Jonge grote bonte Specht

Een jonge grote bonte Specht was aan het scharrelen op de grond in de Gaas.

Zowel mannetje als vrouwtje roffelen op takken met een korte snelle roffel om territorium en paarband te versterken. Grote bonte spechten hakken in bomen een nestholte uit met een rond gat. Ze hebben een voorkeur voor zachte houtsoorten, zoals berken. Spechten kunnen op die manier hakken doordat de hersenen in een soort schokdempers zijn ingekleed. In de nestholte worden de eieren gewoon op het hout gelegd.

Zwart-witte vogel met een rode ‘broek’. In de vlucht vallen de grote witte schoudervlekken op. Het mannetje heeft een rode vlek op het achterhoofd. Deze ontbreekt bij het vrouwtje. Jonge spechten hebben een rood petje en worden daarom soms aangezien voor een middelste bonte specht. Maar het rood van de middelste is een tint lichter en de middelste bonte specht heeft een meer wit ‘gezicht, zo ontbreekt er een zwarte rand langs de kruin. De grote bonte specht heeft de voor spechten kenmerkende golvende vlucht.

Hun roffel en hun roep (‘tsjik’) is vaak te horen in oudere bossen, parken en tuinen.

Bron vogelbescherming.nl  foto: Tonnie Verheijden

Goudvliesbundelzwam

KabouterPenthouse,

Bovenop een omgezaagde Berk groeien goudvliesbundelzwammen. meestal groeien ze op Beuken.

De goudvliesbundelzwam (Pholiota aurivella, synoniem Pholiota adiposa) is een paddenstoel die zich vestigt op levend hout en na het gedood te hebben er op verder leeft als saprofyt. Men noemt dit type zwammen ook wel necrotrofe parasiet.

De tot 12 cm grote hoed van de goudvliesbundelzwam is in de jeugd bol, zeer slijmerig en bekleed met bruine schubjes. Oudere exemplaren hebben een vlakke hoed, die steeds meer indroogt. De kleur van de hoed varieert van lichtgeel tot goudgeel. De lamellen zijn lichtgeel, later roestbruin. De steel is gelig en kan schubjes hebben. De sporen zijn bruin.

De goudvliesbundelzwam komt meestal in bundels voor op loofbomen, vaak beuk, in bossen en parken van september tot november. De soort is in Nederland vrij algemeen.

Bron: Wikipedia  Foto’s Tonnie Verheijden

Levendebarende Hagedis

Levendebarende Hagedis
Vanmorgen gefotografeerd in de Gaas, Dit is de reden waarom de Mountainbike route niet over en langs de Heide in De Gaas mag gaan lopen. ik had een bezwaarschrift ingediend samen met een Ecoloog die gespecialiseerd is in beschermde Levendbarende Hagedissen maar helaas kon hij op die dag mee meegaan naar de hoorzitting, ik was heel blij dat mijn Buurvrouw met mij mee ging, zij is ook zo geïnterneerd in de natuur en waar ook de levendbarend hagedisjes zomers in haar tuin aanwezig zijn. maar helaas trekt de gemeente zich hier helemaal niets van aan. in de Witbrant West wonen zoveel mensen ik heb nergens respons op gekregen niet op de vermeldingen op Facebook of op het bericht in het Reeshofjournaal om samen iets te onder nemen met een Petitie voor bezwaar met handtekening, niet alleen de dieren en vogels hebben hier last van maar ook de wandelaars met of zonder hond en de spelende kinderen.

Foto: Tonnie Verheijden

Schaapskudde in de Witbrant de Gaas

Schaapskudde in de Witbrant De Gaas,
Bart van Ekkendonk komt in week 23 naar de Heide in De Gaas met 250 Schapen en 3 Border Collies, de exacte dag wordt nog bekend gemaakt.
Altijd leuk om een bezoekje te brengen bij de Herder met zijn Schapen en een praatje te maken of wat vragen stellen over de Schapen
Heel veel bezoekers kwamen vorig jaar ook kijken of een praatje maken met de Herders, sommige bezoekers wilde graag alles weten over een schaapskudde en stelde vele vragen aan Bart van Ekkendonk en altijd wordt alles heel duidelijk uitgelegd
We hopen dat Bart van Ekkendonk elk jaar weer terug mag komen met zijn Schapen om de Heide weer te laten begrazen.
 
Het hoeden van schapen was van oorsprong een rendabele manier om van de verder onbruikbare woeste gronden te profiteren. 
 
De kudde bevatte vroeger dieren van verschillende eigenaren. De kuddes verbleven ‘s nachts in een als potstal uitgevoerde schaapskooi
Zo verzamelde men de kostbare mest die na verloop van tijd werd verspreid over de essen.
De tegenwoordige kuddes zijn bedoeld om heidevelden of andere vegetatie, zoals de bloem dijken te beheren. 
Naast gesubsidieerde schaapskuddes kent Nederland ook nog commerciële schepers. 
Deze schaapherders verhuren zich met kudde periodiek aan verschillende opdrachtgevers voor het begrazen van natuurgebieden, dijken of bijvoorbeeld militaire oefenterreinen.
 
Tonnie Verheijden     foto Tonnie Verheijden

Landkaartje

Het landkaart is elke dag in de tuin te bewonderen, zowel in voorjaar als najaar.

Het landkaartje (Araschnia levana) is een dagvlinder uit de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders.

De onderkant van de vleugels is een netwerk van lijnen en daar dankt deze vlinder zijn naam aan. Bijzonder aan deze vlinder is dat er twee vormen zijn. De eerste generatie in het voorjaar is oranjerood met zwarte vlekken terwijl de zomergeneratie zwart is met een witte band en rood-oranje streepjes op de bovenvleugel. De voorjaarsgeneratie is met een voorvleugellengte van 16 tot 18 millimeter ook kleiner dan de zomergeneratie met 17 tot 21 millimeter. Door het aderwerk op de onderzijde kan de zomervorm niet verward worden met andere vlinders zoals de kleine ijsvogelvlinder of de voorjaarsvorm met parelmoervlinders. De verschillende vormen had Carolus Linnaeus in 1758 als twee verschillende soorten beschreven. De voorjaarsvorm als Papilio levana en de zomervorm als Papilio prorsa.[1] Het seizoendimorfisme wordt veroorzaakt door de diapauze die de overwinterende poppen van de voorjaarsvorm ondergaan.

Het landkaartje komt in grote delen van Europa algemeen voor en heeft als leefgebied de bossen, tuinen, en bosranden. De vlinder vliegt van zeeniveau tot 1500 meter. De vliegtijd is van mei tot en met oktober.

Bron Wikipedia  foto’s Tonnie Verheijden