Landkaartje

Vandaag een landkaartje tegengekomen ik was eigelijk op zoek naar Oranje tipjes op Pinksterbloemen in de Witbrant.
Ook blij met het Landkaartje zat op een stronk van een Berk op de Heide

Half april-eind juni en begin juli-half september in twee generaties. De vlinders zoeken vooral ‘s morgens en laat in de middag naar nectar. De mannetjes verdedigen een territorium of maken patrouillevluchten langs een bosrand; in de middag scholen de mannetjes vaak samen bij een opvallende struik.

Voorvleugellengte: voorjaarsgeneratie 16-18 mm, zomergeneratie 17-21 mm. Vlinders van de voorjaarsgeneratie en de zomergeneratie verschillen sterk van elkaar, maar de onderkant van de vleugels vertoont altijd een karakteristiek landkaartpatroon. Bij vlinders van de voorjaarsgeneratie is de bovenkant van de vleugels oranjebruin met een zwart vlekkenpatroon, waardoor de vlinder enigszins doet denken aan een parelmoervlinder. De vlinders van de zomergeneratie hebben zwarte bovenvleugels met langs de achterrand een oranjerode gevlekte band en over het midden van de vleugel een witte band.

Bron www.vlinderstichting.nl  Foto Tonnie Verheijden

 

 

Share

Bruine Winterjuffer

De bruine winterjuffer (Sympecma fusca) is een kleine Europese pantserjuffer, die vrij algemeen in België en in Nederland voorkomt. De bruine winterjuffer is de enige libel die als volwassen dier de winter doorkomt, en daardoor ook reeds vroeg in het voorjaar rondvliegt.

De volwassen bruine winterjuffer (imago) is een zeer atypische pantserjuffer voor wat betreft de kleur, glans en houding.

Het lichaam is maximaal 3 cm lang, lichtbruin met donkerbruine tot bronskleurige vlekken op de bovenzijde. Er is nooit een blauwe berijping op het achterlijf aanwezig. De achterlijfaanhangsels van de mannetjes zijn tangvormig en opvallend lichtgekleurd, de onderste bijna half zo lang als de bovenste.


De bruine winterjuffer plooit in rusthouding de vleugels over het achterlijf zoals de meeste juffers, maar met beide vleugels strak tegen elkaar aan één zijde. De andere pantserjuffers houden hun vleugels altijd half gespreid.

De juffer kent twee vliegperiodes, in april-mei en in augustus-september.

De bruine winterjuffer overwintert als imago (volwassen dier) in op heideterreinen goed verborgen tussen de vegetatie en wordt actief bij de eerste warme dagen, soms al in maart of april. De voortplanting is in april en mei en in het zuiden van het verspreidingsgebied kan overlap optreden tussend de overwinterde en de nieuwe generatie. De jonge winterjuffers komen tevoorschijn vanaf augustus en vliegen tot in de herfst. Elk jaar zijn er dus twee generaties te zien, één in het vroege voorjaar en één in de zomer. De eieren worden afgezet in stengels van drijvende, rottende planten in ondiep water. De dieren vormen een tandem voor de paring en de eileg. Het vrouwtje boort met haar legboor gaatjes in de stengel, en plaatst vervolgens in ieder gaatje een eitje.

Share

Viervlek Libellen

TVS_9648

Viervlek Libellen

Viervlek gefotografeerd in het Natuurgebied Huis ter Heide, een mooi wandelgebied tussen Tilburg, De Moer en Loon op Zand.

Van eind april tot begin september. Zijn Jonge imago’s te vinden in de buurt van het voortplantingswater, bijvoorbeeld in heidegebieden of langs bosranden. Geslachtsrijpe mannetjes vertonen territoriaal gedrag aan de waterkant. Ze zitten hier op uitkijkposten (bijvoorbeeld een pijpestrootjestengel) en maken korte vluchten waarbij ze ander mannetjes verjagen en vrouwtjes grijpen voor de paring. Eitjes worden door het vrouwtje los in ondiep water afgezet, waarbij ze beschermd wordt door het mannetje. Het mannetje blijft boven haar vliegen en probeert andere mannetjes die willen paren te verjagen.

TVS_9646

Op sommige plaatsen en in sommige jaren kan de dichtheid aan viervlekken erg hoog zijn. Uit andere delen van zijn areaal, maar vroeger ook uit Nederland, zijn gevallen bekend van enorme zwermen viervlekken, die miljoenen exemplaren kunnen omvatten.

Bron: libellennet.nl  Foto’s: T.V.S.photography

Share

Gewone Oeverlibelle

oeverlibelle.1000Vanmiddag weer opzoek gegaan naar vlinders op het klaverveldje en langs de dijk van het spoor, heel weinig vlinders tegengekomen een st.Jacobsvlindertje die is morgen aan de beurt, de Gewone Oeverlibelle heb ik wel gefotografeerd.

De Gewone Oeverlibelle is 44-50 mm groot. Groter dan andere oeverlibellen. Het achterlijf is pijlvormig: het begint breed, eindigt in een punt en heeft rechte zijkanten. Het gezicht is geel tot bruin. De pterostigma’s zijn zwart. Mannetje: uitgekleurde mannetjes hebben een blauwberijpt achterlijf met een duidelijke zwarte punt. Aan de buitenranden van de segmenten staan gele streepjes, die bij oude mannetjes verdwijnen onder nog meer blauwe berijping. Het borststuk is bruin, zonder blauwe berijping. Jonge mannetjes die nog geen berijping op het achterlijf hebben, zien eruit als vrouwtjes. Vrouwtje: grondkleur van het lichaam (zowel achterlijf als borststuk en gezicht) geel. Op de bovenkant van het achterlijf lopen twee dikke zwarte lengtestrepen.

Gelijkende soorten
Beekoeverlibel, zuidelijke oeverlibel, platbuik, bruine korenbout en eventueel plasrombout.

Voorkomen
Zeer algemeen in heel Nederland.

_TVS6169.1000Habitat
Allerlei stilstaande en zwak stromende wateren, liefst op plaatsen met kale oevers.

Vliegtijd en gedrag
Begin mei tot eind september, met de hoogste aantallen in juni, juli en de eerste helft van augustus. Jonge oeverlibellen kunnen ver van het water wegvliegen en zijn op allerlei plaatsen te vinden, vaak zittend op kale grond of in korte vegetatie. Hier jagen ze tot ze geslachtsrijp zijn en naar het water terugkeren. Geslachtsrijpe mannetjes houden de wacht vanaf warme zitplaatsen langs de waterkant. Vaak zijn dit kale stukken grond, boomstronken, enz. Vanaf deze zitplaatsen maken ze vluchten laag over het water, waarbij andere mannetjes worden verjaagd en vrouwtjes worden gegrepen voor de paring. Het vrouwtje zet haar eitjes af door vliegend met de achterlijfspunt op het wateroppervlak te tikken. Het mannetje vliegt meestal dicht bij haar in de buurt, om concurrenten te verjagen.

Levenscyclus
De larven overwinteren twee of drie keer. Uitsluipen gebeurt van begin mei tot half augustus, met een piek van half juni tot eind juli. Bron: www.libellenet.nl
Foto’s T.V.S.Fotografie

Share

Viervlek libelle

viervlek.2Op de Kempervennen ook de Viervlek Libelle tegengekomen, boven een poel met riet.

De Viervlek Libelle is 40-48 mm groot. Libellen met een vrij breed achterlijf dat taps toeloopt en in een punt eindigt. Mannetjes en vrouwtjes vergelijkbaar getekend. Achtervleugels met een donkere vlek in de basis. De aders in de donkere vlekken zijn opvallend geel. Halverwege de voorranden van de vleugels staat een donker vlekje, dat niet voorkomt bij andere libellensoorten. Sommige exemplaren hebben bij deze vlekjes, en bij de pterostigma’s, een extra donkere veeg in de vleugels (vorm praenubila). Achterlijf bij jonge dieren overwegend oranje met contrasterende zwarte punt. De segmentranden hebben gele zomen. Oudere dieren worden donkerbruin met een grijze zweem, de zwarte punt vormt dan geen contrast meer. In het achterlijf zijn vaak opvallende luchtbellen zichtbaar. Ogen roodbruin. Gezicht crème, soms bijna wit.

Gelijkende soorten
Platbuik, tweevlek, eventueel gewone oeverlibel en bruine korenbout.

Voorkomen
Zeer algemeen

Habitat
Allerlei stilstaande, niet te grote en vaak zure wateren. Grootste aantallen in vennen en hoogveen, lagere aantallen in laagveen en (duin)plassen.
_TVS5891Vliegtijd en gedrag
Van eind april tot begin september. Jonge imago’s zijn te vinden in de buurt van het voortplantingswater, bijvoorbeeld in heidegebieden of langs bosranden. Geslachtsrijpe mannetjes vertonen territoriaal gedrag aan de waterkant. Ze zitten hier op uitkijkposten (bijvoorbeeld een pijpestrootjestengel) en maken korte vluchten waarbij ze ander mannetjes verjagen en vrouwtjes grijpen voor de paring. Eitjes worden door het vrouwtje los in ondiep water afgezet, waarbij ze beschermd wordt door het mannetje. Het mannetje blijft boven haar vliegen en probeert andere mannetjes die willen paren te verjagen.
Op sommige plaatsen en in sommige jaren kan de dichtheid aan viervlekken erg hoog zijn. Uit andere delen van zijn areaal, maar vroeger ook uit Nederland, zijn gevallen bekend van enorme zwermen viervlekken, die miljoenen exemplaren kunnen omvatten.

Levenscyclus
De larven overwinteren twee of drie keer, soms maar een keer. Uitsluipen gebeurt van eind april tot half juli. Bron www.libellenet.nl

Foto’s T.V.S. Fotografie

Share