Witte siberische tijgers

In April 2011 zijn wij naar Benalmadena (Spanje) geweest, een Stadje verderop is Fuegirola daar heeft men een prachtige Dierenpark/Zoo, daar wonen sinds kort 2 Witte Bengaalse Tijgers een volwassen moeder met haar jong, ze wonen daar in een prachtig verblijf.

De Bengaalse tijger of koningstijger (Panthera tigris tigris) is een ondersoort van de tijger (Panthera tigris) die voorkomt op het Indische subcontinent. Op de Siberische tijger (Panthera tigris altaica) na is de Bengaalse tijger de grootste katachtige. Het is tevens de tweede meest algemene ondersoort van de tijger.

Uiterlijke kenmerken

De vacht van de Bengaalse tijger is oranjebruin tot oranjegeel met verticale bruine tot zwarte strepen. Dit strepenpatroon verschilt in aantal, dikte en vertakkingen per individu. De buikzijde, de wangen en het gebied rond de ogen zijn wit. Ook bestaan er “witte tijgers”, met een geheel roomwitte vacht en bruine strepen. Deze kleurvariëteit is zeer zeldzaam in het wild, maar een populaire attractie in gevangenschap, en hij wordt regelmatig gehouden in dierentuinen, waaronder in Dierenpark Amersfoort. Alle witte tijgers stammen af van één individu. Ook bestaan er geheel zwarte dieren, maar deze dieren zijn zeer zeldzaam.

De schofthoogte is ongeveer 100 à 110 centimeter. Mannetjes hebben een kop-romplengte van 270 tot 310 centimeter en een lichaamsgewicht van 180 tot 258 kilogram, vrouwtjes hebben een kop-romplengte van 240 tot 265 centimeter en een lichaamsgewicht van 100 tot 160 kilogram. De Bengaalse tijgers die in de Sundarbans voorkomen zijn echter kleiner en aanzienlijk lichter; drie vrouwtjes wogen gemiddeld 76,7 kilogram, zo bleek uit onderzoek dat werd uitgevoerd door onderzoekers van de University of Minnesota en het Bangladesh Forest Department.[2][3]

Leefwijze

De Bengaalse tijger jaagt voornamelijk overdag en in de schemering. Hij jaagt onder andere op herten als sambars, barasingaherten en axisherten, varkens, antilopes, apen als hoelmans, runderen als waterbuffels en gaurs en zelfs jonge olifanten. Soms worden ook gavialen, pythons en kleinere prooidieren als kikkers, hagedissen, schildpadden, kleine slangen, vissen, krabben, termieten en sprinkhanen gegrepen. Een geliefd, maar gevaarlijk prooidier is het witstaartstekelvarken (Hystrix indica). Zijn stekels kunnen dodelijke infecties veroorzaken. In de Sundarbans, het enige gebied waar tijgers nooit zijn bejaagd, zijn menseneters relatief algemeen. De prooi wordt eerst tot dichtbij beslopen, en wordt daarna besprongen en in de nek, schouders of rug gebeten. Prooidieren worden nog in het water achtervolgd. De prooi wordt over het algemeen bij het water opgegeten.

De Bengalse tijger is een solitair dier, dat zijn territorium verdedigt tegen andere tijgers van hetzelfde geslacht. Enkel in de paartijd (in april en mei, en in oktober en november) trekken een mannetje en een vrouwtje enkele dagen met elkaar op. De tijger krijgt één tot zes welpen per worp. Na 6 à 12 weken gaan de welpen jagen. Een Bengaalse tijger in een nationaal park in Nepal is vijftien jaar oud geworden.

Verspreiding en leefgebied

De Bengaalse tijger komt voor in West-Myanmar en op het Indische subcontinent, in Bhutan, Nepal en Zuid-China, Bangladesh en India. Hij leeft hier in de vochtige regenwouden, moessonbossen, bamboebossen en savannes die begroeid zijn met hoog gras en bomen, in waterrijke gebieden als moerassen, in mangroves en in rivierbossen. Hij komt zowel in het laagland als in de bergen voor, tot in de Himalaya, waar hij leeft in bladverliezende bossen.

Bronnen, noten en/of referenties

 

 

 

 

 

 

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *