Pauwhaan

_TVS6182

Pauwhaan

Dit is een van de mooiste loopvogel de Pauwhaan, deze Pauw heb ik gefotografeerd in de kinderboerderij bij het Vennenbos.

Pauwen (Pavo) is een geslacht van middelgrote hoendervogels, waarvan de haan wordt gekenmerkt door een lange staart. Er zijn twee soorten: de blauwe pauw (Pavo cristatus) en de groene pauw (Pavo muticus). Naast het geslacht Pavo bestaat er ook het pauwengeslacht Afropavo met één soort: de Congopauw (Afropavo congensis).

Kenmerken
Ze vallen binnen de grote familie van de fazantachtigen (Phasianidae) op door hun gekleurde verenkleed en de grote sierveren van de mannetjes. In tegenstelling tot de kleurige verschijning van het mannetje is het vrouwtje van de blauwe pauw onopvallend gekleurd. Bij de groene pauw is het onderscheid tussen de beide seksen kleiner. De pauw is waarschijnlijk de oudst bekende siervogel.

_TVS6196

Voeding
Van nature eten pauwen zowel plantaardig als dierlijk materiaal. Hoofdvoer zijn granen en zaden en speciale voerkorrels voor siervogels. Onkruiden, fruit en groente zijn geschikt als bijvoedsel. Net als andere hoenderachtigen zal het dier insecten en wormen niet versmaden, terwijl hij ook andere dieren, zoals kleine slangen, eet als ze beschikbaar zijn.

De veren
De hanen van beide soorten hebben een lange sleep, bestaande uit de sterk verlengde staartdekveren, die aan hun uiteinde een pauwenoog vertonen. De sleep bestaat uit zo’n 150 kleurige veren. Als de haan zijn sleep opzet om een wijfje te veroveren, zijn deze veren het duidelijkst te zien. Aan het einde van de winter wil de pauwhaan gaan paren. Als een wijfje interesse toont, draait de haan zijn rug naar het vrouwtje toe zodat het vrouwtje om hem heen moet lopen om zijn prachtige veren nog te kunnen zien. Nadat dit zich een aantal malen heeft herhaald, gaat de hen tenslotte voor de haan liggen, die zijn staartveren invouwt en met het wijfje paart. Op die manier verzamelen de mannetjes twee tot vijf wijfjes om zich heen en paren met hen.

Veel vlindersoorten hebben pauwenogen op hun vleugels. Bekende soorten zijn de dag- en de nachtpauwoog. Ook bestaan er vissen en reptielen met ‘pauwoog’ in hun naam.

_TVS6190

Het pauwenjong

Bij de blauwe pauw zorgt het wijfje alleen voor haar jongen. De groene pauw echter leeft in kleine groepjes bestaande uit de haan, zijn harem en de jongen. Nadat de eieren zijn uitgekomen, zorgt de moeder nog lange tijd voor de jongen. Mannetje en vrouwtje maken hun nest meestal in een kuiltje in de grond tussen de struiken. Maar soms ook in een dikke boom, in een leeg roofvogelnest, of zelfs op een gebouw. Het nest wordt bedekt met wat dorre bladeren of gras.

Het hennetje legt gewoonlijk vier tot acht bijna-witte eieren. Ze worden niet allemaal tegelijk gelegd. Pas na het vierde ei begint de hen te broeden. Dat doet ze ongeveer 28 dagen. Kuikens worden met veertjes geboren, niet met dons, zoals veel andere kuikens. Al snel krijgt de jonge pauw een verenkroontje op zijn kop. Een sleepstaart krijgen de hanen pas na het derde jaar, en deze is pas volgroeid als hij 6 jaar oud is. Dit weerhoudt de jonge haantjes er niet van om zich al meteen te oefenen in het pronken. Daarbij zetten ze hun korte staartveren op. Ook jonge hennen vertonen soms deze houding. Als jonge pauwen honger hebben tikken ze op de snavel van de moeder, waarna ze gevoed worden. Als pauwen een goed leven hebben, kunnen ze in gevangenschap 20 tot 30 jaar oud worden.

Bron: Wikipedia – Foto’s: TVS Photography

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *