Bloedrode Libelle

Over de heide in de Gaas vliegen nog vele libelle rond, waaronder ook de Bloedrode Heidelibel.

De bloedrode heidelibel is veruit de algemeenste ‘rode’ heidelibel met geheel zwarte poten. De zeer zeldzame Kempense heidelibel heeft ook zwarte poten, maar een anders gevormd achterlijf, met druppelvormige vlekjes. Vrouwtjes zwarte heidelibel kunnen op het eerste gezicht lijken op vrouwtjes of jonge mannetjes bloedrode heidelibel, maar zijn altijd herkenbaar aan de tekening op de zijkant van het borststuk: een brede zwarte band met drie gele vlekjes.
Bruinrode en steenrode heidelibellen zijn iets groter, hebben gele strepen op de poten en een andere achterlijfsvorm (mannetjes).
Mannetjes vuurlibel kunnen op uitgekleurde mannetjes bloedrode heidelibel lijken, maar hebben een breed en afgeplat achterlijf, rode poten, deels rode vleugeladers, blauwgrijze onderkant van de ogen en grotere gele vlekken in de achtervleugels.

Bron: Vlinderstichtig.nl  Foto: Tonnie Verheijden

Share

Gewone Oeverlibel

Gewone Oeverlibel een vrouwtje zat op de pad op de hei in de Gaas.
De gewone oeverlibel heeft een pijlvormig achterlijf: het begint breed, eindigt in een punt en heeft rechte zijkanten. Het gezicht is geel tot bruin. De pterostigmata zijn zwart. Uitgekleurde mannetjes hebben een blauwberijpt achterlijf met een duidelijke zwarte punt. Aan de buitenranden van de segmenten staan gele streepjes, die bij oude mannetjes verdwijnen onder nog meer blauwe berijping. Het borststuk is bruin, zonder blauwe berijping. Jonge mannetjes die nog geen berijping op het achterlijf hebben, zien eruit als vrouwtjes: de grondkleur van het lichaam (zowel achterlijf als borststuk en gezicht) is geel. Op de bovenkant van het achterlijf lopen twee dikke zwarte lengtestrepen.
De lichaamslengte van volwassen dieren ligt tussen 44 en 50 millimeter en de spanwijdte is 70 tot 80 mm; de larve is 19-29 mm lang.

Bron: Wikipedia – Foto Tonnie Verheijden

Share

Watersnuffel

TVS_1147

Watersnuffel zat op een sprietje aan de bosrand van de Gaas, Watersnuffel zijn maar heel klein, als ze vliegen kunt je ze in de gaten houden waar ze gaan zitten. De Watersnuffel is een 32 à 35 mm grote juffer.

De soort Watersnuffel staat op de Rode Lijst van de IUCN als niet bedreigd, beoordelingsjaar 2007.. De watersnuffel komt in Nederland en België algemeen voor. De soort is over heel Europa verspreid, behalve in IJsland. De watersnuffel kan waargenomen worden vanaf begin mei tot september meestal bij stilstaand water. De soort kan massaal voorkomen bij zure en voedselarme vennen en op hoogveen.

TVS_1154

De watersnuffel is zeer moeilijk te onderscheiden van de azuurwaterjuffer (Coenagrion puella). Op de rug van het borststuk heeft de watersnuffel meer blauw dan zwart, bij de azuurwaterjuffer is dat omgekeerd. Verder is het eerste zwarte figuurtje op het achterlijf bij de watersnuffel paddenstoelvormig, bij de andere soort hoefijzervormig. Ten slotte heeft de watersnuffel op de zijkant van het borststuk één klein zwart streepje in het blauw terwijl alle andere blauwe waterjuffers er twee hebben…

Op de foto is een kenmerkend verschil met echte libellen (Anisoptera) goed zichtbaar: juffers houden de vleugels in rust samengeklapt achter zich, terwijl echte libellen de vleugels horizontaal houden (vergelijk bijvoorbeeld met de paardenbijter).

Bron: wikipedia.nl   Foto’s T.V.S.photography

Share

Houtpantserjuffers

_TVS9949

In de Dongevallei vliegen heel veel Houtpantserjuffers, als ze vliegen dan blinken ze zo mooi in de zon.

Houtpantserjuffers 39-48 mm. De langste pantserjuffer. Lichaam geheel metaalgroen. Achterhoofd geheel donker. Zijkant van het borststuk is kenmerkend getekend: vanuit de metaalgroene bovenzijde loopt een puntige uitstulping in de lichte onderzijde (het zogenaamde ‘schiereilandje’). Pterostigma’s effen geel gekleurd, lichter dan bij ander pantserjuffers (voor dit kenmerk uitgekleurde dieren bekijken). Mannetjes: geen blauwgrijze berijping op het achterlijf (uitgekleurde dieren bekijken). Vrouwtje: grove tanden op het legapparaat

Voorkomen

Zeer algemeen.

Habitat

Allerlei stilstaande en traag stromende wateren. Voorwaarde is dat er struiken of bomen langs de waterkant aanwezig zijn. Ook veel bij vijvers in bebouwde omgeving (tuinen, parken, enz.), waardoor de soort als cultuurvolger is aan te merken.
_TVS9916

Vliegtijd en gedrag

Van eind juni tot begin november, hoogste dichtheid in augustus en eerste helft september. Imago’s zijn vaak te vinden op beschutte plaatsen op enige afstand van het water, zoals bosranden, struiken en ruigten. Eitjes worden afgezet onder de bast van takken die over (of vlakbij) het water hangen. Allerlei boom- en struiksoorten worden hiervoor benut. Als het aanbod van over het water hangende takken klein is, zijn meerdere eiafzettende paartjes bij elkaar aan te treffen.

Levenscyclus

De overwintering gebeurt als ei. De eieren komen in het voorjaar uit, waarna de larvale fase twee tot drie maanden in beslag neemt. De larven sluipen uit van eind juni tot in oktober.
Foto’s T.V.S. Fotografie

Bron: www.libellenet.nl

Share

Tengere Pantserjuffer

_TVS9438-copy

Tijdens onze wandeling in een flora fauna gebied in Witbrant oost een Tengere Pantserjuffer tegengekomen, een vrouwtje.

30-39 mm. De kleinste en slankste pantserjuffer. Lichaam metaalgroen tot bronskleurig. Onderzijde van het achterhoofd geel, met scherpe overgang naar donkere bovenzijde (uitgekleurde dieren bekijken!). Pterostigma’s effen bruin, met lichte randaders (uitgekleurde dieren bekijken!). Smalle, maar duidelijke gele schoudernaadstreep aanwezig bij vrouwtjes en jonge mannetjes. Mannetje: blauwgrijze berijping aan achterlijfspunt (segment 9 en 10), maar niet aan basis van achterlijf.

Gelijkende soorten

Andere pantserjuffers, vooral zwervende pantserjuffer en gewone pantserjuffe

Voorkomen

Vrij zeldzaam.

_TVS9438-copy.1

Habitat

Heidevennen, hoogveen, soms plassen en poelen. Kritischer in habitatkeuze dan andere pantserjuffers.

Vliegtijd en gedrag

Van eind juni tot eind oktober, hoogste dichtheid van midden juli tot en met half september. Net als andere pantserjuffers is de soort vaak te vinden in kniehoge vegetatie van bijvoorbeeld pijpenstrootje of pitrus. Eitjes worden boven de waterspiegel afgezet op moeras- en oeverplanten, zowel in levend als in dood materiaal.

Levenscyclus

De overwintering gebeurt als ei. De eieren komen in het voorjaar uit, waarna de larvale fase binnen enkele maanden wordt afgerond. De larven sluipen uit van eind juni tot in augustus.

Foto’s T.V.S. Fotografie

Bron: www.libellennet.nl

Share