Keep

_CSC0206Keep, soms komt er wel een ander soort vinkachtige op bezoek samen met de vinken en dan wordt het even puzzelen wat voor soort het is.

Kepen zijn de noordelijke tegenhangers van ‘onze gewone’ vink. In Nederland broeden jaarlijks enkele kepen, maar om meer dan drie tot vijf paren lijkt het niet te gaan. Hoe anders is het in Fenno-Scandinavië, waar de keep een van de meest talrijke broedvogel is. Daar echter ontbreekt de ‘gewone’ vink weer bijna helemaal. In de winter verblijven grote aantallen Scandinavische kepen in Nederland. De zang van de keep is vol van dissonanten en andere onplezierig klinkende tonen, en lijkt wel wat op de zang van de groenling. Vinken en kepen houden zich ‘s winters vaak op in gemengde groepen. Ze kunnen gemakkelijk worden waargenomen in beukenbossen, waar ze de afgevallen beukenootjes eten. Ze zijn net zo groot als de vink, maar hebben een witte bovenstaart en veel meer oranje in het verenkleed. Bij het opvliegen is de witte stuit erg opvallend.

_DSC0065Algemeen
Overige namen Brambling , Fringilla montifringilla OrdePasseriformesFamilieVinken (Fringillidae)StatusJaargast. Uiterst schaarse broedvogel; zomergast in zeer klein aantal; doortrekker en wintergast in (zeer) groot aantalEuropese verspreidingKepen broeden vrijwel uitsluitend in Noorwegen, Zweden, Finland en Rusland. Oostwaards komen ze voor tot aan Moskou, de zuidgrens van het verspreidingsgebied wordt gevormd door Nederland, Denemarken en de Baltische Staten. Langs deze zuidgrens wordt nauwelijks nog gebroed, maar in de winter zijn kepen er talrijk.Naar boven

_DSC0068Leefomgeving en voedsel
Biotoop Bos, park en tuin Voedsel- en broedbiotoopDe broedgebieden van kepen zijn meestal gemengde bosen en de randen van naaldbossen. Het nest wordt in een boom gemaakt, meestal op vrij lage hoogte (tot 9 meter maar meestal veel lager). Het nest is een diepe, goed gevoerde kom van mos, gras, haren en spinnenwebben. In de winter kunnen kepen vooral gevonden worden op akkers langs bosranden, beukenbossen en parken met beukenbomen. De zaden van de beuk vormen een van de belangrijkste voedselbronnen voor deze vinkachtige.VoedselIn de zomer worden insecten en zaden gegeten, ‘s winters uitsluitend zaden (o.a. beukennootjes._DSC0069Broeden
BroedperiodeVanaf medio mei in het zuiden, vanaf begin juli in het noordenKoloniebroederNeeAantal legselsEén, soms twee legsels per jaarAantal eieren5 – 7, soms 4 – 8

_DSC0066Vogeltrek
OverwinteringsgebiedHet overwinteringsgebied van kepen strekt zich uit van het zuiden van Fenno-Scandinavië tot aan het Middellandse Zeegebied. Bron: Vogelbescherming.nl

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *