Doorkijkje in de Heidepark Vredelust

_TVS0452

Vanmorgen een boswandeling gemaakt door de Heidepark Vredelust een prachtig stuk natuurgebied aan de Bredaseweg in Tilburg nabij de wijk Reeshof. De wandelroute is 4,7 kilometer lang en duidelijk aangegeven met looppijltjes met de naam welke route je loopt, er zijn meerdere routes die je kunt lopen, bv de Amarantroute en de Warandaroute.

Heidepark-Vredelust is de naam van een combinatie van twee naast elkaar gelegen landgoederen die eigendom zijn van de gemeente Tilburg. Ze zijn gelegen aan de Bredaseweg ten westen van Tilburg en meten samen 68 ha. Ze vormen het gebied tussen deze weg en de Gilzerbaan.

_TVS0454

Deze landgoederen maken onderdeel uit van een reeks particuliere landgoederen die zich langs de Bredaseweg uitstrekten en die niet toegankelijk waren voor het publiek. Vaak waren deze landgoederen het eigendom van Tilburgse textielfabrikantenfamilies. Zo was Heidepark het bezit van de familie Straeter en Vredelust is bezit geweest van de familie Mutsaerts. Beide landgoederen zijn aangelegd in Engelse landschapsstijl met slingerende paden en waterpartijen en alleenstaande zomereiken in weilanden. Door de opvolging van eigenaren trad er verwaarlozing op en werden ze door de gemeente Tilburg gekocht die ze omstreeks 1970 openstelde voor het publiek.

Heidepark bevat een zomerverblijf, “De Koepel” geheten, dat echter is afgebroken. Het was gelegen op een kunstmatige heuvel nabij een waterpartij. Er zijn bomen, waaronder een Robinia, van omstreeks 150 jaar oud. Vredelust, dat zich ten westen van Heidepark bevindt, kent een door rododendron struiken ingesloten groot gazon met daarop een grote beuk. Hier is een vervallen beeld van de Waekzaemheyd, en het theehuis dat hier eens stond is afgebroken.

_TVS0450

Het gebied sluit in het oosten aan bij het Bels Lijntje dat, met bermen en begeleidende sloten, als natuurreservaat wordt beheerd. In het zuiden vindt men het gebied Kaaistoep en in het westen Piusoord. In het noorden vindt men de Oude Warande en het Reeshofbos.
Bron: Wikipedia

Foto: T.V.S. Fotografie

 

Pater Pio bijeenkomsten

NaamloosSinds vele jaren is in onze Gerardus Majella kerk aan de Wassenaerlaan 32 te Tilburg een gedeelte ingericht als Piokapel en komen elke tweede dinsdag van de maand om 10.30 uur een grote groep mensen daar samen om eucharistie te vieren en pater Pio aan te roepen en hun verlangens en noden aan hem voor te leggen. Zij doen dit voor zichzelf, maar ook voor de kinderen, kleinkinderen en hun familieleden.

Wie is Pater Pio?

Pater Pio werd op 25 mei 1887 in Pietrelcina ( Zuid- Italië ) geboren en kreeg de namen  Francesco Forgione. In 1903 trad hij in bij de paters Kapucijnen in Benevento en werd in 1910 tot priester gewijd. Hij ging daarna als pater Pio door het leven. Later woonde hij in San Giovanni Rotondo, waar hij op 23 september 1968 gestorven is. Hij was toen 81 jaar. In de crypte van de kloosterkerk is hij begraven.

Zijn grote verering voor Moeder Maria, zijn liefde voor de zieke en lijdende medemens, zijn gave om zwaar lijden te door­staan en zijn strijd tegen zonde en kwaad maken van hem een geliefde heilige. Niettegenstaande zijn wankele gezondheid bereikt Pater Pio de leeftijd van 81 jaar. Uitgeput door zijn dagelijkse en langdurige biechtpraktijk, sterft hij op 23 september 1968. Op 2 mei 1999 verklaart Paus Johannes-Paulus 11 hem zalig en heilig op 16 juni 2002. Ook vandaag nog zijn vele mensen Pater Pio dankbaar genegen. Als man van gebed en getekend met de wondertekenen van Christus wijst hij ons nog steeds de weg naar de bronnen van het leven.

Ook u bent van harte uitgenodigd om met de vrienden en vriendinnen van pater Pio samen te komen om te bidden en te zingen, en zoals het hoort ook samen een kopje koffie of thee te drinken. Hopelijk tot een tweede dinsdag van de maand om 10.30 uur.

U bent hartelijk welkom.

_TVS0171

_TVS0182

_TVS0188

_TVS0194

_TVS0208

_TVS0218

Winterkoning

_TVS0497

Het verhaal gaat dat de winterkoning, die toen nog geen winterkoning heette, bij een wedstrijd om het koningsschap der vogels op een slimme manier won. De vogels besloten een wedstrijd te organiseren en de vogel die het hoogst kon vliegen zou koning worden. De winterkoning schatte zo in dat hij kansloos was, tenzij hij een list verzon. Hij verstopte zich in de veren van de arend en toen de arend niet meer hoger kon komen, begon de winterkoning aan zijn vlucht. Sindsdien houdt hij van trots zijn staartje omhoog.

_TVS0507

Algemeen
Overige namen Winter Wren , Troglodytes troglodytes OrdePasseriformesFamilieWinterkoningen (Troglodytidae)StatusJaarvogel. Zeer talrijke broedvogel; standvogel; doortrekker in onbekend aantalEuropese verspreidingOp het hoge noorden na ontbreekt de winterkoning nergens in Europa. De 15 graden Celsius juli-isotherm vormt de grens voor het voorkomen van deze markante kleine zangvogel.

_TVS0509

Leefomgeving en voedsel
Biotoop Bos, oevers, park en tuin, rietland en ruigte, stedelijk gebied Voedsel- en broedbiotoopWinterkoningen zoeken hun voedsel in en nabij struikgewas. Met hun fijne snavel zijn ze gespecialiseerd in het eten van kleine insecten. Ook uit kleine spleten in bijvoorbeeld schors kunnen zij allerlei proteïnerijk gedierte peuteren. Het koepelvormige nest, bestaande uit mos, bladeren en gras, wordt gemaakt in dichte struikgewassen, in houtstapels, maar ook in klimophagen in diverse landschapstypen. Het mannetje maakt meerdere nesten, waarna het vrouwtje uiteindelijk één nest uitkiest om in te broeden. Als het vrouwtje op de eieren zit, probeert het mannetje een ander vrouwtje te lokken in één van de andere nesten.VoedselKleine insecten, rupsen, spinnetjes, larven en zaadjes.

Broeden
BroedperiodeHalf april – juli, Koloniebroeder Nee, Aantal legsels 2, Aantal eieren 5 – 7 eieren.

Bron: vogelbescherming.nl

Foto’s: T.V.S. Fotografie

Paddenstoelen en boompjes groeien op een oude bank

_TVS0345

Tijdens een wandeling kwamen een oude bank tegen waar kleine paddenstoelen en boompjes op groeiden.

Een paddenstoel is een schimmel. De paddenstoel zelf is het gedeelte wat boven de grond zit. Voorbeelden van Nederlandse paddenstoelen zijn: oesterzwam, vliegenzwam en eekhoorntjesbrood.

Andere paddenstoelen

Een paddenstoel kan ook een speciale wegwijzer zijn die in Nederland op voetpaden en fietspaden gebruikt wordt, vooral in natuurgebieden. Het grote voordeel van zo’n wegwijzer is dat ze passen in het landschap. De naam komt van de vorm van de echte paddenstoel.

Er is een uitdrukking “ze schieten als paddenstoelen uit de grond”, dit komt omdat in de herfst de paddenstoelen de ene dag nog niet zichtbaar zijn en de volgende dag zijn er een heleboel.

Vroeger kwamen paddenstoelen ook vaak voor in verhalen. Zoals dat er een duivel verkleed was als pad. Als hij moe was dan lied hij een “stoel” uit de grond komen en kon hij uitrusten. Vandaar de naam “paddenstoel”.

_DSC5275

Paddenstoelen

In de herfst zie je veel paddenstoelen. De bekendste is de vliegenzwam. Dat is de paddenstoel met rood met witte stippen. Van zaadje tot paddenstoel: Als een zaadje op een goede plaats terecht komt kan er een paddenstoel ontstaan. Het zaadje zit verpakt in een dun velletje (vlies). Hij groeit steeds groter tot hij niet meer in het velletje past en scheurt eruit. De steel en de hoed komen dan boven de grond. De hoed zit eerst nog dicht en zit vast aan de steek. Als de hoed open gaat zie je nog een randje op de steel zitten waar hij aan vast zat dit noem je de ring. Onder de hoed zitten allemaal kleine plaatjes hier zitten de zaadjes (sporen) van de paddenstoel in. Wanneer de sporen rijp zijn dan worden ze verplaatst door wind of vogels en begint het weer van voor af aan.

Verspreiding van sporen:

De wind zorgt er niet alleen voor dat de sporen worden verspreid. Ook volgens helpen hierbij. Als een vogel een zaadje heeft opgegeten en ergens weer uitpoept kan daar ook een paddenstoel komen. Andere paddenstoelen lokken vliegen met hun geur. Als ze er dan op gaan zitten blijven de sporen aan de pootjes van de vlieg zitten. En zo worden die verspreid.

Soorten paddenstoelen:

Er zijn veel soorten paddenstoelen. In Nederland zijn er ongveer 3500 soorten. Het is dus moeilijk om ze allemaal te herkennen. Er zijn dan ook paddenstoelen boeken om ze in op te zoeken. Er zijn wel paddenstoelen die alleen een voorkeur hebben wanneer ze groeien. Soms in de zomer, maar ook de lente en de herfst.

_TVS0351

Verschillende vormen:

Niet alle paddenstoelen hebben een steel, een hoed en plaatjes. Paddenstoelen hebben veel verschillende vormen. Zo zijn er ook bollen en elvenbankjes.

Groeiplaatsen:

Paddenstoelen groeien niet alleen in het bos. Maar ook in: weilanden, akkers, parken, bermen, tuinen, tussen de straatstenen, duinen en op mest. Iedere soort heeft zijn eigen voorkeur. De een wil het liefste in de schaduw en de ander op stenen.

Eetbaar of giftig:

Er zijn paddenstoelen die je kunt eten zoals de champignon. Maar er zijn ook paddenstoelen die giftig zijn. Je moet dus nooit zomaar een paddenstoel eten. Dieren eten ook paddenstoelen zoals: slakken,kevers, muizenkonijnen en eekhoorns.

Bron: Wikikids

Foto’s: T.V.S.Fotografie

Kleine Koedoe

_TVS0680

Op woensdag 13 nov 2013 was het een prachtige dag om weer eens naar het Safaripark Beekse Bergen te gaan, een strak blauwe lucht waarvan je een mooie weerspiegeling krijgt in het water. 2 Kleine Koedoes waren aan het stoeien langs het water het was als of in een spiegel keek.

De kleine koedoe is een middelgrote, slanke antilope met lange poten en een lange, slanke kop. Enkel het mannetje draagt hoorns. Deze hebben twee tot drie draaien en worden 60 tot 90 centimeter lang.

_TVS0677

Het volwassen mannetje heeft een grijsbruine vachtkleur, vrouwtjes en jonge dieren zijn roder. Mannetjes worden donkerder en grijzer naarmate ze ouder worden. Over het lichaam, van de schouders tot de romp, lopen elf tot vijftien dunne verticale strepen. Op de wangen, onder de ogen en op de keel en het onderste deel van de hals zitten witte vlekken. De poten zijn taankleurig of oranjebruin met enkele zwarte en witte vlekken. De staart is bruin of grijs van boven en wit van onder. De punt is zwart. Over de rug, van de schouders tot de staart, loopt een strook van kort haar.

De kleine koedoe heeft een kop-romplengte van 110 tot 175 centimeter, een schofthoogte van 90 tot 110 centimeter en een staartlengte van 25 tot 40 centimeter. Het mannetje is groter dan het vrouwtje. Het mannetje weegt gemiddeld 92 tot 108 kilogram, het vrouwtje 56 tot 70 kilogram.

_TVS0716

Verspreiding en leefgebied

De kleine koedoe leeft voornamelijk in de met AcaciaCommiphora, doornstruiken en struwelen begroeide delen van halfwoestijnen. Hij waagt zich zelden in meer open gebied. Hij komt voor in KeniaTanzania, Oost-Ethiopië en de Hoorn van Afrika. Vroeger leefde de soort ook in het zuiden van het Arabisch Schiereiland. De kleine koedoe kan tot op 1300 meter hoogte aangetroffen worden.

Leefwijze

De kleine koedoe is voornamelijk vroeg in de ochtend en laat in de middag en ’s avonds actief. De rest van de dag rust hij staand of liggend in de schaduw van dicht struweel. Het strepenpatroon op het lichaam geeft de kleine koedoe camouflage, zodat hij in het dichte struikgewas niet opvalt. De soort leeft voornamelijk van de bladeren, scheuten, knoppen, zaden, vruchten en bloemen van bomen en struiken. Soms eet hij ook vers, groen gras. De kleine koedoe kan langere tijd zonder water, ook in de droge tijd, waarin hij voldoende vocht haalt uit de bladeren van succulenten. Als er een waterbron aanwezig is, zal hij echter wel drinken.

_TVS0718

De kleine koedoe heeft een vast woongebied, die hij zelden verlaat. Hij is echter niet territoriaal. Vrouwtjes trekken vaak meerdere jaren op met één of twee andere, waarschijnlijk verwante vrouwtjes, en soms verzamelen vrouwtjes zich in kleine kudden van tot 24 dieren. Een jong mannetje zwerft over een groot gebied, maar als hij ouder wordt neemt hij de intrek in een kleiner woongebied. Oude mannetjes mijden elkaar meestal. Bij gevaar laat hij een luid blaffend geluid horen en vlucht hij weg. Hij is hierbij in staat om sprongen van twee meter hoog te maken, waarbij hij zijn staart en achterlijf hoog in de lucht gooit.

Voortplanting

Het mannetje probeert een vrouwtje te verleiden door haar met hikkende en zeurderige roepen te achtervolgen, waarbij hij aan haar knabbelt en tegen haar aanwrijft, net zo lang tot ze met copulatie instemt. Na een draagtijd van ongeveer 222 dagen wordt één enkel jong geboren. Het jong blijft de eerste twee weken verborgen. De kleine koedoe is na 18 tot 24 maanden geslachtsrijp. Als het mannetje een jaar of vier oud is, zijn de hoorns volgroeid. De kleine koedoe wordt ongeveer vijftien jaar oud.

Bron: wikipedia

Foto’s: T.V.S.Fotografie

 

Zwavelzwammen

_DSC5270.1000

Dit jaar zijn we In het bos de Gaas de Zwavelzwammen weer tegengekomen, het was al weer een paar jaar geleden.

De zwavelzwam (Laetiporus sulphureus) is een zwam uit de familie Fomitopsidaceae. Het is een parasitaire zwam die onder andere op eiken groeit. Het is een heldergele tot baksteenrode zwam, die met name oude eikenbomen aanvalt in de zomer en vroege herfst. De zwam groeit echter ook op ander loofhout, en op eucalyptus bomen. De zwam komt over grote delen van de wereld voor.

Wanneer een boom wordt aangevallen door de zwam, ontstaat rode rot, een schimmel waardoor het harthout van de boom krimpt en bovendien roodachtig bruin verkleurt. De stam van de boom wordt langzamerhand steeds verder uitgehold.

_DSC5271.1000De vruchtlichamen van de zwavelzwam verschijnen niet elk jaar. De polyporen kunnen wel 10 kilogram zwaar worden. Als het vruchtlichaam ouder wordt, wordt het bros.
Het vlees van de zwam is wit en sappig, oude exemplaren kunnen erg taai zijn. In het Engels heet de zwavelzwam Chicken of the woods, en de textuur en smaak doen inderdaad erg aan kip denken. Er zijn echter mensen die een allergie voor de paddenstoel hebben. Men blijft voorzichtig en men zou eerst een klein stukje moeten proberen voor er grote hoeveelheden van te eten.

_DSC5274.1001

 

Bron: Wikipedia

Foto’s T.V.S.Fotografie

Theekoepel op het landgoed Dongewijk

_DSC0214

Het landgoed de Reijshof is verdwenen, maar grenzend aan het Reeshof, ligt nog het statige Landgoed “Dongewijk”. In de nabijheid van het landgoed liggen het cafe-restaurant Stad Parijs, de Zandhoeve en d’n Olden Dreyboem.

Net als landgoed Reijshof, blijkt ook gehucht en landgoed “Dongewijk” zoals dat vroeger bestond, een vergane grootheid. Maar het gehucht Dongewijk schonk ons wel een mooie erfenis in de vorm van een prachtige villa met daarachter een charmant theekoepeltje, gelegen aan de Bredaseweg 600/602.
Staande voor de villa bevindt men zich in het hart van het eigenlijke landgoed Dongewijk, niet te verwarren met de gelijknamige nieuwbouwwijk, welk zich aanzienlijk noordelijker op de kaart laat aanwijzen. Hoewel op de oude kaart van 1888 Dongewijk alleen ten zuiden van de Bredaseweg wordt aangegeven, zou het voor die tijd een veel groter gebied hebben bestreken: Het zou zelfs tot aan landgoed Reijshof hebben uitgestrekt.

_DSC0212

De zuidgrens liep tot aan Alphen en Riel, de westgrens tot aan Hulten en aan de noordkant zou het landgoed zich hebben uitgestrekt tot het dorp Dongen. Heden ten dage wordt het landgoed, 17 hectare groot, begrensd door Piusoord, de Oude Rielse Baan en het riviertje de Donge.
Het theehuis ligt ongeveer vijftig meter achter de villa en wordt ook wel “de koepel” genoemd. Uit het gebruikte bouwmateriaal – zachtgebakken ijsselsteentjes en leem – kan volgens de huidige bewoners worden afgeleid dat deze koepel dateert van rond 1600. De koepel zou volgens de huidige bewoners oorspronkelijk als een versterkte woonplaats hebben gefungeerd om lijf en leden te beschermen tegen overvallen en ander ongewenst bezoek.
Hoewel ook de oorsprong van de villa in deze tijd geplaatst moet worden, heeft zij pas rond 1910 haar huidige karakterisieke uiterlijk gekregen: toen is de voorgevel vernieuwd zoals die tot nu toe in stand is gebleven.
De oudste bekende naam verbonden aan de villa is die van de familie ‘Maes’. Deze zou, in die tijd bij de gemeentegrenzen nog belastingen werden geheven, de tolrechten hebben gehad. De tol werd geheven in tolhuis nummer 3, tegenover de villa aan de Bredaseweg 602.

_DSC0210De ‘Hultense brug’ heette toen nog de ‘Maasdijksche brug’. De Maasdijksche brug komt al voor in protocollen van 1380. Onder die naam, maar ook als de ‘Maasbrug’ komt zij tot 1934 op topografische kaarten voor. De brug lag nabij de grens Breda-Tilburg.
Tot de verbeelding sprekend is het historische feit dat, toen Tilburg nog een garnizoenstad was, villa dongewijk als herberg fungeerde. Wanneer iemand van de koningklijke familie een bezoek bracht aan de stad, werd deze eerst hier ontvangen en kreeg zo de mogelijkheid zich na de reis te verfrissen. Zo werd in 1766 erfstadhouder Willem V, bij zijn intocht in Tilburg, feestelijk ontvangen in de ‘pronkkamer’ van de herberg. Op de bewuste dag wemelde het in Dongewijk van Duitse edellieden, belangrijke staatsheren en Tilburgse autoriteiten.

Voor de volledig informatie bezoekt u  http://www.dongewijk.nl/

Foto’s T.V.S. Nature Photography

Tondelzwammen

067

In het bos van het Heidepark-Vredelust kwamen we mooie exemplaren Tondelzwammen tegen in een oude Beukenboom.

In Augustus 2013 hadden vandalen het de voorzien op tondelzwammen die op bomen op de Veluwe groeien. Boswachter Erik de Bruijn van Staatsbosbeheer ontdekte maandag bij Renkum een aantal bomen met gaten en beschadigingen, maar eerder gebeurde dat ook al in het Speulderbos en bij Vierhouten.

065

Volgens de boswachters zijn de grote zwammen populair bij Aziaten, omdat ze een medicinale werking zouden hebben. Ook worden er in Midden-Europese landen petjes van gemaakt. Plukken van zwammen en paddenstoelen is in Nederland verboden.

Tondelzwammen doen er tientallen jaren over enige omvang te bereiken. Ze zijn heel compact en zitten goed verankerd in voornamelijk beukenbomen. Rovers moeten een bijl of een zaag gebruiken om de zwammen te kunnen oogsten.

Tondelzwammen heten zo, omdat ze lang geleden werden gebruikt als tondel. Al in de prehistorie namen mensen een smeulend stuk paddenstoel mee om op een volgende kampplaats makkelijk vuur te kunnen maken.

Bron: ANP

Foto’s: T.V.S. Fotografie

Gele drekvlieg

_DSC0008

Hoe mooi kan een strontvlieg zijn, voor al met zo’n mooi rode bloem als achtergrond.

De strontvlieg (Scatophaga stercoraria) is een insect uit de familie drekvliegen (Scathophagidae).[1] Andere namen zijn ook wel gele strontvlieg ofdrekvlieg. De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1758 door Linnaeus.

Beschrijving

Deze 5 tot 10 millimeter lange vlieg is geel tot oranje van kleur, de vrouwtjes zijn vaak meer grijs of groen. De vlieg heeft aan de onderzijde een gele, dichte en korte beharing, en op de bovenzijde en de poten een langere, zwarte beharing. De ogen zijn rood en kenmerkend zijn de tasters die erg kort zijn maar recht naar voren steken.

Algemeen

De strontvlieg leeft niet van mest maar van nectar, en af en toe wordt ook een ander insect gegrepen, meestal andere vliegen. Deze worden met de zuigsnuit leeggezogen. De vlieg komt vrijwel overal in Europa voor, en ook in Noord-Amerika en Azië. De soort vlieg is een bekende verschijning in graslanden en heidevelden, ook wel in tuinen maar vooral in de buurt van runderen die benodigd zijn voor de voortplanting, althans de mest ervan. De strontvlieg is van april tot oktober te zien en overwintert als imago.

_DSC0007

Voortplanting

De paring vindt plaats in de buurt van een mestvlaai, waar het vrouwtje wordt opgepikt door het mannetje, vervolgens legt het vrouwtje haar eitjes op de mest. Opmerkelijk is dat de eitjes eruit zien als kleine vliegjes, omdat ze vleugelachtige uitsteeksels hebben. Deze dienen echter niet om de eitjes te laten vliegen, maar om ervoor te zorgen dat ze niet in de verse mest wegzakken en verstikken. Ook de larve leeft niet van mest, maar van andere insectenlarven die wel van mest leven, vooral vliegenlarven. De made van de strontvlieg wordt ongeveer een centimeter lang.

Bron: Wikipedia

Foto’s: T.V.S. Fotografie

Amethistzwam

_TVS0434

Amethistzwam is een van de Nuttige bosbewoners

Paddenstoelen staan er niet alleen ter decoratie. Ze zijn de vruchtlichamen van omvangrijke zwam vlokken, die voor onze ogen onzichtbaar zijn, en nuttige werkzaamheden verrichten. De meeste soorten zijn afvalopruimers die afgevallen bladeren, hout, mest en andere organische bestanddelen afbreken tot humus en mineralen. Zo komen voedingsstoffen voor plant en dier weer terug in de stofkringloop. Andere zwammen omspinnen levende boomwortels. Ze voorzien de bomen op efficiënte wijze van water en mineralen en dragen op die wijze bij tot de instandhouding van het bos. Sommige paddenstoelen groeien op verzwakte maar nog levende bomen. Zij dragen bij aan de natuurlijke dynamiek in het bos en het ontstaan van open plekken.

_TVS0398.1000

Beschrijving
Hoed gewelfd tot vlak, Ø 1-6 cm, zemelig, paarslila tot bleeklila.
Lamellen wijd uiteen, paarslila, wit bestoven door de sporen.
Steel 4-10 cm x 5-10 mm, paarslila tot paarsbruin, aan de voet wittig vezelig, met een paarse myceliumvlok. Vlees lila. Geur zwak.
_TVS0409

Voorkomen
Bij loofbomen (beuk, eik) in loofbossen en gemengde bossen en lanen op voedselarme droge zandgrond en op voedselrijkere en/of vochtigere grond.
Ectomycorrhizavormend.

Status
Algemeen

Bron: www.soortenbank meetnet

Foto’s: T.V.S. Fotografie

Plooirokje

_TVS9417.1000

Een Plooiroke is een kleine paddestoel met een mooie naam Plooirokje, die ben ik tegengekomen in het gebied de Flora en Fauna in Witbrant Oost.

Het Plooirokje zijn hoed is eivormig tot uitgespreid met een ingedeukt centrum, Ø 1-3 cm, 8-13 mm hoog, diep radiair gevoord, mat, lichtbruin tot wittig-grijs, met een oranjebruin centrum.
Lamellen wittig tot grijszwart.
Steel 4-6 cm x 1-2 mm, breekbaar, mat, wit, met een knollige basis. Vlees grijs-beige. Smaak mild. Geur geen.

Voorkomen
Op humusrijke grond, vaak tussen gras, in parken, gazons, wegbermen en graslanden op voedselrijke bodem. Zomer-herfst.
Saprofiet.

Status
Algemeen.

Verwante en/of gelijkende soorten
Het hiervan alleen op grond van microscopische kenmerken zeker te onderscheiden Geelbruin plooirokje (Coprinus leiocephalus).

Bron: www.soortenbank.nl

Foto: T.V.S. Fotografie

Knobbelzwanen

_TVS0144

Het Knobbel zwanenpaar is weer rustig nu hun 2 jonge zwanen zelfstandig zijn geworden. In het begin waren het briesende leeuwen als ze dachten dat je te dicht in de buurt van jonge kwam. en dat is weleens moeilijk als ze vlak voor je deur zitten te broeden.

_TVS0147

De jonge Zwanen

Deze vogels kunnen een spanwijdte van 2,30 meter bereiken en zijn daarmee de grootste watervogels. Zelf zijn ze 120 – 170 cm groot. Met hun lange nek kunnen ze ver onder water reiken. Ze kunnen tot 10 – 13 kg wegen. Daarmee behoren ze ook tot de zwaarst vliegende dieren. Ze zijn even groot als de wilde zwaan, maar veel groter dan de kleine zwaan. Ze zijn wit en ze hebben een oranjerode snavel. Hun kop en hals hebben een gele schijn. De onbevederde huid aan de snavelwortel en om het oog, onder de voorhoofdsknobbel, zijn zwart. Die voorhoofdsknobbel is bij mannetjes heel opvallend. Ook hun poten zijn zwart. Hun ruglijn is sterk gebogen. Ze houden hun hals bijna altijd in een sierlijke S-vorm. Die hals heeft het grootste aantal halswervels van alle vogels (26). Ze houden hun kop altijd iets omlaag gebogen. Hun snavel is relatief breed. Mannetje en vrouwtje zijn volledig gelijk, alleen hebben de mannetjes in de lente een veel meer gezwollen knobbel en hun snavel is dan ook veel roder. Mannetjes hebben ook een zwaardere nek.

Geluid

Ze maken gorgelende en blazende geluiden, al zijn die niet vaak te horen. In vlucht maken hun vleugels een laag, zingend geluid, dat wordt gemaakt door de wind die er langs strijkt. Als je hen stoort op hun nest, sissen of knorren ze woedend.

Voedsel

Stel zwanen eet waterplanten.

Hun voedsel bestaat uit waterplanten. Ze grazen ook op weiden. Ze duiken nooit zo ver dat ze volledig onder water zijn. Ze hebben een brede snavel om de waterplanten gemakkelijk af te kunnen trekken. Om die reden hebben ze ook zo’n lange hals, die ze gemakkelijk kunnen buigen. Soms zijn alleen hun staart en hun achterpoten te zien, als ze op hun kop staan en met hun poten trappelen om de diepste planten op te vissen.

_TVS0152

De ouders van de jonge zwanen

Vlieg- en zwemgedrag

 Om op te kunnen stijgen gebruikt de zwaan het wateroppervlak van een plas of sloot. Het opstijgen is een explosie van activiteit en vergt de zwaan veel energie. Net als de albatros rent de zwaan met zijn korte poten zo snel als hij kan over het wateroppervlak, terwijl hij zeer snel met zijn vleugels slaat. Naarmate de vleugels meer lift krijgen, komt de vogel hoger uit het water. Hij rent nog steeds, waarbij de poten met zwemvliezen duidelijk wervelingen in het water achterlaten, tot ze ten slotte alle contact met het water verliezen. De zwaan brengt zijn poten onder zijn staartveren, zoals een vliegtuig zijn landingsgestel intrekt en verheft zich tenslotte in de lucht. Ze vliegen in één lijn, de lange halzen vooruit gestrekt en met krachtige vleugelslagen. Als ze eenmaal in de lucht zijn, maken hun vleugels een duidelijk, laag zingend geluid. De knobbelzwaan is zo groot dat hij niet in staat is langzaam te vliegen, zonder uit evenwicht te raken en te vallen. Een zwaan landt vrijwel nooit op het droge, maar komt neer op een leeg wateroppervlak. Bij het landen heeft een zwaan nog steeds een grote snelheid, om af te remmen strekt een zwaan zijn poten naar voren, zodat het water de snelheid van de zwaan vermindert. Wanneer de zwaan vrijwel stil staat, vouwt een zwaan zijn vleugels op, schudt ze uit en vervolgt met gekromde nek en iets opgeheven staart zwemmend zijn weg. Bij het zwemmen leggen zwanen af en toe de poten op hun rug. Op het land vertonen zwanen een lompe, waggelende gang.
Bron: Wikipedia
Foto’s Tonnie Verheijden T.V.S. Fotografie

 

Ezel Dio met een Pacemaker

_TVS0069

 

Dio

De ezel Dio is geboren met een hartritmestoornis, waardoor hij een te trage hartslag heeft. Talloze keren per dag veroorzaakte deze te trage hartslag symptomen van plots bewustzijnsverlies. de ezel was niet in staat tot enige inspanning.

Onderzoek aan de faculteit Diergeneeskunde toonde aan dat het om een hartblok ging waarbij een implantatie van een Pacemaker de enige redding was. Na het aanbrengen van een voorlopige pacemaker werd dio onder algemene narcose gebracht en klaargemaakt voor operatie.

Via het bloedvat onder borstspier werd een elektrode ingebracht tot in het hart en verbonden met de pacemaker. Bijkomende moeilijkheid was dat er voorzien moest worden dat de ezel in het komende jaar nog zal groeien. De pacemaker werd ter hoogte van de borst onderhuids aangebracht . Onmiddellijk na de activiteit van de pacemaker deed deze zijn werk en nam het hartritme over telkens wanneer de hartslag te laag was.

Screen-shot-facebook-ezel-Dio

 

foto: van Universiteit Gent

Dio ontwaakte goed van de narcose en is sindsdien nooit meer flauwgevallen. Dio bleef nog een tweetal weken op de faculteit Diergeneeskunde in Gent. Het herstel verliep vlot. De pacemaker bevindt zich onder de dikke borstspier en is daarom, nog nauwelijks zichtbaar. Deze locatie zorgt er ook voor dat er geen hinder is bij beweging of wanneer het dier ligt.

Bij de laatste controle moest Dio ook inspanningstesten doen zodat de pacemaker ingesteld kon worden om de hartslag te laten aanpassen aan de fysieke inspanningen die de ezel deed. Daarna kon hij veilig terugkeren naar de Ezelshoeve.

_TVS0106

Dio samen met zijn moeder

Het doel van stichting de Ezelshoeve

Het doel van Stichting de Ezelshoeve is een betere ezel-toekomst en dit kan alleen in een gezonde, duurzame wereld. Daarom kiest de Ezelshoeve ervoor om bij te dragen aan een duurzame toekomst door het samenwerkingsproject Ezelshoeve 2020 te lanceren.

Het doel is om alle aspecten van duurzaamheid te implementeren binnen de organisatie en hierdoor eenvoorbeeld te worden en een roadmap te zijn voor andere (non-profit) instellingen en goede doelen.

_TVS0098                                                     Dio’s moeder

Ook JIJ kunt je engageren! Het project “Ezelshoeve 2020” is een transitie en we zoeken mensen of bedrijven die zich hierbij aan willen sluiten. Ben je duurzaamheids expert, is je bedrijf gespecialiseerd in fondsenwerving of gaat de toekomst van de ezelwereld je gewoon aan het hart?

Je kunt je aansluiten door actief deel te nemen aan workshops, door mensen of middelen ter beschikking te stellen, door expertise in te brengen, door promotie en netwerking,

Wil je meer weten? Wil je weten hoe jouw bedrijf een bijdrage kan leveren aan dit project? Wil je weten hoe jij dit project kunt steunen?

http://www.ezelshoeves2020.nl/

 

Houtpantserjuffers

_TVS9949

In de Dongevallei vliegen heel veel Houtpantserjuffers, als ze vliegen dan blinken ze zo mooi in de zon.

Houtpantserjuffers 39-48 mm. De langste pantserjuffer. Lichaam geheel metaalgroen. Achterhoofd geheel donker. Zijkant van het borststuk is kenmerkend getekend: vanuit de metaalgroene bovenzijde loopt een puntige uitstulping in de lichte onderzijde (het zogenaamde ‘schiereilandje’). Pterostigma’s effen geel gekleurd, lichter dan bij ander pantserjuffers (voor dit kenmerk uitgekleurde dieren bekijken). Mannetjes: geen blauwgrijze berijping op het achterlijf (uitgekleurde dieren bekijken). Vrouwtje: grove tanden op het legapparaat

Voorkomen

Zeer algemeen.

Habitat

Allerlei stilstaande en traag stromende wateren. Voorwaarde is dat er struiken of bomen langs de waterkant aanwezig zijn. Ook veel bij vijvers in bebouwde omgeving (tuinen, parken, enz.), waardoor de soort als cultuurvolger is aan te merken.
_TVS9916

Vliegtijd en gedrag

Van eind juni tot begin november, hoogste dichtheid in augustus en eerste helft september. Imago’s zijn vaak te vinden op beschutte plaatsen op enige afstand van het water, zoals bosranden, struiken en ruigten. Eitjes worden afgezet onder de bast van takken die over (of vlakbij) het water hangen. Allerlei boom- en struiksoorten worden hiervoor benut. Als het aanbod van over het water hangende takken klein is, zijn meerdere eiafzettende paartjes bij elkaar aan te treffen.

Levenscyclus

De overwintering gebeurt als ei. De eieren komen in het voorjaar uit, waarna de larvale fase twee tot drie maanden in beslag neemt. De larven sluipen uit van eind juni tot in oktober.
Foto’s T.V.S. Fotografie

Bron: www.libellenet.nl