Ooievaars

TVS_6806

Tijdens een bezoekje aan het Safaripark Beekse Bergen vlogen de ooievaars in de blauwe lucht en een paar waren nestmateriaal aan het verzamelen.

Ooievaars zijn trekvogels die grote afstanden af kunnen leggen. In Zuid-Afrika heeft de soort de neiging plotseling op te duiken in streken waar een insectenplaag optreedt. Dat komt doordat er veel te eten is op zo’n plek. Ooievaars zijn sociale dieren, maar hebben ook veel tijd voor zichzelf nodig.

TVS_6697

Ook besteden ze veel tijd aan de kleine jongen. De ooievaar is een groepsvogel; zwermen van duizenden individuen zijn geregistreerd langs de trekroutes en in de overwinteringsgebieden in Afrika. Niet broedende vogels komen tijdens het broedseizoen bij elkaar in groepen van 40 tot 50 exemplaren.

TVS_6781

Als twee ooievaars op hun nest zitten, verklaren ze elkaar hun “liefde” met spectaculair snavelgeklepper. Ooievaars zijn niet trouw aan elkaar, maar ‘nesttrouw’. Dat verklaart waarom sommige ooievaarspaartjes lang bij elkaar blijven. Een ooievaar is vruchtbaar vanaf het derde levensjaar.
Vanouds werd kinderen wijsgemaakt dat baby’s door de ooievaar gebracht werden.Tegenwoordig vindt men dat kinderen de waarheid wel mogen weten, maar nog altijd wordt de geboorte van een kind schertsenderwijs in verband gebracht met ooievaars. Zo zet men een houten ooievaar in de tuin waar een kind is geboren en wordt op geboortekaartjes een ooievaar afgebeeld.

Bron: Wikipedia  Foto’s: TVS Photography

Wilde Eenden

TVS_4658

Wilde Eenden gefotografeerd in het Safaripark Beekse Bergen, Er vlogen 15 Wilde Eenden door de lucht zo’n grote groep had ik nog nooit bij elkaar zien vliegen.

De lengte bedraagt 51 tot 62 cm en de spanwijdte 91 tot 98 cm. Een volwassen eend weegt tussen de 700 en 1500 gram. Gemiddeld wordt een wilde eend vijftien jaar oud. De oudst bekende wilde eend werd negenentwintig jaar. De wilde eend is de stamouder van de gedomesticeerde tamme eend.

Het mannetje (de woerd) is kleurrijk met een glanzend groene kop, een witte halsband, een kastanjebruine borst en gekrulde zwarte veren aan de staart. Het donkerbruine vrouwtje en de eendenkuikens (pullen) hebben een schutkleur. De woerd en het vrouwtje hebben één ding gemeen: de blauw-paarse vleugelspiegel. Sommige dieren zijn (gedeeltelijk) wit; door rasveredeling is de schutkleur vervangen door een geselecteerde kleur. De witte delen bij de volwassen dieren waren geel toen ze nog eendenkuiken waren.

TVS_4647

Leefwijze
Het voedsel bestaat uit allerlei soorten kleine visjes, slakken en wormen.

Voortplanting
Het vrouwtje bouwt een nest in het lange gras, in een knotwilg of in een holte. De acht tot tien vuilgroene eieren broedt ze uit in 4 weken.

Bron Wikipedia Foto’s TVS Photograhpy

Natuur in het Safaripark

 

safaripark.1

Natuur in het Safaripark het was een mooie zondag op 23 november met 16 graden heel veel zon zonder wind en een prachtige mooie blauwe lucht met mooie waterspiegelingen .

safaripark.2

 De loopbrug bij de Chimpansee

safaripark

 Deze uitzicht is bij het Tijgerverblijf

Luipaard

TVS_1511

Deze Luipaard woont in het Safaripark Beekse Bergen samen met een vrouwtje of mannetje.

De twee namen zijn voornamelijk geografisch gebonden: “luipaard” wordt in de regel gebruikt voor dieren uit Afrika, “panter” voor Aziatische dieren. Dit is echter geen strikte regel en regelmatig worden de namen door elkaar gebruikt.

Beschrijving
De luipaard is een grote, gespierde katachtige met korte, krachtige poten en een lange staart. De kop is breed en een beetje rond van vorm met kleine, ronde oren. De snuit is middelgroot, met krachtige kaken en lange snorharen.

De vacht van een luipaard is bedekt met veel zwarte vlekken. Op het lichaam en de bovenste helft van de poten zijn deze vaak gegroepeerd met bruine vlekken in rozetten. Ook zijn er geheel zwarte, niet gegroepeerde vlekken, voornamelijk op de buik, kop en de onderpoten, maar ook op het lichaam. Ook de staart is gevlekt, van het begin tot het midden, maar aan het einde meer geringd. De grondkleur van de meeste dieren is zandgeel of lichtbruin, maar de kleur kan zeer variëren, van bijna wit tot geheel zwart bij de bekende zwarte panters , die vooral in Indonesië en in de Afrikaanse hooglanden leven. De buik, keel en kin zijn wittig. De kleur en vachtlengte hangen af van de plaats waar ze leven, maar toch kunnen zwarte en gele luipaardjongen van dezelfde moeder zijn. De vachttekening biedt het dier camouflage, zodat het gemakkelijk onopgemerkt kan blijven. De oren zijn zwart aan de achterzijde met een opvallende witte tekening in het midden.

Mannelijke luipaarden kunnen een kop-romplengte van 130 tot 190 centimeter meter lang bereiken. De staart is nog 60 tot 110 centimeter lang. Luipaarden worden 28 kilo tot 90 kilogram zwaar. De schouderhoogte van een luipaard is ongeveer 50 cm tot 60 cm. Vrouwtjes zijn kleiner dan mannetjes. Vrouwtjes hebben een kop-romplengte van 104 tot 140 centimeter en een lichaamsgewicht van 28 tot 60 kilogram (gemiddeld 50 kilogram), mannetjes een kop-romplengte van 130 tot 190 centimeter en een gewicht van 35 tot 90 kilogram (gemiddeld 60 kilogram).

TVS_1502

Zintuigen
De ogen van katachtigen werken goed overdag maar ook indien er weinig licht aanwezig is. Hierdoor kunnen ze ook ‘s nachts jagen. De pupillen zijn ellipsvormig.

Het reukvermogen van een luipaard is heel goed, zelfs beter dan bij de tijger.

Het gehoor is heel sterk: een luipaard kan heel hoge frequenties horen tot 100 kHz, ook als ze heel zacht zijn. De snorharen van een luipaard spelen ook een belangrijke rol. Ze veranderen van stand, afhankelijk van dingen die hij doet. Als hij loopt, staan ze zijdelings uitgespreid, bij het snuffelen staan ze langs de kop naar achteren en bij het aanvallen van een prooi staan ze naar voren gericht, waardoor hij op de goede plek kan toebijten.

Voedsel
De luipaard is ‘s nachts of in de schemering actief. Hij jaagt meestal ‘s avonds of ‘s nachts. Hij jaagt zelden overdag, omdat hij dan te veel opvalt. Overdag rust het dier meestal tussen struikgewas of in een boom.

De luipaard jaagt voornamelijk op middelgrote zoogdieren als antilopen, herten, knobbelzwijnen en andere varkens, geiten en bavianen, en op kleinere dieren zoals hazen, apen, klipdassen, knaagdieren (waaronder stekelvarkens), vogels, slangen, vissen en insecten, evenals struisvogels, jakhalzen en honden. Sommige luipaarden specialiseren zich in een bepaalde diersoort.

Als de luipaard een prooi denkt te hebben gevonden, bespringt hij de prooi als die op zijn schuilplaats zit. Hij besluipt eerst behendig en rustig de prooi; soms ligt het dier doodstil in een hinderlaag klaar om te springen, bijvoorbeeld in een boom. Afrikaanse luipaarden nemen hun prooi mee een boom in, waar ze die opeten. In een boom zijn ze meestal veilig voor andere roofdieren, als leeuwen en gevlekte hyena’s, die zijn prooi kunnen stelen.

TVS_1513

Leefwijze
Een goed verstopte luipaard in een natuurpark in Namibië.
De luipaard is geen groepsdier, maar leeft solitair. Er zou te weinig voedsel zijn als luipaarden het zouden moeten delen. Ze zoeken elkaar enkel op in de paartijd. De luipaard heeft een vast territorium, dat hij tegen soortgenoten verdedigt. Dit wordt gemarkeerd met urine of uitwerpselen, net als bij veel andere diersoorten. Ook worden krabsporen op bomen achtergelaten. Mannetjes hebben vaak grotere territoria dan vrouwtjes. Territoria overlappen regelmatig met de territoria van dieren van een ander geslacht, dieren van hetzelfde geslacht mijden elkaar. Als er plaatsen zijn waar veel prooien zijn, zijn de territoria kleiner; de territoria zijn groter met minder wild.

Voortplanting
Als het vrouwtje paringsbereid is, heeft haar urine een speciale geur die mannetjesluipaarden aantrekkelijk vinden. Na de paring bemoeien de mannetjes zich verder niet met het vrouwtje of de jongen. De draagtijd is 90 tot 112 dagen. De jongen komen ter wereld op een goed verborgen schuilplaats, zoals een grot, dicht struikgewas of een ondergronds hol, waar ze de eerste zes weken verborgen blijven. De jongen wegen bij de geboorte 430 gram tot 530 gram en zijn dan nog hulpeloos en klein. De ogen gaan na een week open. Het nest kan uit maximaal zes jongen bestaan, maar meestal overleven er maar twee. De jongen worden drie maanden lang gezoogd en blijven ongeveer anderhalf tot twee jaar bij hun moeder. Daarna zijn ze geslachtsrijp en zelfstandig. Pas na drie of vier jaar zijn ze helemaal volgroeid. De luipaard kan tot twintig jaar oud worden.

Bron: Wikipedia  Foto’s: T.V.S. Fotografie

Jonge ooievaars

_TVS6564 Ooievaars paar met 2 jonge

Ooievaars met jonkies, er zijn veel jonge Ooievaars geboren In het Safaripark Beekse Bergen, op verschillende plekken kun je ze bewonderen.

Met weinig vogels heeft de mens zo’n sterke band als met de ooievaar. Het is dan ook de enige grote en opvallende vogelsoort die al sinds mensenheugenis dorp, stad en veld met zijn aanwezigheid opfleurt, en bij voorkeur menselijke bouwsels als broedplaats verkiest. Volksverhalen over de ooievaar als brenger van geluk en nieuw leven maken duidelijk, dat het een graag geziene gast is. De oorspronkelijk in Nederland broedende ooievaars waren trekvogels, die van maart tot in september in ons land verbleven. Ze leefden vooral van muizen, regenwormen en grote insekten.

_TVS6730.1

En dit ooievaars paar heeft 3 jonge

De ooievaars uit het westen des lands overwinterden in de savanne van West-Afrika, die uit de noordelijke landsdelen vooral in Oostelijk Afrika, van Kenya tot in Zuid-Afrika. Midden jaren ’70 was de ooievaar zo goed als verdwenen uit Nederland. Voor Vogelbescherming Nederland was deze enorme afname de reden in 1969 een reddingsprogramma te starten, en met succes. In 2000 broedden er 396 paren in ons land en in 2007 waren er 600 paren. Vanuit de speciale ‘ooievaars-buitenstations’ weten ooievaars zich weer te redden en worden steeds minder afhankelijk van de buitenstations. De toekomst voor de ooievaar lijkt daarmee, althans voorlopig, veilig gesteld.

Het voedsel, dat bestaat uit kikkers, muizen, mollen en insecten, wordt vooral gezocht in weilanden en hooilanden. Hoe gevariëerder deze weilanden, hoe meer prooidieren er te vinden zijn, en dus hoe geschikter het gebied is voor de ooievaar. Oorspronkelijk broeden ooievaars in bomen in natte gebieden, maar deze broedplaatsen hebben ze al zeer lang geleden verruild voor menselijke bebouwing en broedgelegenheid op palen.

Bron: Vogelbescherming   Foto’s: T.V.S.Fotografie