Grauwe Vliegenvangers

Grauwe Vliegenvangers kun je snel herkenen, doordat ze heel snel van een tak de lucht invliegen een insect vangen en weer terug op de tak gaan zitten.

De grauwe vliegenvanger (Muscicapa striata) is een kleine, onopvallende zangvogel uit de familie van vliegenvangers (Muscicapidae). Het is de enige uit het geslacht Muscicapa die in Europa voorkomt. De grauwe vliegenvanger is te zien op een Belgische postzegel ter waarde van 0,40 Euro.
Het verenkleed is grijsbruin met een gevlekte kruin en een donkerbruine vleugeltekening zonder wit. Verder heeft de vogel een iets gestreepte borst.
Grauwe vliegenvangers komen tijdens het broedseizoen in heel Europa voor. Ze broeden in gevarieerde loofbossen, dorpen met oude bomen en kleinschalig agrarisch landschap. Het is een trekvogel die overwintert in tropisch Afrika.
In Nederland arriveert de grauwe vliegenvangern in april/mei en in oktober zijn ze praktisch weer verdwenen.

De soort staat als niet bedreigd op de internationale Rode Lijst van de IUCN en als gevoelig op de Nederlandse Rode Lijst omdat de grauwe vliegenvanger sinds 1980 (en mogelijk al eerder) geleidelijk afneemt. Hoewel de vogel ook in Vlaanderen achteruitgaat, staat hij (nog) niet op de Vlaamse Rode Lijst.

Bron: Wikipedia Foto:Tonnie Verheijden

Share

Vlaamse Gaaien

Vlaamse Gaai. Eerst kwam een van de ouders voor de appel, daarna durfde ook haar jong uit de boom te komen ze ging meteen haar jong voeren, het jong gaf met heel veel geluid aan wanneer ze nog meer wilde

De vogel kan bij opwinding de kruinveren opzetten, deze zijn afwisselend licht van kleur met zwart.

Voedsel vindt de Vlaamse gaai in bomen en struiken, in de lucht en op de grond; het betreft een breed spectrum van dierlijk en plantaardig dieet: insecten en ongewervelden (waaronder veel plaagdieren), eikels, beukennootjes, hazelnoten en andere zaden en noten, vruchten als bramen, kersen, frambozen en lijsterbessen. Ook kleine of jonge zangvogels en eieren behoren tot het dieet, evenals kleine knaagdieren. Met de sterke snavel hakt de gaai gaten in harde omhulsels als slakkenhuizen, notendoppen en eierschalen en doorwoelt hij bodem, dierenpoep en menselijk afval.

De eik is afhankelijk van de gaai voor het verspreiden van eikels: de gaai vervoert ze in zijn keel en tussen zijn snavel naar plaatsen met een zachte ondergrond, waarna hij ze in de aarde duwt. Zo legt hij een wintervoorraad aan. Hij vergeet alleen een aantal plekjes. Wat niet teruggevonden wordt, kan uitgroeien tot een nieuwe eik. Om deze reden wordt de gaai ook wel ‘de grootste bosbouwer’ genoemd. De Duitse naam voor de gaai (Eichelhäher) typeert het gedrag. De wetenschappelijke naam Garrulus glandarius valt vrij te vertalen als voortdurend krassende eikel zoeker.

De gaai bouwt zijn nest het liefst in bomen en legt eenmaal per jaar 5 tot 7 eieren, van half april t/m mei.

Bron: Wikipedia – Foto’s Tonnie Verheijden

Share

Gekraagde Roodstaart

 Gekraagde Roodstaart

Gekraagde roodstaart is een vogelsoort van oude, parkachtige bossen met weinig ondergroei. Vooral te vinden op de hogere zandgronden en duinen die begraasd worden. Open plekken, oude bomen, graslanden of heiden moeten elkaar afwisselen. Ook in kleinschalig boerenland met oude, lommerrijke erven. Gekraagde roodstaarten zijn holenbroeders, die ook wel van nestkasten gebruik maken. De gekraagde roodstaart is tegenwoordig niet meer zo algemeen als enkele decennia geleden.
Volwassen mannetjes hebben een oranjerode borst, zwarte keel, wit voorhoofd en grijze kruin en mantel. Vrouwtjes zijn minder opvallend getekend en hebben een grijsbruine rug en een beige onderzijde. Beide geslachten hebben een roestrode staart. Trilt vaak met staart, maar is verder tamelijk onopvallend.

Bron: www.vogelbescherming.nl  foto: TVS Naturephotography

Share

Sperwer Man

                                                     Sperwer man
De Sperwer zien we een paar keer per week in de tuin op jacht naar voedsel, hij probeert het steeds bij de laurierboom om dat daar huismussen in verblijven.

Sperwers komen in heel Europa voor, met uitzondering van IJsland en het uiterste noorden van Scandinavië en Rusland. Het verspreidingsgebied strekt zich in een gordel uit van Rusland tot Kamtsjatka, Japan en Korea. Sperwers leven voornamelijk in bosgebieden (vaak naaldbos), maar ook in cultuurland en in steden. Vogels uit de noordelijke streken overwinteren in gematigde gebieden.
De naam sperwer is een verkorting van spreeuwenarend, waarmee tevens is aangegeven welke vogel op het menu van de sperwer staat.

Share

Sperwer vrouwtje

De sperwer vrouwtje zat op de de uitkijk naar voedsel.

De sperwer is een kleine, snelle roofvogel uit de familie van de Accipitridae (Haviken en Arenden).

Opvallend is de gele iris, net als de fijn gebandeerde borst en de dunne maar krachtige, gele poten. Sperwers hebben stompe vleugels met een relatief groot oppervlak. De vleugels zijn veel breder dan van valken, waarvoor ze vaak worden aangezien. Opvallend is het grote verschil in formaat tussen mannetje en vrouwtje. Vrouwtjes zijn groter en zwaarder dan mannetjes en jagen op grotere prooien dan mannetjes. De lengte van kop tot staart varieert van 28 tot 38 centimeter.

Zangvogels zijn de voornaamste prooi, met name huismus, vink, merel, spreeuw en mees. Het vrouwtje vangt ook grotere prooien als de Turkse tortel. De sperwer jaagt vanuit dekking, of met een plotselinge, snelle vlucht in het voorbijgaan.

De sperwer bouwt ieder jaar hoog in de bomen een nieuw nest, waarin één tot zes, maar meestal vier of vijf eieren worden gelegd.

Share