Boomklever

_TVS1871

Boomklever

De boomklever komt weer elke dag zonnepitten halen en die verstopt hij stukje verder in een grote boom, hij is een voorraadje aan het aanleggen als het weer slechter gaat worden. De foto’s heb ik omgezet in olieverf.

Het opvallende, gedrongen lichaam en de kleur van het verenkleed zijn de belangrijkste kenmerken van de boomklever. In Nederland is de vogel met geen enkele andere soort te verwarren.

_TVS1888

Het voedsel bestaat voornamelijk uit insecten die de vogel zoekt door met de snavel in de boombast te hakken. Hierbij klimt de vogel als enige Nederlandse vogel ook met de kop naar beneden omlaag. Behalve insecten worden vooral in de winter ook noten en zaden gegeten. De vogel breekt noten soms open door ze in een spleet te klemmen en er met de snavel op te hakken. In het najaar legt de boomklever een ruime wintervoorraad van zaden en noten aan.

Het nest van de boomklever wordt bijna altijd in een boomholte gebouwd. Hierbij maakt de vogel de grootte van de ingang precies op maat, te kleine openingen worden groter gehakt, terwijl te grote openingen gedeeltelijk dichtgemetseld worden met een mengsel van modder en speeksel.

Bron: vogelvisie.nl

Foto’s: T.V.S.Fotografie

Zwavelkopjes

_TVS9749

Zwavelkopjes kom je regelmatig tegen in het bos, deze zijn Volwassen Zwavelkopjes.

Beschrijving
Hoed gewelfd, Ø 2-7 cm, helder zwavelgeel, met een oranjebruin centrum, de rand vaak met bleekgele tot bruine velumresten.
Lamellen citroengeel-groenig tot vuil grijsgroen.
Steel 4-10 cm x 5-10 mm, gebogen, zwavelgeel, met een zwakke, door de sporen purperbruin verkleurende ringzone en een bruine steelbasis. Vlees zwavelgeel. Smaak zeer bitter. Geur zwammig.
Giftig.

Voorkomen
In bundels of groepen op dood hout (houtsnippers) van loof- en naaldbomen in bossen en plantsoenen. Voorjaar-herfst.
Saprofiet.

_TVS9750

Status
Algemeen.

Verwante en/of gelijkende soorten
Psilocybe capnoides

Extra informatie
Hoewel de Gewone zwavelkop in vroeger tijden in de Zwitserse huisapotheek gold als een probaat middel tegen reumatische klachten en gonorroe, geeft hij maag- en darmbezwaren en kan hij zelfs de lever beschadigen.

Bron: Soortenbank.nl

Foto’s T.V.S. Fotografie

Muurwesp

013_01.1000

Toen ik de foto van dichterbij bekeek zag ik dat de Muurwesp ook wel  Metselwesp genoemd een rups tussen haar pootjes had, alleen de vrouwtjes vangen rupsen.

De muurwesp zie je vaak zitten als je in de celletjes kijkt. Hij kijkt je dan recht in je gezicht, terwijl hij in zijn celletje de wacht houdt. Muurwespen zijn net als de gewone wespen geel met zwart gekleurd, maar ze leven heel anders. Ze jagen op rupsen en steken deze met hun angel zodat ze verdoofd worden. Dan nemen ze de rups mee en stoppen hem in een van de celletjes van het houtblok. Daar bovenop leggen ze dan een eitje. Op die manier krijgt de larve van zijn moeder een verse prooi want de rups is verdoofd maar niet dood! Is het eitje gelegd en zijn er voor de baby voldoende grote rupsen verzameld dan metselt de muurwesp de babykamer dicht met een soort cement dat ze zelf maakt van spuug en klei en zand.

011_01.1000

Zulke wespen worden daarom ook wel metselwespen genoemd, net zo als we ook metselbijen kennen. Ze verzamelen de klei door die met hun scherpe kaken van de bodem los te schrapen en het als een propje samen te ballen. Dan nemen ze de hele kluit tussen de kaken en vliegen er ‘met de mond vol’ mee weg. Dat aanslepen van al die klei is een heel karwei, en soms zie je dan ook dat er hele slimme maar niet zo eerlijke wespen zijn (bijv. de slanke, volledige zwarte spinnendoders) die de klei van vlakbij van de afgesloten celletjes van andere wespen of bijen stelen. Zijn zij net klaar met al dat gezwoeg met klei, dan maken de anderen [hun buren] hun celletjes weer open door er de klei weer weg te schrapen! Muurwespen worden ook wel graafwespen genoemd omdat ze hun huisjes niet alleen in muren, houtblokken en rietstengels maken, maar ook in de grond. Naast hen zijn er ook nog andere graafwespen. Hun namen vertellen je vaak direct waar zij op jagen. Zo zijn er spinnendoders, vliegendoders, rupsendoders en cicadenvangers.

Ook van deze soorten komen er verschillende op de tuin en in de wespen­flat voor. Ze verdoven hun prooi met de angel, tillen hem dan op met de poten en dragen hem onder de buik terwijl ze naar het nest vliegen. Sommige dragen de prooi zelfs aan hun angel achter zich aan. Net autootjes met aanhangwagens! De soorten die op kleine prooien jagen stoppen daarvan verschillende in elke babykamer, terwijl weer andere zulke grote prooien vangen (vaak veel groter dan ze zelf zijn) dat één vangst voldoende vlees is voor elke wespenbaby.

Bron: Gemeente Groningen.nl/natuuronderwijs

Foto’s T.V.S. Fotografie

Ree in de Gaas

herfstbos.3

Een paar jaar geleden een Ree gefotografeerd in het bos de Gaas, vandaag toevallig tegengekomen in mijn fotoarchief, Helaas heb ik toen maar een foto kunnen maken.

REEËN BIJNA OVERAL IN NEDERLAND VOORKOMEN?

Aan de rand van dorpen en steden, vanuit de trein of de auto in de Flevopolder, zelfs op Ameland en Terschelling; reeën leven bijna overal in Nederland. De kans op een ontmoeting mede deze publiekslieveling is groot. Dat is wel eens anders geweest. Rond 1875 leefde het ree alleen op de Veluwe en in Limburg. Bosaanleg zorgde ervoor dat het aantal reeën toenam. Nu er steeds meer ecoducten zijn, kunnen reeën zich nog makkelijker verplaatsen.

Reeën de ruimte nodig hebben?

Het territorium van een volwassen reebok is ongeveer 5-30 hectare groot. Tijdens de bronst leggen de bokken grote afstanden af om bij reegeiten te komen. ’s Winters is voldoende bewegingsruimte zelfs van levensbelang om voedsel te vinden. Natuurmonumenten is daarom voorstander en voorvechter van ecoducten op de Veluwe. Ecoducten zorgen er voor dat dieren zich over grotere afstanden kunnen verplaatsen. In de bronst hebben reebokken een eigen territorium die ze verdedigen, over het algemeen blijven ze in hun gebied maar jonge bokken verplaatsen zich wel om ook een territorium te kunnen veroveren.

Reeën met elkaar fiepen?

Mensen praten. Reeën fiepen. Fiepen is het geluid waarmee reeën onderling communiceren. Mensen die dit geluid goed nabootsen, kunnen reeën lokken. Dat doen ze met de fiep, een instrument dat is gemaakt om mee te fiepen. Vergis je niet: fiepen is een kunst. Wie goed wil leren fiepen moet heel wat jaren oefenen.  Alleen de geit fiept, of met haar kalf of om een bok te lokken in de bronsttijd. Bij onraad blaffen zowel bokken als geiten.

Reeën zorgen voor natuurlijke variatie?

Reeën en andere hoefdieren noemen we grote grazers. Ze hebben voorkeur voor een gevarieerd menu. Om aan voedsel te komen trekken ze rond en laten via vacht en uitwerpselen overal zaden achter. Zo zorgen ze voor variatie in de vegetatie en lage en hoge bomen en struiken en zelfs voor kale plekken. Vogels, zoogdieren en insecten profiteren van grote grazers, die hun leefgebied aantrekkelijker maken. Ook als een ree of edelhert dood gaat. Aaseters zoals de raaf, wouw, vos en das weten er net als insecten wel raad mee.

Bron: Natuurmonumenten.nl

Foto: T.V.S.Fotografie

Gele Trilzwammen

_TVS1451

Heel het najaar gezocht naar Gele Trilzwammen, en vlakbij ons huis toch nog gevonden 2 weken geleden.

De gele trilzwam is het gehele jaar door te vinden op takken van loofbomen en struiken. De soort komt algemeen voor. De soort is zeldzaam in België en algemeen in Nederland[.

_TVS1472

Eigenschappen

Het vruchtlichaam heeft een doorsnede van 1,5 tot 5 à 10 cm en is onregelmatig hersenachtig geplooid. Het is opvallend geel of oranjegeel. In droge toestand verandert de substantie van geleiachtig tot kraakbeenachtig taai en ook donkerder van kleur.

_TVS1484

Bron: Wikipedia

Foto’s: T.V.S Fotografie

Grote bonte Specht en de Koolmees

Eerste kerstdag was het druk met vogels voor de pinda’s en vetbollen, de Grote bonte Specht en de Koolmees ieder aan een eigen voederbal, het duurde wel even voordat de Grote bonte Specht het aandurfde, dus was het voor de vogels ook vrede op Aarde.

_TVS1555

 

Grote bonte Specht

De grote bonte specht is aangepast op een leven in de bomen. De tenen zijn zo geplaatst dat de vogel gemakkelijk verticaal kan klimmen. De staart is stevig en wordt tijdens het klimmen als ondersteuning gebruikt. De stevige, scherpe snavel van de grote bonte specht wordt door de vogel onder andere gebruikt om een nestholte uit te hakken, om voedsel te zoeken en om contact te maken met soortgenoten. Het voedsel wordt voornamelijk gevonden op stammen en takken van bomen, waarbij de snavel gebruikt wordt om insecten en kleine diertjes uit het hout te lokken.

_TVS1560

Koolmees

De koolmees is één van de meest voorkomende en meest opvallende vogels die in Nederland voorkomen. De vogel is dan ook één van de bekendste Nederlandse vogels, mede omdat de vogel niet schuw is en in de winter regelmatig op voedertafels aan te treffen is. Het mannetje is van het vrouwtje te onderscheiden doordat de zwarte streep op de buik veel breder is. De zang van de koolmees is erg variabel, maar vaak is een herkenbaar titituu of tituu te horen.

De koolmees is een holenbroeder en broedt onder andere in boomholten en nestkasten. Vanwege de korte levensduur van de koolmees worden er per broedsel veel eieren gelegd. Hoewel in sommige jaren met meerdere broedsels begonnen wordt, brengt de koolmees ieder jaar slechts één nest jongen groot. Koolmezen laten soms een nest met eieren of zelfs jonge vogels in de steek, om onder betere omstandigheden op een andere plek opnieuw te beginnen.

_TVS1562

Dagpauwoog in de maand december

DSC_0107

Op 19 december 2013 nog een Dagpauwoog gered, ze zat op een stoep naast de kliko’s, ik denk dat ze onder een kliko heeft gezeten om te overwinteren, ik heb ze op een stenen muur gezet, daarna kroop ze tussen de stenen verder om te overwinteren….

De dagpauwoog (Aglais io, vroeger: Inachis io) is een middelgrote dagvlinder uit de familie Nymphalidae en de onderfamilie aurelia’s (Nymphalinae).

De dagpauwoog is een van de bontst gekleurde en bekendste soorten vlinders in Europa. De soort komt binnen Europa algemeen voor in de gematigde zones en ontbreekt in het uiterste noorden en zuiden. Ook in de gematigde gebieden vanAzië vinden we de soort tot in Japan. Het grote verspreidingsgebied is onder meer te verklaren doordat de belangrijkste voedselplant, de brandnetel, zoveel voorkomt. In België en Nederland is de dagpauwoog overal algemeen.

De dagpauwoog is hier niet te verwarren met andere vlinders vanwege de grootte, de oranjerode vleugels en de karakteristieke oogvlek op de bovenzijde van iedere vleugel. De onderzijde is juist goed gecamoufleerd door donkerbruine kleuren en donkere strepen.

De dagpauwoog is goed onderzocht waardoor er veel bekend is over de levenswijze, de voortplanting en de ontwikkeling van de vlinder. Het is een van de soorten die als volwassen vlinder overwintert en ’s winters kan worden aangetroffen in huizen.

Bron: Wikipedia

Foto: T.V.S. Fotografie

Grote bonte specht en de Boomklever

TVS9987-kopie

 

De Grote bonte specht

De grote bonte specht is de drummer van het bos; zowel mannetje als vrouwtje roffelen op takken om territorium en paarband te versterken. Grote bonte spechten hakken een nestholte uit in bomen, waarbij de voorkeur, begrijpelijk, uitgaat naar zachte houtsoorten. Berken zijn favoriet, maar andere boomsoorten worden ook gebruikt om een holte met rond gat in uit te hakken. Een specht krijgt daarbij geen hoofdpijn doordat de hersenen in een soort schokdempers zijn ingekleed. In de nestholte worden de eieren gewoon op het hout gelegd; de grote bonte specht maakt geen comfortabel nest voor de jongen. Loof- en gemengde bossen met een diverse opbouw (jonge en oude bomen, dicht en open bos) is favoriet. Het nest wordt uitgehakt in een wat zachtere boomsoort, vanaf enkele meters hoogte aan te treffen.

De Boomklever

De boomklever dankt zijn naam aan het vermogen bomen zowel omhoog als omlaag te beklimmen, waardoor de vogel als het ware lijkt te kleven aan de stam, zonder te vallen. Boomklevers zijn holenbroeders en staan erom bekend de opening van hun broedholte te verkleinen door te ‘metselen’ met modder. Deze metseldrang is vaak zo sterk, dat ook wanneer het gat al de juiste grootte heeft, er in de omgeving toch nog een metselwerk gemaakt wordt. Boomklevers die in nestkasten broeden maken bijvoorbeeld een versterkt dakoverstek boven de invliegopening.

Soortenrijke bossen met loofbomen, het liefst oude eiken, en enkele open plekken zijn uitstekend geschikt voor de boomklever. De soort is gebonden aan het voorkomen van spechten, welke de broedholten uithakken waarvan de boomklever gebruik maakt. Het voedsel van de boomklever wordt gezocht door nauwkeurig de schors van bomen te inspecteren op insecten. Ook zaden en noten worden gegeten; boomklevers kunnen dan ook gezien worden terwijl ze verwoed inhakken op een met de poten vastgehouden vrucht.

Bron: www.vogelbescherming.nl

Foto: T.V.S. Fotografie

Nephrotoma Pratenis de Langpoot mug

001.1-3

De Nephrotoma Pratenis is familie van de langpoot mug en lijkt op een Tijgerlangpoot mug,

Langpootmuggen zijn schemeractief en nachtactief en worden dan aangetrokken door licht. Ze houden zich overdag vaak op in planten. De larven zijn vraatzuchtig maar de volwassen langpootmuggen eten niet of alleen een beetje nectar en leven maar enkele dagen om te paren. Langpootmuggen zijn slechte vliegers die een zigzaggende vlucht hebben. Net als andere vliegen en muggen hebben ze slechts één paar vleugels, het achterste paar is omgevormd tot halterachtige structuren.

In Nederland en België zijn met name soorten uit het geslacht Tipula algemeen. De koollangpootmug (Tipula oleracea) vliegt van april tot juni en een tweede generatie van augustus tot oktober. De moeraslangpootmug (Tipula paludosa) vliegt alleen in augustus en september en Tipula czizeki is alleen in oktober en november bovengronds te zien. De reuzenlangpootmug (Tipula maxima) is een wat grotere soort.

Uiterlijke kenmerken

De meeste langpootmuggen hebben een onopvallend uiterlijk om geen aandacht van vijanden te trekken. Sommige langpootmuggen zoals de helemaal onderaan afgebeelde Ctenophora ornata hebben een afwijkend uiterlijk door felle kleuren of afwijkende lichaamsuitsteeksels, in dit geval imiteert de mug een papierwesp.

Langpootmuggen hebben kleine, kraalachtige ogen die donker van kleur zijn en weinig opvallen. Wat des te meer opvalt zijn de uitstekende monddelen die wat aan een zuigsnuit doen denken zoals deze voorkomt bij andere insecten zoals dewantsen. Langpootmuggen kunnen hier echter niet mee bijten of prikken, de kaken zijn gereduceerd. Bij een aantal soorten kunnen de volwassen exemplaren helemaal niet meer eten; al de energie die ze nodig hebben om zich voort te planten is als larve bij elkaar gegeten.

Langpootmuggen hebben zeer lange poten. Ze kunnen de poten makkelijk af laten breken als deze worden vastgepakt, dit wordt wel autotomie genoemd. Omdat een langpootmug met poten en vleugels niet meer vervelt, groeien deze nooit meer aan.

001-25

Zoals alle tweevleugeligen, waartoe de vliegen en muggen behoren, zijn de achtervleugels veranderd in knots-vormige haltertjes. De gedegenereerde achtervleugels hebben een functie die te vergelijken is met een gyroscoop. De tweevliegvleugels staan bij een aantal soorten gespreid, waardoor de halters duidelijk zichtbaar zijn. Er zijn echter ook soorten, zoals de tijgerlangpootmug, die de vleugels op de rug vouwen. Langpootmuggen zijn slechte vliegers en zijn ondanks hun zeer onregelmatige, op- en neergaande vlucht makkelijk uit de lucht te plukken. Belangrijke vijanden van langpootmuggen zijn vogels en spinnen.

Het achterlijf is lang en rond en duidelijk gesegmenteerd. Vrouwtjes en mannetjes zijn bij de langpootmuggen eenvoudig uit elkaar te houden. De vrouwtjes zijn groter en als ze eieren dragen ook aanmerkelijk dikker en zwaarder. Het belangrijkste verschil zit in de achterlijfspunt, bij de mannetjes zijn de hier aanwezige geslachtsorganen onopvallend maar bij de vrouwtjes draagt het achterlijf een stekelachtige structuur. Dit orgaan wordt de ovipositor of legbuis genoemd en dient om de eitjes af te zetten op enige diepte in de bodem. De legbuis wordt dus niet gebruikt om te steken, zoals het geval is bij andere insecten zoals wespen.

 

De leeuwenwelpen in het Safaripark Beekse Bergen

_TVS0776

De leeuwenwelpen in het Safaripark Beekse Bergen

Op vrijdag 26 oktober 2012 zijn de 4 leeuwenwelpen geboren in het safaripark 2 vrouwtjes en 2 mannetjes. De trotse vader en moeder zijn Cesar (overgekomen vanuit een Franse dierentuin) en Arlen. Beide leeuwen zitten vlakbij het Kongo-restaurant.

Een jaar verder: zijn ze inmiddels flink gegroeid, je kunt nu goed het verschil zien tussen de mannetjes en vrouwtjes.

Aan het begin van onze jaartelling kwamen leeuwen voor in heel Afrika, een groot gedeelte van Azië en zelfs in Europa. Toen waren er negen ondersoorten leeuwen, die van elkaar verschilden in grootte en beharing. Inmiddels zijn er drie ondersoorten uitgestorven en worden er vier met uitsterven bedreigd.

_TVS0780

Pantera leo

Leefgebied: Afrikaanse savanne
Voedsel: Eet vlees
Leeftijd: In het wild tot 12 jaar oud, in dierenparken tot 20 jaar
Gewicht: Weegt tot 200 kilo
Jongen: Krijgt 2 tot 4 jongen, na een draagtijd van 3,5 maand.

Bokshelm

Alleen mannelijke leeuwen hebben manen. Die beginnen te groeien als de leeuw zo’n anderhalf jaar oud is. Na een jaar of vier zijn ze helemaal uitgegroeid. Als de leeuw ouder wordt, worden zijn manen steeds donkerder. De lange manen doen dan dienst als ‘bokshelm’ en beschermen tegen de klappen, die ze elkaar uitdelen als ze vechten voor een groep vrouwen.

Kort maar krachtig. Een leeuwenman mag in zijn sterkste leeftijd, als hij geluk heeft, een tijdje de ‘leider’ zijn van een troep. Maar als hij ouder wordt, komt er al weer een jonger en sterker mannetje die hem van de troon stoot.

Bron: www.Safaripark.nl

Foto: T.V.S. Fotografie

 

Doorkijkje in de Heidepark Vredelust

_TVS0452

Vanmorgen een boswandeling gemaakt door de Heidepark Vredelust een prachtig stuk natuurgebied aan de Bredaseweg in Tilburg nabij de wijk Reeshof. De wandelroute is 4,7 kilometer lang en duidelijk aangegeven met looppijltjes met de naam welke route je loopt, er zijn meerdere routes die je kunt lopen, bv de Amarantroute en de Warandaroute.

Heidepark-Vredelust is de naam van een combinatie van twee naast elkaar gelegen landgoederen die eigendom zijn van de gemeente Tilburg. Ze zijn gelegen aan de Bredaseweg ten westen van Tilburg en meten samen 68 ha. Ze vormen het gebied tussen deze weg en de Gilzerbaan.

_TVS0454

Deze landgoederen maken onderdeel uit van een reeks particuliere landgoederen die zich langs de Bredaseweg uitstrekten en die niet toegankelijk waren voor het publiek. Vaak waren deze landgoederen het eigendom van Tilburgse textielfabrikantenfamilies. Zo was Heidepark het bezit van de familie Straeter en Vredelust is bezit geweest van de familie Mutsaerts. Beide landgoederen zijn aangelegd in Engelse landschapsstijl met slingerende paden en waterpartijen en alleenstaande zomereiken in weilanden. Door de opvolging van eigenaren trad er verwaarlozing op en werden ze door de gemeente Tilburg gekocht die ze omstreeks 1970 openstelde voor het publiek.

Heidepark bevat een zomerverblijf, “De Koepel” geheten, dat echter is afgebroken. Het was gelegen op een kunstmatige heuvel nabij een waterpartij. Er zijn bomen, waaronder een Robinia, van omstreeks 150 jaar oud. Vredelust, dat zich ten westen van Heidepark bevindt, kent een door rododendron struiken ingesloten groot gazon met daarop een grote beuk. Hier is een vervallen beeld van de Waekzaemheyd, en het theehuis dat hier eens stond is afgebroken.

_TVS0450

Het gebied sluit in het oosten aan bij het Bels Lijntje dat, met bermen en begeleidende sloten, als natuurreservaat wordt beheerd. In het zuiden vindt men het gebied Kaaistoep en in het westen Piusoord. In het noorden vindt men de Oude Warande en het Reeshofbos.
Bron: Wikipedia

Foto: T.V.S. Fotografie

 

Pater Pio bijeenkomsten

NaamloosSinds vele jaren is in onze Gerardus Majella kerk aan de Wassenaerlaan 32 te Tilburg een gedeelte ingericht als Piokapel en komen elke tweede dinsdag van de maand om 10.30 uur een grote groep mensen daar samen om eucharistie te vieren en pater Pio aan te roepen en hun verlangens en noden aan hem voor te leggen. Zij doen dit voor zichzelf, maar ook voor de kinderen, kleinkinderen en hun familieleden.

Wie is Pater Pio?

Pater Pio werd op 25 mei 1887 in Pietrelcina ( Zuid- Italië ) geboren en kreeg de namen  Francesco Forgione. In 1903 trad hij in bij de paters Kapucijnen in Benevento en werd in 1910 tot priester gewijd. Hij ging daarna als pater Pio door het leven. Later woonde hij in San Giovanni Rotondo, waar hij op 23 september 1968 gestorven is. Hij was toen 81 jaar. In de crypte van de kloosterkerk is hij begraven.

Zijn grote verering voor Moeder Maria, zijn liefde voor de zieke en lijdende medemens, zijn gave om zwaar lijden te door­staan en zijn strijd tegen zonde en kwaad maken van hem een geliefde heilige. Niettegenstaande zijn wankele gezondheid bereikt Pater Pio de leeftijd van 81 jaar. Uitgeput door zijn dagelijkse en langdurige biechtpraktijk, sterft hij op 23 september 1968. Op 2 mei 1999 verklaart Paus Johannes-Paulus 11 hem zalig en heilig op 16 juni 2002. Ook vandaag nog zijn vele mensen Pater Pio dankbaar genegen. Als man van gebed en getekend met de wondertekenen van Christus wijst hij ons nog steeds de weg naar de bronnen van het leven.

Ook u bent van harte uitgenodigd om met de vrienden en vriendinnen van pater Pio samen te komen om te bidden en te zingen, en zoals het hoort ook samen een kopje koffie of thee te drinken. Hopelijk tot een tweede dinsdag van de maand om 10.30 uur.

U bent hartelijk welkom.

_TVS0171

_TVS0182

_TVS0188

_TVS0194

_TVS0208

_TVS0218

Winterkoning

_TVS0497

Het verhaal gaat dat de winterkoning, die toen nog geen winterkoning heette, bij een wedstrijd om het koningsschap der vogels op een slimme manier won. De vogels besloten een wedstrijd te organiseren en de vogel die het hoogst kon vliegen zou koning worden. De winterkoning schatte zo in dat hij kansloos was, tenzij hij een list verzon. Hij verstopte zich in de veren van de arend en toen de arend niet meer hoger kon komen, begon de winterkoning aan zijn vlucht. Sindsdien houdt hij van trots zijn staartje omhoog.

_TVS0507

Algemeen
Overige namen Winter Wren , Troglodytes troglodytes OrdePasseriformesFamilieWinterkoningen (Troglodytidae)StatusJaarvogel. Zeer talrijke broedvogel; standvogel; doortrekker in onbekend aantalEuropese verspreidingOp het hoge noorden na ontbreekt de winterkoning nergens in Europa. De 15 graden Celsius juli-isotherm vormt de grens voor het voorkomen van deze markante kleine zangvogel.

_TVS0509

Leefomgeving en voedsel
Biotoop Bos, oevers, park en tuin, rietland en ruigte, stedelijk gebied Voedsel- en broedbiotoopWinterkoningen zoeken hun voedsel in en nabij struikgewas. Met hun fijne snavel zijn ze gespecialiseerd in het eten van kleine insecten. Ook uit kleine spleten in bijvoorbeeld schors kunnen zij allerlei proteïnerijk gedierte peuteren. Het koepelvormige nest, bestaande uit mos, bladeren en gras, wordt gemaakt in dichte struikgewassen, in houtstapels, maar ook in klimophagen in diverse landschapstypen. Het mannetje maakt meerdere nesten, waarna het vrouwtje uiteindelijk één nest uitkiest om in te broeden. Als het vrouwtje op de eieren zit, probeert het mannetje een ander vrouwtje te lokken in één van de andere nesten.VoedselKleine insecten, rupsen, spinnetjes, larven en zaadjes.

Broeden
BroedperiodeHalf april – juli, Koloniebroeder Nee, Aantal legsels 2, Aantal eieren 5 – 7 eieren.

Bron: vogelbescherming.nl

Foto’s: T.V.S. Fotografie

Paddenstoelen en boompjes groeien op een oude bank

_TVS0345

Tijdens een wandeling kwamen een oude bank tegen waar kleine paddenstoelen en boompjes op groeiden.

Een paddenstoel is een schimmel. De paddenstoel zelf is het gedeelte wat boven de grond zit. Voorbeelden van Nederlandse paddenstoelen zijn: oesterzwam, vliegenzwam en eekhoorntjesbrood.

Andere paddenstoelen

Een paddenstoel kan ook een speciale wegwijzer zijn die in Nederland op voetpaden en fietspaden gebruikt wordt, vooral in natuurgebieden. Het grote voordeel van zo’n wegwijzer is dat ze passen in het landschap. De naam komt van de vorm van de echte paddenstoel.

Er is een uitdrukking “ze schieten als paddenstoelen uit de grond”, dit komt omdat in de herfst de paddenstoelen de ene dag nog niet zichtbaar zijn en de volgende dag zijn er een heleboel.

Vroeger kwamen paddenstoelen ook vaak voor in verhalen. Zoals dat er een duivel verkleed was als pad. Als hij moe was dan lied hij een “stoel” uit de grond komen en kon hij uitrusten. Vandaar de naam “paddenstoel”.

_DSC5275

Paddenstoelen

In de herfst zie je veel paddenstoelen. De bekendste is de vliegenzwam. Dat is de paddenstoel met rood met witte stippen. Van zaadje tot paddenstoel: Als een zaadje op een goede plaats terecht komt kan er een paddenstoel ontstaan. Het zaadje zit verpakt in een dun velletje (vlies). Hij groeit steeds groter tot hij niet meer in het velletje past en scheurt eruit. De steel en de hoed komen dan boven de grond. De hoed zit eerst nog dicht en zit vast aan de steek. Als de hoed open gaat zie je nog een randje op de steel zitten waar hij aan vast zat dit noem je de ring. Onder de hoed zitten allemaal kleine plaatjes hier zitten de zaadjes (sporen) van de paddenstoel in. Wanneer de sporen rijp zijn dan worden ze verplaatst door wind of vogels en begint het weer van voor af aan.

Verspreiding van sporen:

De wind zorgt er niet alleen voor dat de sporen worden verspreid. Ook volgens helpen hierbij. Als een vogel een zaadje heeft opgegeten en ergens weer uitpoept kan daar ook een paddenstoel komen. Andere paddenstoelen lokken vliegen met hun geur. Als ze er dan op gaan zitten blijven de sporen aan de pootjes van de vlieg zitten. En zo worden die verspreid.

Soorten paddenstoelen:

Er zijn veel soorten paddenstoelen. In Nederland zijn er ongveer 3500 soorten. Het is dus moeilijk om ze allemaal te herkennen. Er zijn dan ook paddenstoelen boeken om ze in op te zoeken. Er zijn wel paddenstoelen die alleen een voorkeur hebben wanneer ze groeien. Soms in de zomer, maar ook de lente en de herfst.

_TVS0351

Verschillende vormen:

Niet alle paddenstoelen hebben een steel, een hoed en plaatjes. Paddenstoelen hebben veel verschillende vormen. Zo zijn er ook bollen en elvenbankjes.

Groeiplaatsen:

Paddenstoelen groeien niet alleen in het bos. Maar ook in: weilanden, akkers, parken, bermen, tuinen, tussen de straatstenen, duinen en op mest. Iedere soort heeft zijn eigen voorkeur. De een wil het liefste in de schaduw en de ander op stenen.

Eetbaar of giftig:

Er zijn paddenstoelen die je kunt eten zoals de champignon. Maar er zijn ook paddenstoelen die giftig zijn. Je moet dus nooit zomaar een paddenstoel eten. Dieren eten ook paddenstoelen zoals: slakken,kevers, muizen, konijnen en eekhoorns.

Bron: Wikikids

Foto’s: T.V.S.Fotografie