Kolibrievlinder

De Kolibrievlinder had ik nog in mijn voorraad foto’s zitten van afgelopen zomer, ze zijn ontzettend snel en blijven nooit lang boven een plek hangen, ze gaan ook nooit op een bloem zitten om nectar te drinken.

Borststuk en voorvleugels bruingrijs met vage dwarsstrepen, achtervleugels oranjegeel. Achterlijfspunt met karakteristieke zwart-wit geblokte tekening.

Voorkomen
In Zuid-Europa standvlinder. Sterke trekker, bereikt jaarlijks vanuit het zuiden heel Europa. De soort wordt de laatste jaren talrijker waargenomen dan voorheen, maar komt in Nederland en België meestal niet de winter door.


Levenswijze
Het aantal kolibrievlinders dat jaarlijks NW- en Midden-Europa bereikt is sterk wisselend. In tegenstelling tot vele andere pijlstaartvlinders is de kolibrievlinder dagactief. De vlinder wordt net als een kolibrie zwevend voor bloemen waargenomen en zuigt nectar met de lange tong zonder op de bloem te gaan zitten (366 3 g). Hij produceert een hoorbaar zoemgeluid. De soort wordt vaak in tuinen gezien. De rups is groen of bruin met aan weerzijde een witte en een gele lengtestreep. Voedselplant: walstro-achtigen, met name geel walstro, vroeger voor 1880 in zeeland op meekrap. De soort kan twee generaties per jaar realiseren. Een deel van de in noordelijke gebieden ontwikkelde vlinders vliegt in de herfst terug naar Zuid-Europa. Sommige, in Nederland overwinterde vlinders kunnen al in zachte december- of januari-maanden uitvliegen. Bron Soortenbank.nl

Ereprijsvedermot

De Ereprijsvedermot zat gisteravond tegen de raam hij lijkt wel op een tak, het is een nachtvlindertje.

Stenoptilia pterodactyla/ Ereprijsvedermot in Nederland

Door het gehele land waargenomen, maar nergens algemeen. Bij voorkeur op de groeiplaatsen van ereprijs, op vochtige weiden en langs bosranden.

Herkenning

Vleugelwijdte 20-26 mm De vliegtijd begin mei tot eind augustus, de hoofdperiode half juni tot half augustus.
De soort heeft een kenmerkende sterk ontwikkelde dubbele vlek aan de basis van de inkeping.

Levenswijze ‘biologie’

Rups op gewone ereprijs (Veronica chamaedrys). De eieren worden afgezet aan de onderzijde van het blad. De rupsen leven op de bladeren, bloemen en zaden. Overwintering in een overblijfsel van de steel.

Waardplanten of voedsel

Gewone ereprijs (Veronica chamaedrys). Bron: http://www.microlepidoptera.nl

De Vlaamse Gaai

De Vlaamse Gaai is een mooie vogel het is een jager die in het voorjaar achter de jonge vogeltjes aan jaagt, maar dat is de natuur. hij komt elke dag even langs voor de pinda’s.

Deze vogel komt voor in het cultuurland en de bossen. Hij is over heel Europa verspreid met uitzondering van het hoge noorden. In nieuwbouwwijken zie je in eerste instantie vaak de ekster, naarmate de bomen en struiken in het openbaar groen en in tuinen groter worden, wordt deze langzaamaan verdrongen door de gaai.

Voedsel

Voedsel vindt de gaai in bomen en struiken, in de lucht en op de grond; het betreft een breed spectrum van dierlijk en plantaardig dieet: insecten en ongewervelden (waaronder veel plaagdieren), eikels, beukennootjes, hazelnoten en andere zaden en noten, vruchten als bramen, frambozen en lijsterbessen. Ook kleine of jonge zangvogels en eieren behoren tot het dieet, evenals kleine knaagdieren. Met de sterke snavel hakt de gaai gaten in harde omhulsels als slakkenhuizen, notendoppen en eierschalen.

De eik is afhankelijk van de gaai voor het verspreiden van eikels: de gaai vervoert ze in zijn keel en tussen zijn snavel naar plaatsen met een zachte ondergrond, waarna hij ze in de aarde duwt. Zo legt hij een wintervoorraad aan. Hij vergeet alleen een aantal plekjes. Wat niet teruggevonden wordt, kan uitgroeien tot een nieuwe eik. Om deze reden wordt de gaai ook wel ‘de grootste bosbouwer’ genoemd. De Duitse naam voor de gaai (Eichelhäher) typeert het gedrag. Bron Wikipedia

Ibis


Een paar maanden geleden heb ik deze foto’s in het Safaripark Beekse Bergen van de ibissen, ze hebben een mooi verblijf in het Safaripark B.B

De scharlaken ibis (Eudocimus ruber) is te vinden in Zuid-Amerika, variërend van Trinidad en Tobago, naar beneden door Venezuela naar Brazilië, leven in zoet en zout water en moerassen. De scharlaken ibis is de nationale vogel van Trinidad en Tobago.

De rode ibis is zo door hun heldere kleur die door de schelpdieren ze eten genoemd. Beide geslachten zien er hetzelfde uit, hoewel mannetjes zijn groter. Ze hebben een lange gebogen snavel die niet alleen helpt hen terwijl op jacht naar voedsel in het water, maar ook kunnen ze schoon en glad hun veren. Lange benen hen in staat stellen om gemakkelijk waden door moerassen en moerassen. Ze zijn allebei sterke vliegers en zwemmers.

Hun belangrijkste bron van voedsel is te vinden in het water waar ze jagen krabben, vissen, insecten en garnalen. Maar ze eten ook vruchten en zaden.

Rode ibis wonen samen in grote groepen, nestelen in de bomen elkaar in de nacht. Tijdens het broedseizoen het mannetje op een display om een vrouw, eenmaal gekoppeld de twee zullen paren voor het leven te trekken.

Deze ibis lopen het risico niet alleen van het verlies van leefgebieden, maar ook vergiftiging door insecticiden die ook van invloed op hun bron van voedsel.

IUCN Rode Lijst categorie: Niet bedreigd Bron: Edinburgh Zoo

Vlaamse Gaai en Koolmees

De Vlaamse Gaai en de Koolmees zijn ook trouwe bezoekers voor de Pinda’s

Veldkenmerken. 34 cm. Onmiskenbaar. Verenkleed voornamelijk licht kaneelkleurig-roodbruin, met oprichtbare zwart en wit gestreepte kruinveren, zwarte mondstreep, blauw en zwart gebandeerde vleugeldekveren, witte keel, witte vlek op gesloten vleugels, en witte stuit en anaalstreek scherp contrasterend met donkere staart. Vliegt ’moeizaam’, springt vaak van tak tot tak.

Geluid. Indien opgeschrikt, een luid en schor ’skraaawk’; verder verschillende klikkende, miauwende en klokkende geluiden.

Voorkomen.Algemene standvogel in geheel Europa behalve nabij de Poolcirkel. Noordelijke vogels trekken ’s winters zuidwaarts.

Habitat. Meer boombewoner dan andere kraaien, altijd in de nabijheid van bomen, ’s winters vooral eiken. Nestelt laag in bomen of in hoge onderbegroeiing. Waakzame vogel, die echter tegenwoordig ook in steden voorkomt.

Voedsel. Voornamelijk allerlei soorten vruchten (vooral eikels); ook ongewervelde dieren en kleine zoogdieren. Een gerenommeerd nestrover. Bron: Soortenbank.nl

Koolmeesje,

Veldkenmerken. 14 cm. Grootste algemene mees. Kop zwart met witte wangen, bovendelen groen, onderdelen geel met brede zwarte streep van keel tot op onderstaartdekveren, vleugels groenblauw met witte vleugelstreep en witte punten aan tertials, staart zwartblauw met witte buitenste pennen, stevige zwarte snavel. Kleine gelige vlek in nek doet aan Zwarte Mees denken, maar bij deze is de vlek veel groter en witter. Mannetje heeftbredere zwarte band over buik dan vrouwtje; juveniel als adult maar doffer. Fourageert veel op de grond en in lagere delen van bomen en struiken. Broedt veel in nestkasten in nabijheid van mensen.

Geluid. Zeer variabel. Roep onder andere ’wiet’, tsjurrr’, ’pink’ (als Vink), ’tietja’, etc. Zang herhaald ’tie tie tèè’ en variaties hierop.

Voorkomen. Talrijk. Standvogel, maar noordelijke populaties trekken zuidwaarts in de winter. Bron: Soortenbank.nl