Siphona Geniculala Sluipvlieg

Zaterdagmiddag tijdens het zoeken naar vlinders kwam ik een heel klein vliegje tegen, als hem met een macrofoto ziet is hij heel eng.

De sluipvliegen (Tachinidae) zijn een familie in de orde van de Diptera (tweevleugeligen), onderorde Brachycera (vliegen). Met meer dan 8000 beschreven soorten is deze familie een van de grotere vliegenfamilies. In Nederland komen 337 soorten voor.
De soorten kunnen onderling erg verschillen: sommige lijken veel op de gewone huisvlieg, anderen hebben oppervlakkig het uiterlijk van wespen of zweefvliegen (zie en:Tachinid).
De volwassen vliegen voeden zich met honingdauw en nectar; de larven zijn altijd parasitair in de larven of poppen van vlinders, kevers, sprinkhanen en andere insecten. Bij sommige soorten worden de eieren direct op het lichaam van de gastheer gelegd. De larfjes komen bijna onmiddellijk uit en boren zich naar binnen. Andere soorten leggen het ei via een wondje in het lichaam van de gastheer. Weer anderen leggen eieren van heel klein formaat en in enorme hoeveelheden op het substraat in de buurt van de gastheer. De eieren komen uit zodra de gastheer ze inslikt en de larfjes boren zich door de darmwand naar binnen.


Sluipvliegen zijn over het algemeen zeer nuttige insecten. Er zijn heel wat soorten die parasitoïde zijn van plaaginsecten en die daarom in biologische bestrijdingsprogramma’s gebruikt worden. Enkele soorten zijn echter schadelijk en worden in India en andere Aziatische landen als een ware plaag van de zijdeproductie gezien, met name Exorista bombycis (=E. sorbillans) die zijderupsen belaagt.

De laatste Vlinders van het seizoen

Gisteren was het een goede dag om weer eens naar het klaverveldje te gaan om te kijken of er nog kleine vuurvlinders en icarusvlinders rondvlogen de laatste vlinders in het seizoen, ik ben het vuurvlindertje en een icarusvlndertje tegengekomen ze waren al ver afgevlogen.

Het icarusblauwtje is een veel voorkomende vlindersoort. Het lijkt op het esparcetteblauwtje, maar onderscheidt zich van deze door twee wortelvlekken op de onderkant van de voorvleugels. Het komt voor op de meeste typen graslanden, van vrij droge schrale graslanen tot matig vochtige hooilanden. Het vrouwtje zet de eitjes af op veel soorten vlinderbloemigen, onder andere Lotus corniculatus (gewone rolklaver). De rups voedt zich met de bladeren. Ze wordt veelvuldig bezocht door mieren van de geslachten Lasius , Formica , Myrmica , Tapinoma en Plagiolepis . Als ze halfvolgroeid is, kan ze in de strooisellaag overwinteren. In hete klimaten vindt ook overzomering als ei of rups plaats. De verpopping gebeurt in de strooisellaag. Het icarusblauwtje vliegt afhankelijk va de geografische ligging en de hoogte van het vliegterrein in een tot drie generaties per jaar.

De Kleine Vuurvlinder

Spanwijdte vleugels 22-27 mm, april-oktober

Kenmerken
Bovenzijde voorvleugels oranje met brede, donkere zoom en donkere vlekken, in beide seksen gelijk. Achtervleugels bruin met rode zoom en blauwe puntjes (384 2 g). Onderzijde achtervleugels effen lichtbruin met zwarte stipjes.

Voorkomen
Algemeen op open terreinen, in (half)natuurlijke gras- en droge hooilanden, op de heide.

Levenswijze
Vliegt bijna het gehele jaar in 3-4, onder gunstige omstandigheden in 5-6 generaties per jaar. Rups groen met 3 rode lengtestrepen, leeft van zuringsoorten (Polygonaceae: Rumex), vooral kleine planten van schapezuring en veldzuring.

 

Grote bonte Specht en de Boomklever

De grote bonte Specht en de Boomklever brachten vanmiddag een bezoek voor de pinda’s. het zijn mooie vogels maar allebei erg schuw.

Veldkenmerken. 23 cm. Zwartwitte specht, veel kleiner dan Groene Specht. Smal wit voorhoofd, zwarte kap en zwarte baardstreep, die van snavelbasis doorloopt over oorstreek tot in nek. Mannetje heeft rode achterkop. Zwarte rug met grote witte schoudervlekken, vleugels zwart met veel witte vlekken, onderstaart rood, rest van onderdelen wit. Staart zwart met witte zijden. Juveniel heeft rode in plaats van zwarte kopkap (beide sexen). Golvende vlucht.


Geluid. Roep luid, enkel ’kik’ of ’kiek’, bij verstoring herhaald. Trommelt vaker dan andere spechten op dood hout.

Boomklever.

Veldkenmerken. 14 cm. Een gedrongen, plompe, actieve vogel met een stevige, puntige snavel. Blauwgrijze kruin en bovendelen, isabelkleurige onderdelen met roodbruine flanken, wangen en keel wit, zwarte streep door oog. Juveniel zonder roodbruin. Beweegt over boomstammen en takken met kleine, schokkerige sprongen, in alle richtingen met evenveel gemak, zonder staart te gebruiken. Noten en zaden worden vastgezet tussen boomschors en met de snavel opengehakt. Golvende vlucht, als spechten. Nestelt in boomholten. Ingang wordt soms verkleind met modder. ’s Winters vaak rondtrekkend met groepen mezen.

Geluid. Een luid, metalig ’twiet-twiet-twiet’, en varianten daarop; ook en schel ’tsit’, een herhaald, luid, helder en fluitend ’twie’ en een zeer snelle triller. Bron Soortenbank.nl

Quakerpapegaai

Vorig jaar in Benalmadena Spanje langs de boulevard zaten we op een bankje en de papegaaien vlogen boven ons hoofd in de bomen voor zaad.

De monniksparkiet (Myiopsitta monachus) is een parkiet uit Argentinië en het zuidelijke deel van Brazilië in Zuid-Amerika. Het dier is ook bekend onder de naam muisparkiet. Als exoot doen deze vogels het goed in Europa en Noord-Amerika.
De monniksparkiet bouwt zijn nest in vogelkolonies met vele parkieten. Het is voorgekomen dat een dergelijke “parkietenflat” het formaat had van een kleine auto. Dit gedrag is vrij ongewoon voor een papegaai en is waarschijnlijk geëvolueerd omdat op de pampas weinig bomen groeien en de aanwezige nestruimte efficiënt moest worden gebruikt.


Monniksparkieten in Nederland

Ook in Nederland is deze soort verwilderd. Zo is in 2003 een grote zwerm aangetroffen in Wageningen.
Het komt voor dat monniksparkieten “halfwild” leven. Dat wil zeggen dat ze vrij kunnen vliegen (en meestal nestelen) maar dat ze voor voedsel bij hun eigenaar terecht kunnen.
De gangbare methode is om dieren eerst in een volière aan de omgeving (bijvoorbeeld de achtertuin) te laten wennen en hen na een aantal maanden pas los te laten. De kans is groot dat de dieren terug blijven komen voor voedsel. Die kans wordt groter als meerdere dieren samenwerken en gezamenlijk vrij vliegen. De monniksparkiet is een sociaal dier en zal anders op zoek gaan naar een andere kolonie. Bovendien zorgt het vrijlaten in groepen ervoor dat de dieren gaan nestelen. Hierdoor kunnen het er snel meer worden.
In Apeldoorn leeft sinds het begin van het millennium een vrij grote groep monniksparkieten halfwild; Er worden steeds meer broedgevallen gerapporteerd, dus geleidelijkaan is het een zelfstandige wilde populatie aan het worden.


Ouwehands Dierenpark in Rhenen had een grote zwerm vrijvliegende monniksparkieten, echter na opmerkingen over hun bijdrage aan faunavervalsing heeft men de kolonie succesvol weer weggevangen. Bron Wikipedia.nl

Icarusblauwtje

Op deze foto kun je goed de roltong van Icarusblauwtje zien

Vanmiddag zat er een Icarusblauwtje (mannetje) op de Verbena in de tuin, het is de eerst keer, de andere keren ben ik hem tegengekomen op het klaverveldje.

Icarusblauwtje

Beschrijving: 
Het icarusblauwtje is een veel voorkomende vlindersoort. Het lijkt op het esparcetteblauwtje, maar onderscheidt zich van deze door twee wortelvlekken op de onderkant van de voorvleugels. Het komt voor op de meeste typen graslanden, van vrij droge schrale graslanen tot matig vochtige hooilanden. Het vrouwtje zet de eitjes af op veel soorten vlinderbloemigen, onder andere Lotus corniculatus (gewone rolklaver). De rups voedt zich met de bladeren. Ze wordt veelvuldig bezocht door mieren van de geslachten Lasius , Formica , Myrmica , Tapinoma en Plagiolepis . Als ze halfvolgroeid is, kan ze in de strooisellaag overwinteren. In hete klimaten vindt ook overzomering als ei of rups plaats. De verpopping gebeurt in de strooisellaag. Het icarusblauwtje vliegt afhankelijk va de geografische ligging en de hoogte van het vliegterrein in een tot drie generaties per jaar.


Leefgebied: 
Droge zure graslanden
Droog kalkgrasland en steppe
Matig voedselrijk grasland. Bron: Soortenbank.nl

Bont zandoogje

Vandaag heel de dag een bezoek gehad van een Bont zandoogje etende van een appel omdat er nu niet meer veel nectar aanwezig is eten ze nog wat ze kunnen vinden, als er geen nectar in de buurt is en ze komen een appel tegen is dat dan mooi meegenomen, meestal verblijven ze in de bossen tussen bladeren,

Kenmerken

Voorvleugellengte: 19-22 mm. De bovenkant van de voorvleugel is donkerbruin met een geeloranje vlekkenpatroon en een witgekernde zwarte oogvlek. Op de bovenkant van de achtervleugel bevinden zich drie of vier witgekernde zwarte oogvlekken.

Voorkomen

Een algemene standvlinder die zich in de twintigste eeuw sterk uitgebreid heeft. Het bont zandoogje komt tegenwoordig verspreid over het hele land voor, maar wordt slechts weinig waargenomen in Drenthe, delen van de Achterhoek, de Betuwe, het westen van Friesland en de provincies Noord- en Zuid-Holland.

Habitat

Vooral bosranden en open bossen; ook tuinen en parken in een bosrijke omgeving.

Waardplanten

Diverse grassen waaronder kweek, kropaar, witbol, boskortsteel en reuzenzwenkgras.

Vliegtijd en gedrag

Eind maart-eind oktober in drie overlappende generaties. De mannetjes gedragen zich opvallend territoriaal. De vlinders voeden zich met honingdauw, sap van vruchten en bloedende bomen en met nectar van onder andere braam.

Levenscyclus

Rups: half mei-half september. De groeisnelheid van de rupsen verschilt onderling aanzienlijk; sommige rupsen groeien wel drie keer zo snel als andere. De soort overwintert gewoonlijk als pop, maar een gedeelte van de rupsen die na half augstus uit het ei komen, gaat als rups de winter in. Bron: Vlindernet.nl

Woestijnbuizerd

Foto’s uit de oude doos van een dagje uit met Interpolis, tijdens een vogelwandeling met de Valkenier en zijn Woestijnbuizerd door de bossen van Schaluinen.

Woestijnbuizerd.

Voorkomen: 
Midden- en Zuid-Amerika
Gewicht:
Rond de 1 kg.
Spanwijdte:
Tot 1.20m.

Woestijnbuizerds zijn geliefd om mee te jagen. Ze jagen op diverse soorten prooi en zijn in vergelijking met andere roofvogels sociaal. Deze vogels kunnen goed “volgen” , mits hiertoe getraind: ze vliegen naar een boom en wachten tot de valkenier voorbij loopt voordat zij naar een volgende boom vliegen. Zo blijven ze tijdens het jagen altijd binnen zichtafstand van de valkenier en hebben ze zelf een goed overzicht op de omgeving. Ze leven in het wild soms in grotere groepen. Bron www.gaiazoo.nl

 

Rotterdamse Haven

Erasmusbrug

Een Rondvaart in de Rotterdamse Haven gedaan in 2011

De haven van Rotterdam is het grootste haven- en industriecomplex van Europa met een totale goederenoverslag van 430 miljoen ton in 2010. Het bestaat uit een samenstel van verschillende havenbekkens en bedrijfsterreinen die ten dienste staan van de aan- en afvoer van goederen van de aan de havens gevestigde (petro)chemische en andere industrieën, en de op- en overslag van goederen van derden voor verder transport. Rotterdam was tussen 1962 en 2004 de grootste haven ter wereld, maar deze positie is overgenomen door Shanghai. Ook Singapore en Ningbo zijn Rotterdam als haven voorbijgestreefd, maar het nadeel hiervan is hooguit van emotionele aard. Deze Aziatische havens gelden namelijk niet als directe concurrenten voor de Rotterdamse haven.

De haven van Rotterdam dankt haar grootte aan de ligging aan de monding van de Rijn. Daardoor ligt een achterland met zo’n 460 miljoen inwoners binnen bereik. Van hieruit worden goederen vervoerd naar onder andere het Ruhrgebied inDuitslandEngeland en Antwerpen in Vlaanderen. Naast de binnenvaart wordt een groot deel over de weg vervoerd en in mindere mate ook over het spoor, zoals met de Betuweroute.

Daarnaast is de haven te bereiken door schepen met zeer grote diepgang via de Eurogeul. In de diepe havenbekkens op de Maasvlakte en in de Europoort kunnen deze schepen normaal aanleggen.

Het Havenbedrijf Rotterdam N.V. verhuurt bedrijfsterreinen in het Rotterdamse havengebied en is verantwoordelijk voor het efficiënt en veilig afwikkelen van het scheepvaartverkeer. Bovendien zorgt het voor de infrastructuur van waterwegen, verkeerswegen, kades en andere voorzieningen voor de gebruikers van het havengebied. De toekomst van de Rotterdamse haven is onder meer vastgelegd in het Havenplan 2020. De belangrijkste opbrengsten voor het Havenbedrijf zijn dehavengelden en de contractopbrengsten van het verhuur van bedrijfsterreinen. De sterke stijging van de investeringsuitgaven sinds 2009 zijn vooral het gevolg van de aanleg van de Tweede Maasvlakte. In de figuur hieronder de financiële resultaten van het Havenbedrijf Rotterdam. De cijfers zijn uitgedrukt in miljoenen euro. Bron Wikipedia.nl

Kruisspin

Ik heb het niet zo op spinnen, maar deze Kruisspin viel wel op hij was een web aan het maken tussen twee jonge dennenbomen.

De kruisspin moet het bij de jacht niet van zijn acht ogen hebben. Hij is namelijk nogal kippig. Kijken, en ook ruiken, doet hij met zijn acht behaarde poten. Met behulp van de haren kan hij bijvoorbeeld een geslachtsrijp vrouwtje traceren. Spinnen die webben maken hoeven eigenlijk niet zo goed hun ogen te gebruiken. Snort er een mug of vlieg tegen je vangnet, dan voel je dat als kruisspin onmiddellijk. Iedere trilling, hoe klein ook, wordt door de delicate pootjes meteen geregistreerd.


Spinnen die zonder web jagen, de zogenaamde springspinnen (Salticidae), zijn daarentegen toegerust met verbluffend scherpe ogen. Kenmerken: zeer beweeglijk, goed ruimtelijk zicht en te gebruiken als zoomlens. Bovendien kunnen springspinnen waarschijnlijk kleuren onderscheiden.

Spinnen hebben enkelvoudige ogen, dus geen facetogen zoals insecten. Je hebt soorten met acht en met zes ogen. Bij de kruisspin zijn het er dus acht: een rijtje voormidden- en voorzijogen (4) en een rijtje achtermidden- en achterzijogen (4). bron: natuurinformatie.nl

Dit is een Pardosa Spin.

Geschubde Inkt Zwammen

De laatste keer kwamen we in de bossen geschubde Inkt zwammen tegen, die al helemaal waren uitgevloeid

De geschubde inktzwam (Coprinus comatus) is een van de meest voorkomende van de honderd soorten inktzwammen (Coprinus) die in Nederland voorkomen.

In de jeugd is de 5-15 cm hoge hoed van de geschubde inktzwam ei- tot klokvormig, wit met een lichtbruin, glad centrum en bedekt met grote, omgekrulde schubben. De hoed scheurt later vanaf de rand in en vervloeit tot zwart. De holle steel is 10-20 cm hoog met een lage, beweegbare, vrij snel afvallende ring. De lamellen zijn wit in de jeugd, later vanaf de rand verkleurend via roze naar zwart.

Vanaf mei tot in november is de geschubde inktzwam vaak in groepen te vinden op grond die pas is omgewerkt op akkers, weilanden, parken en wegbermen. Ook in de stad is deze paddenstoel veel gezien op bemest gras.

Een jonge geschubde inktzwam smaakt uitstekend, maar moet wel direct na het plukken verwerkt worden. De zwam is niet meer eetbaar wanneer vervloeiing of verkleuring optreedt. Verwisseling kan voorkomen met de kale inktzwam (Coprinus atramentarius), die giftig is indien alcohol twee dagen voor of na consumptie wordt gebruikt. Bron Wikipedia.nl

Welkom

Welkom BIJ Zoomm.

EEN blog van de Laatste nieuwsberichten Van Het Safaripark Beekse Bergen, en Foto `s zijn gemaakt in de mijn omgeving van de Natuur Onder Andere van Vlinders, Bloemen Insecten!