Bosrandroofvlieg


Een Bosrandroofvlieg tegegekomen in de gaas, ik stond op de uitkijk om de jonge spechten te spotten, ging dit kleine vliegje voor mijn lens zitten.

Bosrandroofvlieg

12-17 mm. Bruine roofvlieg met vrij kleine en laaggeplaatste middenknobbel op gezicht. Borstels op achterhoofd sterk naar voren geknikt. Dijen zwart, schenen rood met zwarte top. Metatarsen meestal grotendeels zwart met smal rode basis. Alleen eerste vijf segmenten van het achterlijf bruin bestoven, de overige zwart. Boventang van mannelijke genitalien tweemaal zo lang als hoog.

Gelijkende soorten __

Lijkt op de Oostelijke bosrandroofvlieg Neoitamus cothurnatus, die zich onderscheidt door de grote middenknobbel op het gezicht en de vorm van de mannelijke genitalien.

Lijkt ook op de Zuidelijke bosrandroofvlieg Neoitamus socius, die zich onderscheidt door de bijna driehoekig gevormde boventang van de mannelijke genitalien, waarop aan de onderzijde een kenmerkende pluk zwart haar zit. De metatarsen van N. socius zijn gewoonlijk rood met een zwarte top, maar vrouwtjes zijn alleen onder een stereomicroscoop met zekerheid te onderscheiden.

De Zwartdijroofvlieg Paritamus geniculatus verschilt door het geheel (tot aan de genitalien) bestoven achterlijf. De uiterste top van dij 1 is rood. Boventang van de mannelijke genitalien heeft een opvallend uitsteekseltje aan het uiteinde. __

Biotoop __

Bossen, bosranden en tuinen (ook in steden) op droge tot iets vochtige zandgrond.

Verspreiding __

Een algemene soort op de zandgronden en in de duinen. Vliegtijd van begin mei tot half september.

Bron Waarneming.nl foto Tonnie Verheijden

Voedertijd voor de kleine bonte Spechten

De kleine bonte Spechten zijn de jonge spechtjes aan het voeren in de Gaas.

Kleine bonte Specht voert de Jonkies


Kleine Bonte Specht voert de jonkies.

De kleine bonte specht vertoont qua gedrag en leefwijze veel overeenkomsten met de grote bonte specht. Ook de sterk golvende vlucht van beide vogels lijken sterk op elkaar. De kleine bonte specht brengt het grootste deel van de dag door in de bovenste boomlagen. ’s Nachts slaapt hij in oude nestholtes.
De broedtijd van de kleine bonte specht ligt in de maanden maart tot augustus, afhankelijk van de regio. In een groot deel van Europa worden de eieren van laat april tot begin mei gelegd. In Noord-Afrika en Scandinavië is dit respectievelijk twee en drie weken later.
De nestholte wordt in een boomstam of in een sterke tak uitgehakt, meestal in zacht, dood hout. Soms wordt echter een oude nestholte of een natuurlijke boomholte gebruikt. De kleine bonte specht maakt een vlieggat met een diameter van 3 tot 3,5 centimeter doorgaans tien tot twintig meter boven de grond. De nestholte zelf is 10 tot 18 centimeter diep en is op de bodem bedekt met houtkrullen en fijn zaagsel. Een schacht verbindt de holte met het vlieggat en kan relatief lang zijn. Vaak bevindt de eigenlijke holte zich dertig centimeter of meer onder de ingang.
Het broedsel bestaat uit vier tot zeven glanzende witte eieren van ongeveer 19 bij 14,5 millimeter. Deze worden in elf à twaalf dagen door beide ouders uitgebroed. Na achttien tot twintig dagen vliegen de jongen uit. Er wordt per broedpaar jaarlijks slechts één legsel grootgebracht. Het komt vaak voor dat een vrouwtje met twee mannetjes paart en derhalve twee legsels produceert.

Bron Wikipedia Foto Tonnie Verheijden

grote Bonte Specht met zijn jonkie


Een grote Bonte Specht is zijn jong aan het voeren in de Gaas.

Net als alle spechten is de grote bonte specht een holenbroeder. De nestholte wordt aan het einde van een kalenderjaar door het mannetje uitgehakt in een zachtere houtsoort van een volgroeide boom. Hij vertoont geen voorkeur voor een bepaalde boomsoort en maakt het nest in zowel naald- als loofbomen. Ook oude nestholtes worden soms gebruikt, al nestelt de grote bonte specht nooit in een nestkast. De nestholte is doorgaans vijftien tot dertig centimeter diep en heeft een met houtsnippers beklede bodem.

Wanneer een mannetje rond december een nieuwe nestholte heeft uitgehakt of een oude heeft uitgekozen, begint hij met zijn geroffel die dient als hofmakerij. Als een vrouwtje in het territorium deze roffel beantwoordt, volgt er verder baltsgedrag. Deze omvat onder andere dreigende bewegingen, zoals het opzetten van de kopveren.

In april en mei worden vier tot zeven crème-witte eieren gelegd, die in elf tot dertien dagen worden uitgebroed. De jongen worden drie tot vier weken door beide ouders gevoerd, alvorens ze uitvliegen. In de tweede helft van deze periode is dit nest eenvoudig te ontdekken, daar de jongen dicht bij het vlieggat continu om de ouders roepen.

Bron: Wikipedia  Foto: Tonnie Verheijden

Roodborst in de Gaas


Gisteren zag ik een vreemd vogeltje zingend in de boom in de Gaas, naar speurwerk bleek het om een Roodborstje te gaan die een bad had genomen.

De roodborst of het roodborstje (Erithacus rubecula) is een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers). Hij waagt zich dicht bij huizen, vooral ’s winters. Verder is het een zeer talrijke broedvogel van grote tuinen, parken en bossen.

Het is een vrij gedrongen vogeltje en zowel mannetjes als vrouwtjes hebben een opvallende bruinrode tot oranje keel. De staart is roodbruin, de rug bruin en de buik lichtgekleurd. De zang is het hele jaar te horen. Hij begint ’s ochtends te zingen als het nog donker is. Bij gevaar stoot hij de kreet ‘tsik’ uit. Een bijzonderheid van de roodborst is dat ook de vrouwtjes zingen, vooral in de herfst. Jonge vogels hebben een gespikkelde kop en borst. Het vogeltje is 14 cm lang. Tegen soortgenoten zijn zowel mannetjes als vrouwtjes heel agressief. Zowel in de zomer als in de winter verdedigen zij hun territorium fel.

Het roodborstje eet voornamelijk op de grond levende insecten (vooral kevers) en slakken, wormen en spinnen. Van de herfst tot vroeg in de lente vormen wormen, fruit en bessen een belangrijk deel van zijn dieet.

Een legsel bestaat meestal uit vijf tot zes roze eieren met grijze ondervlekken en roestbruine vlekjes.

Bron: Wikipedia  Foto Tonnie Verheijden