Hooibeestjes

Hooibeestjes zijn kleine vlindertjes die je moeilijk kunt fotograferen je moet er echt wel wat tijd aanbesteden om het goed op de foto te krijgen want het fladdert steeds maar heen en weer.

De voorvleugellengte van het Hooibeestje bedraagt ongeveer 15 millimeter. De bovenzijde is licht oranjebruin met een, vooral bij de vrouwtjes, opvallende kleine zwarte vlek aan de punt van de voorvleugel. Zittend is vaak alleen de bruingrijze onderkant te zien. De mannetjes bezetten een territorium en maken patrouillevluchten.

Grasland met een niet te hoge vegetatie, bermen en heidegebieden worden als leefgebied door de vlinder gebruikt, hij is vooral te zien in mozaïekvormige begroeiingen. De vliegtijd is van februari tot en met oktober. Het hooibeestje is een slechte vlieger en daardoor vaak laag boven het maaiveld te zien.

Er zijn jaarlijks twee generaties van deze vlinder. De eerste generatie is in mei en juni te zien. De eitjes die dan gelegd worden zullen, afhankelijk van de grassoort waarop ze zich bevinden en waarmee ze zich voeden, langzaam of sneller groeien. De snel volgroeide rupsen verpoppen zich nog hetzelfde jaar en vliegt als tweede generatie van eind juli tot ver in oktober. Hun nageslacht overwintert als jonge rups en vliegt in juni en juli van het daarop volgend jaar. De rupsen de langzamer groeien brengen de winter als volgroeide rups door en zijn vanaf de maand mei als vlinder te zien. De verpopping gebeurt aan een stevige grasstengel kort boven de grond.

Bron : Wikipedia  Foto: Tonnie Verheijden

Share

Citroenvlinders

Citroenvlinders zijn in de lente de meest voorkomende vlinders, de mannetjes zijn meer geel, de vrouwtjes meer groen van kleur maar dit is in het veld niet altijd even eenvoudig te zien. Ze vallen zowel in vlucht als bij bezoek aan bloemen goed op. De vrouwtjes zijn ook veel bleker van kleur en worden soms verward met de witjes. Beide vlinders (mannetje-vrouwtje) zijn te herkennen aan een oranje stip op iedere vleugelpunt.

De vlinder is uitstekend gecamoufleerd en het hele lichaam is hierop aangepast. De onregelmatige oranjebruine vlekjes lijken sprekend op de brandgaatjes in bladeren. De vleugeladering is lichter en duidelijk te zien en lijkt op de nerven van een blad. De donkere uiteinden van de adering op de vleugelrand lijkt op de bladrand en zelfs kleine stekeltjes worden nagebootst. De citroenvlinder heeft geen oogvlekken of andere schrikkleuren aan de boven (binnen)zijde van de vleugels, en vouwt deze in rust nooit open, zodat hij perfect lijkt op een blad.

De citroenvlinder is een van de langstlevende soorten die als imago meer dan een jaar oud kan worden. De vliegtijd is van juli tot en met oktober en van februari tot en met mei. In de tussentijd wordt een winterslaap gehouden in holten in bomen of lage, groene struiken zodat de vlinder moeilijk te vinden en goed gecamoufleerd is. Ook als de imago rond juni uit zijn pop komt wordt al snel een soort zomerslaap gehouden. Hierdoor wordt het grootste deel van het relatief lange leven al rustend doorgebracht.

Bron: Wikipedia  Foto Tonnie Verheijden

 

Share

Kleine Vos

Kleine Vos heeft een bezoekje aan onze tuin gebracht, ik hoop dat er nog vele soorten vlinders tegen zal komen.

De kleine vos heeft een voorvleugellengte van 22 tot 25 millimeter. De basiskleur van de bovenkant van de vleugels is oranje. Langs de voorrand (costa) van de voorvleugel loopt een band van afwisselend gele en zwarte vlekken, die bij de vleugelpunt (apex) wordt afgesloten met een witte vlek. Ook in het middenveld bevindt zich nog een zwarte vlek geflankeerd door een gele vlek en twee zwarte stippen. De vleugelbasis van de achtervleugel is zwartbruin. Bij de voorrand van de vleugel loopt het oranje over in geel. Langs de vleugelranden loopt een rand met aan de binnenkant blauwe maanvormige vlekjes die zwartomrand zijn. De franje is geblokt. Zowel de voorvleugel als de achtervleugel heeft een uitstulpinkje.

De kleurstelling van de kleine vos is vermoedelijk een voorbeeld van aposematische kleuring, die predatoren afschrikt. Onderzoek met het voeren van kleine vossen aan de koolmees heeft laten zien dat deze terughoudend is in het eten van de kleine vos en deze terughoudendheid is groter bij gevleugelde dan ontvleugelde exemplaren.

De kleine vos kan verward worden met de grote vos, die echter flink groter is. Op de voorvleugels van de grote vos ontbreken blauwe maantjes en in het midden van de voorvleugel zijn vier zwarte vlekjes te vinden, in plaats van drie bij de kleine vos. Daarbij moet worden opgemerkt dat de grote vos veel minder vaak wordt waargenomen, enerzijds door een meer verborgen leefwijze, anderzijds doordat hij zeldzamer is.

 

 

Share