Gele drekvlieg

_DSC0008

Hoe mooi kan een strontvlieg zijn, voor al met zo’n mooi rode bloem als achtergrond.

De strontvlieg (Scatophaga stercoraria) is een insect uit de familie drekvliegen (Scathophagidae).[1] Andere namen zijn ook wel gele strontvlieg ofdrekvlieg. De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1758 door Linnaeus.

Beschrijving

Deze 5 tot 10 millimeter lange vlieg is geel tot oranje van kleur, de vrouwtjes zijn vaak meer grijs of groen. De vlieg heeft aan de onderzijde een gele, dichte en korte beharing, en op de bovenzijde en de poten een langere, zwarte beharing. De ogen zijn rood en kenmerkend zijn de tasters die erg kort zijn maar recht naar voren steken.

Algemeen

De strontvlieg leeft niet van mest maar van nectar, en af en toe wordt ook een ander insect gegrepen, meestal andere vliegen. Deze worden met de zuigsnuit leeggezogen. De vlieg komt vrijwel overal in Europa voor, en ook in Noord-Amerika en Azië. De soort vlieg is een bekende verschijning in graslanden en heidevelden, ook wel in tuinen maar vooral in de buurt van runderen die benodigd zijn voor de voortplanting, althans de mest ervan. De strontvlieg is van april tot oktober te zien en overwintert als imago.

_DSC0007

Voortplanting

De paring vindt plaats in de buurt van een mestvlaai, waar het vrouwtje wordt opgepikt door het mannetje, vervolgens legt het vrouwtje haar eitjes op de mest. Opmerkelijk is dat de eitjes eruit zien als kleine vliegjes, omdat ze vleugelachtige uitsteeksels hebben. Deze dienen echter niet om de eitjes te laten vliegen, maar om ervoor te zorgen dat ze niet in de verse mest wegzakken en verstikken. Ook de larve leeft niet van mest, maar van andere insectenlarven die wel van mest leven, vooral vliegenlarven. De made van de strontvlieg wordt ongeveer een centimeter lang.

Bron: Wikipedia

Foto’s: T.V.S. Fotografie

Amethistzwam

_TVS0434

Amethistzwam is een van de Nuttige bosbewoners

Paddenstoelen staan er niet alleen ter decoratie. Ze zijn de vruchtlichamen van omvangrijke zwam vlokken, die voor onze ogen onzichtbaar zijn, en nuttige werkzaamheden verrichten. De meeste soorten zijn afvalopruimers die afgevallen bladeren, hout, mest en andere organische bestanddelen afbreken tot humus en mineralen. Zo komen voedingsstoffen voor plant en dier weer terug in de stofkringloop. Andere zwammen omspinnen levende boomwortels. Ze voorzien de bomen op efficiënte wijze van water en mineralen en dragen op die wijze bij tot de instandhouding van het bos. Sommige paddenstoelen groeien op verzwakte maar nog levende bomen. Zij dragen bij aan de natuurlijke dynamiek in het bos en het ontstaan van open plekken.

_TVS0398.1000

Beschrijving
Hoed gewelfd tot vlak, Ø 1-6 cm, zemelig, paarslila tot bleeklila.
Lamellen wijd uiteen, paarslila, wit bestoven door de sporen.
Steel 4-10 cm x 5-10 mm, paarslila tot paarsbruin, aan de voet wittig vezelig, met een paarse myceliumvlok. Vlees lila. Geur zwak.
_TVS0409

Voorkomen
Bij loofbomen (beuk, eik) in loofbossen en gemengde bossen en lanen op voedselarme droge zandgrond en op voedselrijkere en/of vochtigere grond.
Ectomycorrhizavormend.

Status
Algemeen

Bron: www.soortenbank meetnet

Foto’s: T.V.S. Fotografie

Plooirokje

_TVS9417.1000

Een Plooiroke is een kleine paddestoel met een mooie naam Plooirokje, die ben ik tegengekomen in het gebied de Flora en Fauna in Witbrant Oost.

Het Plooirokje zijn hoed is eivormig tot uitgespreid met een ingedeukt centrum, Ø 1-3 cm, 8-13 mm hoog, diep radiair gevoord, mat, lichtbruin tot wittig-grijs, met een oranjebruin centrum.
Lamellen wittig tot grijszwart.
Steel 4-6 cm x 1-2 mm, breekbaar, mat, wit, met een knollige basis. Vlees grijs-beige. Smaak mild. Geur geen.

Voorkomen
Op humusrijke grond, vaak tussen gras, in parken, gazons, wegbermen en graslanden op voedselrijke bodem. Zomer-herfst.
Saprofiet.

Status
Algemeen.

Verwante en/of gelijkende soorten
Het hiervan alleen op grond van microscopische kenmerken zeker te onderscheiden Geelbruin plooirokje (Coprinus leiocephalus).

Bron: www.soortenbank.nl

Foto: T.V.S. Fotografie

Knobbelzwanen

_TVS0144

Het Knobbel zwanenpaar is weer rustig nu hun 2 jonge zwanen zelfstandig zijn geworden. In het begin waren het briesende leeuwen als ze dachten dat je te dicht in de buurt van jonge kwam. en dat is weleens moeilijk als ze vlak voor je deur zitten te broeden.

_TVS0147

De jonge Zwanen

Deze vogels kunnen een spanwijdte van 2,30 meter bereiken en zijn daarmee de grootste watervogels. Zelf zijn ze 120 – 170 cm groot. Met hun lange nek kunnen ze ver onder water reiken. Ze kunnen tot 10 – 13 kg wegen. Daarmee behoren ze ook tot de zwaarst vliegende dieren. Ze zijn even groot als de wilde zwaan, maar veel groter dan de kleine zwaan. Ze zijn wit en ze hebben een oranjerode snavel. Hun kop en hals hebben een gele schijn. De onbevederde huid aan de snavelwortel en om het oog, onder de voorhoofdsknobbel, zijn zwart. Die voorhoofdsknobbel is bij mannetjes heel opvallend. Ook hun poten zijn zwart. Hun ruglijn is sterk gebogen. Ze houden hun hals bijna altijd in een sierlijke S-vorm. Die hals heeft het grootste aantal halswervels van alle vogels (26). Ze houden hun kop altijd iets omlaag gebogen. Hun snavel is relatief breed. Mannetje en vrouwtje zijn volledig gelijk, alleen hebben de mannetjes in de lente een veel meer gezwollen knobbel en hun snavel is dan ook veel roder. Mannetjes hebben ook een zwaardere nek.

Geluid

Ze maken gorgelende en blazende geluiden, al zijn die niet vaak te horen. In vlucht maken hun vleugels een laag, zingend geluid, dat wordt gemaakt door de wind die er langs strijkt. Als je hen stoort op hun nest, sissen of knorren ze woedend.

Voedsel

Stel zwanen eet waterplanten.

Hun voedsel bestaat uit waterplanten. Ze grazen ook op weiden. Ze duiken nooit zo ver dat ze volledig onder water zijn. Ze hebben een brede snavel om de waterplanten gemakkelijk af te kunnen trekken. Om die reden hebben ze ook zo’n lange hals, die ze gemakkelijk kunnen buigen. Soms zijn alleen hun staart en hun achterpoten te zien, als ze op hun kop staan en met hun poten trappelen om de diepste planten op te vissen.

_TVS0152

De ouders van de jonge zwanen

Vlieg- en zwemgedrag

 Om op te kunnen stijgen gebruikt de zwaan het wateroppervlak van een plas of sloot. Het opstijgen is een explosie van activiteit en vergt de zwaan veel energie. Net als de albatros rent de zwaan met zijn korte poten zo snel als hij kan over het wateroppervlak, terwijl hij zeer snel met zijn vleugels slaat. Naarmate de vleugels meer lift krijgen, komt de vogel hoger uit het water. Hij rent nog steeds, waarbij de poten met zwemvliezen duidelijk wervelingen in het water achterlaten, tot ze ten slotte alle contact met het water verliezen. De zwaan brengt zijn poten onder zijn staartveren, zoals een vliegtuig zijn landingsgestel intrekt en verheft zich tenslotte in de lucht. Ze vliegen in één lijn, de lange halzen vooruit gestrekt en met krachtige vleugelslagen. Als ze eenmaal in de lucht zijn, maken hun vleugels een duidelijk, laag zingend geluid. De knobbelzwaan is zo groot dat hij niet in staat is langzaam te vliegen, zonder uit evenwicht te raken en te vallen. Een zwaan landt vrijwel nooit op het droge, maar komt neer op een leeg wateroppervlak. Bij het landen heeft een zwaan nog steeds een grote snelheid, om af te remmen strekt een zwaan zijn poten naar voren, zodat het water de snelheid van de zwaan vermindert. Wanneer de zwaan vrijwel stil staat, vouwt een zwaan zijn vleugels op, schudt ze uit en vervolgt met gekromde nek en iets opgeheven staart zwemmend zijn weg. Bij het zwemmen leggen zwanen af en toe de poten op hun rug. Op het land vertonen zwanen een lompe, waggelende gang.
Bron: Wikipedia
Foto’s Tonnie Verheijden T.V.S. Fotografie

 

Ezel Dio met een Pacemaker

_TVS0069

 

Dio

De ezel Dio is geboren met een hartritmestoornis, waardoor hij een te trage hartslag heeft. Talloze keren per dag veroorzaakte deze te trage hartslag symptomen van plots bewustzijnsverlies. de ezel was niet in staat tot enige inspanning.

Onderzoek aan de faculteit Diergeneeskunde toonde aan dat het om een hartblok ging waarbij een implantatie van een Pacemaker de enige redding was. Na het aanbrengen van een voorlopige pacemaker werd dio onder algemene narcose gebracht en klaargemaakt voor operatie.

Via het bloedvat onder borstspier werd een elektrode ingebracht tot in het hart en verbonden met de pacemaker. Bijkomende moeilijkheid was dat er voorzien moest worden dat de ezel in het komende jaar nog zal groeien. De pacemaker werd ter hoogte van de borst onderhuids aangebracht . Onmiddellijk na de activiteit van de pacemaker deed deze zijn werk en nam het hartritme over telkens wanneer de hartslag te laag was.

Screen-shot-facebook-ezel-Dio

 

foto: van Universiteit Gent

Dio ontwaakte goed van de narcose en is sindsdien nooit meer flauwgevallen. Dio bleef nog een tweetal weken op de faculteit Diergeneeskunde in Gent. Het herstel verliep vlot. De pacemaker bevindt zich onder de dikke borstspier en is daarom, nog nauwelijks zichtbaar. Deze locatie zorgt er ook voor dat er geen hinder is bij beweging of wanneer het dier ligt.

Bij de laatste controle moest Dio ook inspanningstesten doen zodat de pacemaker ingesteld kon worden om de hartslag te laten aanpassen aan de fysieke inspanningen die de ezel deed. Daarna kon hij veilig terugkeren naar de Ezelshoeve.

_TVS0106

Dio samen met zijn moeder

Het doel van stichting de Ezelshoeve

Het doel van Stichting de Ezelshoeve is een betere ezel-toekomst en dit kan alleen in een gezonde, duurzame wereld. Daarom kiest de Ezelshoeve ervoor om bij te dragen aan een duurzame toekomst door het samenwerkingsproject Ezelshoeve 2020 te lanceren.

Het doel is om alle aspecten van duurzaamheid te implementeren binnen de organisatie en hierdoor eenvoorbeeld te worden en een roadmap te zijn voor andere (non-profit) instellingen en goede doelen.

_TVS0098                                                     Dio’s moeder

Ook JIJ kunt je engageren! Het project “Ezelshoeve 2020” is een transitie en we zoeken mensen of bedrijven die zich hierbij aan willen sluiten. Ben je duurzaamheids expert, is je bedrijf gespecialiseerd in fondsenwerving of gaat de toekomst van de ezelwereld je gewoon aan het hart?

Je kunt je aansluiten door actief deel te nemen aan workshops, door mensen of middelen ter beschikking te stellen, door expertise in te brengen, door promotie en netwerking,

Wil je meer weten? Wil je weten hoe jouw bedrijf een bijdrage kan leveren aan dit project? Wil je weten hoe jij dit project kunt steunen?

http://www.ezelshoeves2020.nl/

 

Houtpantserjuffers

_TVS9949

In de Dongevallei vliegen heel veel Houtpantserjuffers, als ze vliegen dan blinken ze zo mooi in de zon.

Houtpantserjuffers 39-48 mm. De langste pantserjuffer. Lichaam geheel metaalgroen. Achterhoofd geheel donker. Zijkant van het borststuk is kenmerkend getekend: vanuit de metaalgroene bovenzijde loopt een puntige uitstulping in de lichte onderzijde (het zogenaamde ‘schiereilandje’). Pterostigma’s effen geel gekleurd, lichter dan bij ander pantserjuffers (voor dit kenmerk uitgekleurde dieren bekijken). Mannetjes: geen blauwgrijze berijping op het achterlijf (uitgekleurde dieren bekijken). Vrouwtje: grove tanden op het legapparaat

Voorkomen

Zeer algemeen.

Habitat

Allerlei stilstaande en traag stromende wateren. Voorwaarde is dat er struiken of bomen langs de waterkant aanwezig zijn. Ook veel bij vijvers in bebouwde omgeving (tuinen, parken, enz.), waardoor de soort als cultuurvolger is aan te merken.
_TVS9916

Vliegtijd en gedrag

Van eind juni tot begin november, hoogste dichtheid in augustus en eerste helft september. Imago’s zijn vaak te vinden op beschutte plaatsen op enige afstand van het water, zoals bosranden, struiken en ruigten. Eitjes worden afgezet onder de bast van takken die over (of vlakbij) het water hangen. Allerlei boom- en struiksoorten worden hiervoor benut. Als het aanbod van over het water hangende takken klein is, zijn meerdere eiafzettende paartjes bij elkaar aan te treffen.

Levenscyclus

De overwintering gebeurt als ei. De eieren komen in het voorjaar uit, waarna de larvale fase twee tot drie maanden in beslag neemt. De larven sluipen uit van eind juni tot in oktober.
Foto’s T.V.S. Fotografie

Bron: www.libellenet.nl

Calimero de Afrikaanse Olifant

_TVS9584.1000

Calimero had druk met de vrouwtjes, maar de vrouwtjes tonen geen interesse in zijn avances, toen reageerde Calimero heel boos naar de apen toe, een vrouwtje reageerde daarop met getrompetter en haar oren flink te wapperen.

Een groep olifanten (10 – 20 dieren) bestaat voornamelijk uit verwante vrouwtjes. Een wat oudere koe – zoals de vrouw wordt genoemd – heeft de leiding. De andere leden van de groep zijn haar zussen en dochters met hun kalveren. De leidster bepaalt het tempo van de kudde, waar de olifanten naar toe gaan en wat ze doen. Als de leidster sterft neemt de oudste vrouw van dat moment haar taken over. De mannen – bullen – verlaten de groep nog voordat zij volwassen zijn. Zij vormen mannengroepen of leiden alleen een zwervend bestaan.

_TVS9597.1000

Afrikaanse Olifant in Safaripark Beekse Bergen
Ook in Safaripark Beekse Bergen heeft de stier zijn eigen verblijf. In bepaalde perioden hebben de mannetjes een verhoogde seksuele activiteit: de must. Ze gaan dan op zoek naar vruchtbare vrouwtjes. Als de vrouwtjes in het park in de vruchtbare periode zitten gaan ze enkele dagen ‘op bezoek’ bij de stier.

Bijdrage aan fokprogramma
Het aantal olifanten is in de vorige eeuw sterk gedaald door de handel in ivoor. Ook nu nog worden olifanten in het wild door stropers gedood. De meeste olifanten leven daarom in beschermde reservaten. Hierin is slechts plaats voor een beperkt aantal. De olifanten van Safaripark Beekse Bergen zijn afkomstig uit een reservaat in Zimbabwe, en dragen bij aan het Europees fokprogramma. De stier, die de naam Calimero draagt, arriveerde in de lente van 2004 in het park en is de grootste olifant in Europa.

_TVS9570.1000

Contact
Olifanten kunnen heel goed horen. Maar ook verschillende geluiden maken. Zo kunnen ze elkaar begroeten of waarschuwen. Bij opwinding of gevaar trompetteren ze met hun slurf. Een grote kudde wordt soms in tweeën gesplitst. De groepen houden over grote afstanden met elkaar contact. Hun gebrom op een heel lage toon, niet hoorbaar voor ons, kunnen ze kilometers ver horen.

Tengere Pantserjuffer

_TVS9438-copy

Tijdens onze wandeling in een flora fauna gebied in Witbrant oost een Tengere Pantserjuffer tegengekomen, een vrouwtje.

30-39 mm. De kleinste en slankste pantserjuffer. Lichaam metaalgroen tot bronskleurig. Onderzijde van het achterhoofd geel, met scherpe overgang naar donkere bovenzijde (uitgekleurde dieren bekijken!). Pterostigma’s effen bruin, met lichte randaders (uitgekleurde dieren bekijken!). Smalle, maar duidelijke gele schoudernaadstreep aanwezig bij vrouwtjes en jonge mannetjes. Mannetje: blauwgrijze berijping aan achterlijfspunt (segment 9 en 10), maar niet aan basis van achterlijf.

Gelijkende soorten

Andere pantserjuffers, vooral zwervende pantserjuffer en gewone pantserjuffe

Voorkomen

Vrij zeldzaam.

_TVS9438-copy.1

Habitat

Heidevennen, hoogveen, soms plassen en poelen. Kritischer in habitatkeuze dan andere pantserjuffers.

Vliegtijd en gedrag

Van eind juni tot eind oktober, hoogste dichtheid van midden juli tot en met half september. Net als andere pantserjuffers is de soort vaak te vinden in kniehoge vegetatie van bijvoorbeeld pijpenstrootje of pitrus. Eitjes worden boven de waterspiegel afgezet op moeras- en oeverplanten, zowel in levend als in dood materiaal.

Levenscyclus

De overwintering gebeurt als ei. De eieren komen in het voorjaar uit, waarna de larvale fase binnen enkele maanden wordt afgerond. De larven sluipen uit van eind juni tot in augustus.

Foto’s T.V.S. Fotografie

Bron: www.libellennet.nl

Bruinblauwtje

_DSC5814

Het bruinblauwtje mannetje ben ik ook op het klaverveldje tegengekomen, het lijkt heel veel op ’t vrouwtje van de Icarusblauwtje.

Voorvleugellengte: circa 13 mm. Zowel bij het mannetje als bij het vrouwtje is de bovenkant van de vleugels bruin zonder bestuiving; langs de achterrand bevindt zich meestal een volledige rij opvallende oranje vlekken. De onderkant van de vleugels is lichtbruin; het vrouwtje heeft geen blauwe bestuiving. De zwarte vlekken op de onderkant van de voorvleugel zijn groot en opvallend, de zwarte vlekken op de achtervleugel zijn klein. De vleugeladers lopen door in de franje, waardoor deze geblokt lijkt.

Gelijkende soorten
Het icarusblauwtje heeft op de onderkant van de voorvleugel doorgaans een duidelijke wortelvlek.

Voorkomen
Een vrij schaarse standvlinder die tegenwoordig vooral nog voorkomt in de duinen en in opspuitterreinen in Zeeland en Noord- en Zuid-Holland. Langs de grote rivieren is het bruin blauwtje op veel plaatsen verdwenen, maar lokaal komt hij daar nog wel voor. In Zuid-Limburg heeft de soort enkele populaties, die aansluiten bij het voorkomen in Duitsland en België.

_DSC5812.2

Habitat
Droge, zandige, open, kruidenrijke en schrale graslanden en kalkgraslanden.

Waardplanten
Diverse soorten ooievaarsbek, met name kleine ooievaarsbek en gewone reigersbek.

Vliegtijd en gedrag
Begin mei-eind juni en begin juli-begin oktober in twee, soms drie generaties. De vlinders besteden relatief veel tijd aan het zoeken van nectar van onder andere boerenwormkruid en duizendblad. De vlinders brengen de nacht door in groepjes, waarbij ze met de kop naar beneden in de vegetatie hangen.

Levenscyclus
Rups: begin juni-half juli en half augustus-eind april. De soort overwintert als halfvol groeide rups in de strooisel laag. De jonge rups eet de onderzijde van het weefsel van het blad en beschadigt de bovenste blad laag niet; deze mineergang is vrij opvallend. Grotere rupsen eten van het volledige blad, de bloemen en de vruchten van de waardplant. De verpopping vindt plaats in de strooisel laag vlak bij de waardplant.

Foto’s T.V.S. Fotografie

Bron: www.vlindernet.nl

Heidepark Vredelust Tilburg

_TVS7993Vanmorgen een boswandeling gemaakt door de Heidepark-Vredelust een prachtig stuk natuurgebied aan de Bredaseweg in Tilburg nabij de wijk Reeshof. De wandelroute is 4,7 kilometer lang en duidelijk aangegeven met looppijltjes met de naam welke route je loopt, er zijn meerdere routes die je kunt lopen, bv de Amarantroute en de Warandaroute.

_TVS7967Heidepark-Vredelust is de naam van een combinatie van twee naast elkaar gelegen landgoederen die eigendom zijn van de gemeente Tilburg. Ze zijn gelegen aan de Bredaseweg ten westen van Tilburg en meten samen 68 ha. Ze vormen het gebied tussen deze weg en de Gilzerbaan.

_TVS7994Deze landgoederen maken onderdeel uit van een reeks particuliere landgoederen die zich langs de Bredaseweg uitstrekten en die niet toegankelijk waren voor het publiek. Vaak waren deze landgoederen het eigendom van Tilburgse textielfabrikantenfamilies. Zo was Heidepark het bezit van de familie Straeter en Vredelust is bezit geweest van de familie Mutsaerts. Beide landgoederen zijn aangelegd in Engelse landschapsstijl met slingerende paden en waterpartijen en alleenstaande zomereiken in weilanden. Door de opvolging van eigenaren trad er verwaarlozing op en werden ze door de gemeente Tilburg gekocht die ze omstreeks 1970 openstelde voor het publiek.

_TVS7969Heidepark bevat een zomerverblijf, “De Koepel” geheten, dat echter is afgebroken. Het was gelegen op een kunstmatige heuvel nabij een waterpartij. Er zijn bomen, waaronder een Robinia, van omstreeks 150 jaar oud. Vredelust, dat zich ten westen van Heidepark bevindt, kent een door rododendron struiken ingesloten groot gazon met daarop een grote beuk. Hier is een vervallen beeld van de Waekzaemheyd, en het theehuis dat hier eens stond is afgebroken.

_TVS7997-copyHet gebied sluit in het oosten aan bij het Bels Lijntje dat, met bermen en begeleidende sloten, als natuurreservaat wordt beheerd. In het zuiden vindt men het gebied Kaaistoep en in het westen Piusoord. In het noorden vindt men de Oude Warande en het Reeshofbos.
Bron: Wikipedia

Foto’s T.V.S. Fotografie

 

Rothschildgiraffe

_TVS7755
Vandaag even naar het Safaripark Beekse Bergen geweest, de Jonge Giraffe is heel goed gegroeid. ze was bij het water aan het drinken.

Giraffen zijn tegenover elkaar erg afstandelijk en onderhouden geen langdurige band. Ze staan vaak minstens twintig meter uit elkaar. Alleen tijdens het eten of als er een roofdier in de buurt is, komen ze dichter bij elkaar. Een groep giraffen bestaat uit dertig tot vijftig dieren en heeft geen echte leider. Er is wel een rangorde, maar die valt nauwelijks op. Een giraf die hoger in orde staat, houdt z’n kop en kin hoger en mag een dier lager in rang de looppas afsnijden.

_TVS7752Bevalling op twee meter hoogte
Als een giraffejong geboren wordt, blijft de moeder staan. Het jong valt dan ook van een hoogte van ongeveer twee meter op de grond. Al na een kwartier gaat de pasgeborene staan om te drinken bij de moeder. Het is dan al zo hoog als een volwassen mens en groeit bijna 2,5 centimeter per week. Er is een sterke band tussen een giraffejong en zijn moeder. In de eerste dagen na de geboorte blijft het jong binnen tien meter afstand van zijn moeder.

Dikke lippen
Giraffen eten de bladeren en twijgen van bomen. Voornamelijk van de acacia, want die komt het meest voor op de Afrikaanse vlakten. De boom heeft lange doorns van wel vijf centimeter lang. Toch hebben de giraffen daar geen last van. Hun mond en lippen zijn immers bedekt met een eeltlaag. Daardoor voelen ze de stekels niet.

_TVS7754Hoog in de boom
Door hun lange nek, hun flexibele bovenlip en hun ongeveer 45 centimeter lange tong kunnen giraffen selectief plukken. Zo halen ze alleen de bladeren van de boom af. En daardoor kunnen ze ook bij de hoogste bladeren, die waar de andere dieren niet bij kunnen. De vrouwtjes richten zich wel op lagere bladeren, ongeveer op schouderhoogte. Hieraan zie je in het veld onder meer het verschil tussen de mannen en de vrouwen.

Bron: www.safaripark.nl

Foto’s T.V.S. Fotografie

Vlinderstruik vol vlinders

_TVS7259Al een paar dagen is er een explosie van kleine Vosje in onze vlinderstruik, een Vlinderstruik vol vlinders, ik was aan tellen bij 40 kleine vosjes ben maar gestopt, ook de Atalanta’s, Dagpauwogen en de Distelvlinders zijn aanwezig, en dit is alleen nog maar de bovenkant van de vlinderstruik

_TVS7256Oranje vlindertje met zwarte en gele vlekken op de voorvleugel. De achterrand van de vleugels heeft blauwe vlekjes. De onderkant is donkerbruin.

Waardplant:     grote brandnetel

Standplaats:     jonge planten op zonnige, droge standplaatsen in open vegetaties

Nectar:     allerlei bloemen en kruiden

Vliegperiode:     begin maart tot eind oktober in twee tot drie overlappende generaties

Aantal generaties:     2 tot 3

Overwintering:     als volwassen vlinder aan plantenstengels of muren

_TVS7257Bron: Vlindermee.be

Foto’s T.V.S.Fotografie

Populierenpijlstaart

_TVS7064.1000De Populierenpijlstaart is een nachtvlinder, hij zat tegen een muur in de felle zon, we hadden hem op een conifeer gezet en even later vloog hij in een dichte struik om weer verder te gaan slapen.

De Populierenpijlstaart heeft een voorvleugellengte van 30-46 mm. De vleugeltekening van deze pijlstaart varieert nauwelijks. Kenmerkend zijn de kastanjebruine vlekken tegen de binnenrand van de achtervleugel. In rusthouding steekt de achtervleugel soms een heel eind onder de voorrand van de voorvleugel uit. Sommige individuen hebben een sterke rozeachtige of violette tint op de vleugels. Er komen ook bruingele vlinders voor; dit betreft vaker vrouwtjes dan mannetjes.

Gelijkende soorten
Bij de pauwoogpijlstaart (Smerinthus ocellata) steekt de achtervleugel in rust meestal niet of hooguit een klein stukje onder de voorvleugel uit; bovendien heeft de pauwoogpijlstaart een opvallende oogvlek op de achtervleugel.

_TVS70611.1000Voorkomen
Een gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt.

Habitat
Parken, tuinen, moerassen, bossen en heiden.

Waardplanten
Populier en wilg.

Vliegtijd en gedrag
Eind april-half augustus in twee generaties. De vlinders komen goed op licht; de mannetjes meestal na middernacht, de vrouwtjes eerder en in kleinere aantallen.

Levenscyclus
Rups: juli-oktober. De soort overwintert als pop in de grond in de buurt van de waardplant. Bron: www.vlindernet.nl

Foto’s T.V.S.Fotografie

Koninginnenpage

koninginne008De Koninginnenpage is na 3 jaar weer een keer op bezoek geweest in de tuin.

De voorvleugellengte van de Koninginnenpage is: 32-41 mm. De grondkleur van boven- en onderkant van de vleugels is geel. Op de bovenkant van voor- en de achtervleugel bevindt zich langs de achterrand een doorlopende, brede blauwe band met zwarte randen. Opvallend zijn de staartjes aan de achtervleugel en de rode stip in de binnenrand hoek.

Gelijkende soorten
De koningspage heeft op de bovenkant van de voorvleugel geen brede blauwe band, maar een aantal zwarte strepen.

045Voorkomen
Een vrij schaarse standvlinder die vooral in de zuidelijke helft van het land wordt waargenomen. De laatste jaren komen er ook steeds meer meldingen uit de rest van Nederland, tot aan de Waddeneilanden toe. Het aantal exemplaren per jaar wisselt.

Habitat
Diverse biotopen, waaronder ruderale terreinen en kruidenrijke graslanden.

Waardplanten
Vooral peen (ook de gecultiveerde vorm); daarnaast ook andere schermbloemigen, zoals bevernel, engelwortel, pastinaak en venkel.

koninginnepage.1.jpegVliegtijd en gedrag
Eind april-half juni en begin juli-half september in twee generaties. In warme jaren vliegt er mogelijk een partiële derde generatie in oktober. De koninginnenpage wordt vaak bij heuveltoppen gezien waar mannetjes en vrouwtjes elkaar ontmoeten; dit gedrag wordt ‘hill-topping’ genoemd.

Levenscyclus
Rups: half mei-half juni en half augustus-eind september. Bij gevaar wordt een rood vorkvormig orgaan uitgestulpt waarmee de rups een doordringende stank verspreidt. De soort overwintert als pop in de kruidlaag.

Bron: www.vlindernet.nl
Foto’s: T.V.S.Fotografie