Kleine Vos

Kleine Vos heeft een bezoekje aan onze tuin gebracht, ik hoop dat er nog vele soorten vlinders tegen zal komen.

De kleine vos heeft een voorvleugellengte van 22 tot 25 millimeter. De basiskleur van de bovenkant van de vleugels is oranje. Langs de voorrand (costa) van de voorvleugel loopt een band van afwisselend gele en zwarte vlekken, die bij de vleugelpunt (apex) wordt afgesloten met een witte vlek. Ook in het middenveld bevindt zich nog een zwarte vlek geflankeerd door een gele vlek en twee zwarte stippen. De vleugelbasis van de achtervleugel is zwartbruin. Bij de voorrand van de vleugel loopt het oranje over in geel. Langs de vleugelranden loopt een rand met aan de binnenkant blauwe maanvormige vlekjes die zwartomrand zijn. De franje is geblokt. Zowel de voorvleugel als de achtervleugel heeft een uitstulpinkje.

De kleurstelling van de kleine vos is vermoedelijk een voorbeeld van aposematische kleuring, die predatoren afschrikt. Onderzoek met het voeren van kleine vossen aan de koolmees heeft laten zien dat deze terughoudend is in het eten van de kleine vos en deze terughoudendheid is groter bij gevleugelde dan ontvleugelde exemplaren.

De kleine vos kan verward worden met de grote vos, die echter flink groter is. Op de voorvleugels van de grote vos ontbreken blauwe maantjes en in het midden van de voorvleugel zijn vier zwarte vlekjes te vinden, in plaats van drie bij de kleine vos. Daarbij moet worden opgemerkt dat de grote vos veel minder vaak wordt waargenomen, enerzijds door een meer verborgen leefwijze, anderzijds doordat hij zeldzamer is.

 

 

Share

Witte Tijger (nachtvlinder)

Witte Tijger (nachtvlinder),  het is een mooie vlinder met een bontmuts.

De kleine zwarte vlekjes op de voorvleugels zijn duidelijk zichtbaar, maar liggen zonder patroon her en der verspreid. Ook het aantal vlekjes kan variëren. Ze hebben een kop met een dikke ‘bontmuts’. Het achterlijf is krachtig geel met zwart gevlekt. ze hebben een spanwijdte van 3 tot 4 centimeter.

Deze vlinders rusten overdag, vlak bij de grond op een stam of in het gras, met de vleugels gevouwen in de vorm van een dakje. Als ze verstoord worden krommen ze hun achterlijf en houden zich dood. Ze worden niet door vogels gegeten, daar ze vies smaken en giftig zijn.

Deze vlinder kreeg de oorspronkelijke naam tienuursvlinder omdat deze na 10 uur ’s avonds pas werd gezien omdat het een nachtvlinder is. De vliegtijd van de witte tijger is vanaf half april tot half augustus. De eieren worden in grote groepjes op de onderkant van de bladeren afgezet. Per jaar is er meestal maar één generatie.

Share

Icarusblauwtje

Icarusblauwtje (vrouwtje) gefotografeerd in de Gaas gelukkig weer een plekje gevonden waar ze nog rond vliegen.
Op elk stukje grond waar ik fotografeerden zijn nu woningen gebouwd.

Voorvleugellengte: circa 15 mm. De bovenkant van de vleugels is bij het mannetje blauw en bij het vrouwtje bruin.
Sommige vrouwtjes hebben een sterke blauwe bestuiving, maar er komen ook zuiver bruine vrouwtjes voor.
De franje is niet geblokt maar zuiver wit. De vlekken op de onderkant van de voor- en de achtervleugel zijn even groot.
Op de onderkant van de voorvleugel bevinden zich twee wortelvlekken, waarmee deze soort van alle verwante soorten is te onderscheiden.
Vaak is de onderkant van de vleugels bij de vleugelwortel blauw bestoven.

Een algemene standvlinder die verspreid over het hele land voorkomt.
Allerlei kruidenrijke vegetaties, zoals halfnatuurlijke graslanden, lage pioniersvegetaties, parken, wegbermen en dijken.
Waardenplanten, diverse vlinderbloemigen; vooral kleine klaver, rolklaver en hopklaver.

Begin mei-begin oktober in twee, soms drie overlappende generaties.
De vlinders voeden zich met nectar van vooral vlinderbloemigen en vliegen meestal laag boven de vegetatie.
De vlinders brengen de nacht door in groepjes, waarbij ze met de kop naar benenden in de vegetatie hangen.

Bron: vlindernet.nl,  Foto: Tonnie Verheijden,  Facebook zoomm.nl

Share

Papaver Slaapbol

De Papaver staan weer in bloei 10 jaar geleden zaadjes meegenomen uit de tuin van mijn Zus in Canada.
Tuinpapaver speciaal gekweekt voor zijn fraaie bloemen.

Alhoewel de slaapbol vooral bekend is door zijn narcotische werking is de plant ook erg voedzaam.
De zaden bevatten veel olie. Met een pers is het mogelijk om olie uit de zaden te krijgen, de zaden bevatten 45% aan niet drogende olie.
De olie is goed als olijfolievervanger. De zaadjes zijn ook geschikt om mee te koken met rijst,
deze maken de rijst wat voller en geven de rijst een lekkere nootachtige smaak.
De zaadjes worden vaak over broodjes gestrooid (voor het bakken) en zijn het maanzaad.
De zaadjes bevatten nagenoeg 0% van de narcotische middelen.
De plant is zelfuitzaaiend, als je de zaadjes oogst moet je ze niet allemaal oogsten, laat er een paar zitten en hark de plant eventueel onder. Volgend jaar krijg je dan gegarandeerd nieuwe planten.
De planten kunnen gemakkelijk uit maanzaad worden gezaaid.

Bron: http://www.permacultuurnederland.org Foto’s Tonnie Verheijden

Share

Klein geaderd Witje

Klein geaderd Witje kom je weer regelmatig tegen in de Gaas.

De voorvleugellengte van het Klein geaderd Witje is 20 tot 24 millimeter. De grondkleur van de vleugels is wit, op de onderzijde is de ondervleugel en de vleugelpunt van de voorvleugel soms geel. De aders zijn aan de onderkant van de vleugels groengrijs bestoven, dit is echter in de zomer aanzienlijk minder duidelijk dan in het voorjaar. De soort is dan niet makkelijk te onderscheiden van het klein koolwitje. Aan de bovenzijde van de voorvleugel heeft het mannetje een zwartige stip, het vrouwtje twee. De vlek aan de vleugelpunt (apex) is gelobd, en loopt naar beneden toe druppelsgewijs af.

De eitjes van het klein geaderd witje worden afzonderlijk door het vrouwtje op de onderkant van het blad van de waardplant afgezet. Na een drie tot zeven dagen verschijnen de rupsjes De voornaamste waardplanten zijn pinksterbloem en look-zonder-look, maar ook andere soorten kruisbloemigen zoals andere soorten veldkers dan de pinksterbloem en mosterd. In de zomer kunnen ze ook gevonden worden op gekweekte koolplanten in tuinen, maar is niet een gekend plaaginsect. De planten moeten met name in vochtige omgeving in de halfschaduw staan. Het rups van het oranjetipje leeft ook vooral van pinksterbloem en look-zonder-look, maar eet van de bloemen en zaden, terwijl de rups van het klein geaderd witje van de bladeren eet. Rupsen van het klein geaderd witje vallen vooral ten prooi aan loopkevers en hooiwagens en in mindere mate vogels.

Share