanwijdte vleugels 40-50 mm, januari – december

Kenmerken
Bovenkant vleugels oranjebruine grondkleur en een zwartwitte bloktekening aan de vleugelrand (400 1a g). Vleugelzoom met blauwe, halfmondvormige tekeningen. Onderkant met donker veld aan de basis en een lichtere rand (400 1c g).

Voorkomen
Algemeen in velerlei biotopen, ook in stedelijke gebieden.

_TVS3324Levenswijze
De kleine vos overwintert net als de dagpauwoog op allerlei beschutte plaatsen. Bij de eerste warme dagen wordt hij al in februari actief en is dan al te vinden op bloeiend groot hoefblad. In mei worden de overwinterde vlinders nog steeds aangetroffen. Vanaf begin april worden de eieren in grote groepen op de grote brandnetel afgezet (400 1c g). De rupsen leven eerst gezamenlijk met 100-300 exemplaren in een spinsel. De volgroeide, solitair levende rups is duidelijk van die van de dagpauwoog te onderscheiden door de gele lengtestreep op de rug (400 1b g). Onder gunstige omstandigheden vliegt de volgende generatie vlinders al in begin juni. De kleine vos kan maximaal 800-1000 eieren produceren en 3 generaties per jaar voortbrengen. Foto’s T.V.S bron: www.soortenbank.nl

 

 

Sperwer vrouw

_TVS3085De Sperwer vrouw kwam een bezoekje brengen voor een lekker hapje maar helaas de vogeltjes lieten zich niet zien, ze heeft wel 15 minuten zitten wachten op de stenen muur.

_TVS3065

Veldkenmerken. 28-38 cm, spanwijdte 60-75 cm. Verschilt van andere kleine roofvogels door combinatie van brede, afgeronde vleugels en lange staart met vierkant uiteinde. Adult met gebandeerde, niet gestreepte, onderdelen en lange, gele poten. Vrouwtje aanzienlijk groter dan mannetje. Mannetje met donker leigrijze bovendelen, roodbruine wangen, soms een wittige plek op achterhoofd, fijn roodbruin gebandeerde onderdelen en grijze staart met 4-5 dwarsbanden. Vrouwtje met donker bruingrijze bovendelen, witachtige wenkbrauwstreep, bruin gebandeerde onderdelen. Juveniel bruin met bruin gestreepte onderdelen. Jaagt door snel over heggen of langs bosranden te vliegen, kleine vogels bij verrassing grijpend; achtervolgt prooi ook in open terrein.

_TVS3087Geluid. Algemeenste roep in broedtijd is een snel ’kek-kek-kek’.

Voorkomen. Vrij algemene zomergast en standvogel.

Habitat. Beboste gebieden; broedt in naaldbomen of in gemengd bos.

Voedsel. Grijpt prooi bij verrassing gedurende lage vlucht langs heggen, bosranden of struikgewas. Plukt prooi op lage plukplaats of op een hoge tak. Vangt vrijwel uitsluitend vogels, met name zangvogels. Bron: soortenbank.nl