Buizerd

buizerd

 

Een Buizerd heeft een territorium bij ons Huis toegeëigend, heel mooi om te zien hoe de Buizerd op een paal toezicht houdt over het grasveld en in het gras zit te kijken naar muizengaatjes.

De roep van de buizerd klinkt als een gerekt klagend gemiauw. Wanneer men een nest nadert, beginnen de buizerds opgewonden en miauwend boven de boomkruinen te vliegen. Dit gedrag heet in vogelaarstaal ‘alarmeren’.

TVS_4095

Bij buizerds bestaat een grote kleurvariatie, er zijn erg donker gekleurde exemplaren terwijl er ook zijn met een bijna witte onderkant. Het bovengedeelte is effen, terwijl aan de onderkant verschillende dwarsbanden getekend zijn. De staart van een volwassen buizerd heeft naast de donkere eindband nog 8-10 smalle donkere dwarsbanden. De spanwijdte van de vleugels is ongeveer 113 tot 128 cm. De totale lengte van kop tot staart is ongeveer 51 tot 57 centimeter.

TVS_4088

Door de typische vlucht is de vogel gemakkelijk te herkennen; enkele vleugelslagen, kort zweven en dan weer een paar slagen. De buizerd is een uitgesproken langzame vlieger met zijn brede vleugels en de korte, brede staart. Vaak kan worden waargenomen dat een buizerd door een of meer kraaien, die in zekere zin zijn voedselconcurrenten zijn, wordt weggejaagd. De buizerd maakt ook graag gebruik van de thermiek. Op een mooie voorjaarsdag zijn vaak groepen buizerds te zien die zweven in de opstijgende warme lucht in een thermiekbel.

Een cirkelende buizerd is te herkennen aan de lange en brede vleugels en aan de relatief korte, breed gespreide staart. Mannetjes en vrouwtjes zijn alleen naast elkaar, bijvoorbeeld wanneer ze samen rondcirkelen te onderscheiden, waarbij het vrouwtje in de regel iets groter is dan het mannetje.
Wat voedsel betreft is de buizerd een flexibele vogel en een opportunist; hij eet wat voorhanden is. Vandaar ook z’n brede verspreiding. Veldmuizen, mollen of konijnen vormen vaak het hoofdvoedsel samen met kikkers en kleine vogels. Een buizerd kan als het nodig is snel overschakelen op een ander voedingspatroon: ook dieren als eekhoorns, hazelwormen, waterhoentjes, insecten, verschillende amfibieën of vissen zijn dan niet veilig. Ook eet hij wel aas, meestal verkeersslachtoffers. Als hij een prooi ziet vanaf zijn uitkijkpost laat de buizerd zich er als een baksteen op vallen. In de winter zitten ze ook vaak op de grond; dan eten ze regenwormen. Mensen worden zelden of nooit door buizerds aangevallen, behalve een enkele keer joggers. Zij worden dan mogelijk instinctief geïnterpreteerd als een indringer op de vlucht.

handtekening.5

Barbarie eend

zmuskusjpgBarbarie eend.

Een wandeling door de Dongewijck langs de Donge, kwam een Mooie Barbarie eend ons tegemoet gezwommen, wij gingen naar de waterkant om naar hem te bekijken de Barbarie eend kwam uit het water naar ons, een mooi vriendelijk beestje.

De muskuseend of barbarie eend (Cairina moschata) is een eendensoort die oorspronkelijk uit Midden- en Zuid-Amerika komt, uit een gebied dat zich uitstrekt van Mexico tot Peru.
Al in Zuid-Amerika werd de wilde muskuseend gedomesticeerd en bij huis gefokt voor het vlees.
In de 16e eeuw werden muskuseenden naar Europa gebracht door Spaanse ontdekkingsreizigers.
Deze gedomesticeerde muskuseenden worden ook tegenwoordig nog veel op (kinder)boerderijen gehouden.

Zmuskuseend.1000

De wilde muskuseend, die in Zuid-Amerika leeft, staat onder druk.
Hun leefgebied wordt steeds verder gecultiveerd, waardoor oude holle bomen verdwijnen, de voornaamste plaatsen waar ze hun nest maken.
De gedomesticeerde muskuseend die ook in Zuid-Amerika veel wordt gefokt, kruist zich nogal eens met hun wilde soortgenoten.
Hierdoor lijkt in gecultiveerd gebied de wilde muskuseend zeldzamer te worden.
In Europese en Amerikaanse watervogelcollecties is de wilde muskuseend bijna geheel verdwenen.
Economisch zijn ze niet interessant en door de siervogelliefhebber worden ze vaak erg groot gevonden.
Door enkele kwekers wordt getracht de in gevangenschap levende populatie wilde muskuseenden in stand te houden.
Gelukkig zijn er nog diverse paren waarmee succesvol wordt gefokt, allen (in)direct afkomstig uit hun oorspronkelijke leefgebied in Mexico en Brazilië.

handtekening.5

Buizerd

buizerd.1000.1

De Buizerd zat in een berkenboom op de uitkijk, maar daar waren 2 Eksters niet van gediend, ze probeerde de Buizerd weg te jagen maar die bleef heel rustig rond zitten kijken.

De buizerd (Buteo buteo) is een middelgrote tot grote roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae). De buizerd komt voor in het grootste gedeelte van Europa en delen van Azië. Hij is een standvogel die in hetzelfde gebied overwintert waar hij broedt, op de koudste gebieden en enkele ondersoorten na. De vogel jaagt gebruikelijk in open land, maar nestelt in bosranden. Normaal gesproken bestaat de prooi van een buizerd voornamelijk uit kleine zoogdieren, amfibieën (zoals kikkers) en kleine vogels, maar hij is bij gelegenheid ook aaseter.

buizerd.1000 Vanaf de laatste decennia van de 20e eeuw is het buizerdbestand in de Benelux verveelvoudigd ten opzichte van de jaren zestig, toen de vogel in door gebruik van pesticiden bijna uitgestorven was. In Nederland komt hij anno 2010 weer algemeen voor, met een stabiele stand van ruim 10.000 broedparen.
De roep van de buizerd klinkt als een gerekt klagend gemiauw. Wanneer men een nest nadert, beginnen de buizerds opgewonden en miauwend boven de boomkruinen te vliegen. Dit gedrag heet in vogelaarstaal ‘alarmeren’.

handtekening.5

Goudhaan

goudhaan Goudhaantje vloog samen met een groep Staartmeesjes mee, ik dacht eerst dat het een Winterkoninkje was tot dat ik door mijn cameralens keek. ze zijn moeilijk te fotograferen omdat ze geen minuut stil gaan zitten.

De goudhaan (meestal vanwege zijn formaat het goudhaantje genaamd) (Regulus regulus) is een zangvogel uit de familie van Reguliere.
Het goudhaantje wordt slechts 8,5 cm groot, bij een gewicht van 4 tot 7 gram. Daarmee is deze vogel, samen met het nauw verwante vuurgoudhaantje de kleinste Europese vogelsoort.

goudhaantje De vogel heeft een tere snavel met een neusopening, die bedekt is met veerborstels. Het bruingrijsgroene verenkleed is heel dicht, met een zwart omzoomde kruinstreep, die bij het mannetje meer oranje en bij het wijfje geel is.
Het met haren en veertjes beklede komvormige nest wordt aan de rand min of meer dichtgetrokken om de warmte binnen te houden. Het legsel bestaat uit 7 tot 11 witte, grijsgewolkte eitjes, die in 12 tot 16 dagen uitgebroed worden. Een goudhaan leeft gemiddeld 8 maanden en plant zich in deze korte tijd twee keer voort.

handtekening.5

Paddenstoelen

TVS_2908 Een serie van verschillende Paddenstoelen.

Onderdelen van een paddenstoel zijn:

hoed met het hymenium (vruchtbare, sporenproducerende laag)
steel
manchet, ring of annulus)
beurs
Er zijn paddenstoelen die bestaan uit al deze onderdelen, maar er zijn er ook waarbij één of meerdere onderdelen ontbreken, zoals de steel, manchet of beurs.

Het hymenium kan bestaan uit plaatjes (lamellen) of uit buisjes.

De hoed beschermt de sporendragers tegen weer en wind. Over de hoed zit in een jong stadium nog een gesloten vlies, het velum universale. Ook kan er nog een tweede vlies (het velum partiale) tegen de onderkant van de hoed zitten. Bij het rijper worden scheuren de vliezen en kunnen de sporen bij verdere rijping ontsnappen.

TVS_2900

Resten van het gescheurde velum universale zijn terug te vinden bovenop de hoed zoals bij de vliegenzwam en kunnen verschillende vormen hebben, plakjes, wratjes, pareltjes, naaldjes of vlokjes en aan de voet van de steel, dat dan een beurs genoemd wordt. Bij regen kunnen de resten op de hoed makkelijk wegspoelen.

Het gescheurde velum partiale vormt het manchet aan de steel.

De zwamvlok groeit soms in een ringvorm, zoals het geval is bij heksenkringen. Dit gebeurt als de oudere hyfen afsterven door autolyse of andere oorzaken. Omdat de oudere schimmeldraden vaak aan de binnenkant van het mycelium zitten, ontstaat een ringvorm.

TVS_2817

Paddestoelen als zwavelkopjes, inktzwammen, oesterzwammen en elfenbankjes voeden zich met afstervend hout en tasten geen gezond hout aan. Het gewoon meniezwammetje, dat vooral op dode takken voorkomt, kan ook levend hout aantasten. Deze zwam is te herkennen aan de vele oranjerode stippen op afgestorven takken. Ook de echte honingzwam groeit op zowel levend als afgestorven hout en wortels in loofbossen.

Ook grondpaddenstoelen leven van afgestorven materiaal. Als tuinen niet drastisch worden opgeruimd, kunnen vele soorten waargenomen worden.

Ook vochtig constructiehout in gebouwen kan door schimmels aangetast worden.

_DSC5274.1001

handtekening.5

Vliegenzwammen

TVS_2507

Altijd mooi als je Vliegenzwammen tegenkomt in de bossen, deze zijn gemaakt in Huis ter heiden.

De vliegenzwam (Amanita muscaria) is een opvallende paddenstoel, die algemeen voorkomt in de lage landen. Het eten ervan kan leiden tot vergiftigingsverschijnselen, maar de ernst hiervan valt meestal mee.

Voorkomen
Vliegenzwammen groeien veelal in loofbossen, in nauwe associatie (symbiose) met berk, tamme kastanje, eik, beuk, ook wel met den en spar. Ze vormen een ectomycorrhiza, wat betekent dat het mycelium niet binnendringt in de wortels van de boom, maar de haarwortels aan de buitenkant omgeeft.

TVS_2749

Kenmerken
De bekendste verschijningsvorm van de vliegenzwam is een donkerrode hoed met witte stippen. De witte stippen zijn restanten van het algeheel omhulsel (velum universale) waarin de paddenstoel ‘opgesloten’ zat, voordat hij uit de grond omhoog kwam. Deze spoelen bij regenachtig weer vrij snel van de hoed. De kleur van de hoed is echter variabel en kan variëren van rood tot oranje met gele tinten. De eerste foto in de fotogalerij hieronder geeft een idee van de variatie in kleur bij vliegenzwammen.

De hoed wordt 5–15 cm breed. Het vlees, de plaatjes en de sporen zijn wit. De sporen zijn elliptisch van vorm (9-12 µm bij 6-9 µm) en niet amyloïd. Op de witte steel zit meestal een duidelijke ring en aan de onderkant een (vlokkige) beurs. Vliegenzwammen kunnen voorkomen vanaf juli tot en met de late herfst, met een hoogtepunt rond eind augustus.nbsp;

handtekening.5

Schotse Hooglanders

schotse-HSchotse Hooglanders in Huis ter Heide hebben toch wel een mooi leven zo heel de dag te grazen en te lopen door het Natuurgebied.

Schotse Hooglanders, ook wel Highland Cow genoemd, is een meestal roodbruin runderras dat oorspronkelijk uit Schotland komt. Ze hebben lang haar en lange horens.
Naast roodbruine exemplaren komen ook zwarte, blonde, ‘roan’ (bruin/zwart gestreept) en soms ook witte exemplaren voor. Een volwassen stier weegt 800 kilo en een koe 500 kilo. Schotse hooglanders kunnen tot achttien jaar oud worden. In die tijd kan een koe ongeveer vijftien kalveren ter wereld brengen. De draagtijd is ongeveer tien maanden. Koeien hebben wijd uitstaande, naar boven gerichte horens, terwijl die van de stieren horizontaal naar voren staan.

Schotse-jong.1000

Dit runderras is geschikt om in natuurgebieden jaarrond als grote grazer te worden ingezet. Ze hebben weinig zorg nodig en zijn zelden agressief. De dieren zijn in Nederland dan ook veelvuldig te zien in natuur- en recreatiegebieden zoals in het Nationaal Park Veluwezoom. Hooglanders voeden zich ook met planten die veel andere rundersoorten links laten liggen, en door hun lange haar kunnen ze ook in de wintermaanden buiten blijven.

Bron: Wikipedia  Foto’s T.V.S. Nature Photography

Wilde zwanen

wilde-zwanen

Op zoek naar trekvogels kwam ik 2 Wilde zwanen tegen bij het Leikeven in Huis ter heide. De Wilde zwanen zijn echte wintergasten.

De wilde zwaan (Cygnus cygnus) is een ongeveer 1,5 meter grote, witte zwaan die voorkomt in Noord-Europa en Azië.
Kenmerken
De lengte varieert van 140 tot 165 centimeter; de spanwijdte bedraagt 205 tot 275 cm. De soort is verwant aan de trompetzwaan (Cygnus buccinator), die voorkomt in het noorden van Amerika. Het onderscheid met de even grote en ook in Noordwest-Europa voorkomende knobbelzwaan is dat de wilde zwaan een zwarte snavel heeft met een grote gele vlek aan de basis. De gele vlek loopt naar voren uit in een punt, een verschil met de afgeronde en minder ver naar voren doorlopende gele vlek bij de kleinere maar in uiterlijk verder sterk gelijkende kleine zwaan (Cygnus bewickii). De bovenkant van de snavel verloopt recht, zonder de knobbel die de knobbelzwaan heeft. Wilde zwanen zijn schuwer dan de knobbelzwaan, en geven de voorkeur aan een rustige nestelgelegenheid. Ze zijn luidruchtig, zowel tijdens het vliegen als bij de verdediging van hun territorium.

Voortplanting
Het legsel bestaat meestal uit vier tot zeven crèmewitte eieren, die in ongeveer 36 dagen door het vrouwtje worden uitgebroed. De kuikens zijn grijswit.

Verspreiding en leefgebied
Deze soort komt voor in Eurazië en overwintert in India en zuidoostelijk China.

Bron: wikipedia.nl    Foto: T.V.S. Nature Photography

Grote Zilverreiger

grote-zilverreiger.1000

Op dit moment ben ik dikwijls bij Huis ter Heide aan het fotograferen vanwege de vogeltrek. De Grote Zilverreiger is daar ook al een paar weken aanwezig, het is een hele grote Reiger in zijn vlucht kun je de grote spanwijdte goed zien.

De grote zilverreiger (Ardea alba) is een witte vogel uit de familie der reigers. Voorheen stond de vogel ook bekend als Egretta alba (Linnaeus, 1758) of Casmerodius albus.
Met zijn lengte van 85 – 100 cm is de zilverreiger zelfs nog iets groter dan de blauwe reiger. De spanwijdte is 1,45 tot 1,70 m, zijn gewicht 1-1,5 kg.

Voortplanting
De grote zilverreiger nestelt in bomen, vaak in kolonies met andere in kolonies broedende watervogels.
Voedsel

Grote zilverreiger spiest met zijn dolkvormige snavel een vis.
Hij leeft van vis, amfibieën, kleine zoogdieren en soms ook reptielen en vogels. Hij foerageert meestal in ondiep water, maar ook op het land. Zijn jachttechniek is eenvoudig: langdurig roerloos staan tot een prooidier in de buurt komt, of heel rustig wadend zijn prooi achtervolgen. Eenmaal dichtbij, spiest (“rijgt”) hij zijn prooi aan zijn dolkvormige snavel.

Verspreiding en status
De reiger komt meer voor in Italië, op de Balkan en in Turkije. De grote zilverreiger is bezig aan een opmars in Europa. De vogel broedt nu ook in België, Nederland, Duitsland, Slowakije, Polen, Wit-Rusland en Litouwen. Het eerste broedgeval in Nederland vond plaats in 1978 (Oostvaardersplassen). Het aantal broedparen in Nederland steeg geleidelijk tussen 1978 en 2007 naar 150 per jaar. Omdat het in het begin niet duidelijk was dat deze vogel als broedvogel zich zou handhaven, werd hij in 2004 als gevoelig op de Nederlandse rode lijst gezet. Op de internationale IUCN-lijst (vermeld als Casmerodius albus) staat hij als niet bedreigd, maar hij valt wel onder het AEWA-verdrag.
Buiten de broedtijd wordt de grote zilverreiger in Nederland en België ook steeds vaker waargenomen.

Bron: wikipedia.nl Foto: T.V.S. Nature Photography

Rode Eekhoorn

eekhoorn

Een mooie rode Eekhoorn met prachtige dikke staart in de bossen van het Vennenbos tegengekomen.

De eekhoorn is 18 tot 24 centimeter lang en 250 tot 350 gram zwaar. De borstelige pluimstaart is van 14 tot 20 centimeter lang. Het is een omnivoor, die tot de knaagdieren behoort.
Anders dan de naam doet vermoeden, kan de kleur variëren van zwart tot gelig, met allerlei tinten rood en bruin daartussen. Melanisme komt voor, maar de mate waarin individuen melanistisch zijn verschilt per regio. Gewoonlijk zijn de dieren roodbruin met een witte buikzijde, ’s winters meer grijzig donkerbruin. De kleur wordt ook grijsachtiger naarmate de eekhoorn ouder wordt. De oorpluimen vallen vooral in de winter op. Een eekhoorn kan de haren op de pluimstaart opzetten.
Met zijn lange, gekromde klauwen kan hij makkelijk in bomen klimmen en van tak naar tak springen. Tijdens een sprong spreidt hij zijn ledematen, waarbij de losse huid op de flanken het dier helpt in de lucht te blijven. De pluimstaart dient als roer, waarmee hij zijn sprong kan sturen. Ook kan hij goed zwemmen. De lange staart, de elegante wijze van voortbewegen en de pluimpjes op de oren geven hem een hoge aaibaarheidsfactor.

eekhoorn.1

De eekhoorn voedt zich met name met plantaardig materiaal als noten en zaden van sparren en pijnbomen. Verder eten ze knoppen, paddenstoelen, stukken boomschors, en soms dierlijk materiaal, als insecten, eieren en zelfs jonge vogels. Ook eten ze aarde om mineralen binnen te krijgen. De eekhoorn eet dagelijks vijf procent van zijn lichaamsgewicht aan voedsel. Net als veel andere knaagdieren leggen eekhoorns wintervoorraden aan.

De eekhoorn is een dagdier, dat zich meestal vlak na zonsopgang al laat zien. Ze zijn voornamelijk na zonsopgang en vlak voor zonsondergang actief. ’s Winters laten ze zich alleen ’s ochtends zien. De eekhoorn houdt geen winterslaap. In plaats daarvan houdt hij zich bij gure dagen in zijn nest verborgen, en bezoekt hij op betere dagen ’s ochtends zijn wintervoorraad.
Bron: Wikipedia Foto’s T.V.S. Nature Photography

Kauw met blauwe ogen

Kauw.1

In de Reeshof leeft een Kauw met een afwijkende kleur, vorig jaar zag ik de Kauw al rond scharrelen, nu heb ik er toch maar een foto genomen en toen zag ik de mooie blauwe ogen van de Kauw. hij heeft een wetenschappelijk ring aan.

Kenmerkend zijn de grijze kleur van de zijhals en het achterhoofd en de lichtgroen-grijze oogring. Vrijwel volledig zwarte exemplaren komen overigens ook voor. Kauwen komen meestal in groepen of paren voor en foerageren vaak gezamenlijk in weilanden en wegbermen, ook binnen de bebouwde kom. De paarband blijft ook binnen een grotere groep waarneembaar. De roep is een tsjak-tsjak-achtig geluid. In de groep hebben ze veel geluiden waarmee ze communiceren, van vrolijk kwetteren tot zacht tokkelen (kikakaka ko). De bekendste roep is hun naam “kauw kauw”. De dieren hebben complexe banden met elkaar en blijven als koppel elkaar trouw voor het leven.

TVS_1332

Voedsel
Kauwen hebben een zeer uitgebreid menu, dat voornamelijk bestaat uit kleine ongewervelde dieren (zoals insecten, slakken en spinnen), zaden, granen, eieren en fruit. In de omgeving van de mens doen kauwen zich ook tegoed aan afval en karkassen van overreden dieren.

Kauw als huisdier[bewerken]
Kauwen werden vroeger als huisdier gehouden. Vooral als ze als jong al met de mens in contact komen kunnen ze erg tam worden. Het is wettelijk niet meer toegestaan om kauwen te houden die in de vrije natuur zijn geboren. In gevangenschap geboren en correct geringd mogen zij wel als huisdier worden gehouden.

Het houden van kauwen was niet eenvoudig. Het zijn zeer energieke vogels en in een kooitje kwijnen ze weg. Als ze ouder worden gaan ze vaak een soort paarbinding aan met hun verzorger en mijden anderen in de omgeving. Het dier kan dan zelfs jaloers en agressief reageren op andere mensen.

Bron: wikipedia.nl  Foto’s: T.V.S. Nature Photography

Wintertalingen

TVS_0990.1

De Wintertalingen zijn aan het verzamelen bij het Leikeven in Huis ter Heide.

De wintertaling (Anas crecca) is een vogel uit de familie van Anatidae (zwanen, ganzen, grondel- en zwemeenden). Deze eend komt voor in een groot deel van Europa en Azië. In de noordelijke delen is het een trekvogel die overwintert in de tropen (zie kaartje).
Kenmerken
Een volwassen wintertaling is ca. 35 cm groot en 350 gram zwaar. Het is daarmee de kleinste eend die in Europa voorkomt. Deze eend wordt ook wel de Euraziatische wintertaling genoemd omdat in Amerika een sterk gelijkende soort voorkomt, de Amerikaanse wintertaling (Anas carolinensis) die vroeger (en soms nog) beschouwd werd (wordt) tot een ondersoort (A. crecca carolinensis).
Het mannetje van de wintertaling is overwegend grijs en heeft een kastanjebruine kop met daarop rond het oog een glazend groene vlek, omzoomd door dunne gele lijntjes. Andere opvallende kenmerken zijn een horizontale witte streep op beide flanken en een helder, okergele vlek op de anaalstreek. Vrouwtjes zijn bruin, met uitzondering van een kleine groene spiegel (achterkant van de vleugel), een kenmerk dat beide seksen hebben en waardoor zij zich onderscheidt van het vrouwtje van de zomertaling.

TVS_0989.1

Leefwijze
Hun voedsel bestaat voornamelijk uit plantenkost (zaden), maar ook kreeftachtigen en insecten staan op het menu. Het mannetje maakt een hoog fluitend geluid, terwijl het vrouwtje kwaakt.

Broedgedrag
Deze vogels broeden op de toendra, in graslanden en bosachtige streken, soms in zeer kleine watertjes. Het legsel bestaat uit acht tot elf lichtgele of lichtgroene eieren, die door het vrouwtje gedurende 23 dagen worden bebroed.

Bron: wikipedia.nl   Foto: T.V.S.Nature photography

Stadsreus

TVS_2946

Stadsreus ook wel Hoornaarzweefvlieg genoemd,  is een insect uit de familie zweefvliegen vliegt al een paar dagen rond in de tuin is een onschuldig diertje.

Deze zweefvlieg wordt groter dan de meeste soorten en kan 2,5 centimeter bereiken.
Het is zoals alle zweefvliegen een onschuldig diertje dat leeft van nectar en stuifmeel, maar sprekend op een gevaarlijke soort lijkt. Dit wordt mimicry genoemd, en deze soort lijkt op de hoornaar, die tot de wespen behoort, vanwege de grootte en de oranjebruine kleuren.

TVS_2952

Andere zweefvliegen lijken meer op kleinere soorten wespen vanwege een zwart-gele bandering of meer op hommels door een dichte beharing. De belangrijkste verschillen zijn de taille, die zweefvliegen niet hebben maar wespen wel, en de zeer schichtige vliegbewegingen, de hoornaar vliegt zigzaggend en meer vloeiend. Ook zijn wespen ogen meer langwerpig van vorm, die van de zweefvlieg bijna rond. Het achterlijf van de stadsreus is geel met dunne zwarte dwarsstrepen, een bruinoranje glanzend borststuk en een gele kop.

Bron: Wikipedia Foto’s: T.V.S. Nature Photography

Ooievaars

TVS_2737

Ooievaars

De 37 Ooievaars waren in een wei geland, vorige zondag waren ze vlakbij in Huis ter Heide te zien aan het Leikeven.

Ooievaars zijn een groep grote vogels met lange poten en een lange hals. Zij hebben een lange, rechte en stevige snavel. Ze hebben vrij korte tenen die aan de basis enigszins gewebd zijn. Zij hebben enige kenmerken gemeen met de Gieren van de Nieuwe Wereld (Cathartidae), onder andere dat ze bij dreigende oververhitting hun poten met vloeibare uitwerpselen bedekken om zo door verdamping warmte te verliezen. Zij hebben een statige manier van lopen en in tegenstelling tot de reigers vliegen ze met gestrekte hals. Zij zweven vaak groepsgewijs op de thermiek rond, soms tot grote hoogte.

TVS_2745

Zij houden van drassige gebieden en eten vooral insecten, kikkers, kleine reptielen en andere waterbewoners, hoewel sommigen ook aaseters zijn. Ze hebben geen roep omdat er spieren in hun keel ontbreken en gebruiken snavelgeklepper om elkaar te begroeten.

Bron: wikipedia  Foto’s: T.V.S. Nature Photography