Gewone Zwavelkopjes

De gewone zwavelkop (Hypholoma fasciculare, synoniem Psilocybe fascicularis) of het dwergzwavelkopje is een giftige paddenstoel die tot de familie Strophariaceae behoort.

De kleur van de gewone zwavelkop is zwavelgeel met oranjebruin centrum en vaak met bleekgele tot donkerbruine vlies stukjes (velumresten) aan de rand. De plaatjes die aan de onderkant van de hoed zitten zijn geelgroenig en bij het ouder worden donkerbruin. De tot 10 cm lange en nauwelijks 1 cm brede steel van de paddenstoel is zwavelgeel met een zwakke ringzone en aan de voet oranjebruin. De hoed heeft een doorsnede van 2-6 cm. De sporen zijn purperbruin van kleur.

De paddenstoel is in Nederland zeer algemeen en groeit in dichte groepen aan de voet van loof- of naaldbomen in bossen of plantsoenen

De gewone zwavelkop smaakt zeer bitter en is zeer giftig.

Bron: Wikipeda  foto: Tonnie Verheijden

Share

Levendebarende Hagedis

Levendebarende Hagedis
Vanmorgen gefotografeerd in de Gaas, Dit is de reden waarom de Mountainbike route niet over en langs de Heide in De Gaas mag gaan lopen. ik had een bezwaarschrift ingediend samen met een Ecoloog die gespecialiseerd is in beschermde Levendbarende Hagedissen maar helaas kon hij op die dag mee meegaan naar de hoorzitting, ik was heel blij dat mijn Buurvrouw met mij mee ging, zij is ook zo geïnterneerd in de natuur en waar ook de levendbarend hagedisjes zomers in haar tuin aanwezig zijn. maar helaas trekt de gemeente zich hier helemaal niets van aan. in de Witbrant West wonen zoveel mensen ik heb nergens respons op gekregen niet op de vermeldingen op Facebook of op het bericht in het Reeshofjournaal om samen iets te onder nemen met een Petitie voor bezwaar met handtekening, niet alleen de dieren en vogels hebben hier last van maar ook de wandelaars met of zonder hond en de spelende kinderen.

Foto: Tonnie Verheijden

Share

Gewone Oeverlibel

De gewone oeverlibel (Orthetrum cancellatum) is een echte libel uit de familie van de korenbouten (Libellulidae). Het is de grootste en meest algemene oeverlibel in Nederland.

De gewone oeverlibel heeft een pijlvormig achterlijf: het begint breed, eindigt in een punt en heeft rechte zijkanten. Het gezicht is geel tot bruin. De pterostigmata zijn zwart. Uitgekleurde mannetjes hebben een blauwberijpt achterlijf met een duidelijke zwarte punt. Aan de buitenranden van de segmenten staan gele streepjes, die bij oude mannetjes verdwijnen onder nog meer blauwe berijping. Het borststuk is bruin, zonder blauwe berijping. Jonge mannetjes die nog geen berijping op het achterlijf hebben, zien eruit als vrouwtjes: de grondkleur van het lichaam (zowel achterlijf als borststuk en gezicht) is geel. Op de bovenkant van het achterlijf lopen twee dikke zwarte lengtestrepen.
De lichaamslengte van volwassen dieren ligt tussen 44 en 50 millimeter en de spanwijdte is 70 tot 80 mm; de larve is 19-29 mm lang.

De vliegtijd van de gewone oeverlibel is van begin mei tot eind september, met de hoogste aantallen in juni, juli en de eerste helft van augustus.

De eieren vallen bij het afzetten afzonderlijk in het water en kleven door de omgevende gellaag direct aan voorwerpen in het water. De eieren zijn klein (0,50 x 0,35 mm), ovaalrond en bruin van kleur. De larven leven in de modder of tussen plantenresten op de bodem en overwinteren twee of drie keer. Uitsluipen gebeurt van begin mei tot half augustus, met een piek van half juni tot eind juli. Jonge oeverlibellen kunnen ver van het water wegvliegen en zijn op allerlei plaatsen te vinden, vaak zittend op kale grond of in korte vegetatie. Hier jagen ze tot ze geslachtsrijp zijn en naar het water terugkeren. Geslachtsrijpe mannetjes houden de wacht vanaf warme zitplaatsen langs de waterkant, zoals kale stukken grond, stenen of boomstronken. Vanaf deze zitplaatsen maken ze vluchten laag over het water, waarbij andere mannetjes worden verjaagd en vrouwtjes worden gegrepen voor de paring. Het vrouwtje zet haar eitjes af door vliegend met de achterlijfspunt op het wateroppervlak te tikken. Het mannetje vliegt meestal dicht bij haar in de buurt, om concurrenten te verjagen. De paring vindt ook weleens op de grond plaats.

Bron:Wikipedia  Foto: Tonnie Verheijden

Share

Schaapskudde in de Witbrant de Gaas

Schaapskudde in de Witbrant De Gaas,
Bart van Ekkendonk komt in week 23 naar de Heide in De Gaas met 250 Schapen en 3 Border Collies, de exacte dag wordt nog bekend gemaakt.
Altijd leuk om een bezoekje te brengen bij de Herder met zijn Schapen en een praatje te maken of wat vragen stellen over de Schapen
Heel veel bezoekers kwamen vorig jaar ook kijken of een praatje maken met de Herders, sommige bezoekers wilde graag alles weten over een schaapskudde en stelde vele vragen aan Bart van Ekkendonk en altijd wordt alles heel duidelijk uitgelegd
We hopen dat Bart van Ekkendonk elk jaar weer terug mag komen met zijn Schapen om de Heide weer te laten begrazen.
 
Het hoeden van schapen was van oorsprong een rendabele manier om van de verder onbruikbare woeste gronden te profiteren. 
 
De kudde bevatte vroeger dieren van verschillende eigenaren. De kuddes verbleven ‘s nachts in een als potstal uitgevoerde schaapskooi
Zo verzamelde men de kostbare mest die na verloop van tijd werd verspreid over de essen.
De tegenwoordige kuddes zijn bedoeld om heidevelden of andere vegetatie, zoals de bloem dijken te beheren. 
Naast gesubsidieerde schaapskuddes kent Nederland ook nog commerciële schepers. 
Deze schaapherders verhuren zich met kudde periodiek aan verschillende opdrachtgevers voor het begrazen van natuurgebieden, dijken of bijvoorbeeld militaire oefenterreinen.
 
Tonnie Verheijden     foto Tonnie Verheijden
Share

Landkaartje

Vandaag een landkaartje tegengekomen ik was eigelijk op zoek naar Oranje tipjes op Pinksterbloemen in de Witbrant.
Ook blij met het Landkaartje zat op een stronk van een Berk op de Heide

Half april-eind juni en begin juli-half september in twee generaties. De vlinders zoeken vooral ‘s morgens en laat in de middag naar nectar. De mannetjes verdedigen een territorium of maken patrouillevluchten langs een bosrand; in de middag scholen de mannetjes vaak samen bij een opvallende struik.

Voorvleugellengte: voorjaarsgeneratie 16-18 mm, zomergeneratie 17-21 mm. Vlinders van de voorjaarsgeneratie en de zomergeneratie verschillen sterk van elkaar, maar de onderkant van de vleugels vertoont altijd een karakteristiek landkaartpatroon. Bij vlinders van de voorjaarsgeneratie is de bovenkant van de vleugels oranjebruin met een zwart vlekkenpatroon, waardoor de vlinder enigszins doet denken aan een parelmoervlinder. De vlinders van de zomergeneratie hebben zwarte bovenvleugels met langs de achterrand een oranjerode gevlekte band en over het midden van de vleugel een witte band.

Bron www.vlinderstichting.nl  Foto Tonnie Verheijden

 

 

Share