Jachtluipaard

De jachtluipaard, gepard of cheeta (Acinonyx jubatus) is een groot katachtig roofdier dat nog voorkomt in Afrika en Iran. Het is de enige nog levende soort uit het geslacht Acinonyx. De jachtluipaard staat bekend als het snelste landdier ter wereld.
Verspreiding en leefgebied
De jachtluipaard leeft in droge, open savannen en in struikgebieden. Hij kan overal overleven waar voldoende prooidieren zijn en het terrein open genoeg is om te kunnen rennen. Hij heeft een voorkeur voor gebieden met schuilplaatsen, vanwaar hij prooi kan besluipen en karkassen kan verstoppen, maar hij kan ook overleven op kale vlakten en hij kwam vroeger zelfs tot diep in de Sahara voor.
Vroeger kwam hij voor in het grootste deel van Afrika (behalve een gedeelte van de Sahara en de dichte regenwouden van West- en Centraal-Afrika) en het Midden-Oosten tot ver in Zuidwest-Azië, noordwaarts tot Tadzjikistan, zuidoostwaarts tot in India. Tegenwoordig is hij in bijna geheel Azië uitgestorven, met uitzondering van een kleine, ernstig bedreigde populatie in Iran. Ook in Afrika gaat het aantal achteruit en komt hij in verscheidene delen van zijn oorspronkelijke verspreidingsgebied niet meer voor.
Hoewel de soort er al een eeuw is uitgestorven, is India van plan om jachtluipaarden te herintroduceren in het land.

Jacht en voedsel
De jachtluipaard jaagt over het algemeen overdag (vroeg in de morgen, vroeg in de avond). Meestal houden ze eerst de omgeving in de gaten vanaf een verhoogde plek als een rotspartij, een omgevallen boom of een termietenheuvel. De jachtluipaard jaagt voornamelijk op kleine en middelgrote antilopen als de Thomsongazelle en andere gazellen, impala, springbok en kob. De jachtluipaard besluipt de antilope met zijn kop naar beneden tot hij ongeveer 30-10 m in de buurt van zijn prooi is, waarna hij het met een korte, zeer snelle sprint probeert te vangen.
De jachtluipaard is het snelste landdier ter wereld: binnen vier seconden kan hij snelheden van tot wel 110 km/uur halen. Deze snelheid houdt hij echter zelden langer dan over een afstand van 500 m vol, en meestal valt de soort aan met een snelheid van 70 km/uur. De gazelle probeert te ontkomen door zijwaartse bewegingen te maken, waardoor de cheeta af moet remmen. Soms lukken de pogingen van de prooi om te ontsnappen, en komt hij veilig weg, maar de cheeta kan ook goed van richting veranderen, ondanks de hoge snelheden die hij haalt. Als hij denkt dat hij dichtbij genoeg is, slaat de cheeta met zijn voorpoot één van de achterpoten van zijn prooi weg, waardoor de prooi struikelt. Direct probeert de cheeta de prooi te verstikken door zich in de keel vast te bijten. De cheeta kan zich wel twintig minuten lang vastbijten in de keel van een prooidier.
Behalve antilopen jaagt de jachtluipaard ook op andere prooidieren, als middelgrote vogels en hazen en andere kleinere zoogdieren. Het is zelfs waargenomen dat een groepje jachtluipaarden een veel grotere prooi doodde, als een jonge kafferbuffel , een zebra of een gnoe . Dit is echter zeldzaam. Na de vangst moet hij snel eten, omdat sterkere rovers zoals leeuwen en hyena’s zullen proberen de prooi af te pakken als ze de kans krijgen, maar ook meer reguliere aaseters als gieren en jakhalzen zullen proberen mee te eten. Hij kan tot 14 kg per maaltijd opeten, en het is waargenomen dat een groepje van vier cheeta’s in een kwartier een gehele impala heeft opgegeten. Soms zal de cheeta in een boom klimmen, samen met zijn prooi, wat betekent dat hij soms een enorm gewicht de boom in moet slepen, maar meestal sleept hij zijn prooi naar een schuilplaats als dicht struikgewas. Op deze manier kan hij veilig eten. Na de jacht moet de cheeta ten minste 40 minuten uitrusten, om “op adem te komen”. Zou hij dit niet doen, dan zou hij oververhit kunnen raken en zo ernstig gewond kunnen raken.

Bron: Wikipedia Foto: T.V.S. Nature Photography


Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *