Rothschildgiraffe

_TVS7755
Vandaag even naar het Safaripark Beekse Bergen geweest, de Jonge Giraffe is heel goed gegroeid. ze was bij het water aan het drinken.

Giraffen zijn tegenover elkaar erg afstandelijk en onderhouden geen langdurige band. Ze staan vaak minstens twintig meter uit elkaar. Alleen tijdens het eten of als er een roofdier in de buurt is, komen ze dichter bij elkaar. Een groep giraffen bestaat uit dertig tot vijftig dieren en heeft geen echte leider. Er is wel een rangorde, maar die valt nauwelijks op. Een giraf die hoger in orde staat, houdt z’n kop en kin hoger en mag een dier lager in rang de looppas afsnijden.

_TVS7752Bevalling op twee meter hoogte
Als een giraffejong geboren wordt, blijft de moeder staan. Het jong valt dan ook van een hoogte van ongeveer twee meter op de grond. Al na een kwartier gaat de pasgeborene staan om te drinken bij de moeder. Het is dan al zo hoog als een volwassen mens en groeit bijna 2,5 centimeter per week. Er is een sterke band tussen een giraffejong en zijn moeder. In de eerste dagen na de geboorte blijft het jong binnen tien meter afstand van zijn moeder.

Dikke lippen
Giraffen eten de bladeren en twijgen van bomen. Voornamelijk van de acacia, want die komt het meest voor op de Afrikaanse vlakten. De boom heeft lange doorns van wel vijf centimeter lang. Toch hebben de giraffen daar geen last van. Hun mond en lippen zijn immers bedekt met een eeltlaag. Daardoor voelen ze de stekels niet.

_TVS7754Hoog in de boom
Door hun lange nek, hun flexibele bovenlip en hun ongeveer 45 centimeter lange tong kunnen giraffen selectief plukken. Zo halen ze alleen de bladeren van de boom af. En daardoor kunnen ze ook bij de hoogste bladeren, die waar de andere dieren niet bij kunnen. De vrouwtjes richten zich wel op lagere bladeren, ongeveer op schouderhoogte. Hieraan zie je in het veld onder meer het verschil tussen de mannen en de vrouwen.

Bron: www.safaripark.nl

Foto’s T.V.S. Fotografie

Vlinderstruik vol vlinders

_TVS7259Al een paar dagen is er een explosie van kleine Vosje in onze vlinderstruik, een Vlinderstruik vol vlinders, ik was aan tellen bij 40 kleine vosjes ben maar gestopt, ook de Atalanta’s, Dagpauwogen en de Distelvlinders zijn aanwezig, en dit is alleen nog maar de bovenkant van de vlinderstruik

_TVS7256Oranje vlindertje met zwarte en gele vlekken op de voorvleugel. De achterrand van de vleugels heeft blauwe vlekjes. De onderkant is donkerbruin.

Waardplant:     grote brandnetel

Standplaats:     jonge planten op zonnige, droge standplaatsen in open vegetaties

Nectar:     allerlei bloemen en kruiden

Vliegperiode:     begin maart tot eind oktober in twee tot drie overlappende generaties

Aantal generaties:     2 tot 3

Overwintering:     als volwassen vlinder aan plantenstengels of muren

_TVS7257Bron: Vlindermee.be

Foto’s T.V.S.Fotografie

Populierenpijlstaart

_TVS7064.1000De Populierenpijlstaart is een nachtvlinder, hij zat tegen een muur in de felle zon, we hadden hem op een conifeer gezet en even later vloog hij in een dichte struik om weer verder te gaan slapen.

De Populierenpijlstaart heeft een voorvleugellengte van 30-46 mm. De vleugeltekening van deze pijlstaart varieert nauwelijks. Kenmerkend zijn de kastanjebruine vlekken tegen de binnenrand van de achtervleugel. In rusthouding steekt de achtervleugel soms een heel eind onder de voorrand van de voorvleugel uit. Sommige individuen hebben een sterke rozeachtige of violette tint op de vleugels. Er komen ook bruingele vlinders voor; dit betreft vaker vrouwtjes dan mannetjes.

Gelijkende soorten
Bij de pauwoogpijlstaart (Smerinthus ocellata) steekt de achtervleugel in rust meestal niet of hooguit een klein stukje onder de voorvleugel uit; bovendien heeft de pauwoogpijlstaart een opvallende oogvlek op de achtervleugel.

_TVS70611.1000Voorkomen
Een gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt.

Habitat
Parken, tuinen, moerassen, bossen en heiden.

Waardplanten
Populier en wilg.

Vliegtijd en gedrag
Eind april-half augustus in twee generaties. De vlinders komen goed op licht; de mannetjes meestal na middernacht, de vrouwtjes eerder en in kleinere aantallen.

Levenscyclus
Rups: juli-oktober. De soort overwintert als pop in de grond in de buurt van de waardplant. Bron: www.vlindernet.nl

Foto’s T.V.S.Fotografie

Koninginnenpage

koninginne008De Koninginnenpage is na 3 jaar weer een keer op bezoek geweest in de tuin.

De voorvleugellengte van de Koninginnenpage is: 32-41 mm. De grondkleur van boven- en onderkant van de vleugels is geel. Op de bovenkant van voor- en de achtervleugel bevindt zich langs de achterrand een doorlopende, brede blauwe band met zwarte randen. Opvallend zijn de staartjes aan de achtervleugel en de rode stip in de binnenrand hoek.

Gelijkende soorten
De koningspage heeft op de bovenkant van de voorvleugel geen brede blauwe band, maar een aantal zwarte strepen.

045Voorkomen
Een vrij schaarse standvlinder die vooral in de zuidelijke helft van het land wordt waargenomen. De laatste jaren komen er ook steeds meer meldingen uit de rest van Nederland, tot aan de Waddeneilanden toe. Het aantal exemplaren per jaar wisselt.

Habitat
Diverse biotopen, waaronder ruderale terreinen en kruidenrijke graslanden.

Waardplanten
Vooral peen (ook de gecultiveerde vorm); daarnaast ook andere schermbloemigen, zoals bevernel, engelwortel, pastinaak en venkel.

koninginnepage.1.jpegVliegtijd en gedrag
Eind april-half juni en begin juli-half september in twee generaties. In warme jaren vliegt er mogelijk een partiële derde generatie in oktober. De koninginnenpage wordt vaak bij heuveltoppen gezien waar mannetjes en vrouwtjes elkaar ontmoeten; dit gedrag wordt ‘hill-topping’ genoemd.

Levenscyclus
Rups: half mei-half juni en half augustus-eind september. Bij gevaar wordt een rood vorkvormig orgaan uitgestulpt waarmee de rups een doordringende stank verspreidt. De soort overwintert als pop in de kruidlaag.

Bron: www.vlindernet.nl
Foto’s: T.V.S.Fotografie

Eikenpage

_TVS6563.1Gisterenmorgen zag ik een Eikenpage drinken op een blad, nadat er gesproeid was in de tuin.

Eikenpage de Voorvleugellengte is: circa 16 mm. Bij het mannetje heeft de bovenkant van zowel de voor- als de achtervleugel een blauwpaarse glans. Bij het vrouwtje ontbreekt die glans op de bovenkant van de achtervleugel, die donkerbruin tot zwart van kleur is; op de bovenkant van de voorvleugel bevindt zich een blauwpaarse vlek. De onderkant van de vleugels is overwegend grijs. Aan de achtervleugel bevindt zich een klein staartje.

Voorkomen
Een vrij schaarse standvlinder die voorkomt op de zandgronden in het binnenland en in de duinen.

_TVS6574Habitat
Grotere eiken in zonnige bosranden, eikenlanen, houtwallen, parken, binnenduinen en open plekken in het bos.

Waardplanten
Zomereik; soms andere soorten eik. De voorkeur gaat uit naar hoge bomen die op zonnige plaatsen groeien.

Vliegtijd en gedrag
Begin juli-eind augustus in één generatie. De vlinders voeden zich vooral met honingdauw; soms met nectar van sporkehout, boerenwormkruid, braam of distels. ’s Morgens komen eikenpages soms naar de grond om te drinken van dauw of water uit vochtige aarde. De vlinders vliegen vaak tot laat in de avond rond de kruinen van eiken.

_TVS6558Levenscyclus
Rups: half april-eind juni. Jonge rupsen boren zich in een bladknop; grotere rupsen leven in een ijl spinsel en fourageren vooral ’s nachts. De verpopping vindt plaats in een losse cocon in de strooisellaag of tussen schors van een stam of dikke tak. De soort overwintert als ei bij de knoppen aan het uiteinde van een twijg. Bron: www.vlindernet.nl
Foto’s T.V.S.Fotografie.

Buizerd

_TVS6543.1000Vanmiddag zweefde de buizerd boven onze huis, het mooi om te zien hoe hij met gemak een paar slagen met zijn vleugels slaat en dan weer verder zweeft.

De buizerd is waarschijnlijk wel de bekendste Nederlandse roofvogel. Het is een stevige vogel, niet erg goed toegerust op het vangen van snel bewegende prooien zoals bijvoorbeeld valken dat kunnen. Buizerds moeten het dan ook meer hebben van muizen, zieke konijnen, wormen en aas. Dat aas werd hen helaas noodlottig; in het verleden (en nog steeds!) werden buizerds vergiftigd door mensen die de roofvogels als concurrenten beschouwen. Gelukkig zijn deze praktijken sterk afgenomen, waardoor het aantal buizerds sterk is toegenomen. In de winter overwinteren in onze streken grote aantallen Scandinavische buizerds, die massaal op paaltjes in weilanden en langs snelwegen neerstrijken. Ze doen zich, vaak ten koste van hun eigen leven, te goed aan verkeersslachtoffers langs onze snelwegen. In de trektijd kunnen groepen van vele tientallen buizerds worden gezien, die hoogte proberen te winnen door een warme luchtstroom onder de brede vleugels te vangen. Door van deze thermiek gebruik te maken kunnen ze met een minimale inspanning grote afstanden afleggen.

_TVS6543.1000.1

Algemeen
Overige namen Common Buzzard , Buteo buteo Orde Accipitriformes Familie Havikachtigen (Accipitridae) Status Jaarvogel. Vrij talrijke broedvogel; door trekker in vrij groot aantal; wintervogel in groot aantal Europese verspreiding Buizerds komen in geheel Europa voor waar bos is.

Leefomgeving en voedsel
Biotoop Akkers, bos, cultuurlandschappen, graslanden, heide, hoogveen, platteland, weiden (kleinschalig), weilanden (uitgestrekt) Voedsel- en broedbiotoop Buizerds maken hun nest in een hoge boom, vaak een lariks of grove den. In Flevoland worden ook veel populieren gebruikt om een nest in te maken. Het voedsel wordt gezocht in een gevarieerd gebied: bossen, open plekken, weiden en akkers. Maar ook langs snelwegen, in de duinen en industrieterreinen. Voedsel kleine zoogdieren, vogels, insecten, wormen en aas. Bron: www.vogelbescherming.nl
Foto’s T.V.S.Fotografie

Klein geaderd Witje

_TVS6390Tijdens de Vlinderroute vandaag meerdere Kleine geaderde Witjes tegengekomen, en ook heel veel grote Dikkopjes.

Klein geaderd Witje heeft een voorvleugellengte van 20-24 mm. De aders op de onderkant van de achtervleugel zijn grijsgroen bestoven. De zwarte vlek in de voorvleugelpunt loopt geleidelijk naar beneden toe en eindigt niet in een rechte lijn. Op de bovenkant van de voorvleugel bevinden zich bij het mannetje één en bij het vrouwtje twee donkergrijze of zwarte vlekken.

Voorkomen
Een zeer algemene standvlinder die verspreid over het hele land voorkomt.

Habitat
Vooral vochtige terreinen zoals moerassen, hooilanden en langs bosranden; ook graslanden, tuinen, parken en heiden.

_TVS6391

Waardplanten
Vooral look-zonder-look en pinksterbloem, maar ook andere kruisbloemigen; vooral in halfbeschaduwde en vochtige milieus.

Vliegtijd en gedrag
Begin april-begin juni, en eind juni-september in drie generaties; de tweede en derde generatie overlappen elkaar. In sommige koele en natte jaren vliegt de soort slechts in twee generaties. In zeer warme jaren vliegt er mogelijk een kleine vierde generatie; het kan echter ook zijn dat zo´n late opleving in de vliegtijd wordt veroorzaakt door verschillen in ontwikkelingstijd van rupsen en poppen.

Levenscyclus
Rups: half mei begin juli en begin augustus-begin oktober. De soort overwintert als pop, hangend tegen een stam, een steen of iets dergelijks. Bron: www.vlindernet.nl

Foto’s T.V.S.Fotografie

Zwartspriet Dikkopje

_TVS6347.1Vandaag tijdens mijn wandeling een Zwartspriet Dikkopje tegengekomen, het zijn hele kleine snelle vlindertjes.

Zwartspriet Dikkopje voorvleugellengte is: 12-14 mm. De vleugels zijn lichtbruin tot geel zonder tekening op de bovenkant van de vleugels. De geurstreep van het mannetje loopt evenwijdig aan de aders op de voorvleugel. Op de onderkant van de voorvleugel heeft de vleugelpunt dezelfde kleur als de rest van de vleugel. De onderkant van de sprietknop is zwart.

Voorkomen
Een algemene standvlinder die vrijwel overal voorkomt, alleen wat schaarser in delen van het rivierengebied, de Flevopolders, het Utrechts veenweidegebied en in Noord-Holland.

Habitat
Graslanden en ruigten met overjarige grassen en nectarrijke kruiden, vaak langs bosranden en in bermen of op dijken.

_TVS6347Waardplanten
Verschillende grassoorten waaronder gladde witbol, kropaar, timoteegras en kweek, die groeien op zonnige plaatsen.

Vliegtijd en gedrag
Eind juni-eind augustus in één generatie. De vlinders besteden veel tijd aan het drinken van nectar. Belangrijke nectarplanten zijn slangenkruid, akkerdistel en moerasrolklaver. De mannetjes worden ook vaak drinkend bij modderpoelen, waterkanten of uitwerpselen waargenomen.

Levenscyclus
Rups: half april-half juli. Vanuit een zelfgemaakt kokertje zoekt de rups zijn voedsel. De verpopping vindt plaats in een cocon van bladeren aan de basis van de waardplant. De platte, witte eieren worden in kleine groepjes afgezet in bladscheden van breedbladige grassen. De soort overwintert als ei.Bron: www.vlindernet.nl

Foto’s T.V.S.Fotografie

Fitis

_TVS5529De Fitis ben ik twee keer op een dag tegengekomen, de eerste keer was hij/zij druk bezig met voer te vangen. de tweede keer zat de Fitis op een tak.

Er is een handjevol kleine groene zang vogelsoorten, die allemaal sterk op elkaar lijken. De fitis is er zo ongeveer de meest voorkomende van dit stel, op de voet gevolgd door de tjiftjaf. Het geluid van de fitis is echter gemakkelijk te onderscheiden van alle andere vogels: een helder, aflopend riedeltje met enkele hogere tonen aan het einde. Fitissen broeden op de grond en zoeken hun voedsel in struwelen. Het totale fitisbestand eet per jaar tonnen aan muggen en vliegen – iets waarvoor mensen de soort dankbaar mogen zijn!

_TVS5602Algemeen
Overige namen Willow Warbler , Phylloscopus trochilus Orde Passeriformes Familie Zangers (Sylviidae) Status Zomervogel. Zeer talrijke broedvogel; door trekker in zeer groot aantal Europese verspreiding De fitis is één van de meest voorkomende vogels in Europa. De fitis komt voor van West-Europa, tot aan Oost-Siberië (het Chukotskiy schiereiland). De verspreiding wordt begrensd door de 10 en 22 graden Celsius juli-iso thermen. Op Ijsland komen geen fitissen voor en ten zuiden van de 45 graden Noorderbreedte komt de soort ook niet of nauwelijks voor: Portugal, Spanje, Italië en de andere zuidelijke landen.

Leefomgeving en voedsel
Biotoop Bos, park en tuin Voedsel- en broedbiotoop Fitissen broeden op de grond – bij voorkeur tussen grassen – maar hebben beslist enkele bomen nodig als zang- en uitkijkpost. Hun voedsel, dat voornamelijk bestaat uit insecten zoals muggen, rupsen en andere ongewervelden, wordt vooral in struwelen gezocht. Jonge bossen, bosranden en andere dichte struikvegetaties zijn daarom ideaal voor de fitis. Voedsel Insecten

_TVS5600.1Broeden
Broedperiode Vanaf eind april Koloniebroeder Nee, Aantal legsels Meestal 2 legsels per jaar Aantal eieren6-7, soms 3-9

Vogeltrek
Trekroute Fitissen trekken weg in zuidelijke tot zuidwestelijke richting, via het Iberisch Schiereiland naar Marokko en vervolgens door naar Tropisch Afrika, ten zuiden van de Sahel.Overwinteringsgebied Tropisch Afrika.

Bron: www.vogelbescherming.nl

Foto’s T.V.S.Fotografie

sint Jansvlinder

st.jansvlinder.1000Gisteren ook de sint Jansvlinder tegengekomen tijdens de wandeling.

De voorvleugellengte van de sint Jansvlinder is: 15-19 mm. Een bloeddrupje met zes rode vlekken op de voorvleugel: de rode vlek aan de vleugelbasis is gescheiden door een ader en telt voor twee. Er komt ook een afwijkende vorm voor met gele vlekken en een gele achtervleugel.

Gelijkende soorten
Door de rood met zwarte tekening en de op elkaar lijkende Nederlandse namen, wordt deze soort door beginnende nachtvlinderaars wel verward met de sint-jacobsvlinder (Tyria jacobaeae) die eveneens overdag actief is en vrij algemeen voorkomt. Ook is verwarring mogelijk met de vijfvlek-sint-jansvlinder (Z. trifolii) en de kleine sint-jansvlinder (Z. viciae).

Voorkomen

Een gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt.

st.jansvlinder.1.1000Habitat
Bloemrijke graslanden, wegbermen, kalkgraslanden, weilanden, brede bospaden en duinen.

Waardplanten
Gewone rolklaver en moerasrolklaver.

Vliegtijd en gedrag
Eind mei-eind augustus in één generatie. De vlinders bezoeken bloemen van onder andere distels. De mannetjes maken patrouillevluchten, op zoek naar onbevruchte vrouwtjes.

Levenscyclus
Rups: september-juni. De rups overwintert één-, soms tweemaal en verpopt zich in een cocon, die goed zichtbaar tegen een grasstengel of een andere plant is aangebracht.
Bron: www.vlindernet.nl
Foto’s T.V.S.Fotografie

Bladwesp

_TVS6251.1000Deze Bladwesp (Rhogogaster viridis) kwam ik vanmiddag tegen in aan de bosrand van de Gaas.

Deze solitaire insecten hebben geen ‘wespentaille’ en steken niet. Het borststuk is vergroeid met het achterlijf. Het vrouwtje bezit een legboor. Bladwespen kunnen hun vleugels niet vouwen en leggen deze recht naar achteren op de rug wat gewone wespen niet doen. De lichaamslengte varieert van 0,3 tot 2,2 cm.

Voortplanting

De eieren worden in planten afgezet. De felgekleurde, rupsachtige larven zitten dikwijls onbeschut op een blad te eten. Hun voedsel bestaat uit vruchten en bladen van kruiden en bomen. Ze kunnen een plaag vormen in boomgaarden.

_TVS6262Verspreiding en leefgebied

Deze familie komt wereldwijd voor op allerlei planten in bossen, parken en tuinen, uitgezonderd in Nieuw-Zeeland.
Bladwespen zijn met enige honderden soorten de rijkst vertegenwoordigde familie van een groep van vliesvleugeligen waarvan het achterlijf niet is ingesnoerd of getailleerd (onderorde Symphyta).

Levenswijze
De soorten leggen hun eieren in planten en de larven zijn fytofaag. Alle bladwespen zijn voor de mens ongevaarlijk. Ze verschillen sterk in kleur en tekening. Een groot aantal soorten bootsen wespen of bijen na die wel pijnlijk kunnen steken.

Gewone Oeverlibelle

oeverlibelle.1000Vanmiddag weer opzoek gegaan naar vlinders op het klaverveldje en langs de dijk van het spoor, heel weinig vlinders tegengekomen een st.Jacobsvlindertje die is morgen aan de beurt, de Gewone Oeverlibelle heb ik wel gefotografeerd.

De Gewone Oeverlibelle is 44-50 mm groot. Groter dan andere oeverlibellen. Het achterlijf is pijlvormig: het begint breed, eindigt in een punt en heeft rechte zijkanten. Het gezicht is geel tot bruin. De pterostigma’s zijn zwart. Mannetje: uitgekleurde mannetjes hebben een blauwberijpt achterlijf met een duidelijke zwarte punt. Aan de buitenranden van de segmenten staan gele streepjes, die bij oude mannetjes verdwijnen onder nog meer blauwe berijping. Het borststuk is bruin, zonder blauwe berijping. Jonge mannetjes die nog geen berijping op het achterlijf hebben, zien eruit als vrouwtjes. Vrouwtje: grondkleur van het lichaam (zowel achterlijf als borststuk en gezicht) geel. Op de bovenkant van het achterlijf lopen twee dikke zwarte lengtestrepen.

Gelijkende soorten
Beekoeverlibel, zuidelijke oeverlibel, platbuik, bruine korenbout en eventueel plasrombout.

Voorkomen
Zeer algemeen in heel Nederland.

_TVS6169.1000Habitat
Allerlei stilstaande en zwak stromende wateren, liefst op plaatsen met kale oevers.

Vliegtijd en gedrag
Begin mei tot eind september, met de hoogste aantallen in juni, juli en de eerste helft van augustus. Jonge oeverlibellen kunnen ver van het water wegvliegen en zijn op allerlei plaatsen te vinden, vaak zittend op kale grond of in korte vegetatie. Hier jagen ze tot ze geslachtsrijp zijn en naar het water terugkeren. Geslachtsrijpe mannetjes houden de wacht vanaf warme zitplaatsen langs de waterkant. Vaak zijn dit kale stukken grond, boomstronken, enz. Vanaf deze zitplaatsen maken ze vluchten laag over het water, waarbij andere mannetjes worden verjaagd en vrouwtjes worden gegrepen voor de paring. Het vrouwtje zet haar eitjes af door vliegend met de achterlijfspunt op het wateroppervlak te tikken. Het mannetje vliegt meestal dicht bij haar in de buurt, om concurrenten te verjagen.

Levenscyclus
De larven overwinteren twee of drie keer. Uitsluipen gebeurt van begin mei tot half augustus, met een piek van half juni tot eind juli. Bron: www.libellenet.nl
Foto’s T.V.S.Fotografie

Phegeavlinder

_TVS5744De Phegeavlinder ben ik tegengekomen bij de Kempervennen hij zat op het riet langs het water.

De Phegeavlinder heeft een Voorvleugel lengte van 18-22 mm. Zowel de voor- als de achtervleugel is inktkleurig blauwzwart met enkele halfdoorschijnende witte vlekken. Op het achterlijf bevinden zich één of twee gele banden en de antennen hebben witte uiteinden.

Voorkomen
Een zeldzame soort met populaties in de noordelijke helft van Limburg, het aangrenzende deel van Noord-Brabant en in de buurt van Bergen op Zoom; op de vliegplaatsen soms talrijk aanwezig. Buiten de bekende populaties worden af en toe zwervers aangetroffen, soms op grote afstand van de genoemde gebieden.

_TVS5741

Habitat
Bloemrijke graslanden, bosranden en bospaden in droge dennenbossen, oude steengroeven en open plekken in het bos.

Waardplanten
Diverse kruidachtige planten, waaronder dovenetel en paardenbloem.

Vliegtijd en gedrag
Eind mei-half augustus in één generatie. De vlinders zijn overdag actief en bezoeken bloemen.

Levenscyclus
Rups: augustus-mei. De soort overwintert als rups.
Bron:www.vlindernet.nl
Foto’s T.V.S.Fotografie

Hooibeestje

zoomm.1Het Hooibeestje is een klein vlindertje het valt bijna niet op, ik ben ze tegengekomen langs de bosrand van de Gaas.

Het Hooibeestje heeft een Voorvleugel lengte van circa 15 mm. De bovenkant van de vleugels is oranje met een smalle bruine rand. In de vleugelpunt van de voorvleugel bevindt zich op de bovenkant een kleine zwarte oogvlek, die ook aan de onderkant van de vleugel te zien is en daar witgekernd is. Deze oogvlek is bij het vrouwtje op de bovenkant scherper afgezet dan bij het mannetje. Op de onderkant van de achtervleugel bevinden zich geen of bijna geen oogvlekken.

Voorkomen
Een algemene standvlinder die verspreid over het hele land voorkomt; de meeste waarnemingen worden gedaan op de zandgronden en in de duinen.

Habitat
Open, droge tot vrij vochtige en vrij voedselarme graslanden, heiden en pioniersvegetaties met een voorkeur voor mozaïekvormige vegetaties.

zoomm

Waardplanten
Diverse grassen, waaronder reukgras, zwenk- en beemdgrassen.

Vliegtijd en gedrag
Eind april-eind september in twee elkaar overlappende generaties. De vlinders zoeken nectar in ruigten en bloemrijke graslanden op allerlei soorten planten. De mannetjes bezetten een territorium en maken patrouillevluchten.

Levenscyclus
Rups: eind juni-half juni. De soort overwintert als halfvolgroeide rups; op warme winterdagen is de rups soms actief. De verpopping vindt plaats aan een stevige grasstengel laag bij de grond. Bron:www.vlindernet.nl
Foto’s T.V.S.Fotografie