Roodkopgier

Tijdens een vogelshow in het Safaripark Beekse Bergen heb ik deze foto’s van de Roodkopgier gemaakt ook wel Kalkoengier genoemd.

De roodkopgier of kalkoengier (Cathartes aura) is een roofvogel van de familie Cathartidae uit Noord-, Midden- en Zuid-Amerika. Deze soort is nauw verwant aan de geelkopgier.

Lengte: 64-81 cm. Spanwijdte: 140-180 cm. Gewicht: 0.8-2 kg.
Het is een zwarte of grijsbruine vogel met een vuurrode kop en nek. Daarnaast zitten er aan de kop rode kwabben, net als bij een mannelijke kalkoen. De vleugels zijn breed en de staart is lang.

Levensduur
Roodkopgieren kunnen 12-17 jaar oud worden.

Leefomgeving
Roodkopgieren kunnen zich goed aanpassen en leven dan ook in uiteenlopende gebieden zoals graslanden, bossen en stedelijke gebieden. Droge bossen, akkerland en savannes zijn echter favoriet. Dit dier is samen met de zwarte gier één van de meest algemene Amerikaanse roofvogelsoorten.

Voedsel
Net als andere gieren is de roodkopgier een afvalopruimer en eet hij aangespoelde vis, dode en rottende dieren en fruit. Hij heeft een voorkeur voor klein karkassen, maar ook op grotere dode dieren zal de roodkopgier af komen. Roodkopgieren gaan regelmatig langs snelwegen op zoek naar dieren die slachtoffer zijn geworden van het verkeer. Daarnaast staan ook eieren van andere vogels en kleine diertjes zoals hagedissen en insecten op het menu.

Leefwijze
De roodkopgier leeft in grote groepen van ongeveer dertig exemplaren, waaronder mannetjes, vrouwtjes en jonge vogels. In gebieden met veel prooi en veel broedplaatsen nestelen, slapen en jagen roodkopgieren vaak samen met zwarte gieren. Vaak zit de roodkopgier in een boom of zweeft hij boven de omgeving op zoek naar voedsel. Dankzij het grote vleugeloppervlak in combinatie met zijn lage gewicht en zijn gevingerde vleugelpunten is de roodkopgier een goede zwever. Tijdens het zweven worden de vleugels in een ondiepe V-vorm gehouden. De roodkopgier kan zijn voedsel, behalve met zijn scherpe ogen, ook vinden door het op een grote afstand te ruiken. Er zijn maar weinig vogels waarvan bekend is dat ze goed kunnen ruiken.

Voortplanting

Het nest van de roodkopgier bestaat meestal uit een holte in een rots of boom. Soms nestelt deze roofvogel ook op gebouwen. Het nest wordt bekleed met takjes, veren en stukjes huid, die de gier van dode dieren aftrekt. Met behulp van gedroogde uitwerpselen wordt het nest verstevigd. Het vrouwtje legt één tot drie eieren, waarop beide geslachten om de beurt broeden. Na circa 42 dagen komen de eieren uit en de jongen worden gevoed met opgebraakt voedsel uit de krop. Na drie maanden kunnen de jonge roodkopgieren vliegen. Bron: Wikipedia

Paddenstoelen in de Herfst

Een herfstwandeling gemaakt door het bos en de paddenstoelen gefotografeerd, en een collage van verschillende paddenstoelen gemaakt.

Herfstwandeling

Een wandeling door het bos

afgevallen bladeren bedekken het zachte mos…

Het plezier van ontdekken in alle rust

hoe de herfstzon ons zachtjes kust….

Wat is dit alles toch mooi

in het bos in zijn herfst-tooi……

Johah 1958

Siphona Geniculala Sluipvlieg

Zaterdagmiddag tijdens het zoeken naar vlinders kwam ik een heel klein vliegje tegen, als hem met een macrofoto ziet is hij heel eng.

De sluipvliegen (Tachinidae) zijn een familie in de orde van de Diptera (tweevleugeligen), onderorde Brachycera (vliegen). Met meer dan 8000 beschreven soorten is deze familie een van de grotere vliegenfamilies. In Nederland komen 337 soorten voor.
De soorten kunnen onderling erg verschillen: sommige lijken veel op de gewone huisvlieg, anderen hebben oppervlakkig het uiterlijk van wespen of zweefvliegen (zie en:Tachinid).
De volwassen vliegen voeden zich met honingdauw en nectar; de larven zijn altijd parasitair in de larven of poppen van vlinders, kevers, sprinkhanen en andere insecten. Bij sommige soorten worden de eieren direct op het lichaam van de gastheer gelegd. De larfjes komen bijna onmiddellijk uit en boren zich naar binnen. Andere soorten leggen het ei via een wondje in het lichaam van de gastheer. Weer anderen leggen eieren van heel klein formaat en in enorme hoeveelheden op het substraat in de buurt van de gastheer. De eieren komen uit zodra de gastheer ze inslikt en de larfjes boren zich door de darmwand naar binnen.


Sluipvliegen zijn over het algemeen zeer nuttige insecten. Er zijn heel wat soorten die parasitoïde zijn van plaaginsecten en die daarom in biologische bestrijdingsprogramma’s gebruikt worden. Enkele soorten zijn echter schadelijk en worden in India en andere Aziatische landen als een ware plaag van de zijdeproductie gezien, met name Exorista bombycis (=E. sorbillans) die zijderupsen belaagt.

De laatste Vlinders van het seizoen

Gisteren was het een goede dag om weer eens naar het klaverveldje te gaan om te kijken of er nog kleine vuurvlinders en icarusvlinders rondvlogen de laatste vlinders in het seizoen, ik ben het vuurvlindertje en een icarusvlndertje tegengekomen ze waren al ver afgevlogen.

Het icarusblauwtje is een veel voorkomende vlindersoort. Het lijkt op het esparcetteblauwtje, maar onderscheidt zich van deze door twee wortelvlekken op de onderkant van de voorvleugels. Het komt voor op de meeste typen graslanden, van vrij droge schrale graslanen tot matig vochtige hooilanden. Het vrouwtje zet de eitjes af op veel soorten vlinderbloemigen, onder andere Lotus corniculatus (gewone rolklaver). De rups voedt zich met de bladeren. Ze wordt veelvuldig bezocht door mieren van de geslachten Lasius , Formica , Myrmica , Tapinoma en Plagiolepis . Als ze halfvolgroeid is, kan ze in de strooisellaag overwinteren. In hete klimaten vindt ook overzomering als ei of rups plaats. De verpopping gebeurt in de strooisellaag. Het icarusblauwtje vliegt afhankelijk va de geografische ligging en de hoogte van het vliegterrein in een tot drie generaties per jaar.

De Kleine Vuurvlinder

Spanwijdte vleugels 22-27 mm, april-oktober

Kenmerken
Bovenzijde voorvleugels oranje met brede, donkere zoom en donkere vlekken, in beide seksen gelijk. Achtervleugels bruin met rode zoom en blauwe puntjes (384 2 g). Onderzijde achtervleugels effen lichtbruin met zwarte stipjes.

Voorkomen
Algemeen op open terreinen, in (half)natuurlijke gras- en droge hooilanden, op de heide.

Levenswijze
Vliegt bijna het gehele jaar in 3-4, onder gunstige omstandigheden in 5-6 generaties per jaar. Rups groen met 3 rode lengtestrepen, leeft van zuringsoorten (Polygonaceae: Rumex), vooral kleine planten van schapezuring en veldzuring.

 

Grote bonte Specht en de Boomklever

De grote bonte Specht en de Boomklever brachten vanmiddag een bezoek voor de pinda’s. het zijn mooie vogels maar allebei erg schuw.

Veldkenmerken. 23 cm. Zwartwitte specht, veel kleiner dan Groene Specht. Smal wit voorhoofd, zwarte kap en zwarte baardstreep, die van snavelbasis doorloopt over oorstreek tot in nek. Mannetje heeft rode achterkop. Zwarte rug met grote witte schoudervlekken, vleugels zwart met veel witte vlekken, onderstaart rood, rest van onderdelen wit. Staart zwart met witte zijden. Juveniel heeft rode in plaats van zwarte kopkap (beide sexen). Golvende vlucht.


Geluid. Roep luid, enkel ’kik’ of ’kiek’, bij verstoring herhaald. Trommelt vaker dan andere spechten op dood hout.

Boomklever.

Veldkenmerken. 14 cm. Een gedrongen, plompe, actieve vogel met een stevige, puntige snavel. Blauwgrijze kruin en bovendelen, isabelkleurige onderdelen met roodbruine flanken, wangen en keel wit, zwarte streep door oog. Juveniel zonder roodbruin. Beweegt over boomstammen en takken met kleine, schokkerige sprongen, in alle richtingen met evenveel gemak, zonder staart te gebruiken. Noten en zaden worden vastgezet tussen boomschors en met de snavel opengehakt. Golvende vlucht, als spechten. Nestelt in boomholten. Ingang wordt soms verkleind met modder. ’s Winters vaak rondtrekkend met groepen mezen.

Geluid. Een luid, metalig ’twiet-twiet-twiet’, en varianten daarop; ook en schel ’tsit’, een herhaald, luid, helder en fluitend ’twie’ en een zeer snelle triller. Bron Soortenbank.nl