Klein geaderd Witje

Klein geaderd Witje kom je weer regelmatig tegen in de Gaas.

De voorvleugellengte van het Klein geaderd Witje is 20 tot 24 millimeter. De grondkleur van de vleugels is wit, op de onderzijde is de ondervleugel en de vleugelpunt van de voorvleugel soms geel. De aders zijn aan de onderkant van de vleugels groengrijs bestoven, dit is echter in de zomer aanzienlijk minder duidelijk dan in het voorjaar. De soort is dan niet makkelijk te onderscheiden van het klein koolwitje. Aan de bovenzijde van de voorvleugel heeft het mannetje een zwartige stip, het vrouwtje twee. De vlek aan de vleugelpunt (apex) is gelobd, en loopt naar beneden toe druppelsgewijs af.

De eitjes van het klein geaderd witje worden afzonderlijk door het vrouwtje op de onderkant van het blad van de waardplant afgezet. Na een drie tot zeven dagen verschijnen de rupsjes De voornaamste waardplanten zijn pinksterbloem en look-zonder-look, maar ook andere soorten kruisbloemigen zoals andere soorten veldkers dan de pinksterbloem en mosterd. In de zomer kunnen ze ook gevonden worden op gekweekte koolplanten in tuinen, maar is niet een gekend plaaginsect. De planten moeten met name in vochtige omgeving in de halfschaduw staan. Het rups van het oranjetipje leeft ook vooral van pinksterbloem en look-zonder-look, maar eet van de bloemen en zaden, terwijl de rups van het klein geaderd witje van de bladeren eet. Rupsen van het klein geaderd witje vallen vooral ten prooi aan loopkevers en hooiwagens en in mindere mate vogels.

Share

Landkaartje

Vanmorgen was er een Landkaartje in de tuin, het is al een paar jaar geleden dat ik hem hier in de Gaas ben tegengekomen.

Het landkaartje (Araschnia levana) is een dagvlinder uit de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders.

 

De onderkant van de vleugels is een netwerk van lijnen en daar dankt deze vlinder zijn naam aan. Bijzonder aan deze vlinder is dat er twee vormen zijn. De eerste generatie in het voorjaar is oranjerood met zwarte vlekken terwijl de zomergeneratie zwart is met een witte band en rood-oranje streepjes op de bovenvleugel. De voorjaarsgeneratie is met een voorvleugellengte van 16 tot 18 millimeter ook kleiner dan de zomergeneratie met 17 tot 21 millimeter. Door het aderwerk op de onderzijde kan de zomervorm niet verward worden met andere vlinders zoals de kleine ijsvogelvlinder of de voorjaarsvorm met parelmoervlinders. De verschillende vormen had Carolus Linnaeus in 1758 als twee verschillende soorten beschreven. De voorjaarsvorm als Papilio levana en de zomervorm als Papilio prorsa.[1] Het seizoendimorfisme wordt veroorzaakt door de diapauze die de overwinterende poppen van de voorjaarsvorm ondergaan.

Verspreiding en leefgebied

Het landkaartje komt in grote delen van Europa algemeen voor en heeft als leefgebied de bossen, tuinen, en bosranden. De vlinder vliegt van zeeniveau tot 1500 meter. De vliegtijd is van mei tot en met oktober.

Share

Gekraagde Roodstaart

 Gekraagde Roodstaart

Gekraagde roodstaart is een vogelsoort van oude, parkachtige bossen met weinig ondergroei. Vooral te vinden op de hogere zandgronden en duinen die begraasd worden. Open plekken, oude bomen, graslanden of heiden moeten elkaar afwisselen. Ook in kleinschalig boerenland met oude, lommerrijke erven. Gekraagde roodstaarten zijn holenbroeders, die ook wel van nestkasten gebruik maken. De gekraagde roodstaart is tegenwoordig niet meer zo algemeen als enkele decennia geleden.
Volwassen mannetjes hebben een oranjerode borst, zwarte keel, wit voorhoofd en grijze kruin en mantel. Vrouwtjes zijn minder opvallend getekend en hebben een grijsbruine rug en een beige onderzijde. Beide geslachten hebben een roestrode staart. Trilt vaak met staart, maar is verder tamelijk onopvallend.

Bron: www.vogelbescherming.nl  foto: TVS Naturephotography

Share