Echte Tonderzwammen

Deze echte Tonderzwam lijkt op een paardenhoef.

Het vruchtlichaam van de echte tonderzwam is meerjarig. Het kan consolevormig zijn,maar in de meeste gevallen is het klok- of koepelvormig en hooggewelfd, waarbij een groot deel van de onderste helft vrij van het substraat hangt. De paddenstoel kan in de loop der tijd een afmeting bereiken van 10 tot 30 bij 5 tot 20 centimeter, met een dikte van 10 tot 25 centimeter. De bovenzijde is sterk gewelfd en bedekt met een harde korst van een à twee millimeter dik. Wanneer deze in aanraking komt met vuur, zal het niet smelten als bij de meeste paddenstoelen, maar verkolen. Hierdoor is de zwam erg vuurbestendig.

En deze echte Tonderzwam lijkt op een slak

Het oppervlak van de korst is bedekt met brede, concentrische ringen die de paddenstoel een gestreept uiterlijk geeft. De kleuren van de echte tonderzwam kunnen sterk uiteenlopen, van zilvergrijs, rood- of donkerbruin tot bijna zwart. Aanvankelijk werden zeer donkere paddenstoelen zelfs aangezien als een aparte soort, Fomes nigricans genaamd.[4] Ter hoogte van de stompe, viltige groeirand onderaan is de paddenstoel doorgaans lichter gekleurd in de groeiperiode.

Bron Wikipedia Foto’s Tonnie Verheijden

Share

kuifmezen

Vandaag weer bezoek gekregen van de Kuifmezen samen met veel Koolmezen en Pimpelmezen.

De kuifmees is 10,5 tot 12 cm lang, even lang als de pimpelmees. Hij heeft een opvallende kuif die fijn zwart-wit getekend is en een zwart-witte tekening op het gezicht. De kuif kan plat over de kruin gelegd worden. Het verenkleed is aan de bovenzijde grijsbruin en de onderzijde is vuilwit en wat geelachtig aan de flanken. De voorkop is wit met een gebogen zwarte oogstreep. Verder heeft het dier een zwarte halsband, een donkere snavel en donkerbruine poten.

Voortplanting
Het nest wordt gebouwd in een holte. Het legsel bestaat uit vijf tot acht witte eieren met vrij grote, kastanjebruine vlekken, die alleen door het wijfje worden bebroed. Er wordt tweemaal per jaar gebroed.

Zijn voedsel bestaat in de zomer uit insecten, insectenlarven, spinnen en andere kleine diertjes. In het najaar en de winter eet hij vooral zaden van naaldbomen. De kuifmees nestelt in zelfgemaakte holen in vermolmd of heel zacht hout.

Bron: Wikipedia  Foto: Tonnie Verheijden

Share

Staartmeesjes

De staartmeesjes zijn weer in de omgeving van de Gaas op zoek naar voedsel.

Een volwassen staartmees heeft een totale lengte van 13 tot 16 centimeter, inclusief de lange, smalle staart van 6 tot 10 centimeter. De vleugelspanwijdte is 16 tot 19 centimeter, wat relatief klein is voor een zangvogel. Hij heeft een rond lichaam, een korte, stompe snavel en lange, slanke poten. De donkere ogen zijn bij sommige vogels omrand met een felgekleurde oogring.

Staartmezen leven doorgaans in groepen met een hechte sociale structuur. De grenzen van hun voedselterritorium wordt door de groep verdedigd tegen soortgenoten. Buiten het broedseizoen vormen staartmezen groepen van drie tot zestig vogels.

De staartmees voedt zich voornamelijk met insecten en andere ongewervelde dieren. Hij is erg actief tijdens het foerageren en hangt vaak ondersteboven aan twijgen om bij zijn prooi te kunnen komen. Soms hangt de staartmees aan één poot om met het andere verder te kunnen reiken. Het is niet bekend of ze voedsel opslaan

Staartmezen in een kolonie houden contact met elkaar door zachte klikgeluiden en korte trillers, zoals een hoog herhaald tzie-tzie en een scherp tsierr. Het lied bestaat uit een verzameling van diverse contactgeluiden.

Bron Wikipedia Foto Tonnie Verheijden

Share

Gewoon eekhoorntjesbrood

Gewoon eekhoorntjesbrood (Boletus edulis) is een algemeen voorkomende eetbare paddenstoel die behoort tot de familie Boletaceae.

Meestal wordt met de Nederlandse naam de ondersoort Boletus edulis susbp. edulis bedoeld. Het is een uitgesproken consumptiepaddenstoel die, ook in gedroogde vorm, onder andere in fondue verwerkt wordt. In de Alpenzijn deze boleten in gedroogde vorm veelgevraagd en duur. In de Italiaanse keuken heten ze porcini, ook in Nederlandstalige recepten wordt die naam veel gebruikt.

De hoed van gewoon eekhoorntjesbrood heeft een licht- tot donkerbruine, vaak ook enigszins geel en rood getinte kleur. Hij kan tot 30 cm groot worden en is in vochtige toestand wat plakkerig. Aan de onderzijde is een sponzig aandoend stelsel van fijne buisjes zichtbaar dat eerst wit en later geel is. De witachtige tot bruin aangelopen steel wordt niet langer dan 25 cm en vertoont een licht netwerk aan het bovenste gedeelte.

De soort komt met een aantal nauwe verwanten overal in Europa en Noord-Amerika langs lanen en in loof- en dennenbossen voor. In de Lage Landen is de groeitijd van juli tot en met november. Er bestaat een symbiotische relatie door middel van mycorrhiza met de inlandse eik en Amerikaanse eik. Ook in aanplant van dennen in andere werelddelen, bijvoorbeeld in Hogsback in Zuid-Afrika, wordt hij gevonden. Gewoon eekhoorntjesbrood wordt soms met de oneetbare maar niet giftige bittere boleet (Tylopilus felleus) verward.

Bron: Wikipedia  Foto: Tonnie Verheijden

Share

De Kolibrievlinder

De Kolibrievlinder is te herkennen aan de grijze tot bruine voorvleugels met twee van elkaar af gelegen donkerbruine, dunne en enigszins grillige strepen aan de bovenzijde. De achtervleugels hebben een oranje kleur aan de bovenzijde. De spanwijdte (of vlucht) van de vleugels is ongeveer 5 centimeter.

De Kolibrievlinder komt voor in Zuid-Europa en Noord-Afrika. Het is een zeer snelle soort, de kolibrievlinder is een van de bekendste trekvlinders. In de zomer vliegen grote aantallen kolibrievlinders naar het noorden en westen van Europa en ‘s winters trekken de vlinders naar zuidelijkere delen van Afrika. De vlinder wordt jaarlijks ook in België en Nederland aangetroffen. Het verspreidingsgebied van de soort strekt zich uit tot in noordelijk Scandinavië. De vlinder wordt beschouwd als een algemeen voorkomende en talrijke soort die niet wordt bedreigd.

De Kolibrievlinder beschikt over een lange tong en is in staat om stil te hangen in de lucht bij een bloem tijdens het opzuigen van nectar. Omdat de vlinder hierdoor doet denken aan een kolibrie heeft de soort de Nederlandstalige naam kolibrievlinder gekregen. In de Nederlandse taal wordt de kolibrievlinder ook wel meekrapvlinder, onrustvlinder of onrust genoemd. De naam meekrapvlinder slaat op de plant waarvan de meeste rupsen leven; meekrap. De naam onrustvlinder is te danken aan het zeer snelle vlieggedrag.

Bron: Wikipedia Foto: Tonnie Verheijden

Share