Heide in de Witbrant

P1000605-copy

Heide in de Witbrant

Een mooi stukje natuur in de Reeshof, stukje heidegebied in de Witbrant natuurgebied De Gaas.

Voor de fauna is de structuur van de heide belangrijk. Het karakter van de heide moet open blijven, maar plekken met open zand, pijpenstrootjes en wat verspreide bomen en struiken bieden de dieren een grotere keuze aan micromilieus om te zonnen of te schuilen, dan grote uniforme stukken heide. Als er dode bomen op de heide blijven liggen schept dat ook geschikte milieus voor allerlei bijzondere dieren.

Het zonnige en warme microklimaat van de heide is essentieel voor de aanwezige reptielen en insecten. Heide is vooral belangrijk voor reptielen zoals de zandhagedis, de levendbarende hagedis, de hazelworm, de gladde slang, de ringslang en de adder. Adder en levendbarende hagedis hebben een voorkeur voor vochtige heide. De zandhagedis en de gladde slang komen bijna uitsluitend op heideterreinen voor. Afhankelijk van de droogte van de heide komen er ook veel amfibieën voor, zoals heikikker, bruine kikker en rugstreeppad.

Op de heide komen veel kenmerkende insectensoorten voor, zoals de hoornaarroofvlieg, de bijenwolf, sluipwespen, de mierenleeuw, zandbijen, mestkevers en allerlei specifieke sprinkhanen en vlinders. De zoogdierfauna is vertegenwoordigd in de vorm van haas, konijn, vos en verschillende soorten muizen. Ook ree en andere hertachtigen komen vaak uit naburige bosgebieden om er te grazen. Wat vogels betreft moeten we denken aan het bijna uitgestorven korhoen, de weer toenemende nachtzwaluw, de roodborsttapuit, de boompieper en de veldleeuwerik.

De klapekster is een klauwiersoort die ook flink in aantal achteruitgegaan is door afname van het heideareaal en de achteruitgang van de rest van het agrarische open landschap. De heiden ontstonden aan het eind van de middeleeuwen. De afgelegen gebieden werden overdag begraasd door schapen die ’s nachts in de stal bleven, waarvan de bodem jaarlijks met verse heiplaggen bedekt werd, zogenaamde potstallen. De stalmest werd ieder jaar naar de akkers gebracht, die daardoor geleidelijk werden opgehoogd. Deze vorm van landbouw met de karakteristieke esdorpen en herdgangen bleef tot het einde van de 19e eeuw bestaan.

In 1898 was nog ruim twintig procent van de oppervlakte van Nederland ‘woeste grond’ en die bestond hoofdzakelijk uit heiden. De uitvinding van de kunstmest verminderde de behoefte aan schapenmest en maakte het mogelijk de heiden tot landbouwgrond te ontginnen. Daarnaast werden veel heiden in bos omgezet. Speciaal met dit doel werd Staatsbosbeheer opgericht. Ongeveer tegelijkertijd ontstond de belangstelling voor de heide bij natuurbeschermers.

Als gevolg hiervan zag Staatsbosbeheer af van de bebossing van waardevolle heiden en kocht Natuurmonumenten grote heiden, waaronder de Kampina en de Brunssummerheide. Aan het eind van de 20e eeuw bestond nog minder dan één procent van Nederland uit hei. Behalve de militaire oefenterreinen zijn vrijwel alle overgebleven heiden thans eigendom van Staatsbosbeheer, de Vereniging Natuurmonumenten en de Provinciale Landschappen.

Bron: Wikipedia  Foto: T.V.S.Fotografie.

Dikrandtonderzwam

TVS_4202

Dikrandtonderzwam

Elk jaar komt de Dikrandtonderzwam terug in een grote opening in de grote beukenboom in het Heidepark Vredelust.

De dikrandtonderzwam (Ganoderma adspersum, synoniemen: Ganoderma europaeum en Polyporus adspersus) is een meerjarige houtzwam.

De consolevormige, golvende hoed is 10-30 cm breed, 10-25 cm diep en 4-10 cm hoog. De bovenzijde is hard en geel- tot donkerbruin van kleur. De onderzijde is wit tot crèmekleurig en heeft heel fijne poriën.

Zoals op de foto te zien is, zijn de boom en de zwam vaak bestoven met de roestbruine sporen. De sporen zetten zich op de bovenkant van de zwam af door elektrostatische aantrekkingskracht. Elk jaar voegt de dikrandtonderzwam een laag toe aan de onderkant.

Voorkomen
De dikrandtonderzwam komt vrij algemeen voor op stammen en stronken van loofbomen, met name op beuk, eik, esdoorn, paardenkastanje en wilg.

Belang
De sporen van de dikrandtonderzwam vestigen zich op kleine wondjes van een boom. De zwam groeit op niet levende delen van de boom en veroorzaakt daar witrot. Dit doodt de boom niet maar het kan hem wel verzwakken, waardoor kwetsbaarheid ontstaat voor windschade.

Trivia
De kastanjeboom achter het Anne Frank Huis was door deze zwam aangetast, ten gevolge hiervan bezweek de boom op 23 augustus 2010 door harde windstoten.

Bron: Wikipedia Foto: T.V.S.Fotografie

grote Parasol Zwam

P1000541-copygrote Parasol Zwam

grote Parasol Zwam kom je meestal in loof en naaldbossen tegen, deze zijn gefotografeerd in het natuurgebied Huis ter Heide.

Hoed,
In de jeugd is grote parasolzwam kegelvormig, daarna de vorm van een trommelstok aannemend, later vlak met kleine middenbult, grijsbruin wollig beschubd; en tot meer dan 25 cm breed.

Lamellen,
De lamellen van de grote parasolzwam zijn zuiver wit, dicht opeenstaand.

Steel,
De steel van deze parasolzwan is slank, met grijsbruine slangehuidtekening met knotsvormig verdikte voet en een brede, verschuifbare ring.

Vlees,
De grote parasolzwam heeft een witte vleeskleur, bij aansnijden niet verkleurend, met aangename geur en zachte smaak.

parasol

Voorkomen,
Deze grote parasolzwam is te vinden in loof- en naaldbossen, aan bosranden, ook in hooilanden; algemeen.

Bijzonderheden,
De verschuifbare ring en de slangehuidtekening zijn kenmerkend.
De hoed kan gebakken worden en smaakt dan uitstekend.
Het eten van de rauwe paddestoel kan echter tot ernstige indigestie leiden.

Vergelijkbare soorten
Er zijn nog talrijke kleinere soorten parasolzwammen die echter geen verschuifbare ring bezitten en die ongenietbaar of giftig zijn.

Bron: Natuur Wereld.be  Foto’s T.V.S.Fotografie

Leikeven Huis ter Heide

 

P1000469

Leikeven Huis ter Heide

Een prachtig gebied het Leikeven bij Huis ter Heide tussen Tilburg de Moer en Loon op zand.

Laat het bos even achter je en kijk uit over het Leikeven. Een prachtig vergezicht over een ven, dat grotendeels was ontgonnen voor de landbouw.

Natuurmonumenten heeft hier op 400 hectare 40 tot 50 cm van de bemeste toplaag afgegraven om het huidige ‘plas-gras’ gebied te realiseren met het project Lobelia.

Vlonderpad
Wijk gerust even van de route af en pik een stuk van het vlonderpad mee. Vanaf de vlonder kun je heel goed de bijzondere plantjes zien, die thuishoren op de natte heide, waaronder het vleesetende plantje zonnedauw.

P1000449

Wil je een extra stukje wandelen (2,5 km), volg dan de groene pijlen en wandel helemaal rond het Leikeven. Je komt vanzelf weer op de rode wandelroute terecht.

Uitkijkpunt
Speur vanaf het uitkijkpunt naar de vogels van het Leikeven, zoals de blauwborst, wintertaling, watersnip en bergeend. En wie weet, met een beetje geluk zijn de Schotse Hooglanders pootje aan het baden in het ven. Er lopen in het natuurgebied ongeveer 90 runderen rond in twee gescheiden kuddes. De Schotse Hooglanders helpen Natuurmonumenten om het gebied open te houden.

P1000447

Staand tussen de zonnedauw aan de oevers van het Leikeven, waarop de witte waterranonkel uitbundig bloeit, is het moeilijk voor te stellen dat er op deze zelfde plek achttien jaar geleden nog een maïsveld lag.

Dankzij herstelplan Lobelia zijn de intensieve landbouwgronden in het zuidelijke deel van landgoed Huis ter Heide omgetoverd tot een prachtig nieuw natuurgebied met natte heide en oude en nieuw uitgegraven vennen.

Op een open dag op 30 mei 2010 werd deze met mensenhand gecreëerde nieuwe ’natuurparel’ boven Tilburg gepresenteerd aan het publiek.

Bron: Natuurmonumenten en Trouw   Foto’s T.V.S.Fotografie

Groene Specht

groene-specht

Groene Specht mannetje

Vanmiddag viel mijn oog op gescharrel in de sloot een Groene Specht, hij viel niet zo op met zijn groene kleur tussen het gras en de bramenstruiken zijn rode pet verraden hem.

Groene spechten zijn standvogels van open loofbossen, hoogstamboomgaarden, parken en oude houtsingels. Als broedplaats verkiest de soort meestal een zelfgehakt hol in een oude loofboom. Het voedsel bestaat uit grote mieren (vooral rode bosmieren) en wordt meestal op de grond verzameld. De lachende roep valt vaak eerder op dan de vogel zelf, maar wie eens een groene specht tekeer heeft zien gaan op een mierenhoop zal dit niet snel vergeten!

Algemeen
Overige namen Green Woodpecker , Picus viridis Orde Piciformes FamilieSpechten (Picidae) Status Jaarvogel.

Vrij schaarse broedvogel; standvogel. Europese verspreiding De groene specht komt voor in boreale, atlantische en mediterrane bossen en parkachtige landschappen in geheel Europa. In meer arctische streken ontbreekt de groene specht; het habitat komt hier immers niet voor.

Leefomgeving en voedsel
Biotoop Bos, park en tuin Voedsel- en broedbiotoop Gevarieerde, open bossen met veel oude loofbomen, waarin de groene specht een nest maakt. Het voedsel zoekt de groene specht hoofdzakelijk op de grond. Voedselinsecten

Broeden
Broedperiode maart-juni, Kolonie broeder Nee, Aantal legsels 1, Aantal eieren 4-6

groene-specht.1

Rode Lijst Ja

Motief Kwetsbaar, Oorzaak afname, De soort staat op de Rode Lijst omdat het aantal broedparen duidelijk is afgenomen en de Nederlandse verspreiding beperkt is.

De afname van de groene specht lijkt in de eerste plaats gerelateerd aan de problemen die bepaalde mierensoorten ondervinden bij de verzuring van bos en hei. De afname van dit stapelvoedsel leidt logischerwijs tot het verdwijnen van de mieren-predator.

Wintervoedering Nee

Tuintips
Grote tuinen met oude bomen kunnen geschikt zijn voor de groene specht. Het voedsel (hoofdzakelijk mieren) moet bovendien aanwezig zijn, althans in de directe omgeving.

Nest kast

Voor de groene specht is een diepe spechtenkast geschikt, met een binnenmaat van ongeveer 50x12x12 centimeter en een invliegopening met een diameter van 6-8 centimeter, welke door de vogels meestal zal worden vergroot.

Bron: vogelbescherming.nl   Foto’s: T.V.S.Fotografie

Gekraagde Roodstaart

_TVS5129
Gekraagde Roodstaart gaat binnenkort vertrekken naar Afrika, in het voorjaar komen ze weer terug om te broeden, meestal naar dezelfde omgeving.

De gekraagde roodstaart is een vogelsoort van oude, parkachtige bossen. Deze vogelsoort is vooral te vinden op de zandgronden. Open plekken, oude bomen, graslanden of heiden moeten elkaar afwisselen. Gekraagde roodstaarten zijn holenbroeders, welke ook wel van nestkasten gebruik maken. De aanwezigheid van een gekraagde roodstaart blijft vaak onopgemerkt: het is nogal een schuwe en onopvallende vogelsoort die vaak pas opvalt wanneer het mannetje uitbundig zit te zingen. De gekraagde roodstaart is tegenwoordig niet meer zo algemeen als enkele decennia geleden.

_TVS9416

Algemeen
Overige namen Common Redstart , Phoenicurus phoenicurus OrdePasseriformesFamilieLijsters (Turdidae)StatusZomervogel. Talrijke broedvogel; doortrekker in groot aantalEuropese verspreidingDe gekraagde roodstaart komt voor in de boreale tot warme gematigde delen van Europa tot in Oost-Siberië, tussen de 10 en 24 graden Celsius Juli-isotherm. De verspreiding over de verschillende Europese landen is sterk, maar Finland, Frankrijk en Duitsland huisvesten de grootste aantallen gekraagde roodstaarten.

Leefomgeving en voedsel
Biotoop Boomgaarden, bos, duinen, heide, park en tuin Voedsel- en broedbiotoopGevarieerde, oude gemengde bossen met open plekken (heidevelden, schraalgraslanden of andere open gebieden) met een ruim aanbod van spechtengaten in de bomen. VoedselInsecten en rupsenNaar boven

_TVS5130

Broeden
Koloniebroeder: Nee Aantal legsels 1 of 2 Aantal eieren 5-7

Vogeltrek
Trekroute Gekraagde roodstaarten trekken via Frankrijk en het Iberisch Schiereiland naar Marokko, en dan verder naar tropisch Afrika.

Overwinteringsgebied
Afrika, ten zuiden van de Sahara.

Bron: vogelbescherming .nl  Foto’s T.V.S Fotografie

Spoorzone 013 Tilburg

_TVS6358
Spoorzone 013 Tilburg, Bij de oude NS werkplaats in Tilburg zijn deze foto’s gemaakt. de gebouwen krijgen allemaal een nieuwe functie. met name ook de Wagenmakerij.

_TVS6425

De Wagenmakerij ligt in de Spoorzone, een ontwikkelgebied naast het spoor van 75 hectare groot, uitgestrekt over 3 kilometer. Hier ligt voor Tilburg dé kans om de binnenstad te verrijken en de economische betekenis van de stad te vergroten. Door een broedplaats voor kennis en innovatie te creëren met onderwijs, ondernemers en particulieren. En dat te combineren met ruimte voor wonen, werken en uitgaan.
In het hart van de Spoorzone vind je de oude NS werkplaats waar generaties Tilburgers aan locomotieven en treinen sleutelden. Tussen dit industrieel erfgoed en nieuwe architectuur krijgen evenementen, ondernemerschap en vernieuwing de ruimte. Behalve de Wagenmakerij biedt de Spoorzone nog meer sfeervolle ruimte voor evenementen en bijeenkomsten. De naastgelegen Koepelhal, de Hall of Fame, de Smederij en Deprez hebben ieder een eigen karakter en mogelijkheden.

_TVS6361

Bron:spoorzone 013 foto’s T.V.S.Fotografie

Huis ter Heide

 

TVS_3628

Huis ter Heide is een prachtig natuurgebied die van alles te bieden heeft voor een natuurliefhebber. het is in beheer van Natuurmonumenten, we gaan er zeker hier nog meer wandelingen maken.

TVS_3635

Door het afwisselende landschap komen er allerlei soorten vogels voor in natuurgebied Huis ter Heide. Op en rond de vennen kun je verschillende ganzen tegenkomen en met wat geluk zie je er lepelaars! Kleurrijke vogels op het landgoed zijn de groene specht, blauwborst en de ijsvogel. En vanuit de bomen speuren buizerds en sperwers naar hun prooi in het bos en op de akkers.

TVS_3653

Zoogdieren
Zeker rond de schemering ’s ochtends en ’s avonds heb je grote kans om reeën te zien in de velden. Andere zoogdieren in het gebied zijn de vos, das, het konijn en de Schotse hooglander. De hooglanders grazen in twee kuddes verspreid over het landgoed.

TVS_3665

Reptielen en Amfibieën
Vrijwilligers kijken met regelmaat welke dieren en planten in onze gebieden voorkomen. Zo ook in de Loonse en Drunense Duinen en Huis ter Heide. Mark Klerks deed in 2010 een aantal interessante waarnemingen. Zo is in het gebied o.a. een in ons land zeldzame melanistische hagedis waargenomen en leeft bij de vennen de bijzondere heikikker, waarvan het mannetje rond paartijd blauw kleurt!

 

TVS_3646

Planten op Huis ter Heide
Een bijzondere beschermde plant die bij meerdere vennen groeit in het gebied is de zonnedauw. Dit is een vleesetende plant! De plant kan op heel voedselarme bodem groeien, maar moet wel ergens zijn voedingsstoffen vandaan halen: die haalt hij dus uit insecten die hij vangt. De druppels op het plantje lijken waterdruppels, maar dit is een kleverige stof waar de kleine insecten aan blijven hangen. Een mooie beschermde bloem die hier in de natuur groeit is klokjesgentiaan. De bloemen lijken op de bel van een klok. Bovendien is klokjesgentiaan de waardplant voor de zeldzame vlinder het gentiaanblauwtje. Deze vlinder kan niet zonder deze bloem, waarop deze fladderaard de eitjes legt.

Bron: www.natuurmonumenten.nl   Foto’s T.V.S. Fotografie

 

Oude bank met paddestoelen

TVS_3912

Oude bank met paddestoelen

In de bossen achter de stoeterij van Dongewijk kun je de Amarant-wandelroute lopen.

TVS_3928

Daar staan nog zeer oude banken in het bos, we zijn een bank tegengekomen waar paddestoelen en boompjes op groeien.

TVS_3910

Het is een wandelroute van De 6 van Tilburg.

Foto’s: T.V.S.Fotografie

Amethist Paddestoelen

Amethist

In het Amarant bos veel Amethist Paddestoelen ook wel Rodekolen Zwammen genoemd tegengekomen, heel veel verschillende modellen.

amethist.2

Kenmerken
Omdat het vruchtlichaam een kleurenpalet heeft dat vergelijkbaar is met de rode kool (lila tot violet), wordt de amethistzwam ook wel rodekoolzwam genoemd. De hoed van een volwassen exemplaar heeft normaal een diameter tussen 1 en 4 cm alhoewel er ook specimen zijn met hoeden tot maximaal 6 cm diameter. De hoogte kan 10 cm worden. De sporen van de amethistzwam zijn 7-10 µm groot, maar hebben uitsteeksels tot twee µm lang.

amethist.1

Leefomgeving
De amethistzwam is een fopzwam die terug te vinden is in bossen en lanen op diverse grondsoorten. Vaak wordt hij teruggevonden onder beuk en eik, soms ook in naaldbossen.

Amethist.3

Verspreiding
De amethistzwam is een algemeen voorkomende fopzwam, die in de zomer tot herfst aangetroffen kan worden.

Bron: Wikipedia  Foto’s: T.V.S.Fotografie

Rups Sint jacobsvlinder

_TVS0048Rups Sint jacobsvlinder deze rupsen zijn ongeveer midden in de zomer te vinden op St. Jacobskruid. deze rupsen en vlinder kwam ik tegen tijdens het lopen van mijn vlinderroute.

De sint-jacobsvlinder (Tyria jacobaeae) is een dagactieve nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie beervlinders (Arctiinae).

De vlinder komt niet alleen in Nederland, België en de rest van Europa voor, maar ook in West- en Centraal-Azië en is ingevoerd in Nieuw-Zeeland, Australië en Noord-Amerika om daar jakobskruiskruid te bestrijden.

059

De sint-jacobsvlinder heeft als leefgebied zandgrond, waar zijn waardplanten, het jakobskruiskruid en enkele andere kruiskruidsoorten voorkomen.

De lengte van de vleugel is 16-21 millimeter.

De vliegtijd is van april tot en met begin augustus.

002

Rups,
De rups van deze vlinder heet de zebrarups. Deze naam is afkomstig van de typische strepen op het lijf.
De giftige bestanddelen van het jakobskruiskruid maken de rups oneetbaar, die daardoor beschermd wordt. De rups raakt het gif dat hij met zijn maaltijden van het jakobskruiskruid binnenkrijgt niet kwijt, in tegendeel het wordt geconcentreerd en doorgegeven aan de vlinder die daardoor eveneens oneetbaar wordt. Dit zie je wel vaker bij felgekleurde insecten.

Bron: wikipedia Foto’s: T.V.S. Fotografie

Grote bonte specht

TVS_3552Grote bonte specht komt weer elke dag even langs voor de pinda’s, meestal in de vroege ochtenduren.

De grote bonte specht is de drummer van het bos; zowel mannetje als vrouwtje roffelen op takken om territorium en paarband te versterken. Grote bonte spechten hakken een nestholte uit in bomen, waarbij de voorkeur, begrijpelijk, uitgaat naar zachte houtsoorten. Berken zijn favoriet, maar andere boomsoorten worden ook gebruikt om een holte met rond gat in uit te hakken. Een specht krijgt daarbij geen hoofdpijn doordat de hersenen in een soort schokdempers zijn ingekleed. In de nestholte worden de eieren gewoon op het hout gelegd; de grote bonte specht maakt geen comfortabel nest voor de jongen.

 

TVS_3519

De grote bonte specht komt overal in Europa voor waar bossen zijn: van de noordelijke naaldbossen, de taiga, tot in de lommerrijke mediterrane bossen. Het verspreidingsgebied rijkt zelfs van in het Atlasgebergte in Marokko, Iran tot in Mongolië. In het ruime verspreidingsgebied worden maar liefst 27 ondersoorten gevonden.

Loof- en gemengde bossen met een diverse opbouw (jonge en oude bomen, dicht en open bos) is favoriet. Het nest wordt uitgehakt in een wat zachtere boomsoort, vanaf enkele meters hoogte aan te treffen. En begint midden april met broeden, Met een legsel per jaar 4-7, soms 3-8 eieren, Grote bonte spechten zijn het gehele jaar in de omgeving van hun broedgebied aanwezig, hoewel ze in de winter wel een ruimer gebied gebruiken op zoek naar voedsel. Bij die omzwervingen komen deze spechten ook regelmatig in (stads)tuinen terecht.

Bron: Vogelbescherming.nl   foto’s T.V.S. Fotografie

Natuurgebied de Gaas

Afbeelding-024

Op dit moment staat er bijna geen water meer in het vennetje van de Gaas.

Natuurgebied de Gaas. De bossen aan de Bredaseweg was vroeger helemaal omringt met gaas, daarom werd het door de bevolking ook wel De Gaas genoemd.

Wellicht is het voor sommigen ook interessant te weten, dat de naam “Oude Draaiboom” van de kaart van 1890 al rond 1450, dus ook nog in de Middeleeuwen, als “Oude Dreyboom” staat aangegeven. Het betreft het huidige complex bos- en weideland, recht tegenover het landgoed Dongewijk, ten noorden van de Bredaseweg en verder begrensd door de Donge (met Koolhoven) in het westen, de spoorlijn Tilburg-Breda in het noorden en de Reeshofweg ten oosten. In de huidige bossen staat een nieuwgebouwde villa van P. Bogaers. Zij draagt de naam “De oude Draaiboom” en kijkt daarmee dus terug tot in de Middeleeuwen.

Afbeelding-mooi

Het bruggetje in de Gaas van een aantal jaren geleden

Tilburg aantreft aan weerskanten van de Bredaseweg, waar eens de “fine fleur” van Tilburg haar zomerverblijven bouwde. Het was en is daar een bosrijke streek, gezegend met natuurschoon, dat echter door de wandelaar alleen van de “buitenkant” kon bekeken en genoten worden. Als particulier bezit waren die landgoederen voor hem taboe. Maar de tijden zijn veranderd. Overal werden landgoederen voor het publiek opengesteld. O.a. is dit hier het geval met Dongewijk en met nog enige andere “feodale” bezittingen, welke in handen van de gemeente Tilburg zijn gekomen en thans met de verzamelnaam van “gemeentebossen” plegen aangeduid te worden. Algemeen bekend lijkt ons dit alles niet, hoewel ze op slechts korte afstand van de stad verwijderd liggen. Waarom zou de natuurliefhebber en de ontspanning verlangende mens ver gaan zoeken wat hij in de buurt, zonder enige moeite, en zelfs zonder over een auto te beschikken, ook vinden kan! Dat dachten wij zo toen we hier op zekere dag ronddoolden en daar het fascinerende ondergingen, dat er ligt in het vrij wandelen in bossen, waar in het verleden een jongensoog zo lang begerig naar heeft gekeken.

TVS_3478

Dit is alles van wat er nu nog over is van het bruggetje in de Gaas

Bron: Pierre van Beek – Heemkunde-artikelen,  foto’s T.V.S.Fotografie