Blauwborst

blauwborst

Blauwborst, een paartje Blauwborsten in Huis ter Heide tegengekomen een prachtige vogel met vele kleuren, de kleur van de vrouwtjes zijn bruin met beige en een witte borst.

blauwborst.1

De Blauwborst is een zangvogel uit de onderfamilie Saxicolinae en is verwant aan de nachtegaal.
Kenmerken
In het voorjaar heeft het mannetje een helderblauwe keel en borst, afgezet met een zwarte en roodbruine band. ’s Winters vervaagt de blauwe kleur enigszins. De blauwborst meet van kop tot puntje van de staart circa 14 centimeter.
Zijn voedsel bestaat hoofdzakelijk uit insecten, in de nazomer eet hij ook wel bessen. Het is een snelle vlieger, die meestal verborgen leeft in de vegetatie.

Voortplanting
Het nest is aan de binnenzijde gevoerd met paardenhaar of pluisjes en bevindt zich goed verborgen tussen de vegetatie op de bodem. Het legsel bestaat uit 5 tot 6 groenachtige eieren met fijne roodbruine stippen. De broedtijd neemt ongeveer 14 dagen in beslag. Beide ouders belasten zich met de zorg.

Voorkomen in Nederland en Vlaanderen
De blauwborst is een stuk minder bekend dan de roodborst die ook tot dezelfde onderfamilie behoort. De soort broedt in lastig toegankelijk moerasgebied en trekt ’s winters weg. Het roodborstje daarentegen broedt in bossen, tuinen en parken en is het hele jaar te zien en te horen. De blauwborst was tussen ca. 1900 en 1975 in Nederland en Vlaanderen een geleidelijk in aantal afnemende vogelsoort die broedde in kleine veenmoerassen, broekbossen langs beken en in grienden. Deze biotoop werd steeds zeldzamer door drooglegging en herverkaveling. Rond 1975 kwam hierin kentering. Door de afsluiting van het Haringvliet ontstonden verruigde, natte wilgenbossen in de Biesbosch. Ook in Flevoland ontstonden grote, moerassige natuurgebieden, evenals in het rivierengebied (‘ruimte voor de rivieren’). Dit leidde ertoe dat de blauwborst tussen ca. 1975 en 2005 geleidelijk toenam.
In Vlaanderen komt de blauwborst voor in kreken, opgespoten vlaktes en riviervalleien. De soort breidt zich ook daar verder uit, zelfs naar beekoevers in verder intensief gebruikte landbouwgebieden.

Bron: wikipedia.nl Foto’s T.V.S. Nature Photography

Huis ter Heide De Moer

Huis ter Heide  De Moer

TVS_2646

Een mooie wandeling door de bossen en langs het Leikeven gemaakt in het natuurgebied van Huis ter Heide in De Moer.
TVS_2606-2

Het Landgoed Huis ter Heide is een natuurgebied van de Vereniging Natuurmonumenten. Het is gelegen tussen de plaatsen De Moer en Loon op Zand, ten noordwesten van Tilburg, in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. De grootte van het gebied is ongeveer 650 hectare.

Het noordelijke gedeelte van het gebied bestaat vooral uit bos, terwijl het zuidelijke gedeelte, Loonse Heide genaamd, vooral vennen en landbouwpercelen bevat. Het doel van Natuurmonumenten is de ongerepte natte heide, zoals die hier in 1940 zichtbaar was, weer terug te krijgen. Flora en fauna als de waterlobelia, de klokjesgentiaan, de zonnedauw, de heikikker en de vinpootsalamander zijn hier te vinden. Ook grazen er Schotse hooglanders, om te zorgen voor een grotere variatie aan begroeiing.

Het gebied bevat een landhuis uit 1864. De talrijke munitie-opslagcomplexen die eveneens in het gebied lagen werden opgeruimd.

De toponiemen: Galgeneind en Galgenbaan verwijzen naar het galgenveld dat zich hier eens bevond. Hier werden de lijken tentoongesteld van onder meer de leden van een bende die in de 18e eeuw de omgeving van Loon op Zand onveilig maakte.

Men is voornemens het Plan Woudspoor tot uitvoering te brengen, waarmee een verbinding tussen het Landgoed Huis ter Heide en de Loonse en Drunense Duinen tot stand zal worden gebracht.
TVS_2570

ooievaars

Bron: wikipedia.nl    Foto’s: T.V.S.nature photography

Kolibrievlinder

TVS_1851

Kolibrievlinder, Elke dag komen er 2 kolibrievlinders in de tuin, de ene is een stuk groter dan de andere.

De Kolibrievlinder is te herkennen aan de grijze tot bruine voorvleugels met twee van elkaar af gelegen donkerbruine, dunne en enigszins grillige strepen aan de bovenzijde. De achtervleugels hebben een oranje kleur aan de bovenzijde. De spanwijdte (of vlucht) van de vleugels is ongeveer 5 centimeter.

De waardplanten van de rupsen bestaan voornamelijk uit walstro (Galium) en meekrap (Rubia tinctorum), maar ook andere planten worden gegeten. De rupsen worden tot 4,5 centimeter lang en zijn groen met witte en gele lengtestrepen. De volwassen vlinders zuigen nectar uit bloemen van plantensoorten uit verschillende plantenfamilies. De kolibrievlinder is overdag actief maar kan ook in de schemering en ’s nachts vliegend worden aangetroffen.

TVS_1834

De kolibrievlinder is als trekvlinder en als standvlinder in de Benelux het gehele jaar aan te treffen. In de hete en droge zomers van 2003 en 2006 is de soort hier massaal waargenomen. Veel trekvlinders, zoals de doodshoofdvlinder, komen pas aan het einde van de zomer aan in Nederland, maar de kolibrievlinder is soms al in het voorjaar te vinden. De eieren worden in Nederland van mei tot september afgezet. Van exemplaren die al in januari werden aangetroffen werd gedacht dat het overwinterende vlinders betrof maar het blijkt waarschijnlijk toch om immigrerende vlinders te gaan. De vlinder kan in Nederland vrijwel het gehele jaar worden waargenomen, maar vliegt vooral in de maanden augustus en september.

Ook in België is de vlinder de afgelopen jaren in het gehele land aangetroffen. De kolibrievlinder heeft de beschermingsstatus “Vrij Algemeen”.

Bron: wikipedia.nl  Foto’s T.V.S.Photography

Watersnuffel

TVS_1147

Watersnuffel zat op een sprietje aan de bosrand van de Gaas, Watersnuffel zijn maar heel klein, als ze vliegen kunt je ze in de gaten houden waar ze gaan zitten. De Watersnuffel is een 32 à 35 mm grote juffer.

De soort Watersnuffel staat op de Rode Lijst van de IUCN als niet bedreigd, beoordelingsjaar 2007.. De watersnuffel komt in Nederland en België algemeen voor. De soort is over heel Europa verspreid, behalve in IJsland. De watersnuffel kan waargenomen worden vanaf begin mei tot september meestal bij stilstaand water. De soort kan massaal voorkomen bij zure en voedselarme vennen en op hoogveen.

TVS_1154

De watersnuffel is zeer moeilijk te onderscheiden van de azuurwaterjuffer (Coenagrion puella). Op de rug van het borststuk heeft de watersnuffel meer blauw dan zwart, bij de azuurwaterjuffer is dat omgekeerd. Verder is het eerste zwarte figuurtje op het achterlijf bij de watersnuffel paddenstoelvormig, bij de andere soort hoefijzervormig. Ten slotte heeft de watersnuffel op de zijkant van het borststuk één klein zwart streepje in het blauw terwijl alle andere blauwe waterjuffers er twee hebben…

Op de foto is een kenmerkend verschil met echte libellen (Anisoptera) goed zichtbaar: juffers houden de vleugels in rust samengeklapt achter zich, terwijl echte libellen de vleugels horizontaal houden (vergelijk bijvoorbeeld met de paardenbijter).

Bron: wikipedia.nl   Foto’s T.V.S.photography

Groot Dikkopje

TVS_1008Groot Dikkopje Sinds gisteren vliegt het Groot Dikkopje weer rond in de natuur, tijdens mijn wekelijkse vlinderroute ben ik 10 Grote Dikkopjes tegengekomen.

Het groot dikkopje (Ochlodes sylvanus) is een vlinder uit de familie dikkopjes (Hesperiidae). De wetenschappelijke naam van de soort is, als Papilio sylvanus, voor het eerst geldig gepubliceerd in 1853 door Otto Vasilievich

TVS_1064

 

De vleugel varieert in lengte tussen de 12 en 15 millimeter en is aan de bovenkant oranje/bruin en aan de onderkant geel/bruin met lichte vlekken. Bij de mannelijke vlinder zijn op de voorvleugels donkerkleurige geurschubben te zien.

Verspreiding en leefgebied
Het leefgebied van het groot dikkopje loopt van Europa via Noord-Azië tot Japan. De vlinder komt voor in bosrijke gebieden op vochtige, matig voedselrijk grasland. In berggebied komen ze tot een hoogte van 1800 à 2000 meter voor.

Leefwijze
De vliegtijd is van juni tot en met augustus met jaarlijks één generatie.

Bron: wikipedia.nl    Foto’s: T.V.S.Photography

Bruin zandoogje

TVS_0806

 

 

 

 

 

Wel leuk om ook eens een Bruin zandoogje tegen te komen ipv een Oranje zandoogje.

Het Bruin zandoogje heeft een voorvleugellengte van 21 tot 28 millimeter. Het vrouwtje is iets groter dan het mannetje. Bij het mannetje is de bovenkant van de vleugels bruin. In de vleugelpunt van de voorvleugel bevindt zich een zwarte “oogvlek”. Bij het vrouwtje bevindt zich op de voorvleugel een oranje veld, en heeft de oogvlek meestal een witte kern. Verwarring met het oranje zandoogje is mogelijk, maar bij het vrouwtje van het bruin zandoogje zit geen oranje op de achtervleugel, of heel weinig, terwijl bij het oranje zandoogje de achtervleugel oranje met een bruine rand is.

De achterrand van de achtervleugel is gekarteld.

bruinzandoogje

De onderkant van de achtervleugel is lichtbruin, de buitenste helft is meestal wat lichter van kleur. In dit wittige veld bevinden zich enkele kleine zwarte soms oranje omrande vlekjes. Bij het oranje zandoogje is de onderzijde van de achtervleugel duidelijk contrastrijker. De bovenvleugel is oranje met een bruine rand, en in de vleugelpunt een zwarte oogvlek met een of soms twee witte puntjes.

Bron: wikipedia.nl   Foto’s: T.V.S.fotografie zoomm.nl

Kolibrie vlinder

TVS_0565

De Kolibrie vlinder is weer in de tuin aanwezig, het is een hele beweeglijke vlinder die snel van bloem tot bloem vliegt en even er boven blijft hangen.

De kolibrievlinder is te herkennen aan de grijze tot bruine voorvleugels met twee van elkaar af gelegen donkerbruine, dunne en enigszins grillige strepen aan de bovenzijde. De achtervleugels hebben een oranje kleur aan de bovenzijde. De spanwijdte (of vlucht) van de vleugels is ongeveer 5 centimeter. De vlinder beschikt over een lange tong en is in staat om stil te hangen in de lucht bij een bloem tijdens het opzuigen van nectar. Omdat de vlinder hierdoor doet denken aan een kolibrie heeft de soort de Nederlandstalige naam kolibrievlinder gekregen. In de Nederlandse taal wordt de kolibrievlinder ook wel meekrapvlinder, onrustvlinder of onrust genoemd. De naam meekrapvlinder slaat op de plant waarvan de meeste rupsen leven; meekrap. De naam onrustvlinder is te danken aan het zeer snelle vlieggedrag.

 

TVS_0600

De kolibrievlinder is als trekvlinder en als standvlinder in de Benelux het gehele jaar aan te treffen. In de hete en droge zomers van 2003 en 2006 is de soort hier massaal waargenomen. Veel trekvlinders, zoals de doodshoofdvlinder, komen pas aan het einde van de zomer aan in Nederland, maar de kolibrievlinder is soms al in het voorjaar te vinden. De eieren worden in Nederland van mei tot september afgezet. Van exemplaren die al in januari werden aangetroffen werd gedacht dat het overwinterende vlinders betrof maar het blijkt waarschijnlijk toch om immigrerende vlinders te gaan. De vlinder kan in Nederland vrijwel het gehele jaar worden waargenomen, maar vliegt vooral in de maanden augustus en september.

Bron: Wikipedia  Foto’s T.V.S.photography

Glasvleugelpijlstaart

klein.1

Glasvleugelpijlstaart Vanmorgen zag ik op Floxen een Glasvleugelpijlstaart vlinder, ze bleef heel lang rond vliegen van bloem naar bloem.

De glasvleugelpijlstaart (Hemaris fuciformis) is een vlinder uit de familie pijlstaarten (Sphingidae).

Met zijn geelbruine pels, witte band, zwart achterwerk en doorzichtige vleugsel lijkt de glasvleugelpijlstaart op een fors uitgevallen hommel. De spanwijdte bedraagt tussen de 38 en 48 millimeter.
Het is een snelle vlieger die al stilhangend met zijn lange tong nectar uit bloemen van onder andere rododendrons, vlinderstruiken en koekoeksbloemen kan drinken.kleinDe vlinder komt voor in Noord-Afrika, Europa (uitgezonderd Noord-Scandinavië) en Centraal en Oost-Azië. In Nederland vooral boven zandgrond vrij algemeen. De vliegtijd loopt van eind april tot half september, per jaar vliegen twee generaties.
Waardplanten van de rupsen zijn soorten van de geslachten kamperfoelie en walstro. De rupsen, met de voor de pijlstaartenfamilie]] kenmerkende puntstaart en vaak rode ringen om de stigma’s, zijn te zien van juni tot augustus. Overwinteren gebeurt als pop tussen dorre bladeren op de grond.

Bron: wikipedia.nl  Foto’s: T.V.S. photography

Viervlek Libellen

TVS_9648

Viervlek Libellen

Viervlek gefotografeerd in het Natuurgebied Huis ter Heide, een mooi wandelgebied tussen Tilburg, De Moer en Loon op Zand.

Van eind april tot begin september. Zijn Jonge imago’s te vinden in de buurt van het voortplantingswater, bijvoorbeeld in heidegebieden of langs bosranden. Geslachtsrijpe mannetjes vertonen territoriaal gedrag aan de waterkant. Ze zitten hier op uitkijkposten (bijvoorbeeld een pijpestrootjestengel) en maken korte vluchten waarbij ze ander mannetjes verjagen en vrouwtjes grijpen voor de paring. Eitjes worden door het vrouwtje los in ondiep water afgezet, waarbij ze beschermd wordt door het mannetje. Het mannetje blijft boven haar vliegen en probeert andere mannetjes die willen paren te verjagen.

TVS_9646

Op sommige plaatsen en in sommige jaren kan de dichtheid aan viervlekken erg hoog zijn. Uit andere delen van zijn areaal, maar vroeger ook uit Nederland, zijn gevallen bekend van enorme zwermen viervlekken, die miljoenen exemplaren kunnen omvatten.

Bron: libellennet.nl  Foto’s: T.V.S.photography

Goudvink

TVS_9107

Laat in de middag een klein wandeling gemaakt door de Gaas, heel veel vogels horen zingen maar nu de blaadjes al flink gegroeid zijn kun je ze bijna niet zien, ik was van plan om naar huis te lopen toen ik iets rood in een klein boompje zag vliegen, een Goudvink

TVS_9100.1

Goudvinken zijn, ondanks het fraaie kleurvertoon van de mannetjes, niet zulke opvallende vogels. Dat komt ondermeer doordat ze niet erg beweeglijk zijn. Ook de geluiden die de vogels maken zijn niet erg opvallend, behalve voor wie weet waarnaar hij of zij moet luisteren (een treurig, zacht roepje).Goudvinken kom je tegen in oude en jonge naaldbossen, gemengde bossen, loofbossen, parken en in grote tuinen met veel variatie en ondergroei. In de ondergoei maken ze hun nest. In boomgaarden wordt een goudvink door fruittelers niet graag gezien. Ze eten namelijk in groot tempo de knoppen op.Schuwe bosvogel, die zich niet snel laat zien. Meestal laat het mannetje zich verraden door zijn contact roep. In de wintermaanden kunnen goudvinken ook vaker in grotere stadstuinen met veel groen aangetroffen worden. Zowel het mannetje als het vrouwtje hebben een zwarte kap. Het mannetje heeft een opvallende helder roze buik en wangen. Het vrouwtje is onopvallender gekleurd. Beide hebben donkere staart en vleugels met opvallende witte vleugelstreep.

Bron: vogelbescherming.nl  Foto’s: T.V.S. Photography

Boompieper en de Kuifmees

Boompieper en de Kuifmees, de Boompieper was volop aan het zingen op de heide in een dennenboom samen met een Kuifmees.

TVS_8977

De boompieper leeft graag aan de rand van bossen en open plekken. Moerassen zijn zeer geliefd, maar ook kaalgekapte bospercelen en heideterreinen worden volop bewoond door boompiepers. In tegenstelling tot graspiepers gaan boompiepers vaak in een boom zitten. Vooral de zangvlucht van een boompieper is erg karakteristiek. Vanuit een boom begint de vogel omhoog te vliegen om vervolgens als een parachute of een badmintonshuttle met stijve vleugels en hangende poten weer in een boom te landen. Midden op de dag op een zinderende hete heide, als alle andere vogelsoorten hun snavels op elkaar houden, kan de melodieuze zang van boompiepers nog gehoord worden

TVS_8999

De kuifmees is een bijna endemische Europeaan: de verspreiding is vrijwel beperkt tot Europa. Dat komt niet veel voor in de vogelwereld. Net zomin als de prachtige nonchalante kuif, die bij opwinding zo mogelijk nóg verder wordt opgezet. Kuifmezen zijn nogal territoriale vogels die het gehele jaar in hun broedgebied verblijven. Alleen jonge vogels vormen in de winter zwervende groepjes. In het voorjaar zoeken ze alsnog een eigen territorium, waar ze de rest van hun leven zullen blijven. De kuifmees heeft misschien wat onverwachte vijanden: spechten zijn dol op mezeneieren en schromen niet een nestje kuifmezen op te peuzelen. Kuifmezen houden van bossen waarin dennen (Pinus-soorten) overheersen.

Bron: Vogelbescherming.nl  Foto’s T.V.S. Photography

Gekraagde Roodstaart

April.1.copy

De Gekraagde Roodstaart is weer aanwezig ze zal wel weer in de stenen muur gaan nestelen.

De Gekraagde roodstaart is een vogelsoort van oude, parkachtige bossen. Deze vogelsoort is vooral te vinden op de zandgronden. Open plekken, oude bomen, graslanden of heiden moeten elkaar afwisselen. Gekraagde roodstaarten zijn holenbroeders, welke ook wel van nestkasten gebruik maken. De aanwezigheid van een gekraagde roodstaart blijft vaak onopgemerkt: het is nogal een schuwe en onopvallende vogelsoort die vaak pas opvalt wanneer het mannetje uitbundig zit te zingen. De gekraagde roodstaart is tegenwoordig niet meer zo algemeen als enkele decennia geleden.

Gekraagde roodstaarten trekken via Frankrijk en het Iberisch Schiereiland naar Marokko, en dan verder naar tropisch Afrika.

Bron: Vogelbescherming.nl  Foto: T.V.S. Photography

Dennenspanners

TVS_8855.1

Dennenspanners, dit is de eerste keer dat ik haar tegenkwam een vrouwtje, deze soort nachtvlinder houdt net als een dagvlinder ook de vleugels tegen elkaar, waarbij de witachtige streep en de donkere dwars lijnen op de onderzijde van de achtervleugel opvallen. Bij het mannetje zijn de antennen geveerd, bij het vrouwtje niet. Dennenspanners komen verspreid over het hele land voor.

Naaldbossen en heiden met naaldbomen; volgroeide bomen hebben vaak de voorkeur.
Vooral den; als er te weinig dennen aanwezig zijn ook andere naaldbomen.

Begin mei-eind juli in één generatie. Op warme dagen vliegen de mannetjes rond naaldbomen, vooral volgroeide dennen.
Zowel mannetjes als vrouwtjes kunnen uit de takken worden geklopt en komen op licht, de mannetjes soms in redelijke aantallen.

Rups: juli-oktober. De soort overwintert als pop tussen afgevallen naalden op de grond of in de strooisellaag.

Bron: Vlindernet.nl Foto: TVS Photography

Huismussen nestelen


April-copy
Huismussen nestelen overal in onze omgeving.
De huismus is in de laatste twintig jaar sterk in aantal afgenomen. Begin jaren tachtig begon de afname, die begin jaren negentig versnelde. Dit heeft geresulteerd in een landelijke afname van meer dan 50% van het aantal broedparen. En deze trend lijkt zich nog steeds voort te zetten.
Huismussen zoeken hun voedsel, dat voornamelijk uit bessen en zaden bestaat, op de grond.
Daarbij hippen ze op een karakteristieke manier, als een stuiterende pingpongbal, in het rond.

TVS_7161

Huismussen stellen prijs op een rommelige menselijke omgeving, met struikgewas, schuren, weilanden met vee, gemorst graan en zo verder.
Het nest wordt gemaakt in holten van bomen, in nestkasten, onderdakpannen en in gaten en kieren van gebouwen.
Het slordige nest bestaat uit takjes, stro, veertjes en hondenharen.
Om huismussen te helpen kunt u een aantal dingen ondernemen. Klop iedere dag uw tafelkleed buiten uit: de broodkruimels voorzien de mussen van voedsel. Richt uw tuin vogelvriendelijk in, zodat er het hele jaar insecten en zaden te vinden zijn. Voer het gehele jaar speciaal vogelvoer, ’s winters aangevuld met vetbollen en pindanetjes. Plaats een drinkschaal, zodat mussen kunnen drinken en baden. Boeren kunnen hoekjes met graan laten staan. Zorg dat mussen (weer) onder uw dakpannen kunnen komen,. Plaats enkele speciale mussenpannen op uw dak. Hang mussen- of spreeuwenpotten tegen uw woning. Timmer twee of drie huismussennestkasten. Zorg voor dekking van struiken of een haag, waar de vogels zich veilig voelen. kijk op www.vogelbescherming.nl/huismus voor tips.

TVS Photography