Heide in de Gaas

Een mooi zonsondergang in de Gaas.

Elke dag tijdens mijn wandeling over de Heide in de Gaas zie steeds dat de omgeving er anders uitziet.

Natuurgebied de Gaas. De bossen aan de Bredaseweg was vroeger helemaal omringt met gaas, daarom werd het door de bevolking ook wel De Gaas genoemd.

Wellicht is het voor sommigen ook interessant te weten, dat de naam “Oude Draaiboom” van de kaart van 1890 al rond 1450, dus ook nog in de Middeleeuwen, als “Oude Dreyboom” staat aangegeven. Het betreft het huidige complex bos- en weideland, recht tegenover het landgoed Dongewijk, ten noorden van de Bredaseweg en verder begrensd door de Donge (met Koolhoven) in het westen, de spoorlijn Tilburg-Breda in het noorden en de Reeshofweg ten oosten. In de huidige bossen staat een nieuwgebouwde villa van P. Bogaers. Zij draagt de naam “De oude Draaiboom” en kijkt daarmee dus terug tot in de Middeleeuwen.

Bron: Pierre van Beek – Heemkunde-artikelen,

 

 

 

 

Gele Trilzwam

De Gele Trilzwam kom je ook tegen in de Gaas op omgezaagde en dode bomen.

De gele trilzwam (Tremella mesenterica) is een trilzwam uit de familie Tremellaceae.

Voorkomen
De gele trilzwam is het gehele jaar door, maar vooral in voorjaar en late herfst, te vinden op takken van loofbomen en struiken.
De soort is algemeen in België en Nederland.

Eigenschappen
Het vruchtlichaam heeft een doorsnede van 1 tot 5 cm en is onregelmatig hersenachtig geplooid.
Het komt tevoorschijn uit spleten in boomschors en is eerst geel en later bleekgeel gekleurd.
In droge toestand verandert de substantie van geleiachtig tot kraakbeenachtig taai en ook donkerder van kleur.

Bron: Wikipedia  Foto’s Tonnie Verheijden

Eekhoorns

Deze Eekhoorns gefotografeerd in het Vennenbos in Hapert, die komen niet met snelverkeer in aanraking, gisteren lag een aangereden Eekhoorntje op de Reeshofweg zo jammer er zijn niet zoveel Eekhoorns meer in de Gaas.

De eekhoorn is 20 tot 28 centimeter lang en 250 tot 350 gram zwaar. De borstelige pluimstaart is van 15 tot 20 centimeter lang. Het is een omnivoor, die tot de knaagdieren behoort.

Anders dan de naam doet vermoeden, kan de kleur variëren van zwart tot gelig, met allerlei tinten rood en bruin daartussen. Melanisme komt voor, maar de mate waarin individuen melanistisch zijn verschilt per regio. Gewoonlijk zijn de dieren roodbruin met een witte buikzijde, ‘s winters meer grijzig donkerbruin. De kleur wordt ook grijsachtiger naarmate de eekhoorn ouder wordt. De oorpluimen vallen vooral in de winter op. Een eekhoorn kan de haren op de pluimstaart opzetten.


Eekhoorn op een tak
Met zijn lange, gekromde klauwen kan hij makkelijk in bomen klimmen en van tak naar tak springen. Tijdens een sprong spreidt hij zijn ledematen, waarbij de losse huid op de flanken het dier helpt in de lucht te blijven. De pluimstaart dient als roer, waarmee hij zijn sprong kan sturen. Ook kan hij goed zwemmen. De lange staart, de elegante wijze van voortbewegen en de pluimpjes op de oren geven hem een hoge aaibaarheidsfactor.

De eekhoorn voedt zich met name met plantaardig materiaal als noten en zaden van sparren en pijnbomen. Verder eten ze knoppen, paddenstoelen, stukken boomschors, en soms dierlijk materiaal, als insecten, eieren en zelfs jonge vogels. Ook eten ze aarde om mineralen binnen te krijgen. De eekhoorn eet dagelijks vijf procent van zijn lichaamsgewicht aan voedsel. Net als veel andere knaagdieren leggen eekhoorns wintervoorraden aan.

De eekhoorn is een dagdier, dat zich meestal vlak na zonsopgang al laat zien. Ze zijn voornamelijk na zonsopgang en vlak voor zonsondergang actief. ‘s Winters laten ze zich alleen ‘s ochtends zien. De eekhoorn houdt geen winterslaap. In plaats daarvan houdt hij zich bij gure dagen in zijn nest verborgen, en bezoekt hij op betere dagen ‘s ochtends zijn wintervoorraad.

Bron Wikipedia Foto’s Tonnie Verheijden

De oude Leij

De oude Leij

Een mooi gebied om te wandelen langs de oude Leij in het gebied de Dongewijk.

De Oude Leij is een beek ten oosten van Goirle, die ontstaat bij de samenvloeiing van de Rovertse Leij en de Poppelse Leij. Ten westen van Goirle, langs Riel stroomt de Lei, een beek die vlak bij de Poppelse Leij ontspringt. Ondanks dat de namen op elkaar lijken, zijn de beken op geen enkel punt met elkaar verbonden.

De beek stroomt in noordoostelijke richting langs Goirle en de buurtschap Abcoven. Bij Goirle is de beek verlegd, dat deel heet de Nieuwe Leij of kortweg Leij. De Oude Leij stroomt nog een stuk parallel aan de Nieuwe Leij, maar voegt zich bij het Wilhelminakanaal weer bij de Nieuwe Leij. Het is hier een smal stroompje door weilanden heen, op zo’n manier dat het net een sloot is. Na het Wilhelminakanaal wordt de beek de Voorste Stroom genoemd.

Wikipedia Foto’s Tonnie Verheijden