Grote Kaardebol

_TVS9495
Grote Kaardebol komt voor In Valkenburg bij de Ruïne, dat is de eerste keer dat ik deze plant ben tegengekomen.

De grote kaardebol of wilde kaardebol (Dipsacus fullonum, synoniem: Dipsacus sylvestris), behoort tot de kaardebolfamilie (Dipsacaceae), in de 22e druk van de Heukels, of tot de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae), in de 23e druk van de Heukels. De plant wordt ook wel weverskaarde genoemd.

In Nederland is de grote kaardebol wettelijk beschermd.

De grote kaardebol komt oorspronkelijk uit Noord-Afrika (Maghreb), Voor-Azië en Europa, maar komt tegenwoordig overal in de gematigde streken voor.

De plant is tweejarig en kan 70-150 cm hoog worden. De bladeren zijn twee aan twee tegenoverstaand en de vergrote bladvoet werkt als opvangbakje voor water.

_TVS9492

De lila bloempjes zijn klein en ongesteeld en staan bij elkaar op een hoge ineengedrongen tros (hoofdje). Ze hebben een 5-9 cm lange gemeenschappelijke ‘kelk’ (het omwindsel). Elk bloempje heeft naast een eigen vergroeidbladig omwindseltje ook nog een kelk van stijve haren. Een bloempje heeft vier meeldraden, één stamper en een onderstandig vruchtbeginsel met één zaadknop.

De bloei begint vanuit het midden van de bloeiwijze en bloeit tegelijk naar boven en beneden. Hierdoor zijn twee bloeiende ringen te zien.

De kaardebol produceert veel nectar en trekt daarom veel insecten zoals solitaire bijen en hommels.

_TVS9493

Economisch belang.
De bloemhoofdjes van de kaardebol werd in de Middeleeuwen gebruikt voor het ruwen van gevolde wollenlaken, hiertoe werden een aantal van deze kaardebollen in een kruisvormige houten houder bevestigd. Later zijn er zelfs speciale machines ontwikkeld voor het ruwen van weefsels met behulp van de kaardebol. De bloemhoofdjes werden daartoe op stalenpennen geregen. Een dergelijke machine staat nog opgesteld in het Nederlands Textielmuseum te Tilburg. Als wolkaarde is de weverskaarde nooit gebruikt. De stekels van deze zaadbol zijn daar niet sterk genoeg voor.

De weverskaarde werd vroeger in de Vaucluse (Zuid-Frankrijk) veel verbouwd en geëxporteerd naar onder meer Nederland, Rusland en Japan. Honderden hectaren waren in Zuid-Frankrijk in de 19e en 20e eeuw in productie. In 1862 was dat 2326 ha. Na 1968 was er nog één firma die de weverskaarde kon leveren maar dat bedrijf sloot in 1985.

Bron: wikipedia  foto’s T.V.S. fotografie

Sri Lankaanse panter

_TVS0979

Een Sri Lankaanse panter heeft prachtige groene ogen, deze Panter Ayohee woont in het Dierenpark Emmen.

Het jonge pantervrouwtje Jaffna is in het kader van het fokprogramma voor Sri Lankaanse panters in 2012 verhuisd naar Burgers’ Dierenpark in Arnhem.
Dat betekende dat haar vader Ayohee, die al geruime tijd in een afgescheiden deel van het tijgerverblijf ondergebracht was, weer terug kon naar het panter verblijf.

_TVS0989

De verzorgers hebben de panter een poos met succes getraind om een transportkist in te lopen. Toen het moment van verhuizen daar was, liep Ayohee zonder mankeren de kist in, die onmiddellijk achter zijn rug gesloten werd. Een kwartier later kon de kist in het binnenverblijf van de panters al weer geopend worden en liep de grote kat vlot zijn nachtverblijf in. Hij is inmiddels helemaal gewend aan de nieuwe situatie, want zodra de verzorger de schuif naar het buitenverblijf open zet, stormt hij direct enthousiast naar buiten.

Bron: www.dierenparkemmen.nl    Foto’s T.V.S.natuurfotografie

Bloedrode heidelibellen

bloedrodeheidelibel.1

Bloedrode heidelibellen vliegen over de heide in de Gaas, er is een groot verschil tussen man en vrouw, de man heeft een mooie rode kleur en het vrouwtje is groen en bruin geelachtig.
34-39 mm groot. Poten geheel zwart. In de basis van de vleugels zit een kleine gele vlek: duidelijk kleiner dan bij de geelvlekheidelibel, maar groter dan bij de bruinrode en steenrode heidelibel. Mannetje: achterlijf met duidelijke knotsvormige verbreding aan het uiteinde. Achterlijf in zijaanzicht met zwarte streepjes, soms met elkaar verbonden. Uitgekleurde mannetjes hebben een bloedrood achterlijf, een vrij egaal roodbruin borststuk, roodbruine ogen, een rood gezicht en roodbruine pterostigma’s. Jonge mannetjes zien eruit als vrouwtjes. Vrouwtje: achterlijf en voorhoofd geel, later bruin. Achterlijf in zijaanzicht met zwarte streepjes, die soms een zwarte lijn vormen. Bij oude vrouwtjes raakt de onderkant van het achterlijf grijs bestoven. Pterostigma’s bruin.

Gelijkende soorten: Andere heidelibellen en eventueel de vuurlibel.

Voorkomen: Zeer algemeen. Algemeenste heidelibel en een van de algemeenste libellen van Nederland.

Habitat: Allerlei stilstaande watertypen; meestal voedselrijk en met veel vegetatie.

libellen

Vliegtijd en gedrag
Zomersoort: eind mei tot eind oktober, met een piek van half juli tot begin september. Bloedrode heidelibellen vertonen ongeveer hetzelfde gedrag als de meeste andere heidelibellen. Jonge dieren zijn in de wijde omtrek van het voortplantingswater aan te treffen, zittend in ruige vegetatie. Geslachtsrijpe mannetjes vliegen bij het water en gaan regelmatig zitten op uitstekende stengels in de oevervegetatie. Ze speuren naar vrouwtjes voor de paring. Mannetjes die dichtbij komen worden meestal verjaagd. De eitjes worden vliegend in tandempositie afgezet. Dit gebeurt meestal op vochtige modder op de oever, dus niet in het water. Bij uitzondering wordt wel ei-afzet direct in het water waargenomen, of op geheel droge stukken land op meters afstand van het water (bijvoorbeeld een gazon). In het laatste geval zal dit niet tot nakomelingen leiden.

Levenscyclus
Normaal gesproken overwinteren de eitjes en komen de jonge larfjes in het voorjaar tevoorschijn. Er zijn echter ook aanwijzingen dat eitjes die vroeg in de zomer (en direct in het water?) gelegd worden nog voor de winter uitkomen. In dat geval overwinteren de larven. In beide gevallen duurt de levenscyclus een jaar. Uitsluipen gebeurt van eind mei tot begin september, maar vooral in juli en augustus.

Bron: libellennet.nl  Foto’s T.V.S.Natuurfotografie

Wespenspinnen

_TVS0199
Wespenspinnen

Deze week 2 Wespenspinnen tegengekomen ook wel Tijgerspin genoemd, ze vallen direct op de door de gele kleur.

De naam ‘wespenspin’ heeft alles te maken met het uiterlijk; de spin kan niet steken en de beet is ongevaarlijk voor mensen. De naam is vooral te danken aan het relatief zeer grote vrouwtje. Ze heeft een zwart achterlijf met heldere gele, witte en diepzwarte grillige banden, vooral vlak voor het afzetten van de eitjes is het achterlijf sterk opgezwollen. De buikzijde van het achterlijf heeft twee gele strepen in de lengterichting. Het cephalothorax of kopborststuk is zilverachtig behaard en de poten zijn duidelijk bruinzwart met geelgrijs gebandeerd. Ondersteboven zittend in het web valt de spin daardoor goed op, maar wordt door veel vijanden juist met rust gelaten vanwege het wesp-achtige uiterlijk. De wespenspin is een van de grootste Europese spinnen, en is vanwege de lengte en kleuren moeilijk over het hoofd te zien, zelfs voor mensen die niets van spinnen weten is de soort ook makkelijk op naam te brengen. Vrouwtjes worden ongeveer 15 millimeter lang, gemeten van de kaken tot aan de punt van het achterlijf, door de grote dikke poten lijkt de spin aanzienlijk groter. Mannetjes zijn dofbruin en veel kleiner, ze worden maximaal 5 millimeter. Vanwege hun geringe grootte worden de mannetjes maar zelden opgemerkt.
_TVS0488

Het mannetje wordt echter na de paring vrijwel altijd ingesponnen en later opgegeten door het vrouwtje zodat een tweede paring eerder uitzonderlijk is. Hij dient het vrouwtje tot voeding, wat de ontwikkeling van zijn nageslacht ten goede komt. Als het mannetje geluk heeft is het vrouwtje pas verveld, dan zijn haar kaken nog zacht en maakt hij de grootste kans om te paren zonder opgegeten te worden voor zijn sperma is afgegeven.

Een mannetje leeft ook aanzienlijk korter; nadat hij volwassen is slechts enkele dagen. Ongeveer een maand na de paring, rond augustus, worden de eitjes afgezet in een relatief enorme, gelige eicocon. Een cocon bevat honderden eitjes en wordt door het vrouwtje bewaakt tot ze sterft. Ongeveer een maand nadat de cocon is gesponnen komen de jonge spinnetjes (spiderlings) uit het ei, maar verlaten de cocon pas in maart van het volgende jaar.
_TVS0189
De wespspin hangt altijd ondersteboven in het wielweb, dat te herkennen is aan de twee extra zigzag matjes die straalsgewijs vanuit het centrum zijn aangebracht. Deze worden het stabilement genoemd. De exacte functie hiervan is niet precies bekend; zo zouden de witte banden insecten aantrekken door uv-licht te weerkaatsen, ook is geopperd dat door het stabilement het web zichtbaarder is voor grotere landdieren, die er minder snel doorheen lopen en het web vernielen. Het stevige web kost de spin meer moeite om te bouwen dan soorten zonder stabilement. Als een te zware prooi in het web terecht komt, bijt de spin snel de draden door zodat de prooi niet het hele web vernielt. Het web wordt vanwege de voorkeur voor sprinkhanen dicht boven de grond tussen grashalmen en stengels gespannen.

Bron: Wikipedia Foto’s: T.V.S.Fotografie

Paardenbijter mannetje

_TVS0122

Paardenbijter mannetje

De Paardenbijter vliegt heel de dag achter insecten achter in de tuin aan soms gaat hij even rusten dit keer op een uitgebloeide bloem van de vlinderstruik.

Zeer algemeen.
Een deel van de paardenbijters die in Nederland rondvliegen betreft immigranten vanuit het zuiden of oosten. Hoe groot dit aandeel is, is niet bekend.

_TVS0124

Habitat
Stilstaande en zwak stromende wateren met een rijke moerasvegetatie: poelen, plassen, sloten, laagveen, etc. Soms ook brak water.

Vliegtijd en gedrag
Laat vliegende soort: van begin juli tot in november, grootste aantallen in augustus en september. Paardenbijters zijn vooral in de middag actief, op warme avonden zelfs tot diep in de schemering. Imago’s worden vaak in groepen aangetroffen, jagend langs bosranden op boomkruinhoogte. Mannetjes vertonen territoriaal gedrag langs de waterkant, maar zijn minder agressief dan andere glazenmakers. Eitjes worden door het vrouwtje afgezet in allerlei levende en dode plantendelen.

_TVS0113

Levenscyclus
Een jaar, mogelijk soms twee jaar. De (eerste) winter wordt doorgebracht als ei. Uitsluipen gebeurt gedurende een lange periode (geen duidelijke piek), van eind juni tot eind september.

Bron: vlindernet.nl  foto’s: T.V.S.Fotografie

Koninginnenpage

_TVS9813
De Koninginnenpage was gisteren ook al in de tuin aan het rondfladderen, vandaag ging ze in de vlinderstruik zitten.

Voorvleugellengte: 32-41 mm. De grondkleur van boven- en onderkant van de vleugels is geel. Op de bovenkant van voor- en de achtervleugel bevindt zich langs de achterrand een doorlopende, brede blauwe band met zwarte randen. Opvallend zijn de staartjes aan de achtervleugel en de rode stip in de binnenrandhoek.

_TVS9799

Gelijkende soorten
De koningspage heeft op de bovenkant van de voorvleugel geen brede blauwe band, maar een aantal zwarte strepen.

Voorkomen
Een vrij schaarse standvlinder die vooral in de zuidelijke helft van het land wordt waargenomen. De laatste jaren komen er ook steeds meer meldingen uit de rest van Nederland, tot aan de Waddeneilanden toe. Het aantal exemplaren per jaar wisselt.

Habitat
Diverse biotopen, waaronder ruderale terreinen en kruidenrijke graslanden.

_TVS9810

Waardplanten
Vooral peen (ook de gecultiveerde vorm); daarnaast ook andere schermbloemigen, zoals bevernel, engelwortel, pastinaak en venkel.

Vliegtijd en gedrag
Eind april-half juni en begin juli-half september in twee generaties. In warme jaren vliegt er mogelijk een partiële derde generatie in oktober. De koninginnenpage wordt vaak bij heuveltoppen gezien waar mannetjes en vrouwtjes elkaar ontmoeten; dit gedrag wordt ‘hill-topping’ genoemd.

Levenscyclus
Rups: half mei-half juni en half augustus-eind september. Bij gevaar wordt een rood vorkvormig orgaan uitgestulpt waarmee de rups een doordringende stank verspreidt. De soort overwintert als pop in de kruidlaag.

Bron: vlindernet.nl  Foto’s T.V.S.Fotografie

Gewone Klit Arctium

_TVS8202

De Gewone Klit of Arctium staat langs de boskant in de buurt, het is een mooie plant.

De gewone klit (Arctium minus) is een vaste plant, die tot de composietenfamilie (Asteraceae) behoort. De plant komt in het wild voor in Europa en Azië. De gewone klit onderscheidt zich van de Grote klit doordat de bladsteel van de rozetbladen bij de grote klit gevuld en bij de gewone klit aan de voet hol is.

De gewone klit komt voor op open, vochtige, zeer voedselrijke en omgewerkte grond, en is zeer algemeen. De plant heeft een penwortel en kan 0,5-2,5 m lang worden.

De plant bloeit van juni tot september met paarse bloem in hoofdjes. De stekels meegerekend zijn de bovenste bloemhoofdjes van de gewone klit 1,5-3 cm breed. De hoofdjes zijn tros- of aarvormig gerangschikt en zitten meest afzonderlijk op een steel, maar er komen ook ongesteelde voor. De soort is zeer variabel. De 5 mm lange vruchtjes zijn aan de bovenkant bezet met stijve haartjes.

Ecologie
De Gewone klit komt in bermen, ruigten en op open plekken in bossen. De vruchten worden verspreid doordat ze aan de vacht van dieren blijven hangen. Ook blijven ze aan kleding hangen.

_TVS8405

Groente
De penwortel van jonge planten kan gegeten worden als pastinaak. In Europa wordt de plant bijna niet meer gegeten, maar in Azië is het nog een populaire groente. Jonge bloemstengels kunnen in het late voorjaar voordat de bloemen verschijnen ook gegeten worden. De smaak lijkt wat op die van artisjok.

Volksgeneeskunde
De klit is volgens de volksgeneeskunde vochtafdrijvend en bloedreinigend. De plant zou ook tegen gewrichtreuma, zweren, maagklachten, haaruitval en roos werkzaam zijn. Voor medicinaal gebruik wordt de wortel in de herfst van het eerste groeijaar of in het daaropvolgend voorjaar geoogst en gedroogd.

Bron: Wikipedia  Foto’s T.V.S.Fotografie

 

Witte Tijger nachtvlinder

_TVS8761

Witte Tijger nachtvlinder, ook wel Tienuursvlinder genoemd.

Gistermiddag vloog ze traag in een vlinderstruik, ’s morgens ging ik kijken of ze er nog op het blaadje zat, maar ze was al weg, ze had wel 19 eitjes gelegd, nu maar afwachten of ze uit gaan komen.

De kleine zwarte vlekjes op de voorvleugels zijn duidelijk zichtbaar, maar liggen zonder patroon her en der verspreid. Ook het aantal vlekjes kan variëren. Ze hebben een kop met een dikke ‘bontmuts’. Het achterlijf is krachtig geel met zwart gevlekt. ze hebben een spanwijdte van 3 tot 4 centimeter.

_TVS8769

Levenswijze
Deze vlinders rusten overdag, vlak bij de grond op een stam of in het gras, met de vleugels gevouwen in de vorm van een dakje. Als ze verstoord worden krommen ze hun achterlijf en houden zich dood. Ze worden niet door vogels gegeten, daar ze vies smaken en giftig zijn.

Deze vlinder kreeg de oorspronkelijke naam tienuursvlinder omdat deze na 10 uur ’s avonds pas werd gezien omdat het een nachtvlinder is. De vliegtijd van de witte tijger is vanaf half april tot half augustus.

_TVS8726

De eieren worden in grote groepjes op de onderkant van de bladeren afgezet. Per jaar is er meestal maar één generatie.

De grijsbruine, dicht donkerbruin behaarde, zeer snel bewegende rups is maximaal 40 mm lang en heeft een witachtige of licht roodachtige rugstreep. De rups heeft ook veel zwarte wratten waarop langere of kortere haren staan ingeplant en de kop is geheel zwart. De rupsen tref je vooral aan de onderkant van allerlei planten. Het dier eet het liefst kruidachtige planten, maar is ook één van de weinige soorten die in adelaarsvaren kan worden gevonden.

Deze rupsen kunnen ook verward worden met de rupsen van de gele tijger. Maar die verschillen in paar opzichten zoals het bruinig haar, een blekere rugstreep en een wittige lengtestreep over de flanken die bij de rups van de witte tijger anders is. Sommige insectenkenners hielden ze vroeger voor dezelfde soort. Ze zijn ook zeer nauw verwant.

De vlinder overwintert als pop in een met haren doorweven spinsel.

Waardplanten zijn de grote brandnetel, brem, luzerne, slangenkruid en paardenbloem.

Bron: Wikipedia    Foto’s T.V.S.Fotografie

Vliegshow Gilze en Rijen 2014

_TVS7855

Vliegshow Gilze en Rijen 2014

Op vrijdag 20 juni 2014 en zaterdag 21 juni 2014 zijn er Vliegshows geweest op Vliegveld Gilze en Rijen, het is indrukwekkend om te zien hoe verschillende vliegtuigen prachtige  shows gave aan het publiek.

_TVS7943

Vliegbasis Gilze-Rijen opende 20 en 21 juni 2014 haar deuren voor iets bijzonders: Operatie Luchtsteun. Dit was de kans om de Koninklijke Luchtmacht van binnenuit mee te maken. De vliegbasis werd in 2 dagen tijd bezocht door 245.000 bezoekers.

_TVS8022

Op beide dagen verdrongen ver voor de opening om 8.00 uur vliegtuigspotters en luchtvaartenthousiasten zich voor de hekken om de beste plekken aan de startbaan te bemachtigen. De meesten van hen verbleven enkele dagen in de buurt van de vliegbasis om maar niets te hoeven missen van al het vliegend materieel.

_TVS8017

Een van de hoogtepunten was de Battle of Britain herdenkingsvlucht met een Lancaster-bommenwerper en 2 Spitfire-jachtvliegtuigen. Eveneens uit Groot-Brittannië was het beroemde demonstratieteam Red Arrows. Hoogtepunten uit eigen land waren de F-16 en Apache-demoteams, de Air Power-demonstratie, waarin het optreden in onder meer missiegebieden wordt nagebootst. Dat gold ook voor het voorvliegen van de splinternieuwe Boeing 787 Dreamliner van Arke en een MD-11, het KLM-verkeersvliegtuig dat binnenkort uit dienst gaat. In die laatstgenoemde zaten tientallen chronisch zieke kinderen die dankzij Stichting Hoogvliegers een dag hun ziekte konden vergeten.

Bron Ministerie van Defensie  Foto’s T.V.S.Fotografie

 

 

Reuze Berenklauw

berenklauw.1

Deze Reuze Berenklauw is verwijderd door gemeente Tilburg

Deze Reuze Berenklauw stond tegenover een school op de talud van het spoor, deze zijn bij aanraking zeer gevaarlijk.

Contact met de brandharen en sappen van de plant veroorzaakt irritatie en in combinatie met zonlicht ontstaan blaren op de huid.
De sappen maken de huid overgevoelig voor zonlicht.Eerst kunnen jeukende, rode vlekken of blaasjes ontstaan.
Na enige uren kunnen deze zich ontwikkelen tot grote blaren.
De blaren zien eruit als ernstige brandwonden en genezen pas na 1 tot 2 weken.
Als het sap in de ogen terechtkomt, kan blindheid ontstaan. Het sap van de gewone berenklauw is minder gevaarlijk,
maar toch kunnen blaren ontstaan als de huid is blootgesteld aan zonlicht. Het sap van de berenklauw kan dwars door kleding dringen.
Voorkomen is beter dan genezen.

IMG_20140620_111251_1CS

Indien je toch tussen de berenklauw moet werken, kun je best alle contact met de huid vermijden door beschermende kledij te dragen voor de hals, armen, handen en benen.
Naast lange broek en trui of vest met lange mouwen kan een hoed ook nuttig zijn.
Hou er wel rekening mee dat het sap doorheen de kledij kan dringen. Synthetische,
waterafstotende stof is dan ook te verkiezen boven linnen of katoen die het sap kan absorberen.
Om de ogen te beschermen tegen sap dat zou vrij komen tijdens het snoeien kun je best een zonnebril,
stofbril of beschermbril opzetten. Denk er ook aan van met je natte handschoenen niet in de ogen te wrijven.
Voel je dat er toch sap op de huid is terecht gekomen dan kun je dat best onmiddellijk met koud water en zeep afwassen.
Daarenboven blijf je best minstens één week uit de zon. Sap in de ogen langdurig uitwassen met koud water en voor alle zekerheid een arts raadplegen.
Kinderen die het gevaar niet kennen zullen graag tussen de reusachtige planten spelen.
Waarschuw hen voor de gevaren van deze plant en laat ze nooit fluitjes, verrekijkers of blaaspijpen maken uit de holle stengel van de plant.
Bereklauw is goed bestand tegen maaien en zal telkens terug komen.
Steeds weer maaien tot de plant ook ondergronds uitgeput geraakt is een mogelijkheid om de planten te vernietigen.
Jonge planten bevatten veel eiwitten en worden graag gegeten door schapen en konijnen.
Bij begrazing eten de dieren steeds weer de bovengrondse delen af die instaan voor de fotosynthese.
Dit zorgt voor uitputting van de energiereserves in de wortels waardoor de planten er het loodje bij neer leggen.
Merk je reuzenberenklauw op in de buurt van een kinderspeelterrein of een school, maak daar dan melding van zodat deze verwijderd kunnen worden.

Bron Gemeente Rotterdam en plantaardigheden.nl
foto: T.V.S.Fotografie

Krasser

_TVS7558

De Krasser ben ik tegengekomen op het veldje naast het Spoor waar ik regelmatig over heen loop, je komt altijd wel een insecten dit keer een kleine sprinkhaan.

De krasser (Chorthippus parallelus) is een rechtvleugelig insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae), onderfamilie Gomphocerinae.

Kenmerken
De kleur is zeer variabel en kan groen, rood, bruin, geel of zelfs paars zijn. De meeste exemplaren zijn groen, met een brede bruine streep van bovenop de kop tot over de voorvleugels. De opstaande randen van het halsschild zijn licht gebogen, het halsschild heeft een dwarsgroef. De krasser is meestal kortvleugelig, soms komen langvleugelige exemplaren voor. De vleugels van de mannetjes zijn korter dan het achterlijf, die van de vrouwtjes zijn gedegenereerd tot kleine flapjes. Op de voorvleugel is een chorthippuslobje aanwezig. Mannetjes bereiken een lengte van 13 tot 16 millimeter, de vrouwtjes zijn 18 tot 22 mm lang.

_TVS7536

Verspreiding
De krasser komt voor in grote delen van Europa en is een van de noordelijkst voorkomende soorten die gevonden wordt tot in Denemarken en geheel Groot-Brittannië. Ook in Nederland en België komt de krasser voor en is in België algemeen, in Nederland is de krasser vooral op zandgronden in het zuiden en oosten.

Levenswijze
De krasser is als volwassen insect te zien van juli tot september en is vooral actief tussen negen uur in de ochtend en zeven uur in de avond[1]. De zang bestaat uit een krassend geluid dat ongeveer 1,5 seconden aanhoudt en wordt herhaald.

Bron: Wikipedia   Foto’s T.V.S.Fotografie

Mussen en insecten

_TVS7046De mussen hebben een nest jonge musjes gekregen, het heeft wel lang geduurd ze blijven maar bouwen terwijl er al eitjes er in lagen blijven matriaal aanslepen, sinds gisteren halen ze voedsel voor de jonge mussen.
De mussen (Passeridae) zijn een familie in de orde der zangvogels. De familie telt 49 soorten. De bekendste soort is ongetwijfeld de huismus. Er zijn echter nog een aantal soorten mussen die in Europa voorkomen.

_TVS7024

Mussen zijn bruinachtige vogels met een vrij dikke snavel, een aanpassing aan het eten van zaden. Dit is ook het geval bij enige gorzen. De verschillende soorten mussen hebben duidelijke kenmerken waardoor ze goed van elkaar zijn te onderscheiden.

_TVS7045

Taxonomie
De mussen behoren tot de superfamilie Passeroidea. Dit is een grote groep onderling zeer verschillende families, waartoe veel andere zaadetende vogelsoorten behoren, zoals de vinken en gorzen, maar ook insecteneters zoals de heggenmus en de piepers en kwikstaarten. Anders dan hun naam doet vermoeden zijn mussen daarom geen nauwe verwanten van de heggenmus. Tot de familie behoren ook een aantal soorten die wevervogels worden genoemd. De familie wevervogels is ook nauw verwant aan de Passeridae. Mussen zijn echter niet verwant met de grasmus, die tot de superfamilie Sylvioidea hoort.

Bron: wikipedia Foto’s T.V.S.Fotografie

Jonge ooievaars

_TVS6564 Ooievaars paar met 2 jonge

Ooievaars met jonkies, er zijn veel jonge Ooievaars geboren In het Safaripark Beekse Bergen, op verschillende plekken kun je ze bewonderen.

Met weinig vogels heeft de mens zo’n sterke band als met de ooievaar. Het is dan ook de enige grote en opvallende vogelsoort die al sinds mensenheugenis dorp, stad en veld met zijn aanwezigheid opfleurt, en bij voorkeur menselijke bouwsels als broedplaats verkiest. Volksverhalen over de ooievaar als brenger van geluk en nieuw leven maken duidelijk, dat het een graag geziene gast is. De oorspronkelijk in Nederland broedende ooievaars waren trekvogels, die van maart tot in september in ons land verbleven. Ze leefden vooral van muizen, regenwormen en grote insekten.

_TVS6730.1

En dit ooievaars paar heeft 3 jonge

De ooievaars uit het westen des lands overwinterden in de savanne van West-Afrika, die uit de noordelijke landsdelen vooral in Oostelijk Afrika, van Kenya tot in Zuid-Afrika. Midden jaren ’70 was de ooievaar zo goed als verdwenen uit Nederland. Voor Vogelbescherming Nederland was deze enorme afname de reden in 1969 een reddingsprogramma te starten, en met succes. In 2000 broedden er 396 paren in ons land en in 2007 waren er 600 paren. Vanuit de speciale ‘ooievaars-buitenstations’ weten ooievaars zich weer te redden en worden steeds minder afhankelijk van de buitenstations. De toekomst voor de ooievaar lijkt daarmee, althans voorlopig, veilig gesteld.

Het voedsel, dat bestaat uit kikkers, muizen, mollen en insecten, wordt vooral gezocht in weilanden en hooilanden. Hoe gevariëerder deze weilanden, hoe meer prooidieren er te vinden zijn, en dus hoe geschikter het gebied is voor de ooievaar. Oorspronkelijk broeden ooievaars in bomen in natte gebieden, maar deze broedplaatsen hebben ze al zeer lang geleden verruild voor menselijke bebouwing en broedgelegenheid op palen.

Bron: Vogelbescherming   Foto’s: T.V.S.Fotografie

 

Schotse hooglanders

schotsehoogland.6

Schotse hooglanders: Je komt de Schotse hooglanders in de Dongevallei wel ergens tegen, deze keer kwam ik ze tegen toen ze op een warme avond in mei in het water stonden af te koelen, en op de achtergrond een dreigende lucht met onweer.

Naast roodbruine exemplaren komen ook zwarte, blonde, ‘roan’ (bruin/zwart gestreept) en soms ook witte exemplaren voor. Een volwassen stier weegt 800 kilo en een koe 500 kilo. Schotse hooglanders kunnen tot achttien jaar oud worden. In die tijd kan een koe ongeveer vijftien kalveren ter wereld brengen. De draagtijd is ongeveer tien maanden. Koeien hebben wijd uitstaande, naar boven gerichte horens, terwijl die van de stieren horizontaal naar voren staan.

Grazers
Dit runderras is geschikt om in natuurgebieden jaarrond als grote grazer te worden ingezet. Ze hebben weinig zorg nodig en zijn zelden agressief. De dieren zijn in Nederland dan ook veelvuldig te zien in natuur- en recreatiegebieden zoals in het Nationaal Park Veluwezoom. Hooglanders voeden zich ook met planten die veel andere rundersoorten links laten liggen, en door hun lange haar kunnen ze ook in de wintermaanden buiten blijven.

Bon: wikipedia  Foto T.V.S.Fotografie