Boomkruiper

TVS_7965Boomkruiper

Dit jaar weer voor de eerste keer de Boomkruiper tegengekomen het zijn net muizen als ze langs de boom omhoog kruipen.

De boomkruiper is een stuk minder opvallend dan zijn bijna-naamgenoot, de boomklever. Boomkruipers zijn bruingevlekt van boven en roomwit van onderen. De spitse snavel is omlaag gebogen en zeer geschikt om insecten uit spleten in boombast te peuteren. Daarbij is de boomkruiper prima gecamoufleerd: zijn verenpak lijkt sprekend op boombast. De boomkruiper heeft een karakteristieke manier van voedsel verzamelen. De vogel hipt spiraalsgewijs langs een boomstam omhoog, daarbij de bast afzoekend naar insecten. Op enige hoogte aangekomen vliegt de boomkruiper naar een naburige boom, om daar weer aan de voet met klauteren te beginnen. Ondertussen gebruikt de boomkruiper de stugge staartveren als steuntje waardoor deze, voor wie goed oplet, vaak sterk gesleten punten blijken te hebben. Bij strenge koude kruipen boomkruipers knus bij elkaar; uit zo’n bal van veren kunnen soms wel tien of meer staartjes steken!

TVS_7972

Boomkruipers zijn te vinden waar bomen zijn; zo simpel als het klinkt is het bijna. De boomkruiper stelt geen hoge eisen aan een broedplaats; dat kan ook niet want de concurrentie om goede holtes is groot en een boomkruiper is niet erg sterk en assertief. Daardoor maken boomkruipers nesten achter loszittende boombast, in vervallen nestkastjes, tussen klimopbegroeiing op bomen, muren of schuttingen en op tal van andere plekke

Bron: vogelbescherming.nl Foto’s: TVS Photography

Tulpen

maart.1  Tulpen

Het weer werkt niet zo goed mee voor de tulpen, vorig jaar stonden ze al mooi in bloei.

De eerste tulpenbollen in West-Europa kwamen in 1562 in Antwerpen aan. Het verhaal doet de ronde dat een koopman deze aantrof tussen een lading Turkse stoffen.Denkende dat het uien waren, proefde hij er enkele. Omdat de smaak tegenviel verwees hij de resterende bollen naar de compost, waar er het jaar nadien tulpen bloeiden.

Tulpen kunnen niet in een warm klimaat worden gekweekt, omdat ze een koude nacht en een koude winter nodig hebben om te kunnen groeien.

Tulpenbollen worden gewoonlijk in oktober en november geplant. De bloeiperiode loopt van april tot in juni.

Speciale type gekweekte tulpen zijn de ‘botanische tulpen’ (ook wel wilde tulpen genoemd), tulpen met een korte steel die ook de jaren na het pootjaar weer uitkomen.

_TVS5017

Het kweken van nieuwe bollen gebeurt door in het najaar (oktober en november) tulpenbollen te planten.

De knoppen tussen de bolrokken van deze bollen groeien uit tot nieuwe bollen waarbij de oude bol gebruikt wordt als voedsel.

De knop die naast het groeipunt zit, de zogenaamde a-knop, groeit uit tot een grote bol die te verkopen is voor bloemproductie of direct aan de consument.

Nederland is beroemd om zijn gecultiveerde tulpen en is een van de belangrijkste exportlanden van tulpen en tulpenbollen.

Traditioneel wordt in de lente in de Keukenhof in Lisse een expositie gemaakt van miljoenen tulpen, die vooral door toeristen goed wordt bezocht.

Daarnaast komen er bussen vol toeristen om naar de tulpenvelden te kijken.

Bron: Wikipedia Foto: TVS.Photography

Parende Zwanen

P1000927

Parende Zwanen, bij zwanen is er geen verschil in verenkleed tussen het mannetje en vrouwtje, het enige verschil is dat het mannetje een dikkere hals heeft dan het vrouwtje.

Zwanen zijn monogaam; een paar blijft hun hele leven bij elkaar. Het nest bevindt zich op de grond of op een berg plantaardig materiaal in of op de oever van water.

P1000932

Het vrouwtje broedt in 30-40 dagen gemiddeld zes bleke, effen eieren uit. Ondertussen houdt het mannetje de wacht. Bij het verdedigen van hun broedsel kunnen mannetjes behoorlijk agressief zijn. Hierbij schuwen ze het ook niet om mensen die te dichtbij komen aan te vliegen. Volgens sommigen zouden ze zelfs in staat zijn om de botten van mensen te breken, terwijl anderen geloven dat dit niet mogelijk is. De taak van het mannetje houdt niet op bij het bewaken van het broedende vrouwtje: bij sommige soorten helpt het mannetje ook met het uitbroeden van de eieren.

P1000933

De nestjongen hebben nog een grijze of bruine donsvacht en een relatief korte hals. Al een paar uur na het uitkomen, kunnen ze lopen en zwemmen. Het zijn dus nestvlieders. Gedurende enkele maanden worden de jongen door beide ouders warm gehouden en bewaakt. Voedsel zoeken doen ze zelf. Na de winter worden de jongen uit het territorium verjaagd door de ouders, vóórdat ze een nieuw nest maken.

P1000934

Een zwaan leeft in het wild ongeveer 20 jaar.

’s Winters leven ze in troepen.

Bron: Wikipedia   Foto’s: TVS Photography

Kunstwerk Ontstaan

kunstwerk.maart.2Kunstwerk Ontstaan

Als je Tilburg binnen rijd via de Reeshofweg valt het kunstwerk meteen op ook in de avonduren dan is het mooi verlicht.
Het kunstwerk op de rotonde Reeshofweg nabij de Witbrant West met als titel: ONTSTAAN is in 2004 geplaatst in opdracht van KORT gemeente Tilburg
De eigenaar is de Gemeente Tilburg de naam van de kunstenaar is Wijnand Zijlmans.
Het beeld ‘ Ontstaan’ in de wijk Reeshof is gemaakt uit zwart en rood graniet en is ruim vier meter hoog. Bovenaan het beeld zie je een venster. Het venster heeft de mooie symboliek dat je er van beide kanten doorheen kan kijken. Van de ene kant naar de oorspronkelijke bewoners (boeren), de natuur en het agrarisch landschap en van de andere kant naar de nieuwe bewoners en de huizen en gebouwen van de Vinexwijk. Door dit open venster worden beide kanten tegelijkertijd met elkaar verbonden. De zwerfkei in het venster verwijst naar de geschiedenis en is eigenlijk het middelpunt van het beeld waar alles om draait. In vroegere tijden, toen de landbouw en veeteelt goed op gang kwamen, werden er tijdens het ontginnen van het land grote hoeveelheden stenen maar vooral ook zwerfkeien naar boven gehaald (bron: ‘Van Reij’s hof tot Reeshof’). De kei staat symbool voor de ontwikkeling en welvaart van het Reeshof gebied en wordt gekoesterd in een soort van moederschoot. De binnenkant van het venster is hoogglans gepolijst om de omgeving van de kei zacht en harmonisch te maken. Door twee grote zuilen onder het venster te plaatsen, komt de kei nog beter in het zicht. Hierdoor ontstaat er tevens een soort van poort, die de toegang tot de wijk symboliseert.

Het initiatief voor een kunstwerk kwam van Bewonersvereniging Reeshofpark die graag een baken voor de Reeshof wilde. De bewoners van Reeshof konden op vier ontwerpen stemmen. Het ontwerp van Wijnand Zijlmans werd als winnende ontwerp aangewezen.

Wijnand Zijlmans heeft Beeldhouwen gestudeerd aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Hij heeft een passie voor natuursteen. Steen gaat terug tot het verste verleden en heeft al een lange reis achter de rug voordat de beeldhouwer er nieuwe dimensies aan verleent. Wijnand Zijlmans maakt de steen transparant en meditatief. Tegelijkertijd laat hij de massiviteit en het poëtische van de steen zien en raakt zo de kern van het natuurlijke materiaal.

Bron: kunstbuitenbinnentilburg.nl Foto: TVS Photography www.zoomm.nl

Sperwer vrouwtje

TVS_7235.1

Sperwer vrouwtje

Het vrouwtjes Sperwer zat op het poortje te kijken waar de mussen waren gebleven, helaas voor haar dit keer geen hapje.

De sperwer is een kleine, snelle roofvogel uit de familie van de Haviken en Arenden.

Kenmerken,

Opvallend is de gele iris, net als de fijn gebandeerde borst en de dunne maar krachtige, gele poten. Sperwers hebben stompe vleugels met een relatief groot oppervlak.

De vleugels zijn veel breder dan van valken, waarvoor ze vaak worden aangezien. Opvallend is het grote verschil in formaat tussen mannetje en vrouwtje.

Vrouwtjes zijn groter en zwaarder dan mannetjes en jagen op grotere prooien dan mannetjes. De lengte van kop tot staart varieert van 28 tot 38 centimeter.

Voedsel,

Zangvogels zijn de voornaamste prooi, met name huismus, vink, merel, spreeuw en mees. Het vrouwtje vangt ook grotere prooien als de Turkse tortel.

De sperwer jaagt vanuit dekking, of met een plotselinge, snelle vlucht in het voorbijgaan.

Voortplanting,

De sperwer bouwt ieder jaar hoog in de bomen een nieuw nest, waarin één tot zes, maar meestal vier of vijf eieren worden gelegd.

Verspreiding,

Sperwers komen in heel Europa voor, met uitzondering van IJsland en het uiterste noorden van Scandinavië en Rusland. Het verspreidingsgebied strekt zich in een gordel uit van Rusland tot Kamtsjatka, Japan en Korea. Sperwers leven voornamelijk in bosgebieden (vaak naaldbos), maar ook in cultuurland en in steden. Vogels uit de noordelijke streken overwinteren in gematigde gebieden.

Bron: Wikipedia     Foto: TVS Photography   www.zoomm.nl

Ooievaars

TVS_6806

Tijdens een bezoekje aan het Safaripark Beekse Bergen vlogen de ooievaars in de blauwe lucht en een paar waren nestmateriaal aan het verzamelen.

Ooievaars zijn trekvogels die grote afstanden af kunnen leggen. In Zuid-Afrika heeft de soort de neiging plotseling op te duiken in streken waar een insectenplaag optreedt. Dat komt doordat er veel te eten is op zo’n plek. Ooievaars zijn sociale dieren, maar hebben ook veel tijd voor zichzelf nodig.

TVS_6697

Ook besteden ze veel tijd aan de kleine jongen. De ooievaar is een groepsvogel; zwermen van duizenden individuen zijn geregistreerd langs de trekroutes en in de overwinteringsgebieden in Afrika. Niet broedende vogels komen tijdens het broedseizoen bij elkaar in groepen van 40 tot 50 exemplaren.

TVS_6781

Als twee ooievaars op hun nest zitten, verklaren ze elkaar hun “liefde” met spectaculair snavelgeklepper. Ooievaars zijn niet trouw aan elkaar, maar ‘nesttrouw’. Dat verklaart waarom sommige ooievaarspaartjes lang bij elkaar blijven. Een ooievaar is vruchtbaar vanaf het derde levensjaar.
Vanouds werd kinderen wijsgemaakt dat baby’s door de ooievaar gebracht werden.Tegenwoordig vindt men dat kinderen de waarheid wel mogen weten, maar nog altijd wordt de geboorte van een kind schertsenderwijs in verband gebracht met ooievaars. Zo zet men een houten ooievaar in de tuin waar een kind is geboren en wordt op geboortekaartjes een ooievaar afgebeeld.

Bron: Wikipedia  Foto’s: TVS Photography

Landgoed Huis ter Heide

TVS_6083
Landgoed Huis ter Heide, afgelopen zondag 25 januari 2015 was er een wandeling met 2 gidsen van IVN beleef de natuur, het weer zag er triest uit met af en toe een beetje regen. de wandeling was heel interessant en heel leerzaam met goede uitleg over het ontstaan van het Natuurgebied en ook informatie over de bomen planten en dieren.

TVS_6033

Op Huis ter Heide bij Tilburg vind je zeer afwisselende natuur. Loop over het fraaie landgoed en geniet van het uitzicht vanaf het vlonderpad. Ontdek tijdens je wandeling de vele riet-, zang- en watervogels en sta zomaar oog in oog met de Schotse hooglanders die in dit gebied grazen.

TVS_6081

Bron: NatuurmonumentenDit prachtige natuurgebied met heide en vennen, kruidenrijke akkers, gevarieerde bossen en een voormalig jachthuis is een paradijs voor rustzoekers. Heel vroeger bestond dit landgoed aan de noordelijke stadsrand van Tilburg uit heidevelden, in de volksmond ‘woeste gronden’ genoemd.

TVS_6045

Wandelen op landgoed Huis ter Heide
Landgoed Huis ter Heide ligt tussen de dorpen De Moer en Loon op Zand, ten noordwesten van Tilburg. Wandel of fiets door de natuur over de paden en kies uit de verschillende wandelroutes die Natuurmonumenten heeft uitgestippeld.

TVS_5999

Via de gele en witte route maak je een wandeling langs de nieuwe vennen. Geniet vanaf de twee uitkijktorens van het uitzicht en speur naar de vele vogels. De groene route gaat over het fraaie vlonderpad. Bij de westelijke uitkijktoren bij het Leikeven komen de rode, gele en witte wandelroute samen. Aan de oostkant van het Leikeven staat nog een uitkijktoren!

TVS_6023.1

 

In het gebied kun je Schotse hooglanders zien. Deze grote grazers, die in 2 verschillende kuddes leven, zorgen voor een betere bodemstructuur en variatie in de begroeiing. Blijf voor de rust van de dieren en je eigen veiligheid op ruime afstand (25 meter).

Het Leikeven is schoon en slibvrij gemaakt. Daardoor is de kwaliteit van het water nu veel beter. De waterlobelia, die hier vroeger uitbundig bloeide, is terug. En met een beetje geluk kun je vanaf het vlonderpad de heikikker en vinpootsalamander in het water zien scharrelen.

Tegelijkertijd zijn de afgelopen jaren de dunningen in het bos zodanig uitgevoerd dat er meer variatie is ontstaan. Kom zelf kijken naar het resultaat!

Bron: Natuurmonumenten Huis ter Heide   Foto’s: TVS Photography

Kokmeeuwen

_TVS0762
De Kokmeeuwen in het Safaripark Beekse Bergen eten gewoon uit je hand. Zijn snavel en poten zijn diep, donkerrood, kop en keel zijn donker chocoladebruin,vandaar soms ook de naam “kapmeeuw”.

_TVS0760
Ze hebben een smalle, witte oogring. Vanaf de hals verandert de kleur in wit. Die kleur loopt door in de onderdelen en de staart. Mantel en vleugeldekveren zijn zilvergrijs. Zijn slagpennen zijn ook wit, met een zwarte punt. In de winter is de onderkant van de vleugel donkerder. Voor de rest is deze meeuw geheel wit. In de winter wordt zelfs zijn kop wit, op een paar donkere plekjes in de oorstreek en voor het oog na. Zijn snavel en poten worden dan licht roodachtig. In de vlucht hebben ze een witte vleugelvoorrand waaraan ze duidelijk te herkennen zijn. Ook vallen hun lange, spitse vleugels dan op. Tussen winter en zomer bezitten ze een overgangskleed met een “koptelefoontje” of een “schimmelkop”, naargelang het individu. De jongen bezitten een grijsachtige kop, een gele snavel met een zwarte punt, bruingrijs gevlekte vleugeldekveren en een zwarte dwarszoom over de staart.
_TVS0761

Het zijn alleseters, die zich vooral voeden met larven, slakken en wormen, die ze vinden op wei- en bouwland. Ze eten ook visjes, vogeleieren, muizen en kleine vogeltjes. Ze scharrelen tussen drijvend afval en komen af op mensen die de eendjes komen voederen. Veel kokmeeuwen houden zich er ook mee bezig om al vliegend insecten te vangen. Graag lopen ze mee met het eerste opkomende water, terwijl ze uitkijken naar sporen van bodemdieren, die door het vloedwater weer tot actie komen. In iets dieper water zwemmen ze ook vaak rond, ondertussen uitkijkend naar al het eetbare dat het waagt onder ze door te zwemmen. Een andere leuke zoektechniek is het sliktrappelen. Daarbij trappelen ze regelmatig met beide poten en ze verplaatsen zich langzaam achterwaarts. Daardoor wordt er onder de zwemvliezen water en slik opgewerveld. Het gevolg hiervan is dan weer dat er grote aantallen kleine schelpdieren worden blootgewoeld. Er zijn ook veel kokmeeuwen die zich bezighouden met piraterij: ze stelen wormen van steltlopers. Die kunnen een dik exemplaar niet snel genoeg naar binnen werken en trekken wel eens het langste tegenover een kokmeeuw. Kokmeeuwen maken het sterns ook wel eens moeilijk, als die visjes aanvoeren voor hun jongen of partner op het nest. In de lucht heeft hun piraterij meestal weinig succes, maar omdat de sterns altijd naar de grond moeten komen, krijgt de meeuw die vasthoudend is uiteindelijk toch wel zijn visje. Na het eten van insecten, vormen de meeuwen braakballen om de pantsers te kunnen verwijderen.

Bron: Wikipedia – Foto’s: TVS Photography

Pauwhaan

_TVS6182

Pauwhaan

Dit is een van de mooiste loopvogel de Pauwhaan, deze Pauw heb ik gefotografeerd in de kinderboerderij bij het Vennenbos.

Pauwen (Pavo) is een geslacht van middelgrote hoendervogels, waarvan de haan wordt gekenmerkt door een lange staart. Er zijn twee soorten: de blauwe pauw (Pavo cristatus) en de groene pauw (Pavo muticus). Naast het geslacht Pavo bestaat er ook het pauwengeslacht Afropavo met één soort: de Congopauw (Afropavo congensis).

Kenmerken
Ze vallen binnen de grote familie van de fazantachtigen (Phasianidae) op door hun gekleurde verenkleed en de grote sierveren van de mannetjes. In tegenstelling tot de kleurige verschijning van het mannetje is het vrouwtje van de blauwe pauw onopvallend gekleurd. Bij de groene pauw is het onderscheid tussen de beide seksen kleiner. De pauw is waarschijnlijk de oudst bekende siervogel.

_TVS6196

Voeding
Van nature eten pauwen zowel plantaardig als dierlijk materiaal. Hoofdvoer zijn granen en zaden en speciale voerkorrels voor siervogels. Onkruiden, fruit en groente zijn geschikt als bijvoedsel. Net als andere hoenderachtigen zal het dier insecten en wormen niet versmaden, terwijl hij ook andere dieren, zoals kleine slangen, eet als ze beschikbaar zijn.

De veren
De hanen van beide soorten hebben een lange sleep, bestaande uit de sterk verlengde staartdekveren, die aan hun uiteinde een pauwenoog vertonen. De sleep bestaat uit zo’n 150 kleurige veren. Als de haan zijn sleep opzet om een wijfje te veroveren, zijn deze veren het duidelijkst te zien. Aan het einde van de winter wil de pauwhaan gaan paren. Als een wijfje interesse toont, draait de haan zijn rug naar het vrouwtje toe zodat het vrouwtje om hem heen moet lopen om zijn prachtige veren nog te kunnen zien. Nadat dit zich een aantal malen heeft herhaald, gaat de hen tenslotte voor de haan liggen, die zijn staartveren invouwt en met het wijfje paart. Op die manier verzamelen de mannetjes twee tot vijf wijfjes om zich heen en paren met hen.

Veel vlindersoorten hebben pauwenogen op hun vleugels. Bekende soorten zijn de dag- en de nachtpauwoog. Ook bestaan er vissen en reptielen met ‘pauwoog’ in hun naam.

_TVS6190

Het pauwenjong

Bij de blauwe pauw zorgt het wijfje alleen voor haar jongen. De groene pauw echter leeft in kleine groepjes bestaande uit de haan, zijn harem en de jongen. Nadat de eieren zijn uitgekomen, zorgt de moeder nog lange tijd voor de jongen. Mannetje en vrouwtje maken hun nest meestal in een kuiltje in de grond tussen de struiken. Maar soms ook in een dikke boom, in een leeg roofvogelnest, of zelfs op een gebouw. Het nest wordt bedekt met wat dorre bladeren of gras.

Het hennetje legt gewoonlijk vier tot acht bijna-witte eieren. Ze worden niet allemaal tegelijk gelegd. Pas na het vierde ei begint de hen te broeden. Dat doet ze ongeveer 28 dagen. Kuikens worden met veertjes geboren, niet met dons, zoals veel andere kuikens. Al snel krijgt de jonge pauw een verenkroontje op zijn kop. Een sleepstaart krijgen de hanen pas na het derde jaar, en deze is pas volgroeid als hij 6 jaar oud is. Dit weerhoudt de jonge haantjes er niet van om zich al meteen te oefenen in het pronken. Daarbij zetten ze hun korte staartveren op. Ook jonge hennen vertonen soms deze houding. Als jonge pauwen honger hebben tikken ze op de snavel van de moeder, waarna ze gevoed worden. Als pauwen een goed leven hebben, kunnen ze in gevangenschap 20 tot 30 jaar oud worden.

Bron: Wikipedia – Foto’s: TVS Photography

Wilde Eenden

TVS_4658

Wilde Eenden gefotografeerd in het Safaripark Beekse Bergen, Er vlogen 15 Wilde Eenden door de lucht zo’n grote groep had ik nog nooit bij elkaar zien vliegen.

De lengte bedraagt 51 tot 62 cm en de spanwijdte 91 tot 98 cm. Een volwassen eend weegt tussen de 700 en 1500 gram. Gemiddeld wordt een wilde eend vijftien jaar oud. De oudst bekende wilde eend werd negenentwintig jaar. De wilde eend is de stamouder van de gedomesticeerde tamme eend.

Het mannetje (de woerd) is kleurrijk met een glanzend groene kop, een witte halsband, een kastanjebruine borst en gekrulde zwarte veren aan de staart. Het donkerbruine vrouwtje en de eendenkuikens (pullen) hebben een schutkleur. De woerd en het vrouwtje hebben één ding gemeen: de blauw-paarse vleugelspiegel. Sommige dieren zijn (gedeeltelijk) wit; door rasveredeling is de schutkleur vervangen door een geselecteerde kleur. De witte delen bij de volwassen dieren waren geel toen ze nog eendenkuiken waren.

TVS_4647

Leefwijze
Het voedsel bestaat uit allerlei soorten kleine visjes, slakken en wormen.

Voortplanting
Het vrouwtje bouwt een nest in het lange gras, in een knotwilg of in een holte. De acht tot tien vuilgroene eieren broedt ze uit in 4 weken.

Bron Wikipedia Foto’s TVS Photograhpy

Kruisbekken

 

kruisbek.1

Mannetje

De kruisbek ben een paar keer tegengekomen een keer achter bij mij in de tuin dat was het mannetje, en in Oosterhout op de Wrachelsehei.

Weinig vogels hebben zo’n ongewone snavel als de kruisbek: de bovenste en onderste snavelhelft kruisen elkaar! Zo’n snavel is een uiterst effectief gereedschap om zaden uit dennen- en sparappels te halen. Kruisbekken zijn vinkachtige vogels, die vooral in de trektijd en in de winter in Nederland verblijven. De mannetjes zijn prachtig karmijnrood van kleur, de vrouwtjes zijn bijna egaal groen. Kruisbekken houden zich vaak op in groepen. Ze zijn te herkennen aan een diepe, golvende vlucht, gevorkte staartpunt en “kiep” geluid. Strijkt een groep kruisbekken neer in bomen dan zijn ze meestal boven in de kroon te ontdekken, waar ze hangend aan dennen- of sparappels naar voedsel zoeken. Wie zoekt naar een plas water in de omgeving kan daar geluk hebben en één of meer kruisbekken zien drinken. Dat is vrijwel de enige mogelijkheid om kruisbekken van écht dichtbij te zien.
kruisbek.2

Vrouwtje

Rode kleur van mannetje, vrouwtje groen, gekruiste snavelGedragfoerageert in groepen in de toppen van dennenbomen. Bij mannetjes zijn de kop, stuit en onderdelen steenrood maar er is enigszins variatie in de kleur en sommige individuen hebben dan ook een variabele hoeveelheid grijsgroen of geeloranje in hun verenkleed. Vrouwtjes zijn grijsgroen of dof geelgroen van kleur, waarbij de stuit meestal het helderst van kleur is. Onvolwassen vogels zijn grijs en zwaar gestreept. Formaat/ lengte15 – 17 cm. Snavel Bovenste en onderste snavelhelft kruisen elkaar Poten grijs roze.

Bron: vogelbescherming.nl Foto’s: TVS Photography

Buntgras

_TVS3067In deze tijd staat het buntgras er mooi bij in de Gaas.

Wat imkers buntgras noemen heet in werkelijkheid pijpenstro (Molinea caerulea). Het echte buntgras (Corynephorus canescens) is zo klein (minder dan 10 cm hoog), dat je daar niets van kunt vlechten. De stengels van het pijpenstrootje gras kunnen echter tot ongeveer één meter hoog worden.
Buntgras groeit op zeer droge voedselarme zandgronden, bijvoorbeeld langs zandverstuivingen.
Het pijpestrootje groeit vooral in vochtige vergraste heide.

_TVS2963

Pijpenstro wordt ook wel ‘bunt’, ‘bent’ of ‘bente’ genoemd, vandaar wellicht de naamsverwarring met buntgras.

Pijpenstro is sterker dan gewoon stro. Bovendien is de kans dat een korf van pijpenstro wordt aangevreten door de muizen minimaal. Dat zou komen doordat pijpenstro kiezelzuur bevat, wat ook verklaart dat de grote grazers op de heide het pijpenstro niet of nauwelijks aanvreten.
Pijpenstro is duidelijk zwaarder dan stro. Pijpenstrokorven worden dan ook vaak wat dunner gevlochten.

_TVS3066

Pijpenstro moet wel droog blijven:
Korven van pijpenstro zijn schimmelgevoelig. Het gaat daarbij om een schimmel die erg gesteld is op duisternis en vocht. Zet de korf dus straks op een gaasbodem en van de grond af, zodat je licht en lucht onder de korf krijgt. Dan heb je geen last.
Pijpenstro zwelt behoorlijk op als het nat is. Dus alleen vlechten met gortdroog pijpenstro, want anders krimpt alles zodra het droog wordt.

Met pijpenstro kun je geen hoeken maken. Het is dus ongeschikt voor het vlechten van een Uddeler korf. Pijpenstro kan alleen buigen en daarna lelijk knakken.

Er worden verschillende verklaringen gegeven voor de naam van pijpenstro:
Het zou vroeger veel gebruikt zijn voor het schoonkrabben van de binnenkant van een pijp (waar je tabak in rookt). Pijpenstro wordt in sommige gebieden dan ook wel pijpenvegers genoemd.
Bij het maken van de Leidse pijp werd de klei werd om de bunt gerold en dan gebakken. Tijdens het bakken verbrande het strootje. Het bunt was hier uitstekend voor geschikt omdat het geen knopen heeft. Je kunt door een pijpenstrootje heen blazen.

Bron: Imkerpedia  Foto’s TVS Photography

Eikenboom

TVS_5322.6
Wij hebben uitzicht op een prachtige Eikenboom, hij staat op een mooie plek in de Witbrant.

Eik (Quercus) is een geslacht van loofbomen. Tot dit geslacht behoren zowel bladverliezende als altijd groenblijvende bomen. Wanneer in het Nederlands over de eik gesproken wordt, gaat het meestal over de zomereik. Eikenhout wordt voor verschillende doeleinden gebruikt. In het algemeen is eikenhout sterk en hard, maar toch redelijk makkelijk te bewerken en af te werken.

De eik is voor het voortbestaan vooral afhankelijk van de gaai en van de eekhoorn. Een eikel valt niet ver van de boom en kan onder het bladerdak van de boom niet uitgroeien. Hij is dus aangewezen op dieren om de eikel verder van de boom te verplaatsen. Eekhoorns begraven voorraden eikels voor de winter. Als een eekhoorn omkomt of de voorraad niet of onvolledig aanspreekt of vergeet, is dat een ideale plaats voor de eikels om te kiemen.

TVS_5323.5

Zowel de bladeren als de eikels van de eik bevatten tannines. Deze tannines kunnen het maagdarmstelsel irriteren. In het lichaam worden zij omgezet tot pyrogallol, een sterk bloedgif, dat hemolyse veroorzaakt. Eikels – die tot de noten worden gerekend [1] – zijn giftig voor mensen, hoewel er indianenstammen waren die zich voornamelijk met eikels voedden door ze zo te bereiden dat de tannines er grotendeels uit verwijderd werden. Paarden, schapen en runderen zijn zeer gevoelig voor dit gif, maar varkens verdragen eikels goed. Ook wilde zwijnen, herten en eekhoorns eten veel eikels.

Bron: Wikipedia Foto: TVS Photography

Kuifmees

006-(2)

Kuifmees

Kuifmees is een grappig vogeltje om te zien, zodra wanneer hij zich druk maakt gaat zijn kuifje omhoog.

De kuifmees kan ongeveer twaalf centimeter groot worden, even groot als de pimpelmees. Hij heeft een opvallende kuif die fijn zwart-wit getekend is en een zwart-witte tekening op het gezicht. De kuif kan plat over de kruin gelegd worden. Het verenkleed is aan de bovenzijde grijsbruin en de onderzijde is vuilwit en wat geelachtig aan de flanken. De voorkop is wit met een gebogen zwarte oogstreep. Verder heeft het dier een zwarte halsband, een donkere snavel en donkerbruine poten.

008-(2)

De kuifmees is een talrijke broedvogel die voornamelijk in naaldbossen broedt, soms ook in groepen naaldbomen, die tussen loofbomen en in parken staan. In tegenstelling tot de koolmees en pimpelmees is de kuifmees zelden in tuinen te zien, alleen als er naaldbomen in de omgeving aanwezig zijn.

Bron: Wikipedia  Foto’s: TVS Photography