Kuifmees

_TVS2330

Vanmorgen keek naar buiten en zag een Kuifmeesje eerst dacht ik dat het een Pimpelmees was maar die heeft geen bruine kleur, ze vloog wat dichterbij toen zag haar Kuifje dus vlug foto’s gemaakt

De kuifmees is een bijna endemische Europeaan: de verspreiding is vrijwel beperkt tot Europa. Dat komt niet veel voor in de vogelwereld. Net zomin als de prachtige nonchalante kuif, die bij opwinding zo mogelijk nóg verder wordt opgezet.

 

_TVS2325

Kuifmezen zijn nogal territoriale vogels die het gehele jaar in hun broedgebied verblijven. Alleen jonge vogels vormen in de winter zwervende groepjes. In het voorjaar zoeken ze alsnog een eigen territorium, waar ze de rest van hun leven zullen blijven.

 

_TVS2327

De kuifmees heeft misschien wat onverwachte vijanden: spechten zijn dol op mezeneieren en schromen niet een nestje kuifmezen op te peuzelen. Kuifmezen houden van bossen waarin dennen (Pinus-soorten) overheersen.De verspreiding van de kuifmees is vrijwel beperkt tot de Europese dennenbossen. Alleen in de Oeral komt de soort ook buiten Europa voor.
Kuifmezen zijn strikte standvogels, die ’s winters nog geen vleugellengte buiten het normale territorium komen.

Bron: www.vogelbescherming.nl

Foto’s: T.V.S.Fotografie

Moeder met vier jonge Cheetah

_TVS2104 Zondag was de Moeder Cheetah met haar vier jonge buiten, ze lagen alle vier op de moeder je kon ze niet goed zien van wegen hun schutkleur.

Tijdens de jacht rent een jachtluipaard ongeveer 65 km per uur, maar hij kan nóg harder lopen. Zelfs meer dan honderd km per uur. Hij nadert een prooi tot op dertig tot vijftig meter afstand. Dan achtervolgt hij zijn prooi met een korte sprint. Als hij z’n prooi na driehonderd meter lopen nog niet te pakken heeft, stopt hij ermee. Als hij wel zijn prooi heeft te pakken, is hij nog niet verzekerd van een rustige maaltijd. Andere roofdieren, zoals leeuwen en hyena’s, pikken een deel van de buit in. Daarom schrokt hij het vlees zo snel mogelijk op.

_TVS2109

Verschillende groepen
Een vrouwtje leeft een paar jaar samen met haar jongen. Als de jongen hun moeder verlaten, trekken de jongen nog een tijdje samen op. Oude vrouwtjes of vrouwtjes zonder jongen leven vaak alleen. Mannetjes leven alleen, met z’n tweeën of drieën. Samenlevende mannen zijn vaak broers.

_TVS2092

Leefgebied: Afrikaanse savanne, ten zuiden van de Sahara
Voeding: gazellen, impala’s, hazen, gnoekalveren en vogels
Leeftijd: Wordt zo’n 10 jaar oud, in gevangenschap tot 15 jaar
Gewicht: 40 tot 65 kilo Nakomelingen • 3 – 5 (soms zelfs 8)
Draagtijd: 90 tot 95 dagen

Bron: Safaripark Beekse Bergen
Foto’s: T.V.S.Fotografie

Slotje Limburg Oosterhout

2014-01-31_14.16.55 Dit slotje was van oorsprong een omgrachte hoeve die in 1454 tot slotje werd uitgebouwd door Peter de Hertog. Het is vernoemd naar het stadje Limbourg, hoofdstad van het Hertogdom Limburg, alwaar Peter de Hertog rentmeester was. Ook was hij schepen van Oosterhout.

2014-01-31_11.34.53

Na Peter’s dood in 1463 kwam het achtereenvolgens aan de geslachten Gijsels van Lier, Van Alkemade, Van Duivenvoorde, Coenen Zegenwerp, Oirtsen, Van der Hoeven, Van Loon, Heyliger en Brouwer.
Van 1875-1879 werd het slotje bewoond door de Zusters van het Magdalenenconvent, die gevlucht waren uit het toen Pruisische Czarnowąsy (Opper-Silezië) ten gevolge van de Kulturkampf. Hierna kwamen de Franse Redemptoristen, die toen uit Frankrijk waren verdreven vanwege de Seculariseringspolitiek. Vervolgens werd het slotje weer particulier bezit.

2014-01-31_14.16.33

Van 1902-1910 woonde er een Franse baron, ene R. de Denesvres de Domecy. Daarna woonde er mevrouw Brouwer Ancher, een telg uit het geslacht Van Oldenzeel tot Oldenzeel. Deze verkocht het slotje aan de gemeente Oosterhout.
Na een verbouwing fungeerde het van 1940-1980 als gemeentehuis. Vervolgens kwam er een architectenbureau in het slotje. Vanaf 24 november 2012 wordt het gebouw gebruikt als hoofdkantoor van de firma De Haan Minerale Oliën
2014-01-31_11.34.13

Het oudste deel van het Slotje Limburg ligt aan de Ridderstraat. Later kwamen er vleugels in westelijke en zuidelijke richting, die om een binnenplaats waren gelegen. In 1940 werd ook de binnenplaats onder een kap gebracht. Hoewel het gebouw veel van zijn oorspronkelijke karakter heeft verloren heeft het met zijn torentjes en omgrachting nog steeds een kasteelachtig karakter.  Bron: Wikipedia

2014-01-31_14.17.44 Foto’s T.V.S.Fotografie

Huismus

mus

De Huismussen zijn nu al vogelhuisjes aan het veroveren, de koolmezen krijgen dit jaar ook weer geen kans meer om er een te kraken,

Zelfs mensen die niets met vogels hebben, geven toe geschrokken te zijn van het nieuws dat de huismus hard achteruit gaat in Nederland. Huismussen horen zo bij het straatbeeld dat het zonder hen opeens opvallend steriel is. Nu is het niet zo dat de huismus opeens een bijzondere vogelsoort is geworden. Nog altijd kunnen huismussen op veel plaatsen worden aangetroffen. Hoewel huismussen typische zaadeters zijn, worden de jongen gevoerd met allerlei insecten, welke de noodzakelijke eiwitten voor de groei van de jongen leveren.

mus.1

Huismussen zoeken hun voedsel, dat voornamelijk uit bessen en zaden bestaat, op de grond. Daarbij hippen ze op een karakteristieke manier, als een stuiterende pingpongbal, in het rond. Huismussen stellen prijs op een rommelige menselijke omgeving, met struikgewas, schuren, weilanden met vee, gemorst graan en zo verder. Het nest wordt gemaakt in holten van bomen, in nestkasten, onderdakpannen en in gaten en kieren van gebouwen. Het slordige nest bestaat uit takjes, stro, veertjes en hondenharen.

Bron: vogelbescherming.nl

Foto’s T.V.S.Fotografie

Boomklever

_TVS1871

Boomklever

De boomklever komt weer elke dag zonnepitten halen en die verstopt hij stukje verder in een grote boom, hij is een voorraadje aan het aanleggen als het weer slechter gaat worden. De foto’s heb ik omgezet in olieverf.

Het opvallende, gedrongen lichaam en de kleur van het verenkleed zijn de belangrijkste kenmerken van de boomklever. In Nederland is de vogel met geen enkele andere soort te verwarren.

_TVS1888

Het voedsel bestaat voornamelijk uit insecten die de vogel zoekt door met de snavel in de boombast te hakken. Hierbij klimt de vogel als enige Nederlandse vogel ook met de kop naar beneden omlaag. Behalve insecten worden vooral in de winter ook noten en zaden gegeten. De vogel breekt noten soms open door ze in een spleet te klemmen en er met de snavel op te hakken. In het najaar legt de boomklever een ruime wintervoorraad van zaden en noten aan.

Het nest van de boomklever wordt bijna altijd in een boomholte gebouwd. Hierbij maakt de vogel de grootte van de ingang precies op maat, te kleine openingen worden groter gehakt, terwijl te grote openingen gedeeltelijk dichtgemetseld worden met een mengsel van modder en speeksel.

Bron: vogelvisie.nl

Foto’s: T.V.S.Fotografie

Zwavelkopjes

_TVS9749

Zwavelkopjes kom je regelmatig tegen in het bos, deze zijn Volwassen Zwavelkopjes.

Beschrijving
Hoed gewelfd, Ø 2-7 cm, helder zwavelgeel, met een oranjebruin centrum, de rand vaak met bleekgele tot bruine velumresten.
Lamellen citroengeel-groenig tot vuil grijsgroen.
Steel 4-10 cm x 5-10 mm, gebogen, zwavelgeel, met een zwakke, door de sporen purperbruin verkleurende ringzone en een bruine steelbasis. Vlees zwavelgeel. Smaak zeer bitter. Geur zwammig.
Giftig.

Voorkomen
In bundels of groepen op dood hout (houtsnippers) van loof- en naaldbomen in bossen en plantsoenen. Voorjaar-herfst.
Saprofiet.

_TVS9750

Status
Algemeen.

Verwante en/of gelijkende soorten
Psilocybe capnoides

Extra informatie
Hoewel de Gewone zwavelkop in vroeger tijden in de Zwitserse huisapotheek gold als een probaat middel tegen reumatische klachten en gonorroe, geeft hij maag- en darmbezwaren en kan hij zelfs de lever beschadigen.

Bron: Soortenbank.nl

Foto’s T.V.S. Fotografie

Muurwesp

013_01.1000

Toen ik de foto van dichterbij bekeek zag ik dat de Muurwesp ook wel  Metselwesp genoemd een rups tussen haar pootjes had, alleen de vrouwtjes vangen rupsen.

De muurwesp zie je vaak zitten als je in de celletjes kijkt. Hij kijkt je dan recht in je gezicht, terwijl hij in zijn celletje de wacht houdt. Muurwespen zijn net als de gewone wespen geel met zwart gekleurd, maar ze leven heel anders. Ze jagen op rupsen en steken deze met hun angel zodat ze verdoofd worden. Dan nemen ze de rups mee en stoppen hem in een van de celletjes van het houtblok. Daar bovenop leggen ze dan een eitje. Op die manier krijgt de larve van zijn moeder een verse prooi want de rups is verdoofd maar niet dood! Is het eitje gelegd en zijn er voor de baby voldoende grote rupsen verzameld dan metselt de muurwesp de babykamer dicht met een soort cement dat ze zelf maakt van spuug en klei en zand.

011_01.1000

Zulke wespen worden daarom ook wel metselwespen genoemd, net zo als we ook metselbijen kennen. Ze verzamelen de klei door die met hun scherpe kaken van de bodem los te schrapen en het als een propje samen te ballen. Dan nemen ze de hele kluit tussen de kaken en vliegen er ‘met de mond vol’ mee weg. Dat aanslepen van al die klei is een heel karwei, en soms zie je dan ook dat er hele slimme maar niet zo eerlijke wespen zijn (bijv. de slanke, volledige zwarte spinnendoders) die de klei van vlakbij van de afgesloten celletjes van andere wespen of bijen stelen. Zijn zij net klaar met al dat gezwoeg met klei, dan maken de anderen [hun buren] hun celletjes weer open door er de klei weer weg te schrapen! Muurwespen worden ook wel graafwespen genoemd omdat ze hun huisjes niet alleen in muren, houtblokken en rietstengels maken, maar ook in de grond. Naast hen zijn er ook nog andere graafwespen. Hun namen vertellen je vaak direct waar zij op jagen. Zo zijn er spinnendoders, vliegendoders, rupsendoders en cicadenvangers.

Ook van deze soorten komen er verschillende op de tuin en in de wespen­flat voor. Ze verdoven hun prooi met de angel, tillen hem dan op met de poten en dragen hem onder de buik terwijl ze naar het nest vliegen. Sommige dragen de prooi zelfs aan hun angel achter zich aan. Net autootjes met aanhangwagens! De soorten die op kleine prooien jagen stoppen daarvan verschillende in elke babykamer, terwijl weer andere zulke grote prooien vangen (vaak veel groter dan ze zelf zijn) dat één vangst voldoende vlees is voor elke wespenbaby.

Bron: Gemeente Groningen.nl/natuuronderwijs

Foto’s T.V.S. Fotografie

Ree in de Gaas

herfstbos.3

Een paar jaar geleden een Ree gefotografeerd in het bos de Gaas, vandaag toevallig tegengekomen in mijn fotoarchief, Helaas heb ik toen maar een foto kunnen maken.

REEËN BIJNA OVERAL IN NEDERLAND VOORKOMEN?

Aan de rand van dorpen en steden, vanuit de trein of de auto in de Flevopolder, zelfs op Ameland en Terschelling; reeën leven bijna overal in Nederland. De kans op een ontmoeting mede deze publiekslieveling is groot. Dat is wel eens anders geweest. Rond 1875 leefde het ree alleen op de Veluwe en in Limburg. Bosaanleg zorgde ervoor dat het aantal reeën toenam. Nu er steeds meer ecoducten zijn, kunnen reeën zich nog makkelijker verplaatsen.

Reeën de ruimte nodig hebben?

Het territorium van een volwassen reebok is ongeveer 5-30 hectare groot. Tijdens de bronst leggen de bokken grote afstanden af om bij reegeiten te komen. ’s Winters is voldoende bewegingsruimte zelfs van levensbelang om voedsel te vinden. Natuurmonumenten is daarom voorstander en voorvechter van ecoducten op de Veluwe. Ecoducten zorgen er voor dat dieren zich over grotere afstanden kunnen verplaatsen. In de bronst hebben reebokken een eigen territorium die ze verdedigen, over het algemeen blijven ze in hun gebied maar jonge bokken verplaatsen zich wel om ook een territorium te kunnen veroveren.

Reeën met elkaar fiepen?

Mensen praten. Reeën fiepen. Fiepen is het geluid waarmee reeën onderling communiceren. Mensen die dit geluid goed nabootsen, kunnen reeën lokken. Dat doen ze met de fiep, een instrument dat is gemaakt om mee te fiepen. Vergis je niet: fiepen is een kunst. Wie goed wil leren fiepen moet heel wat jaren oefenen.  Alleen de geit fiept, of met haar kalf of om een bok te lokken in de bronsttijd. Bij onraad blaffen zowel bokken als geiten.

Reeën zorgen voor natuurlijke variatie?

Reeën en andere hoefdieren noemen we grote grazers. Ze hebben voorkeur voor een gevarieerd menu. Om aan voedsel te komen trekken ze rond en laten via vacht en uitwerpselen overal zaden achter. Zo zorgen ze voor variatie in de vegetatie en lage en hoge bomen en struiken en zelfs voor kale plekken. Vogels, zoogdieren en insecten profiteren van grote grazers, die hun leefgebied aantrekkelijker maken. Ook als een ree of edelhert dood gaat. Aaseters zoals de raaf, wouw, vos en das weten er net als insecten wel raad mee.

Bron: Natuurmonumenten.nl

Foto: T.V.S.Fotografie

Gele Trilzwammen

_TVS1451

Heel het najaar gezocht naar Gele Trilzwammen, en vlakbij ons huis toch nog gevonden 2 weken geleden.

De gele trilzwam is het gehele jaar door te vinden op takken van loofbomen en struiken. De soort komt algemeen voor. De soort is zeldzaam in België en algemeen in Nederland[.

_TVS1472

Eigenschappen

Het vruchtlichaam heeft een doorsnede van 1,5 tot 5 à 10 cm en is onregelmatig hersenachtig geplooid. Het is opvallend geel of oranjegeel. In droge toestand verandert de substantie van geleiachtig tot kraakbeenachtig taai en ook donkerder van kleur.

_TVS1484

Bron: Wikipedia

Foto’s: T.V.S Fotografie

Grote bonte Specht en de Koolmees

Eerste kerstdag was het druk met vogels voor de pinda’s en vetbollen, de Grote bonte Specht en de Koolmees ieder aan een eigen voederbal, het duurde wel even voordat de Grote bonte Specht het aandurfde, dus was het voor de vogels ook vrede op Aarde.

_TVS1555

 

Grote bonte Specht

De grote bonte specht is aangepast op een leven in de bomen. De tenen zijn zo geplaatst dat de vogel gemakkelijk verticaal kan klimmen. De staart is stevig en wordt tijdens het klimmen als ondersteuning gebruikt. De stevige, scherpe snavel van de grote bonte specht wordt door de vogel onder andere gebruikt om een nestholte uit te hakken, om voedsel te zoeken en om contact te maken met soortgenoten. Het voedsel wordt voornamelijk gevonden op stammen en takken van bomen, waarbij de snavel gebruikt wordt om insecten en kleine diertjes uit het hout te lokken.

_TVS1560

Koolmees

De koolmees is één van de meest voorkomende en meest opvallende vogels die in Nederland voorkomen. De vogel is dan ook één van de bekendste Nederlandse vogels, mede omdat de vogel niet schuw is en in de winter regelmatig op voedertafels aan te treffen is. Het mannetje is van het vrouwtje te onderscheiden doordat de zwarte streep op de buik veel breder is. De zang van de koolmees is erg variabel, maar vaak is een herkenbaar titituu of tituu te horen.

De koolmees is een holenbroeder en broedt onder andere in boomholten en nestkasten. Vanwege de korte levensduur van de koolmees worden er per broedsel veel eieren gelegd. Hoewel in sommige jaren met meerdere broedsels begonnen wordt, brengt de koolmees ieder jaar slechts één nest jongen groot. Koolmezen laten soms een nest met eieren of zelfs jonge vogels in de steek, om onder betere omstandigheden op een andere plek opnieuw te beginnen.

_TVS1562

Dagpauwoog in de maand december

DSC_0107

Op 19 december 2013 nog een Dagpauwoog gered, ze zat op een stoep naast de kliko’s, ik denk dat ze onder een kliko heeft gezeten om te overwinteren, ik heb ze op een stenen muur gezet, daarna kroop ze tussen de stenen verder om te overwinteren….

De dagpauwoog (Aglais io, vroeger: Inachis io) is een middelgrote dagvlinder uit de familie Nymphalidae en de onderfamilie aurelia’s (Nymphalinae).

De dagpauwoog is een van de bontst gekleurde en bekendste soorten vlinders in Europa. De soort komt binnen Europa algemeen voor in de gematigde zones en ontbreekt in het uiterste noorden en zuiden. Ook in de gematigde gebieden vanAzië vinden we de soort tot in Japan. Het grote verspreidingsgebied is onder meer te verklaren doordat de belangrijkste voedselplant, de brandnetel, zoveel voorkomt. In België en Nederland is de dagpauwoog overal algemeen.

De dagpauwoog is hier niet te verwarren met andere vlinders vanwege de grootte, de oranjerode vleugels en de karakteristieke oogvlek op de bovenzijde van iedere vleugel. De onderzijde is juist goed gecamoufleerd door donkerbruine kleuren en donkere strepen.

De dagpauwoog is goed onderzocht waardoor er veel bekend is over de levenswijze, de voortplanting en de ontwikkeling van de vlinder. Het is een van de soorten die als volwassen vlinder overwintert en ’s winters kan worden aangetroffen in huizen.

Bron: Wikipedia

Foto: T.V.S. Fotografie

Grote bonte specht en de Boomklever

TVS9987-kopie

 

De Grote bonte specht

De grote bonte specht is de drummer van het bos; zowel mannetje als vrouwtje roffelen op takken om territorium en paarband te versterken. Grote bonte spechten hakken een nestholte uit in bomen, waarbij de voorkeur, begrijpelijk, uitgaat naar zachte houtsoorten. Berken zijn favoriet, maar andere boomsoorten worden ook gebruikt om een holte met rond gat in uit te hakken. Een specht krijgt daarbij geen hoofdpijn doordat de hersenen in een soort schokdempers zijn ingekleed. In de nestholte worden de eieren gewoon op het hout gelegd; de grote bonte specht maakt geen comfortabel nest voor de jongen. Loof- en gemengde bossen met een diverse opbouw (jonge en oude bomen, dicht en open bos) is favoriet. Het nest wordt uitgehakt in een wat zachtere boomsoort, vanaf enkele meters hoogte aan te treffen.

De Boomklever

De boomklever dankt zijn naam aan het vermogen bomen zowel omhoog als omlaag te beklimmen, waardoor de vogel als het ware lijkt te kleven aan de stam, zonder te vallen. Boomklevers zijn holenbroeders en staan erom bekend de opening van hun broedholte te verkleinen door te ‘metselen’ met modder. Deze metseldrang is vaak zo sterk, dat ook wanneer het gat al de juiste grootte heeft, er in de omgeving toch nog een metselwerk gemaakt wordt. Boomklevers die in nestkasten broeden maken bijvoorbeeld een versterkt dakoverstek boven de invliegopening.

Soortenrijke bossen met loofbomen, het liefst oude eiken, en enkele open plekken zijn uitstekend geschikt voor de boomklever. De soort is gebonden aan het voorkomen van spechten, welke de broedholten uithakken waarvan de boomklever gebruik maakt. Het voedsel van de boomklever wordt gezocht door nauwkeurig de schors van bomen te inspecteren op insecten. Ook zaden en noten worden gegeten; boomklevers kunnen dan ook gezien worden terwijl ze verwoed inhakken op een met de poten vastgehouden vrucht.

Bron: www.vogelbescherming.nl

Foto: T.V.S. Fotografie

Nephrotoma Pratenis de Langpoot mug

001.1-3

De Nephrotoma Pratenis is familie van de langpoot mug en lijkt op een Tijgerlangpoot mug,

Langpootmuggen zijn schemeractief en nachtactief en worden dan aangetrokken door licht. Ze houden zich overdag vaak op in planten. De larven zijn vraatzuchtig maar de volwassen langpootmuggen eten niet of alleen een beetje nectar en leven maar enkele dagen om te paren. Langpootmuggen zijn slechte vliegers die een zigzaggende vlucht hebben. Net als andere vliegen en muggen hebben ze slechts één paar vleugels, het achterste paar is omgevormd tot halterachtige structuren.

In Nederland en België zijn met name soorten uit het geslacht Tipula algemeen. De koollangpootmug (Tipula oleracea) vliegt van april tot juni en een tweede generatie van augustus tot oktober. De moeraslangpootmug (Tipula paludosa) vliegt alleen in augustus en september en Tipula czizeki is alleen in oktober en november bovengronds te zien. De reuzenlangpootmug (Tipula maxima) is een wat grotere soort.

Uiterlijke kenmerken

De meeste langpootmuggen hebben een onopvallend uiterlijk om geen aandacht van vijanden te trekken. Sommige langpootmuggen zoals de helemaal onderaan afgebeelde Ctenophora ornata hebben een afwijkend uiterlijk door felle kleuren of afwijkende lichaamsuitsteeksels, in dit geval imiteert de mug een papierwesp.

Langpootmuggen hebben kleine, kraalachtige ogen die donker van kleur zijn en weinig opvallen. Wat des te meer opvalt zijn de uitstekende monddelen die wat aan een zuigsnuit doen denken zoals deze voorkomt bij andere insecten zoals dewantsen. Langpootmuggen kunnen hier echter niet mee bijten of prikken, de kaken zijn gereduceerd. Bij een aantal soorten kunnen de volwassen exemplaren helemaal niet meer eten; al de energie die ze nodig hebben om zich voort te planten is als larve bij elkaar gegeten.

Langpootmuggen hebben zeer lange poten. Ze kunnen de poten makkelijk af laten breken als deze worden vastgepakt, dit wordt wel autotomie genoemd. Omdat een langpootmug met poten en vleugels niet meer vervelt, groeien deze nooit meer aan.

001-25

Zoals alle tweevleugeligen, waartoe de vliegen en muggen behoren, zijn de achtervleugels veranderd in knots-vormige haltertjes. De gedegenereerde achtervleugels hebben een functie die te vergelijken is met een gyroscoop. De tweevliegvleugels staan bij een aantal soorten gespreid, waardoor de halters duidelijk zichtbaar zijn. Er zijn echter ook soorten, zoals de tijgerlangpootmug, die de vleugels op de rug vouwen. Langpootmuggen zijn slechte vliegers en zijn ondanks hun zeer onregelmatige, op- en neergaande vlucht makkelijk uit de lucht te plukken. Belangrijke vijanden van langpootmuggen zijn vogels en spinnen.

Het achterlijf is lang en rond en duidelijk gesegmenteerd. Vrouwtjes en mannetjes zijn bij de langpootmuggen eenvoudig uit elkaar te houden. De vrouwtjes zijn groter en als ze eieren dragen ook aanmerkelijk dikker en zwaarder. Het belangrijkste verschil zit in de achterlijfspunt, bij de mannetjes zijn de hier aanwezige geslachtsorganen onopvallend maar bij de vrouwtjes draagt het achterlijf een stekelachtige structuur. Dit orgaan wordt de ovipositor of legbuis genoemd en dient om de eitjes af te zetten op enige diepte in de bodem. De legbuis wordt dus niet gebruikt om te steken, zoals het geval is bij andere insecten zoals wespen.

 

De leeuwenwelpen in het Safaripark Beekse Bergen

_TVS0776

De leeuwenwelpen in het Safaripark Beekse Bergen

Op vrijdag 26 oktober 2012 zijn de 4 leeuwenwelpen geboren in het safaripark 2 vrouwtjes en 2 mannetjes. De trotse vader en moeder zijn Cesar (overgekomen vanuit een Franse dierentuin) en Arlen. Beide leeuwen zitten vlakbij het Kongo-restaurant.

Een jaar verder: zijn ze inmiddels flink gegroeid, je kunt nu goed het verschil zien tussen de mannetjes en vrouwtjes.

Aan het begin van onze jaartelling kwamen leeuwen voor in heel Afrika, een groot gedeelte van Azië en zelfs in Europa. Toen waren er negen ondersoorten leeuwen, die van elkaar verschilden in grootte en beharing. Inmiddels zijn er drie ondersoorten uitgestorven en worden er vier met uitsterven bedreigd.

_TVS0780

Pantera leo

Leefgebied: Afrikaanse savanne
Voedsel: Eet vlees
Leeftijd: In het wild tot 12 jaar oud, in dierenparken tot 20 jaar
Gewicht: Weegt tot 200 kilo
Jongen: Krijgt 2 tot 4 jongen, na een draagtijd van 3,5 maand.

Bokshelm

Alleen mannelijke leeuwen hebben manen. Die beginnen te groeien als de leeuw zo’n anderhalf jaar oud is. Na een jaar of vier zijn ze helemaal uitgegroeid. Als de leeuw ouder wordt, worden zijn manen steeds donkerder. De lange manen doen dan dienst als ‘bokshelm’ en beschermen tegen de klappen, die ze elkaar uitdelen als ze vechten voor een groep vrouwen.

Kort maar krachtig. Een leeuwenman mag in zijn sterkste leeftijd, als hij geluk heeft, een tijdje de ‘leider’ zijn van een troep. Maar als hij ouder wordt, komt er al weer een jonger en sterker mannetje die hem van de troon stoot.

Bron: www.Safaripark.nl

Foto: T.V.S. Fotografie