Ree in de Gaas

herfstbos.3

Een paar jaar geleden een Ree gefotografeerd in het bos de Gaas, vandaag toevallig tegengekomen in mijn fotoarchief, Helaas heb ik toen maar een foto kunnen maken.

REEËN BIJNA OVERAL IN NEDERLAND VOORKOMEN?

Aan de rand van dorpen en steden, vanuit de trein of de auto in de Flevopolder, zelfs op Ameland en Terschelling; reeën leven bijna overal in Nederland. De kans op een ontmoeting mede deze publiekslieveling is groot. Dat is wel eens anders geweest. Rond 1875 leefde het ree alleen op de Veluwe en in Limburg. Bosaanleg zorgde ervoor dat het aantal reeën toenam. Nu er steeds meer ecoducten zijn, kunnen reeën zich nog makkelijker verplaatsen.

Reeën de ruimte nodig hebben?

Het territorium van een volwassen reebok is ongeveer 5-30 hectare groot. Tijdens de bronst leggen de bokken grote afstanden af om bij reegeiten te komen. ’s Winters is voldoende bewegingsruimte zelfs van levensbelang om voedsel te vinden. Natuurmonumenten is daarom voorstander en voorvechter van ecoducten op de Veluwe. Ecoducten zorgen er voor dat dieren zich over grotere afstanden kunnen verplaatsen. In de bronst hebben reebokken een eigen territorium die ze verdedigen, over het algemeen blijven ze in hun gebied maar jonge bokken verplaatsen zich wel om ook een territorium te kunnen veroveren.

Reeën met elkaar fiepen?

Mensen praten. Reeën fiepen. Fiepen is het geluid waarmee reeën onderling communiceren. Mensen die dit geluid goed nabootsen, kunnen reeën lokken. Dat doen ze met de fiep, een instrument dat is gemaakt om mee te fiepen. Vergis je niet: fiepen is een kunst. Wie goed wil leren fiepen moet heel wat jaren oefenen.  Alleen de geit fiept, of met haar kalf of om een bok te lokken in de bronsttijd. Bij onraad blaffen zowel bokken als geiten.

Reeën zorgen voor natuurlijke variatie?

Reeën en andere hoefdieren noemen we grote grazers. Ze hebben voorkeur voor een gevarieerd menu. Om aan voedsel te komen trekken ze rond en laten via vacht en uitwerpselen overal zaden achter. Zo zorgen ze voor variatie in de vegetatie en lage en hoge bomen en struiken en zelfs voor kale plekken. Vogels, zoogdieren en insecten profiteren van grote grazers, die hun leefgebied aantrekkelijker maken. Ook als een ree of edelhert dood gaat. Aaseters zoals de raaf, wouw, vos en das weten er net als insecten wel raad mee.

Bron: Natuurmonumenten.nl

Foto: T.V.S.Fotografie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *