Grote bonte Specht en de Boomklever

De grote bonte Specht en de Boomklever brachten vanmiddag een bezoek voor de pinda’s. het zijn mooie vogels maar allebei erg schuw.

Veldkenmerken. 23 cm. Zwartwitte specht, veel kleiner dan Groene Specht. Smal wit voorhoofd, zwarte kap en zwarte baardstreep, die van snavelbasis doorloopt over oorstreek tot in nek. Mannetje heeft rode achterkop. Zwarte rug met grote witte schoudervlekken, vleugels zwart met veel witte vlekken, onderstaart rood, rest van onderdelen wit. Staart zwart met witte zijden. Juveniel heeft rode in plaats van zwarte kopkap (beide sexen). Golvende vlucht.


Geluid. Roep luid, enkel ’kik’ of ’kiek’, bij verstoring herhaald. Trommelt vaker dan andere spechten op dood hout.

Boomklever.

Veldkenmerken. 14 cm. Een gedrongen, plompe, actieve vogel met een stevige, puntige snavel. Blauwgrijze kruin en bovendelen, isabelkleurige onderdelen met roodbruine flanken, wangen en keel wit, zwarte streep door oog. Juveniel zonder roodbruin. Beweegt over boomstammen en takken met kleine, schokkerige sprongen, in alle richtingen met evenveel gemak, zonder staart te gebruiken. Noten en zaden worden vastgezet tussen boomschors en met de snavel opengehakt. Golvende vlucht, als spechten. Nestelt in boomholten. Ingang wordt soms verkleind met modder. ’s Winters vaak rondtrekkend met groepen mezen.

Geluid. Een luid, metalig ’twiet-twiet-twiet’, en varianten daarop; ook en schel ’tsit’, een herhaald, luid, helder en fluitend ’twie’ en een zeer snelle triller. Bron Soortenbank.nl

Share

Quakerpapegaai

Vorig jaar in Benalmadena Spanje langs de boulevard zaten we op een bankje en de papegaaien vlogen boven ons hoofd in de bomen voor zaad.

De monniksparkiet (Myiopsitta monachus) is een parkiet uit Argentinië en het zuidelijke deel van Brazilië in Zuid-Amerika. Het dier is ook bekend onder de naam muisparkiet. Als exoot doen deze vogels het goed in Europa en Noord-Amerika.
De monniksparkiet bouwt zijn nest in vogelkolonies met vele parkieten. Het is voorgekomen dat een dergelijke “parkietenflat” het formaat had van een kleine auto. Dit gedrag is vrij ongewoon voor een papegaai en is waarschijnlijk geëvolueerd omdat op de pampas weinig bomen groeien en de aanwezige nestruimte efficiënt moest worden gebruikt.


Monniksparkieten in Nederland

Ook in Nederland is deze soort verwilderd. Zo is in 2003 een grote zwerm aangetroffen in Wageningen.
Het komt voor dat monniksparkieten “halfwild” leven. Dat wil zeggen dat ze vrij kunnen vliegen (en meestal nestelen) maar dat ze voor voedsel bij hun eigenaar terecht kunnen.
De gangbare methode is om dieren eerst in een volière aan de omgeving (bijvoorbeeld de achtertuin) te laten wennen en hen na een aantal maanden pas los te laten. De kans is groot dat de dieren terug blijven komen voor voedsel. Die kans wordt groter als meerdere dieren samenwerken en gezamenlijk vrij vliegen. De monniksparkiet is een sociaal dier en zal anders op zoek gaan naar een andere kolonie. Bovendien zorgt het vrijlaten in groepen ervoor dat de dieren gaan nestelen. Hierdoor kunnen het er snel meer worden.
In Apeldoorn leeft sinds het begin van het millennium een vrij grote groep monniksparkieten halfwild; Er worden steeds meer broedgevallen gerapporteerd, dus geleidelijkaan is het een zelfstandige wilde populatie aan het worden.


Ouwehands Dierenpark in Rhenen had een grote zwerm vrijvliegende monniksparkieten, echter na opmerkingen over hun bijdrage aan faunavervalsing heeft men de kolonie succesvol weer weggevangen. Bron Wikipedia.nl

Share

Icarusblauwtje

Op deze foto kun je goed de roltong van Icarusblauwtje zien

Vanmiddag zat er een Icarusblauwtje (mannetje) op de Verbena in de tuin, het is de eerst keer, de andere keren ben ik hem tegengekomen op het klaverveldje.

Icarusblauwtje

Beschrijving: 
Het icarusblauwtje is een veel voorkomende vlindersoort. Het lijkt op het esparcetteblauwtje, maar onderscheidt zich van deze door twee wortelvlekken op de onderkant van de voorvleugels. Het komt voor op de meeste typen graslanden, van vrij droge schrale graslanen tot matig vochtige hooilanden. Het vrouwtje zet de eitjes af op veel soorten vlinderbloemigen, onder andere Lotus corniculatus (gewone rolklaver). De rups voedt zich met de bladeren. Ze wordt veelvuldig bezocht door mieren van de geslachten Lasius , Formica , Myrmica , Tapinoma en Plagiolepis . Als ze halfvolgroeid is, kan ze in de strooisellaag overwinteren. In hete klimaten vindt ook overzomering als ei of rups plaats. De verpopping gebeurt in de strooisellaag. Het icarusblauwtje vliegt afhankelijk va de geografische ligging en de hoogte van het vliegterrein in een tot drie generaties per jaar.


Leefgebied: 
Droge zure graslanden
Droog kalkgrasland en steppe
Matig voedselrijk grasland. Bron: Soortenbank.nl

Share

Bont zandoogje

Vandaag heel de dag een bezoek gehad van een Bont zandoogje etende van een appel omdat er nu niet meer veel nectar aanwezig is eten ze nog wat ze kunnen vinden, als er geen nectar in de buurt is en ze komen een appel tegen is dat dan mooi meegenomen, meestal verblijven ze in de bossen tussen bladeren,

Kenmerken

Voorvleugellengte: 19-22 mm. De bovenkant van de voorvleugel is donkerbruin met een geeloranje vlekkenpatroon en een witgekernde zwarte oogvlek. Op de bovenkant van de achtervleugel bevinden zich drie of vier witgekernde zwarte oogvlekken.

Voorkomen

Een algemene standvlinder die zich in de twintigste eeuw sterk uitgebreid heeft. Het bont zandoogje komt tegenwoordig verspreid over het hele land voor, maar wordt slechts weinig waargenomen in Drenthe, delen van de Achterhoek, de Betuwe, het westen van Friesland en de provincies Noord- en Zuid-Holland.

Habitat

Vooral bosranden en open bossen; ook tuinen en parken in een bosrijke omgeving.

Waardplanten

Diverse grassen waaronder kweek, kropaar, witbol, boskortsteel en reuzenzwenkgras.

Vliegtijd en gedrag

Eind maart-eind oktober in drie overlappende generaties. De mannetjes gedragen zich opvallend territoriaal. De vlinders voeden zich met honingdauw, sap van vruchten en bloedende bomen en met nectar van onder andere braam.

Levenscyclus

Rups: half mei-half september. De groeisnelheid van de rupsen verschilt onderling aanzienlijk; sommige rupsen groeien wel drie keer zo snel als andere. De soort overwintert gewoonlijk als pop, maar een gedeelte van de rupsen die na half augstus uit het ei komen, gaat als rups de winter in. Bron: Vlindernet.nl

Share

Woestijnbuizerd

Foto’s uit de oude doos van een dagje uit met Interpolis, tijdens een vogelwandeling met de Valkenier en zijn Woestijnbuizerd door de bossen van Schaluinen.

Woestijnbuizerd.

Voorkomen: 
Midden- en Zuid-Amerika
Gewicht:
Rond de 1 kg.
Spanwijdte:
Tot 1.20m.

Woestijnbuizerds zijn geliefd om mee te jagen. Ze jagen op diverse soorten prooi en zijn in vergelijking met andere roofvogels sociaal. Deze vogels kunnen goed “volgen” , mits hiertoe getraind: ze vliegen naar een boom en wachten tot de valkenier voorbij loopt voordat zij naar een volgende boom vliegen. Zo blijven ze tijdens het jagen altijd binnen zichtafstand van de valkenier en hebben ze zelf een goed overzicht op de omgeving. Ze leven in het wild soms in grotere groepen. Bron www.gaiazoo.nl

 

Share