Landgoed Huis ter Heide

TVS_6083
Landgoed Huis ter Heide, afgelopen zondag 25 januari 2015 was er een wandeling met 2 gidsen van IVN beleef de natuur, het weer zag er triest uit met af en toe een beetje regen. de wandeling was heel interessant en heel leerzaam met goede uitleg over het ontstaan van het Natuurgebied en ook informatie over de bomen planten en dieren.

TVS_6033

Op Huis ter Heide bij Tilburg vind je zeer afwisselende natuur. Loop over het fraaie landgoed en geniet van het uitzicht vanaf het vlonderpad. Ontdek tijdens je wandeling de vele riet-, zang- en watervogels en sta zomaar oog in oog met de Schotse hooglanders die in dit gebied grazen.

TVS_6081

Bron: NatuurmonumentenDit prachtige natuurgebied met heide en vennen, kruidenrijke akkers, gevarieerde bossen en een voormalig jachthuis is een paradijs voor rustzoekers. Heel vroeger bestond dit landgoed aan de noordelijke stadsrand van Tilburg uit heidevelden, in de volksmond ‘woeste gronden’ genoemd.

TVS_6045

Wandelen op landgoed Huis ter Heide
Landgoed Huis ter Heide ligt tussen de dorpen De Moer en Loon op Zand, ten noordwesten van Tilburg. Wandel of fiets door de natuur over de paden en kies uit de verschillende wandelroutes die Natuurmonumenten heeft uitgestippeld.

TVS_5999

Via de gele en witte route maak je een wandeling langs de nieuwe vennen. Geniet vanaf de twee uitkijktorens van het uitzicht en speur naar de vele vogels. De groene route gaat over het fraaie vlonderpad. Bij de westelijke uitkijktoren bij het Leikeven komen de rode, gele en witte wandelroute samen. Aan de oostkant van het Leikeven staat nog een uitkijktoren!

TVS_6023.1

 

In het gebied kun je Schotse hooglanders zien. Deze grote grazers, die in 2 verschillende kuddes leven, zorgen voor een betere bodemstructuur en variatie in de begroeiing. Blijf voor de rust van de dieren en je eigen veiligheid op ruime afstand (25 meter).

Het Leikeven is schoon en slibvrij gemaakt. Daardoor is de kwaliteit van het water nu veel beter. De waterlobelia, die hier vroeger uitbundig bloeide, is terug. En met een beetje geluk kun je vanaf het vlonderpad de heikikker en vinpootsalamander in het water zien scharrelen.

Tegelijkertijd zijn de afgelopen jaren de dunningen in het bos zodanig uitgevoerd dat er meer variatie is ontstaan. Kom zelf kijken naar het resultaat!

Bron: Natuurmonumenten Huis ter Heide   Foto’s: TVS Photography

Kokmeeuwen

_TVS0762
De Kokmeeuwen in het Safaripark Beekse Bergen eten gewoon uit je hand. Zijn snavel en poten zijn diep, donkerrood, kop en keel zijn donker chocoladebruin,vandaar soms ook de naam “kapmeeuw”.

_TVS0760
Ze hebben een smalle, witte oogring. Vanaf de hals verandert de kleur in wit. Die kleur loopt door in de onderdelen en de staart. Mantel en vleugeldekveren zijn zilvergrijs. Zijn slagpennen zijn ook wit, met een zwarte punt. In de winter is de onderkant van de vleugel donkerder. Voor de rest is deze meeuw geheel wit. In de winter wordt zelfs zijn kop wit, op een paar donkere plekjes in de oorstreek en voor het oog na. Zijn snavel en poten worden dan licht roodachtig. In de vlucht hebben ze een witte vleugelvoorrand waaraan ze duidelijk te herkennen zijn. Ook vallen hun lange, spitse vleugels dan op. Tussen winter en zomer bezitten ze een overgangskleed met een “koptelefoontje” of een “schimmelkop”, naargelang het individu. De jongen bezitten een grijsachtige kop, een gele snavel met een zwarte punt, bruingrijs gevlekte vleugeldekveren en een zwarte dwarszoom over de staart.
_TVS0761

Het zijn alleseters, die zich vooral voeden met larven, slakken en wormen, die ze vinden op wei- en bouwland. Ze eten ook visjes, vogeleieren, muizen en kleine vogeltjes. Ze scharrelen tussen drijvend afval en komen af op mensen die de eendjes komen voederen. Veel kokmeeuwen houden zich er ook mee bezig om al vliegend insecten te vangen. Graag lopen ze mee met het eerste opkomende water, terwijl ze uitkijken naar sporen van bodemdieren, die door het vloedwater weer tot actie komen. In iets dieper water zwemmen ze ook vaak rond, ondertussen uitkijkend naar al het eetbare dat het waagt onder ze door te zwemmen. Een andere leuke zoektechniek is het sliktrappelen. Daarbij trappelen ze regelmatig met beide poten en ze verplaatsen zich langzaam achterwaarts. Daardoor wordt er onder de zwemvliezen water en slik opgewerveld. Het gevolg hiervan is dan weer dat er grote aantallen kleine schelpdieren worden blootgewoeld. Er zijn ook veel kokmeeuwen die zich bezighouden met piraterij: ze stelen wormen van steltlopers. Die kunnen een dik exemplaar niet snel genoeg naar binnen werken en trekken wel eens het langste tegenover een kokmeeuw. Kokmeeuwen maken het sterns ook wel eens moeilijk, als die visjes aanvoeren voor hun jongen of partner op het nest. In de lucht heeft hun piraterij meestal weinig succes, maar omdat de sterns altijd naar de grond moeten komen, krijgt de meeuw die vasthoudend is uiteindelijk toch wel zijn visje. Na het eten van insecten, vormen de meeuwen braakballen om de pantsers te kunnen verwijderen.

Bron: Wikipedia – Foto’s: TVS Photography

Pauwhaan

_TVS6182

Pauwhaan

Dit is een van de mooiste loopvogel de Pauwhaan, deze Pauw heb ik gefotografeerd in de kinderboerderij bij het Vennenbos.

Pauwen (Pavo) is een geslacht van middelgrote hoendervogels, waarvan de haan wordt gekenmerkt door een lange staart. Er zijn twee soorten: de blauwe pauw (Pavo cristatus) en de groene pauw (Pavo muticus). Naast het geslacht Pavo bestaat er ook het pauwengeslacht Afropavo met één soort: de Congopauw (Afropavo congensis).

Kenmerken
Ze vallen binnen de grote familie van de fazantachtigen (Phasianidae) op door hun gekleurde verenkleed en de grote sierveren van de mannetjes. In tegenstelling tot de kleurige verschijning van het mannetje is het vrouwtje van de blauwe pauw onopvallend gekleurd. Bij de groene pauw is het onderscheid tussen de beide seksen kleiner. De pauw is waarschijnlijk de oudst bekende siervogel.

_TVS6196

Voeding
Van nature eten pauwen zowel plantaardig als dierlijk materiaal. Hoofdvoer zijn granen en zaden en speciale voerkorrels voor siervogels. Onkruiden, fruit en groente zijn geschikt als bijvoedsel. Net als andere hoenderachtigen zal het dier insecten en wormen niet versmaden, terwijl hij ook andere dieren, zoals kleine slangen, eet als ze beschikbaar zijn.

De veren
De hanen van beide soorten hebben een lange sleep, bestaande uit de sterk verlengde staartdekveren, die aan hun uiteinde een pauwenoog vertonen. De sleep bestaat uit zo’n 150 kleurige veren. Als de haan zijn sleep opzet om een wijfje te veroveren, zijn deze veren het duidelijkst te zien. Aan het einde van de winter wil de pauwhaan gaan paren. Als een wijfje interesse toont, draait de haan zijn rug naar het vrouwtje toe zodat het vrouwtje om hem heen moet lopen om zijn prachtige veren nog te kunnen zien. Nadat dit zich een aantal malen heeft herhaald, gaat de hen tenslotte voor de haan liggen, die zijn staartveren invouwt en met het wijfje paart. Op die manier verzamelen de mannetjes twee tot vijf wijfjes om zich heen en paren met hen.

Veel vlindersoorten hebben pauwenogen op hun vleugels. Bekende soorten zijn de dag- en de nachtpauwoog. Ook bestaan er vissen en reptielen met ‘pauwoog’ in hun naam.

_TVS6190

Het pauwenjong

Bij de blauwe pauw zorgt het wijfje alleen voor haar jongen. De groene pauw echter leeft in kleine groepjes bestaande uit de haan, zijn harem en de jongen. Nadat de eieren zijn uitgekomen, zorgt de moeder nog lange tijd voor de jongen. Mannetje en vrouwtje maken hun nest meestal in een kuiltje in de grond tussen de struiken. Maar soms ook in een dikke boom, in een leeg roofvogelnest, of zelfs op een gebouw. Het nest wordt bedekt met wat dorre bladeren of gras.

Het hennetje legt gewoonlijk vier tot acht bijna-witte eieren. Ze worden niet allemaal tegelijk gelegd. Pas na het vierde ei begint de hen te broeden. Dat doet ze ongeveer 28 dagen. Kuikens worden met veertjes geboren, niet met dons, zoals veel andere kuikens. Al snel krijgt de jonge pauw een verenkroontje op zijn kop. Een sleepstaart krijgen de hanen pas na het derde jaar, en deze is pas volgroeid als hij 6 jaar oud is. Dit weerhoudt de jonge haantjes er niet van om zich al meteen te oefenen in het pronken. Daarbij zetten ze hun korte staartveren op. Ook jonge hennen vertonen soms deze houding. Als jonge pauwen honger hebben tikken ze op de snavel van de moeder, waarna ze gevoed worden. Als pauwen een goed leven hebben, kunnen ze in gevangenschap 20 tot 30 jaar oud worden.

Bron: Wikipedia – Foto’s: TVS Photography

Wilde Eenden

TVS_4658

Wilde Eenden gefotografeerd in het Safaripark Beekse Bergen, Er vlogen 15 Wilde Eenden door de lucht zo’n grote groep had ik nog nooit bij elkaar zien vliegen.

De lengte bedraagt 51 tot 62 cm en de spanwijdte 91 tot 98 cm. Een volwassen eend weegt tussen de 700 en 1500 gram. Gemiddeld wordt een wilde eend vijftien jaar oud. De oudst bekende wilde eend werd negenentwintig jaar. De wilde eend is de stamouder van de gedomesticeerde tamme eend.

Het mannetje (de woerd) is kleurrijk met een glanzend groene kop, een witte halsband, een kastanjebruine borst en gekrulde zwarte veren aan de staart. Het donkerbruine vrouwtje en de eendenkuikens (pullen) hebben een schutkleur. De woerd en het vrouwtje hebben één ding gemeen: de blauw-paarse vleugelspiegel. Sommige dieren zijn (gedeeltelijk) wit; door rasveredeling is de schutkleur vervangen door een geselecteerde kleur. De witte delen bij de volwassen dieren waren geel toen ze nog eendenkuiken waren.

TVS_4647

Leefwijze
Het voedsel bestaat uit allerlei soorten kleine visjes, slakken en wormen.

Voortplanting
Het vrouwtje bouwt een nest in het lange gras, in een knotwilg of in een holte. De acht tot tien vuilgroene eieren broedt ze uit in 4 weken.

Bron Wikipedia Foto’s TVS Photograhpy

Kruisbekken

 

kruisbek.1

Mannetje

De kruisbek ben een paar keer tegengekomen een keer achter bij mij in de tuin dat was het mannetje, en in Oosterhout op de Wrachelsehei.

Weinig vogels hebben zo’n ongewone snavel als de kruisbek: de bovenste en onderste snavelhelft kruisen elkaar! Zo’n snavel is een uiterst effectief gereedschap om zaden uit dennen- en sparappels te halen. Kruisbekken zijn vinkachtige vogels, die vooral in de trektijd en in de winter in Nederland verblijven. De mannetjes zijn prachtig karmijnrood van kleur, de vrouwtjes zijn bijna egaal groen. Kruisbekken houden zich vaak op in groepen. Ze zijn te herkennen aan een diepe, golvende vlucht, gevorkte staartpunt en “kiep” geluid. Strijkt een groep kruisbekken neer in bomen dan zijn ze meestal boven in de kroon te ontdekken, waar ze hangend aan dennen- of sparappels naar voedsel zoeken. Wie zoekt naar een plas water in de omgeving kan daar geluk hebben en één of meer kruisbekken zien drinken. Dat is vrijwel de enige mogelijkheid om kruisbekken van écht dichtbij te zien.
kruisbek.2

Vrouwtje

Rode kleur van mannetje, vrouwtje groen, gekruiste snavelGedragfoerageert in groepen in de toppen van dennenbomen. Bij mannetjes zijn de kop, stuit en onderdelen steenrood maar er is enigszins variatie in de kleur en sommige individuen hebben dan ook een variabele hoeveelheid grijsgroen of geeloranje in hun verenkleed. Vrouwtjes zijn grijsgroen of dof geelgroen van kleur, waarbij de stuit meestal het helderst van kleur is. Onvolwassen vogels zijn grijs en zwaar gestreept. Formaat/ lengte15 – 17 cm. Snavel Bovenste en onderste snavelhelft kruisen elkaar Poten grijs roze.

Bron: vogelbescherming.nl Foto’s: TVS Photography

Buntgras

_TVS3067In deze tijd staat het buntgras er mooi bij in de Gaas.

Wat imkers buntgras noemen heet in werkelijkheid pijpenstro (Molinea caerulea). Het echte buntgras (Corynephorus canescens) is zo klein (minder dan 10 cm hoog), dat je daar niets van kunt vlechten. De stengels van het pijpenstrootje gras kunnen echter tot ongeveer één meter hoog worden.
Buntgras groeit op zeer droge voedselarme zandgronden, bijvoorbeeld langs zandverstuivingen.
Het pijpestrootje groeit vooral in vochtige vergraste heide.

_TVS2963

Pijpenstro wordt ook wel ‘bunt’, ‘bent’ of ‘bente’ genoemd, vandaar wellicht de naamsverwarring met buntgras.

Pijpenstro is sterker dan gewoon stro. Bovendien is de kans dat een korf van pijpenstro wordt aangevreten door de muizen minimaal. Dat zou komen doordat pijpenstro kiezelzuur bevat, wat ook verklaart dat de grote grazers op de heide het pijpenstro niet of nauwelijks aanvreten.
Pijpenstro is duidelijk zwaarder dan stro. Pijpenstrokorven worden dan ook vaak wat dunner gevlochten.

_TVS3066

Pijpenstro moet wel droog blijven:
Korven van pijpenstro zijn schimmelgevoelig. Het gaat daarbij om een schimmel die erg gesteld is op duisternis en vocht. Zet de korf dus straks op een gaasbodem en van de grond af, zodat je licht en lucht onder de korf krijgt. Dan heb je geen last.
Pijpenstro zwelt behoorlijk op als het nat is. Dus alleen vlechten met gortdroog pijpenstro, want anders krimpt alles zodra het droog wordt.

Met pijpenstro kun je geen hoeken maken. Het is dus ongeschikt voor het vlechten van een Uddeler korf. Pijpenstro kan alleen buigen en daarna lelijk knakken.

Er worden verschillende verklaringen gegeven voor de naam van pijpenstro:
Het zou vroeger veel gebruikt zijn voor het schoonkrabben van de binnenkant van een pijp (waar je tabak in rookt). Pijpenstro wordt in sommige gebieden dan ook wel pijpenvegers genoemd.
Bij het maken van de Leidse pijp werd de klei werd om de bunt gerold en dan gebakken. Tijdens het bakken verbrande het strootje. Het bunt was hier uitstekend voor geschikt omdat het geen knopen heeft. Je kunt door een pijpenstrootje heen blazen.

Bron: Imkerpedia  Foto’s TVS Photography

Eikenboom

TVS_5322.6
Wij hebben uitzicht op een prachtige Eikenboom, hij staat op een mooie plek in de Witbrant.

Eik (Quercus) is een geslacht van loofbomen. Tot dit geslacht behoren zowel bladverliezende als altijd groenblijvende bomen. Wanneer in het Nederlands over de eik gesproken wordt, gaat het meestal over de zomereik. Eikenhout wordt voor verschillende doeleinden gebruikt. In het algemeen is eikenhout sterk en hard, maar toch redelijk makkelijk te bewerken en af te werken.

De eik is voor het voortbestaan vooral afhankelijk van de gaai en van de eekhoorn. Een eikel valt niet ver van de boom en kan onder het bladerdak van de boom niet uitgroeien. Hij is dus aangewezen op dieren om de eikel verder van de boom te verplaatsen. Eekhoorns begraven voorraden eikels voor de winter. Als een eekhoorn omkomt of de voorraad niet of onvolledig aanspreekt of vergeet, is dat een ideale plaats voor de eikels om te kiemen.

TVS_5323.5

Zowel de bladeren als de eikels van de eik bevatten tannines. Deze tannines kunnen het maagdarmstelsel irriteren. In het lichaam worden zij omgezet tot pyrogallol, een sterk bloedgif, dat hemolyse veroorzaakt. Eikels – die tot de noten worden gerekend [1] – zijn giftig voor mensen, hoewel er indianenstammen waren die zich voornamelijk met eikels voedden door ze zo te bereiden dat de tannines er grotendeels uit verwijderd werden. Paarden, schapen en runderen zijn zeer gevoelig voor dit gif, maar varkens verdragen eikels goed. Ook wilde zwijnen, herten en eekhoorns eten veel eikels.

Bron: Wikipedia Foto: TVS Photography

Kuifmees

006-(2)

Kuifmees

Kuifmees is een grappig vogeltje om te zien, zodra wanneer hij zich druk maakt gaat zijn kuifje omhoog.

De kuifmees kan ongeveer twaalf centimeter groot worden, even groot als de pimpelmees. Hij heeft een opvallende kuif die fijn zwart-wit getekend is en een zwart-witte tekening op het gezicht. De kuif kan plat over de kruin gelegd worden. Het verenkleed is aan de bovenzijde grijsbruin en de onderzijde is vuilwit en wat geelachtig aan de flanken. De voorkop is wit met een gebogen zwarte oogstreep. Verder heeft het dier een zwarte halsband, een donkere snavel en donkerbruine poten.

008-(2)

De kuifmees is een talrijke broedvogel die voornamelijk in naaldbossen broedt, soms ook in groepen naaldbomen, die tussen loofbomen en in parken staan. In tegenstelling tot de koolmees en pimpelmees is de kuifmees zelden in tuinen te zien, alleen als er naaldbomen in de omgeving aanwezig zijn.

Bron: Wikipedia  Foto’s: TVS Photography

Heide in de Witbrant

P1000605-copy

Heide in de Witbrant

Een mooi stukje natuur in de Reeshof, stukje heidegebied in de Witbrant natuurgebied De Gaas.

Voor de fauna is de structuur van de heide belangrijk. Het karakter van de heide moet open blijven, maar plekken met open zand, pijpenstrootjes en wat verspreide bomen en struiken bieden de dieren een grotere keuze aan micromilieus om te zonnen of te schuilen, dan grote uniforme stukken heide. Als er dode bomen op de heide blijven liggen schept dat ook geschikte milieus voor allerlei bijzondere dieren.

Het zonnige en warme microklimaat van de heide is essentieel voor de aanwezige reptielen en insecten. Heide is vooral belangrijk voor reptielen zoals de zandhagedis, de levendbarende hagedis, de hazelworm, de gladde slang, de ringslang en de adder. Adder en levendbarende hagedis hebben een voorkeur voor vochtige heide. De zandhagedis en de gladde slang komen bijna uitsluitend op heideterreinen voor. Afhankelijk van de droogte van de heide komen er ook veel amfibieën voor, zoals heikikker, bruine kikker en rugstreeppad.

Op de heide komen veel kenmerkende insectensoorten voor, zoals de hoornaarroofvlieg, de bijenwolf, sluipwespen, de mierenleeuw, zandbijen, mestkevers en allerlei specifieke sprinkhanen en vlinders. De zoogdierfauna is vertegenwoordigd in de vorm van haas, konijn, vos en verschillende soorten muizen. Ook ree en andere hertachtigen komen vaak uit naburige bosgebieden om er te grazen. Wat vogels betreft moeten we denken aan het bijna uitgestorven korhoen, de weer toenemende nachtzwaluw, de roodborsttapuit, de boompieper en de veldleeuwerik.

De klapekster is een klauwiersoort die ook flink in aantal achteruitgegaan is door afname van het heideareaal en de achteruitgang van de rest van het agrarische open landschap. De heiden ontstonden aan het eind van de middeleeuwen. De afgelegen gebieden werden overdag begraasd door schapen die ’s nachts in de stal bleven, waarvan de bodem jaarlijks met verse heiplaggen bedekt werd, zogenaamde potstallen. De stalmest werd ieder jaar naar de akkers gebracht, die daardoor geleidelijk werden opgehoogd. Deze vorm van landbouw met de karakteristieke esdorpen en herdgangen bleef tot het einde van de 19e eeuw bestaan.

In 1898 was nog ruim twintig procent van de oppervlakte van Nederland ‘woeste grond’ en die bestond hoofdzakelijk uit heiden. De uitvinding van de kunstmest verminderde de behoefte aan schapenmest en maakte het mogelijk de heiden tot landbouwgrond te ontginnen. Daarnaast werden veel heiden in bos omgezet. Speciaal met dit doel werd Staatsbosbeheer opgericht. Ongeveer tegelijkertijd ontstond de belangstelling voor de heide bij natuurbeschermers.

Als gevolg hiervan zag Staatsbosbeheer af van de bebossing van waardevolle heiden en kocht Natuurmonumenten grote heiden, waaronder de Kampina en de Brunssummerheide. Aan het eind van de 20e eeuw bestond nog minder dan één procent van Nederland uit hei. Behalve de militaire oefenterreinen zijn vrijwel alle overgebleven heiden thans eigendom van Staatsbosbeheer, de Vereniging Natuurmonumenten en de Provinciale Landschappen.

Bron: Wikipedia  Foto: T.V.S.Fotografie.

Dikrandtonderzwam

TVS_4202

Dikrandtonderzwam

Elk jaar komt de Dikrandtonderzwam terug in een grote opening in de grote beukenboom in het Heidepark Vredelust.

De dikrandtonderzwam (Ganoderma adspersum, synoniemen: Ganoderma europaeum en Polyporus adspersus) is een meerjarige houtzwam.

De consolevormige, golvende hoed is 10-30 cm breed, 10-25 cm diep en 4-10 cm hoog. De bovenzijde is hard en geel- tot donkerbruin van kleur. De onderzijde is wit tot crèmekleurig en heeft heel fijne poriën.

Zoals op de foto te zien is, zijn de boom en de zwam vaak bestoven met de roestbruine sporen. De sporen zetten zich op de bovenkant van de zwam af door elektrostatische aantrekkingskracht. Elk jaar voegt de dikrandtonderzwam een laag toe aan de onderkant.

Voorkomen
De dikrandtonderzwam komt vrij algemeen voor op stammen en stronken van loofbomen, met name op beuk, eik, esdoorn, paardenkastanje en wilg.

Belang
De sporen van de dikrandtonderzwam vestigen zich op kleine wondjes van een boom. De zwam groeit op niet levende delen van de boom en veroorzaakt daar witrot. Dit doodt de boom niet maar het kan hem wel verzwakken, waardoor kwetsbaarheid ontstaat voor windschade.

Trivia
De kastanjeboom achter het Anne Frank Huis was door deze zwam aangetast, ten gevolge hiervan bezweek de boom op 23 augustus 2010 door harde windstoten.

Bron: Wikipedia Foto: T.V.S.Fotografie

grote Parasol Zwam

P1000541-copygrote Parasol Zwam

grote Parasol Zwam kom je meestal in loof en naaldbossen tegen, deze zijn gefotografeerd in het natuurgebied Huis ter Heide.

Hoed,
In de jeugd is grote parasolzwam kegelvormig, daarna de vorm van een trommelstok aannemend, later vlak met kleine middenbult, grijsbruin wollig beschubd; en tot meer dan 25 cm breed.

Lamellen,
De lamellen van de grote parasolzwam zijn zuiver wit, dicht opeenstaand.

Steel,
De steel van deze parasolzwan is slank, met grijsbruine slangehuidtekening met knotsvormig verdikte voet en een brede, verschuifbare ring.

Vlees,
De grote parasolzwam heeft een witte vleeskleur, bij aansnijden niet verkleurend, met aangename geur en zachte smaak.

parasol

Voorkomen,
Deze grote parasolzwam is te vinden in loof- en naaldbossen, aan bosranden, ook in hooilanden; algemeen.

Bijzonderheden,
De verschuifbare ring en de slangehuidtekening zijn kenmerkend.
De hoed kan gebakken worden en smaakt dan uitstekend.
Het eten van de rauwe paddestoel kan echter tot ernstige indigestie leiden.

Vergelijkbare soorten
Er zijn nog talrijke kleinere soorten parasolzwammen die echter geen verschuifbare ring bezitten en die ongenietbaar of giftig zijn.

Bron: Natuur Wereld.be  Foto’s T.V.S.Fotografie

Leikeven Huis ter Heide

 

P1000469

Leikeven Huis ter Heide

Een prachtig gebied het Leikeven bij Huis ter Heide tussen Tilburg de Moer en Loon op zand.

Laat het bos even achter je en kijk uit over het Leikeven. Een prachtig vergezicht over een ven, dat grotendeels was ontgonnen voor de landbouw.

Natuurmonumenten heeft hier op 400 hectare 40 tot 50 cm van de bemeste toplaag afgegraven om het huidige ‘plas-gras’ gebied te realiseren met het project Lobelia.

Vlonderpad
Wijk gerust even van de route af en pik een stuk van het vlonderpad mee. Vanaf de vlonder kun je heel goed de bijzondere plantjes zien, die thuishoren op de natte heide, waaronder het vleesetende plantje zonnedauw.

P1000449

Wil je een extra stukje wandelen (2,5 km), volg dan de groene pijlen en wandel helemaal rond het Leikeven. Je komt vanzelf weer op de rode wandelroute terecht.

Uitkijkpunt
Speur vanaf het uitkijkpunt naar de vogels van het Leikeven, zoals de blauwborst, wintertaling, watersnip en bergeend. En wie weet, met een beetje geluk zijn de Schotse Hooglanders pootje aan het baden in het ven. Er lopen in het natuurgebied ongeveer 90 runderen rond in twee gescheiden kuddes. De Schotse Hooglanders helpen Natuurmonumenten om het gebied open te houden.

P1000447

Staand tussen de zonnedauw aan de oevers van het Leikeven, waarop de witte waterranonkel uitbundig bloeit, is het moeilijk voor te stellen dat er op deze zelfde plek achttien jaar geleden nog een maïsveld lag.

Dankzij herstelplan Lobelia zijn de intensieve landbouwgronden in het zuidelijke deel van landgoed Huis ter Heide omgetoverd tot een prachtig nieuw natuurgebied met natte heide en oude en nieuw uitgegraven vennen.

Op een open dag op 30 mei 2010 werd deze met mensenhand gecreëerde nieuwe ’natuurparel’ boven Tilburg gepresenteerd aan het publiek.

Bron: Natuurmonumenten en Trouw   Foto’s T.V.S.Fotografie

Groene Specht

groene-specht

Groene Specht mannetje

Vanmiddag viel mijn oog op gescharrel in de sloot een Groene Specht, hij viel niet zo op met zijn groene kleur tussen het gras en de bramenstruiken zijn rode pet verraden hem.

Groene spechten zijn standvogels van open loofbossen, hoogstamboomgaarden, parken en oude houtsingels. Als broedplaats verkiest de soort meestal een zelfgehakt hol in een oude loofboom. Het voedsel bestaat uit grote mieren (vooral rode bosmieren) en wordt meestal op de grond verzameld. De lachende roep valt vaak eerder op dan de vogel zelf, maar wie eens een groene specht tekeer heeft zien gaan op een mierenhoop zal dit niet snel vergeten!

Algemeen
Overige namen Green Woodpecker , Picus viridis Orde Piciformes FamilieSpechten (Picidae) Status Jaarvogel.

Vrij schaarse broedvogel; standvogel. Europese verspreiding De groene specht komt voor in boreale, atlantische en mediterrane bossen en parkachtige landschappen in geheel Europa. In meer arctische streken ontbreekt de groene specht; het habitat komt hier immers niet voor.

Leefomgeving en voedsel
Biotoop Bos, park en tuin Voedsel- en broedbiotoop Gevarieerde, open bossen met veel oude loofbomen, waarin de groene specht een nest maakt. Het voedsel zoekt de groene specht hoofdzakelijk op de grond. Voedselinsecten

Broeden
Broedperiode maart-juni, Kolonie broeder Nee, Aantal legsels 1, Aantal eieren 4-6

groene-specht.1

Rode Lijst Ja

Motief Kwetsbaar, Oorzaak afname, De soort staat op de Rode Lijst omdat het aantal broedparen duidelijk is afgenomen en de Nederlandse verspreiding beperkt is.

De afname van de groene specht lijkt in de eerste plaats gerelateerd aan de problemen die bepaalde mierensoorten ondervinden bij de verzuring van bos en hei. De afname van dit stapelvoedsel leidt logischerwijs tot het verdwijnen van de mieren-predator.

Wintervoedering Nee

Tuintips
Grote tuinen met oude bomen kunnen geschikt zijn voor de groene specht. Het voedsel (hoofdzakelijk mieren) moet bovendien aanwezig zijn, althans in de directe omgeving.

Nest kast

Voor de groene specht is een diepe spechtenkast geschikt, met een binnenmaat van ongeveer 50x12x12 centimeter en een invliegopening met een diameter van 6-8 centimeter, welke door de vogels meestal zal worden vergroot.

Bron: vogelbescherming.nl   Foto’s: T.V.S.Fotografie