Grote bonte Specht en de Boomklever

De grote bonte Specht en de Boomklever brachten vanmiddag een bezoek voor de pinda’s. het zijn mooie vogels maar allebei erg schuw.

Veldkenmerken. 23 cm. Zwartwitte specht, veel kleiner dan Groene Specht. Smal wit voorhoofd, zwarte kap en zwarte baardstreep, die van snavelbasis doorloopt over oorstreek tot in nek. Mannetje heeft rode achterkop. Zwarte rug met grote witte schoudervlekken, vleugels zwart met veel witte vlekken, onderstaart rood, rest van onderdelen wit. Staart zwart met witte zijden. Juveniel heeft rode in plaats van zwarte kopkap (beide sexen). Golvende vlucht.


Geluid. Roep luid, enkel ’kik’ of ’kiek’, bij verstoring herhaald. Trommelt vaker dan andere spechten op dood hout.

Boomklever.

Veldkenmerken. 14 cm. Een gedrongen, plompe, actieve vogel met een stevige, puntige snavel. Blauwgrijze kruin en bovendelen, isabelkleurige onderdelen met roodbruine flanken, wangen en keel wit, zwarte streep door oog. Juveniel zonder roodbruin. Beweegt over boomstammen en takken met kleine, schokkerige sprongen, in alle richtingen met evenveel gemak, zonder staart te gebruiken. Noten en zaden worden vastgezet tussen boomschors en met de snavel opengehakt. Golvende vlucht, als spechten. Nestelt in boomholten. Ingang wordt soms verkleind met modder. ’s Winters vaak rondtrekkend met groepen mezen.

Geluid. Een luid, metalig ’twiet-twiet-twiet’, en varianten daarop; ook en schel ’tsit’, een herhaald, luid, helder en fluitend ’twie’ en een zeer snelle triller. Bron Soortenbank.nl

Geef een antwoord

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.