Nephrotoma Pratenis de Langpoot mug

001.1-3

De Nephrotoma Pratenis is familie van de langpoot mug en lijkt op een Tijgerlangpoot mug,

Langpootmuggen zijn schemeractief en nachtactief en worden dan aangetrokken door licht. Ze houden zich overdag vaak op in planten. De larven zijn vraatzuchtig maar de volwassen langpootmuggen eten niet of alleen een beetje nectar en leven maar enkele dagen om te paren. Langpootmuggen zijn slechte vliegers die een zigzaggende vlucht hebben. Net als andere vliegen en muggen hebben ze slechts één paar vleugels, het achterste paar is omgevormd tot halterachtige structuren.

In Nederland en België zijn met name soorten uit het geslacht Tipula algemeen. De koollangpootmug (Tipula oleracea) vliegt van april tot juni en een tweede generatie van augustus tot oktober. De moeraslangpootmug (Tipula paludosa) vliegt alleen in augustus en september en Tipula czizeki is alleen in oktober en november bovengronds te zien. De reuzenlangpootmug (Tipula maxima) is een wat grotere soort.

Uiterlijke kenmerken

De meeste langpootmuggen hebben een onopvallend uiterlijk om geen aandacht van vijanden te trekken. Sommige langpootmuggen zoals de helemaal onderaan afgebeelde Ctenophora ornata hebben een afwijkend uiterlijk door felle kleuren of afwijkende lichaamsuitsteeksels, in dit geval imiteert de mug een papierwesp.

Langpootmuggen hebben kleine, kraalachtige ogen die donker van kleur zijn en weinig opvallen. Wat des te meer opvalt zijn de uitstekende monddelen die wat aan een zuigsnuit doen denken zoals deze voorkomt bij andere insecten zoals dewantsen. Langpootmuggen kunnen hier echter niet mee bijten of prikken, de kaken zijn gereduceerd. Bij een aantal soorten kunnen de volwassen exemplaren helemaal niet meer eten; al de energie die ze nodig hebben om zich voort te planten is als larve bij elkaar gegeten.

Langpootmuggen hebben zeer lange poten. Ze kunnen de poten makkelijk af laten breken als deze worden vastgepakt, dit wordt wel autotomie genoemd. Omdat een langpootmug met poten en vleugels niet meer vervelt, groeien deze nooit meer aan.

001-25

Zoals alle tweevleugeligen, waartoe de vliegen en muggen behoren, zijn de achtervleugels veranderd in knots-vormige haltertjes. De gedegenereerde achtervleugels hebben een functie die te vergelijken is met een gyroscoop. De tweevliegvleugels staan bij een aantal soorten gespreid, waardoor de halters duidelijk zichtbaar zijn. Er zijn echter ook soorten, zoals de tijgerlangpootmug, die de vleugels op de rug vouwen. Langpootmuggen zijn slechte vliegers en zijn ondanks hun zeer onregelmatige, op- en neergaande vlucht makkelijk uit de lucht te plukken. Belangrijke vijanden van langpootmuggen zijn vogels en spinnen.

Het achterlijf is lang en rond en duidelijk gesegmenteerd. Vrouwtjes en mannetjes zijn bij de langpootmuggen eenvoudig uit elkaar te houden. De vrouwtjes zijn groter en als ze eieren dragen ook aanmerkelijk dikker en zwaarder. Het belangrijkste verschil zit in de achterlijfspunt, bij de mannetjes zijn de hier aanwezige geslachtsorganen onopvallend maar bij de vrouwtjes draagt het achterlijf een stekelachtige structuur. Dit orgaan wordt de ovipositor of legbuis genoemd en dient om de eitjes af te zetten op enige diepte in de bodem. De legbuis wordt dus niet gebruikt om te steken, zoals het geval is bij andere insecten zoals wespen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *