Gele Trilzwammen

_TVS1451

Heel het najaar gezocht naar Gele Trilzwammen, en vlakbij ons huis toch nog gevonden 2 weken geleden.

De gele trilzwam is het gehele jaar door te vinden op takken van loofbomen en struiken. De soort komt algemeen voor. De soort is zeldzaam in België en algemeen in Nederland[.

_TVS1472

Eigenschappen

Het vruchtlichaam heeft een doorsnede van 1,5 tot 5 à 10 cm en is onregelmatig hersenachtig geplooid. Het is opvallend geel of oranjegeel. In droge toestand verandert de substantie van geleiachtig tot kraakbeenachtig taai en ook donkerder van kleur.

_TVS1484

Bron: Wikipedia

Foto’s: T.V.S Fotografie

Grote bonte Specht en de Koolmees

Eerste kerstdag was het druk met vogels voor de pinda’s en vetbollen, de Grote bonte Specht en de Koolmees ieder aan een eigen voederbal, het duurde wel even voordat de Grote bonte Specht het aandurfde, dus was het voor de vogels ook vrede op Aarde.

_TVS1555

 

Grote bonte Specht

De grote bonte specht is aangepast op een leven in de bomen. De tenen zijn zo geplaatst dat de vogel gemakkelijk verticaal kan klimmen. De staart is stevig en wordt tijdens het klimmen als ondersteuning gebruikt. De stevige, scherpe snavel van de grote bonte specht wordt door de vogel onder andere gebruikt om een nestholte uit te hakken, om voedsel te zoeken en om contact te maken met soortgenoten. Het voedsel wordt voornamelijk gevonden op stammen en takken van bomen, waarbij de snavel gebruikt wordt om insecten en kleine diertjes uit het hout te lokken.

_TVS1560

Koolmees

De koolmees is één van de meest voorkomende en meest opvallende vogels die in Nederland voorkomen. De vogel is dan ook één van de bekendste Nederlandse vogels, mede omdat de vogel niet schuw is en in de winter regelmatig op voedertafels aan te treffen is. Het mannetje is van het vrouwtje te onderscheiden doordat de zwarte streep op de buik veel breder is. De zang van de koolmees is erg variabel, maar vaak is een herkenbaar titituu of tituu te horen.

De koolmees is een holenbroeder en broedt onder andere in boomholten en nestkasten. Vanwege de korte levensduur van de koolmees worden er per broedsel veel eieren gelegd. Hoewel in sommige jaren met meerdere broedsels begonnen wordt, brengt de koolmees ieder jaar slechts één nest jongen groot. Koolmezen laten soms een nest met eieren of zelfs jonge vogels in de steek, om onder betere omstandigheden op een andere plek opnieuw te beginnen.

_TVS1562

Dagpauwoog in de maand december

DSC_0107

Op 19 december 2013 nog een Dagpauwoog gered, ze zat op een stoep naast de kliko’s, ik denk dat ze onder een kliko heeft gezeten om te overwinteren, ik heb ze op een stenen muur gezet, daarna kroop ze tussen de stenen verder om te overwinteren….

De dagpauwoog (Aglais io, vroeger: Inachis io) is een middelgrote dagvlinder uit de familie Nymphalidae en de onderfamilie aurelia’s (Nymphalinae).

De dagpauwoog is een van de bontst gekleurde en bekendste soorten vlinders in Europa. De soort komt binnen Europa algemeen voor in de gematigde zones en ontbreekt in het uiterste noorden en zuiden. Ook in de gematigde gebieden vanAzië vinden we de soort tot in Japan. Het grote verspreidingsgebied is onder meer te verklaren doordat de belangrijkste voedselplant, de brandnetel, zoveel voorkomt. In België en Nederland is de dagpauwoog overal algemeen.

De dagpauwoog is hier niet te verwarren met andere vlinders vanwege de grootte, de oranjerode vleugels en de karakteristieke oogvlek op de bovenzijde van iedere vleugel. De onderzijde is juist goed gecamoufleerd door donkerbruine kleuren en donkere strepen.

De dagpauwoog is goed onderzocht waardoor er veel bekend is over de levenswijze, de voortplanting en de ontwikkeling van de vlinder. Het is een van de soorten die als volwassen vlinder overwintert en ’s winters kan worden aangetroffen in huizen.

Bron: Wikipedia

Foto: T.V.S. Fotografie

Grote bonte specht en de Boomklever

TVS9987-kopie

 

De Grote bonte specht

De grote bonte specht is de drummer van het bos; zowel mannetje als vrouwtje roffelen op takken om territorium en paarband te versterken. Grote bonte spechten hakken een nestholte uit in bomen, waarbij de voorkeur, begrijpelijk, uitgaat naar zachte houtsoorten. Berken zijn favoriet, maar andere boomsoorten worden ook gebruikt om een holte met rond gat in uit te hakken. Een specht krijgt daarbij geen hoofdpijn doordat de hersenen in een soort schokdempers zijn ingekleed. In de nestholte worden de eieren gewoon op het hout gelegd; de grote bonte specht maakt geen comfortabel nest voor de jongen. Loof- en gemengde bossen met een diverse opbouw (jonge en oude bomen, dicht en open bos) is favoriet. Het nest wordt uitgehakt in een wat zachtere boomsoort, vanaf enkele meters hoogte aan te treffen.

De Boomklever

De boomklever dankt zijn naam aan het vermogen bomen zowel omhoog als omlaag te beklimmen, waardoor de vogel als het ware lijkt te kleven aan de stam, zonder te vallen. Boomklevers zijn holenbroeders en staan erom bekend de opening van hun broedholte te verkleinen door te ‘metselen’ met modder. Deze metseldrang is vaak zo sterk, dat ook wanneer het gat al de juiste grootte heeft, er in de omgeving toch nog een metselwerk gemaakt wordt. Boomklevers die in nestkasten broeden maken bijvoorbeeld een versterkt dakoverstek boven de invliegopening.

Soortenrijke bossen met loofbomen, het liefst oude eiken, en enkele open plekken zijn uitstekend geschikt voor de boomklever. De soort is gebonden aan het voorkomen van spechten, welke de broedholten uithakken waarvan de boomklever gebruik maakt. Het voedsel van de boomklever wordt gezocht door nauwkeurig de schors van bomen te inspecteren op insecten. Ook zaden en noten worden gegeten; boomklevers kunnen dan ook gezien worden terwijl ze verwoed inhakken op een met de poten vastgehouden vrucht.

Bron: www.vogelbescherming.nl

Foto: T.V.S. Fotografie

Nephrotoma Pratenis de Langpoot mug

001.1-3

De Nephrotoma Pratenis is familie van de langpoot mug en lijkt op een Tijgerlangpoot mug,

Langpootmuggen zijn schemeractief en nachtactief en worden dan aangetrokken door licht. Ze houden zich overdag vaak op in planten. De larven zijn vraatzuchtig maar de volwassen langpootmuggen eten niet of alleen een beetje nectar en leven maar enkele dagen om te paren. Langpootmuggen zijn slechte vliegers die een zigzaggende vlucht hebben. Net als andere vliegen en muggen hebben ze slechts één paar vleugels, het achterste paar is omgevormd tot halterachtige structuren.

In Nederland en België zijn met name soorten uit het geslacht Tipula algemeen. De koollangpootmug (Tipula oleracea) vliegt van april tot juni en een tweede generatie van augustus tot oktober. De moeraslangpootmug (Tipula paludosa) vliegt alleen in augustus en september en Tipula czizeki is alleen in oktober en november bovengronds te zien. De reuzenlangpootmug (Tipula maxima) is een wat grotere soort.

Uiterlijke kenmerken

De meeste langpootmuggen hebben een onopvallend uiterlijk om geen aandacht van vijanden te trekken. Sommige langpootmuggen zoals de helemaal onderaan afgebeelde Ctenophora ornata hebben een afwijkend uiterlijk door felle kleuren of afwijkende lichaamsuitsteeksels, in dit geval imiteert de mug een papierwesp.

Langpootmuggen hebben kleine, kraalachtige ogen die donker van kleur zijn en weinig opvallen. Wat des te meer opvalt zijn de uitstekende monddelen die wat aan een zuigsnuit doen denken zoals deze voorkomt bij andere insecten zoals dewantsen. Langpootmuggen kunnen hier echter niet mee bijten of prikken, de kaken zijn gereduceerd. Bij een aantal soorten kunnen de volwassen exemplaren helemaal niet meer eten; al de energie die ze nodig hebben om zich voort te planten is als larve bij elkaar gegeten.

Langpootmuggen hebben zeer lange poten. Ze kunnen de poten makkelijk af laten breken als deze worden vastgepakt, dit wordt wel autotomie genoemd. Omdat een langpootmug met poten en vleugels niet meer vervelt, groeien deze nooit meer aan.

001-25

Zoals alle tweevleugeligen, waartoe de vliegen en muggen behoren, zijn de achtervleugels veranderd in knots-vormige haltertjes. De gedegenereerde achtervleugels hebben een functie die te vergelijken is met een gyroscoop. De tweevliegvleugels staan bij een aantal soorten gespreid, waardoor de halters duidelijk zichtbaar zijn. Er zijn echter ook soorten, zoals de tijgerlangpootmug, die de vleugels op de rug vouwen. Langpootmuggen zijn slechte vliegers en zijn ondanks hun zeer onregelmatige, op- en neergaande vlucht makkelijk uit de lucht te plukken. Belangrijke vijanden van langpootmuggen zijn vogels en spinnen.

Het achterlijf is lang en rond en duidelijk gesegmenteerd. Vrouwtjes en mannetjes zijn bij de langpootmuggen eenvoudig uit elkaar te houden. De vrouwtjes zijn groter en als ze eieren dragen ook aanmerkelijk dikker en zwaarder. Het belangrijkste verschil zit in de achterlijfspunt, bij de mannetjes zijn de hier aanwezige geslachtsorganen onopvallend maar bij de vrouwtjes draagt het achterlijf een stekelachtige structuur. Dit orgaan wordt de ovipositor of legbuis genoemd en dient om de eitjes af te zetten op enige diepte in de bodem. De legbuis wordt dus niet gebruikt om te steken, zoals het geval is bij andere insecten zoals wespen.

 

De leeuwenwelpen in het Safaripark Beekse Bergen

_TVS0776

De leeuwenwelpen in het Safaripark Beekse Bergen

Op vrijdag 26 oktober 2012 zijn de 4 leeuwenwelpen geboren in het safaripark 2 vrouwtjes en 2 mannetjes. De trotse vader en moeder zijn Cesar (overgekomen vanuit een Franse dierentuin) en Arlen. Beide leeuwen zitten vlakbij het Kongo-restaurant.

Een jaar verder: zijn ze inmiddels flink gegroeid, je kunt nu goed het verschil zien tussen de mannetjes en vrouwtjes.

Aan het begin van onze jaartelling kwamen leeuwen voor in heel Afrika, een groot gedeelte van Azië en zelfs in Europa. Toen waren er negen ondersoorten leeuwen, die van elkaar verschilden in grootte en beharing. Inmiddels zijn er drie ondersoorten uitgestorven en worden er vier met uitsterven bedreigd.

_TVS0780

Pantera leo

Leefgebied: Afrikaanse savanne
Voedsel: Eet vlees
Leeftijd: In het wild tot 12 jaar oud, in dierenparken tot 20 jaar
Gewicht: Weegt tot 200 kilo
Jongen: Krijgt 2 tot 4 jongen, na een draagtijd van 3,5 maand.

Bokshelm

Alleen mannelijke leeuwen hebben manen. Die beginnen te groeien als de leeuw zo’n anderhalf jaar oud is. Na een jaar of vier zijn ze helemaal uitgegroeid. Als de leeuw ouder wordt, worden zijn manen steeds donkerder. De lange manen doen dan dienst als ‘bokshelm’ en beschermen tegen de klappen, die ze elkaar uitdelen als ze vechten voor een groep vrouwen.

Kort maar krachtig. Een leeuwenman mag in zijn sterkste leeftijd, als hij geluk heeft, een tijdje de ‘leider’ zijn van een troep. Maar als hij ouder wordt, komt er al weer een jonger en sterker mannetje die hem van de troon stoot.

Bron: www.Safaripark.nl

Foto: T.V.S. Fotografie

 

Doorkijkje in de Heidepark Vredelust

_TVS0452

Vanmorgen een boswandeling gemaakt door de Heidepark Vredelust een prachtig stuk natuurgebied aan de Bredaseweg in Tilburg nabij de wijk Reeshof. De wandelroute is 4,7 kilometer lang en duidelijk aangegeven met looppijltjes met de naam welke route je loopt, er zijn meerdere routes die je kunt lopen, bv de Amarantroute en de Warandaroute.

Heidepark-Vredelust is de naam van een combinatie van twee naast elkaar gelegen landgoederen die eigendom zijn van de gemeente Tilburg. Ze zijn gelegen aan de Bredaseweg ten westen van Tilburg en meten samen 68 ha. Ze vormen het gebied tussen deze weg en de Gilzerbaan.

_TVS0454

Deze landgoederen maken onderdeel uit van een reeks particuliere landgoederen die zich langs de Bredaseweg uitstrekten en die niet toegankelijk waren voor het publiek. Vaak waren deze landgoederen het eigendom van Tilburgse textielfabrikantenfamilies. Zo was Heidepark het bezit van de familie Straeter en Vredelust is bezit geweest van de familie Mutsaerts. Beide landgoederen zijn aangelegd in Engelse landschapsstijl met slingerende paden en waterpartijen en alleenstaande zomereiken in weilanden. Door de opvolging van eigenaren trad er verwaarlozing op en werden ze door de gemeente Tilburg gekocht die ze omstreeks 1970 openstelde voor het publiek.

Heidepark bevat een zomerverblijf, “De Koepel” geheten, dat echter is afgebroken. Het was gelegen op een kunstmatige heuvel nabij een waterpartij. Er zijn bomen, waaronder een Robinia, van omstreeks 150 jaar oud. Vredelust, dat zich ten westen van Heidepark bevindt, kent een door rododendron struiken ingesloten groot gazon met daarop een grote beuk. Hier is een vervallen beeld van de Waekzaemheyd, en het theehuis dat hier eens stond is afgebroken.

_TVS0450

Het gebied sluit in het oosten aan bij het Bels Lijntje dat, met bermen en begeleidende sloten, als natuurreservaat wordt beheerd. In het zuiden vindt men het gebied Kaaistoep en in het westen Piusoord. In het noorden vindt men de Oude Warande en het Reeshofbos.
Bron: Wikipedia

Foto: T.V.S. Fotografie

 

Pater Pio bijeenkomsten

NaamloosSinds vele jaren is in onze Gerardus Majella kerk aan de Wassenaerlaan 32 te Tilburg een gedeelte ingericht als Piokapel en komen elke tweede dinsdag van de maand om 10.30 uur een grote groep mensen daar samen om eucharistie te vieren en pater Pio aan te roepen en hun verlangens en noden aan hem voor te leggen. Zij doen dit voor zichzelf, maar ook voor de kinderen, kleinkinderen en hun familieleden.

Wie is Pater Pio?

Pater Pio werd op 25 mei 1887 in Pietrelcina ( Zuid- Italië ) geboren en kreeg de namen  Francesco Forgione. In 1903 trad hij in bij de paters Kapucijnen in Benevento en werd in 1910 tot priester gewijd. Hij ging daarna als pater Pio door het leven. Later woonde hij in San Giovanni Rotondo, waar hij op 23 september 1968 gestorven is. Hij was toen 81 jaar. In de crypte van de kloosterkerk is hij begraven.

Zijn grote verering voor Moeder Maria, zijn liefde voor de zieke en lijdende medemens, zijn gave om zwaar lijden te door­staan en zijn strijd tegen zonde en kwaad maken van hem een geliefde heilige. Niettegenstaande zijn wankele gezondheid bereikt Pater Pio de leeftijd van 81 jaar. Uitgeput door zijn dagelijkse en langdurige biechtpraktijk, sterft hij op 23 september 1968. Op 2 mei 1999 verklaart Paus Johannes-Paulus 11 hem zalig en heilig op 16 juni 2002. Ook vandaag nog zijn vele mensen Pater Pio dankbaar genegen. Als man van gebed en getekend met de wondertekenen van Christus wijst hij ons nog steeds de weg naar de bronnen van het leven.

Ook u bent van harte uitgenodigd om met de vrienden en vriendinnen van pater Pio samen te komen om te bidden en te zingen, en zoals het hoort ook samen een kopje koffie of thee te drinken. Hopelijk tot een tweede dinsdag van de maand om 10.30 uur.

U bent hartelijk welkom.

_TVS0171

_TVS0182

_TVS0188

_TVS0194

_TVS0208

_TVS0218

Winterkoning

_TVS0497

Het verhaal gaat dat de winterkoning, die toen nog geen winterkoning heette, bij een wedstrijd om het koningsschap der vogels op een slimme manier won. De vogels besloten een wedstrijd te organiseren en de vogel die het hoogst kon vliegen zou koning worden. De winterkoning schatte zo in dat hij kansloos was, tenzij hij een list verzon. Hij verstopte zich in de veren van de arend en toen de arend niet meer hoger kon komen, begon de winterkoning aan zijn vlucht. Sindsdien houdt hij van trots zijn staartje omhoog.

_TVS0507

Algemeen
Overige namen Winter Wren , Troglodytes troglodytes OrdePasseriformesFamilieWinterkoningen (Troglodytidae)StatusJaarvogel. Zeer talrijke broedvogel; standvogel; doortrekker in onbekend aantalEuropese verspreidingOp het hoge noorden na ontbreekt de winterkoning nergens in Europa. De 15 graden Celsius juli-isotherm vormt de grens voor het voorkomen van deze markante kleine zangvogel.

_TVS0509

Leefomgeving en voedsel
Biotoop Bos, oevers, park en tuin, rietland en ruigte, stedelijk gebied Voedsel- en broedbiotoopWinterkoningen zoeken hun voedsel in en nabij struikgewas. Met hun fijne snavel zijn ze gespecialiseerd in het eten van kleine insecten. Ook uit kleine spleten in bijvoorbeeld schors kunnen zij allerlei proteïnerijk gedierte peuteren. Het koepelvormige nest, bestaande uit mos, bladeren en gras, wordt gemaakt in dichte struikgewassen, in houtstapels, maar ook in klimophagen in diverse landschapstypen. Het mannetje maakt meerdere nesten, waarna het vrouwtje uiteindelijk één nest uitkiest om in te broeden. Als het vrouwtje op de eieren zit, probeert het mannetje een ander vrouwtje te lokken in één van de andere nesten.VoedselKleine insecten, rupsen, spinnetjes, larven en zaadjes.

Broeden
BroedperiodeHalf april – juli, Koloniebroeder Nee, Aantal legsels 2, Aantal eieren 5 – 7 eieren.

Bron: vogelbescherming.nl

Foto’s: T.V.S. Fotografie

Paddenstoelen en boompjes groeien op een oude bank

_TVS0345

Tijdens een wandeling kwamen een oude bank tegen waar kleine paddenstoelen en boompjes op groeiden.

Een paddenstoel is een schimmel. De paddenstoel zelf is het gedeelte wat boven de grond zit. Voorbeelden van Nederlandse paddenstoelen zijn: oesterzwam, vliegenzwam en eekhoorntjesbrood.

Andere paddenstoelen

Een paddenstoel kan ook een speciale wegwijzer zijn die in Nederland op voetpaden en fietspaden gebruikt wordt, vooral in natuurgebieden. Het grote voordeel van zo’n wegwijzer is dat ze passen in het landschap. De naam komt van de vorm van de echte paddenstoel.

Er is een uitdrukking “ze schieten als paddenstoelen uit de grond”, dit komt omdat in de herfst de paddenstoelen de ene dag nog niet zichtbaar zijn en de volgende dag zijn er een heleboel.

Vroeger kwamen paddenstoelen ook vaak voor in verhalen. Zoals dat er een duivel verkleed was als pad. Als hij moe was dan lied hij een “stoel” uit de grond komen en kon hij uitrusten. Vandaar de naam “paddenstoel”.

_DSC5275

Paddenstoelen

In de herfst zie je veel paddenstoelen. De bekendste is de vliegenzwam. Dat is de paddenstoel met rood met witte stippen. Van zaadje tot paddenstoel: Als een zaadje op een goede plaats terecht komt kan er een paddenstoel ontstaan. Het zaadje zit verpakt in een dun velletje (vlies). Hij groeit steeds groter tot hij niet meer in het velletje past en scheurt eruit. De steel en de hoed komen dan boven de grond. De hoed zit eerst nog dicht en zit vast aan de steek. Als de hoed open gaat zie je nog een randje op de steel zitten waar hij aan vast zat dit noem je de ring. Onder de hoed zitten allemaal kleine plaatjes hier zitten de zaadjes (sporen) van de paddenstoel in. Wanneer de sporen rijp zijn dan worden ze verplaatst door wind of vogels en begint het weer van voor af aan.

Verspreiding van sporen:

De wind zorgt er niet alleen voor dat de sporen worden verspreid. Ook volgens helpen hierbij. Als een vogel een zaadje heeft opgegeten en ergens weer uitpoept kan daar ook een paddenstoel komen. Andere paddenstoelen lokken vliegen met hun geur. Als ze er dan op gaan zitten blijven de sporen aan de pootjes van de vlieg zitten. En zo worden die verspreid.

Soorten paddenstoelen:

Er zijn veel soorten paddenstoelen. In Nederland zijn er ongveer 3500 soorten. Het is dus moeilijk om ze allemaal te herkennen. Er zijn dan ook paddenstoelen boeken om ze in op te zoeken. Er zijn wel paddenstoelen die alleen een voorkeur hebben wanneer ze groeien. Soms in de zomer, maar ook de lente en de herfst.

_TVS0351

Verschillende vormen:

Niet alle paddenstoelen hebben een steel, een hoed en plaatjes. Paddenstoelen hebben veel verschillende vormen. Zo zijn er ook bollen en elvenbankjes.

Groeiplaatsen:

Paddenstoelen groeien niet alleen in het bos. Maar ook in: weilanden, akkers, parken, bermen, tuinen, tussen de straatstenen, duinen en op mest. Iedere soort heeft zijn eigen voorkeur. De een wil het liefste in de schaduw en de ander op stenen.

Eetbaar of giftig:

Er zijn paddenstoelen die je kunt eten zoals de champignon. Maar er zijn ook paddenstoelen die giftig zijn. Je moet dus nooit zomaar een paddenstoel eten. Dieren eten ook paddenstoelen zoals: slakken,kevers, muizenkonijnen en eekhoorns.

Bron: Wikikids

Foto’s: T.V.S.Fotografie

Kleine Koedoe

_TVS0680

Op woensdag 13 nov 2013 was het een prachtige dag om weer eens naar het Safaripark Beekse Bergen te gaan, een strak blauwe lucht waarvan je een mooie weerspiegeling krijgt in het water. 2 Kleine Koedoes waren aan het stoeien langs het water het was als of in een spiegel keek.

De kleine koedoe is een middelgrote, slanke antilope met lange poten en een lange, slanke kop. Enkel het mannetje draagt hoorns. Deze hebben twee tot drie draaien en worden 60 tot 90 centimeter lang.

_TVS0677

Het volwassen mannetje heeft een grijsbruine vachtkleur, vrouwtjes en jonge dieren zijn roder. Mannetjes worden donkerder en grijzer naarmate ze ouder worden. Over het lichaam, van de schouders tot de romp, lopen elf tot vijftien dunne verticale strepen. Op de wangen, onder de ogen en op de keel en het onderste deel van de hals zitten witte vlekken. De poten zijn taankleurig of oranjebruin met enkele zwarte en witte vlekken. De staart is bruin of grijs van boven en wit van onder. De punt is zwart. Over de rug, van de schouders tot de staart, loopt een strook van kort haar.

De kleine koedoe heeft een kop-romplengte van 110 tot 175 centimeter, een schofthoogte van 90 tot 110 centimeter en een staartlengte van 25 tot 40 centimeter. Het mannetje is groter dan het vrouwtje. Het mannetje weegt gemiddeld 92 tot 108 kilogram, het vrouwtje 56 tot 70 kilogram.

_TVS0716

Verspreiding en leefgebied

De kleine koedoe leeft voornamelijk in de met AcaciaCommiphora, doornstruiken en struwelen begroeide delen van halfwoestijnen. Hij waagt zich zelden in meer open gebied. Hij komt voor in KeniaTanzania, Oost-Ethiopië en de Hoorn van Afrika. Vroeger leefde de soort ook in het zuiden van het Arabisch Schiereiland. De kleine koedoe kan tot op 1300 meter hoogte aangetroffen worden.

Leefwijze

De kleine koedoe is voornamelijk vroeg in de ochtend en laat in de middag en ’s avonds actief. De rest van de dag rust hij staand of liggend in de schaduw van dicht struweel. Het strepenpatroon op het lichaam geeft de kleine koedoe camouflage, zodat hij in het dichte struikgewas niet opvalt. De soort leeft voornamelijk van de bladeren, scheuten, knoppen, zaden, vruchten en bloemen van bomen en struiken. Soms eet hij ook vers, groen gras. De kleine koedoe kan langere tijd zonder water, ook in de droge tijd, waarin hij voldoende vocht haalt uit de bladeren van succulenten. Als er een waterbron aanwezig is, zal hij echter wel drinken.

_TVS0718

De kleine koedoe heeft een vast woongebied, die hij zelden verlaat. Hij is echter niet territoriaal. Vrouwtjes trekken vaak meerdere jaren op met één of twee andere, waarschijnlijk verwante vrouwtjes, en soms verzamelen vrouwtjes zich in kleine kudden van tot 24 dieren. Een jong mannetje zwerft over een groot gebied, maar als hij ouder wordt neemt hij de intrek in een kleiner woongebied. Oude mannetjes mijden elkaar meestal. Bij gevaar laat hij een luid blaffend geluid horen en vlucht hij weg. Hij is hierbij in staat om sprongen van twee meter hoog te maken, waarbij hij zijn staart en achterlijf hoog in de lucht gooit.

Voortplanting

Het mannetje probeert een vrouwtje te verleiden door haar met hikkende en zeurderige roepen te achtervolgen, waarbij hij aan haar knabbelt en tegen haar aanwrijft, net zo lang tot ze met copulatie instemt. Na een draagtijd van ongeveer 222 dagen wordt één enkel jong geboren. Het jong blijft de eerste twee weken verborgen. De kleine koedoe is na 18 tot 24 maanden geslachtsrijp. Als het mannetje een jaar of vier oud is, zijn de hoorns volgroeid. De kleine koedoe wordt ongeveer vijftien jaar oud.

Bron: wikipedia

Foto’s: T.V.S.Fotografie

 

Zwavelzwammen

_DSC5270.1000

Dit jaar zijn we In het bos de Gaas de Zwavelzwammen weer tegengekomen, het was al weer een paar jaar geleden.

De zwavelzwam (Laetiporus sulphureus) is een zwam uit de familie Fomitopsidaceae. Het is een parasitaire zwam die onder andere op eiken groeit. Het is een heldergele tot baksteenrode zwam, die met name oude eikenbomen aanvalt in de zomer en vroege herfst. De zwam groeit echter ook op ander loofhout, en op eucalyptus bomen. De zwam komt over grote delen van de wereld voor.

Wanneer een boom wordt aangevallen door de zwam, ontstaat rode rot, een schimmel waardoor het harthout van de boom krimpt en bovendien roodachtig bruin verkleurt. De stam van de boom wordt langzamerhand steeds verder uitgehold.

_DSC5271.1000De vruchtlichamen van de zwavelzwam verschijnen niet elk jaar. De polyporen kunnen wel 10 kilogram zwaar worden. Als het vruchtlichaam ouder wordt, wordt het bros.
Het vlees van de zwam is wit en sappig, oude exemplaren kunnen erg taai zijn. In het Engels heet de zwavelzwam Chicken of the woods, en de textuur en smaak doen inderdaad erg aan kip denken. Er zijn echter mensen die een allergie voor de paddenstoel hebben. Men blijft voorzichtig en men zou eerst een klein stukje moeten proberen voor er grote hoeveelheden van te eten.

_DSC5274.1001

 

Bron: Wikipedia

Foto’s T.V.S.Fotografie

Theekoepel op het landgoed Dongewijk

_DSC0214

Het landgoed de Reijshof is verdwenen, maar grenzend aan het Reeshof, ligt nog het statige Landgoed “Dongewijk”. In de nabijheid van het landgoed liggen het cafe-restaurant Stad Parijs, de Zandhoeve en d’n Olden Dreyboem.

Net als landgoed Reijshof, blijkt ook gehucht en landgoed “Dongewijk” zoals dat vroeger bestond, een vergane grootheid. Maar het gehucht Dongewijk schonk ons wel een mooie erfenis in de vorm van een prachtige villa met daarachter een charmant theekoepeltje, gelegen aan de Bredaseweg 600/602.
Staande voor de villa bevindt men zich in het hart van het eigenlijke landgoed Dongewijk, niet te verwarren met de gelijknamige nieuwbouwwijk, welk zich aanzienlijk noordelijker op de kaart laat aanwijzen. Hoewel op de oude kaart van 1888 Dongewijk alleen ten zuiden van de Bredaseweg wordt aangegeven, zou het voor die tijd een veel groter gebied hebben bestreken: Het zou zelfs tot aan landgoed Reijshof hebben uitgestrekt.

_DSC0212

De zuidgrens liep tot aan Alphen en Riel, de westgrens tot aan Hulten en aan de noordkant zou het landgoed zich hebben uitgestrekt tot het dorp Dongen. Heden ten dage wordt het landgoed, 17 hectare groot, begrensd door Piusoord, de Oude Rielse Baan en het riviertje de Donge.
Het theehuis ligt ongeveer vijftig meter achter de villa en wordt ook wel “de koepel” genoemd. Uit het gebruikte bouwmateriaal – zachtgebakken ijsselsteentjes en leem – kan volgens de huidige bewoners worden afgeleid dat deze koepel dateert van rond 1600. De koepel zou volgens de huidige bewoners oorspronkelijk als een versterkte woonplaats hebben gefungeerd om lijf en leden te beschermen tegen overvallen en ander ongewenst bezoek.
Hoewel ook de oorsprong van de villa in deze tijd geplaatst moet worden, heeft zij pas rond 1910 haar huidige karakterisieke uiterlijk gekregen: toen is de voorgevel vernieuwd zoals die tot nu toe in stand is gebleven.
De oudste bekende naam verbonden aan de villa is die van de familie ‘Maes’. Deze zou, in die tijd bij de gemeentegrenzen nog belastingen werden geheven, de tolrechten hebben gehad. De tol werd geheven in tolhuis nummer 3, tegenover de villa aan de Bredaseweg 602.

_DSC0210De ‘Hultense brug’ heette toen nog de ‘Maasdijksche brug’. De Maasdijksche brug komt al voor in protocollen van 1380. Onder die naam, maar ook als de ‘Maasbrug’ komt zij tot 1934 op topografische kaarten voor. De brug lag nabij de grens Breda-Tilburg.
Tot de verbeelding sprekend is het historische feit dat, toen Tilburg nog een garnizoenstad was, villa dongewijk als herberg fungeerde. Wanneer iemand van de koningklijke familie een bezoek bracht aan de stad, werd deze eerst hier ontvangen en kreeg zo de mogelijkheid zich na de reis te verfrissen. Zo werd in 1766 erfstadhouder Willem V, bij zijn intocht in Tilburg, feestelijk ontvangen in de ‘pronkkamer’ van de herberg. Op de bewuste dag wemelde het in Dongewijk van Duitse edellieden, belangrijke staatsheren en Tilburgse autoriteiten.

Voor de volledig informatie bezoekt u  http://www.dongewijk.nl/

Foto’s T.V.S. Nature Photography

Tondelzwammen

067

In het bos van het Heidepark-Vredelust kwamen we mooie exemplaren Tondelzwammen tegen in een oude Beukenboom.

In Augustus 2013 hadden vandalen het de voorzien op tondelzwammen die op bomen op de Veluwe groeien. Boswachter Erik de Bruijn van Staatsbosbeheer ontdekte maandag bij Renkum een aantal bomen met gaten en beschadigingen, maar eerder gebeurde dat ook al in het Speulderbos en bij Vierhouten.

065

Volgens de boswachters zijn de grote zwammen populair bij Aziaten, omdat ze een medicinale werking zouden hebben. Ook worden er in Midden-Europese landen petjes van gemaakt. Plukken van zwammen en paddenstoelen is in Nederland verboden.

Tondelzwammen doen er tientallen jaren over enige omvang te bereiken. Ze zijn heel compact en zitten goed verankerd in voornamelijk beukenbomen. Rovers moeten een bijl of een zaag gebruiken om de zwammen te kunnen oogsten.

Tondelzwammen heten zo, omdat ze lang geleden werden gebruikt als tondel. Al in de prehistorie namen mensen een smeulend stuk paddenstoel mee om op een volgende kampplaats makkelijk vuur te kunnen maken.

Bron: ANP

Foto’s: T.V.S. Fotografie